DE BALANS TUSSEN ZEGEN EN STRIJD

Voor de Heer en tegen de machten van de duisternis

We slaan het Woord open en lezen twee gedeelten:

Jozua 21:43-45

43 Zo gaf de HEERE aan Israël heel het land dat Hij gezworen had hun vaderen te geven. Zij namen het in bezit en woonden erin.
44 En de HEERE gaf hun rondom rust, overeenkomstig alles wat Hij hun vaderen gezworen had. Niemand van al hun vijanden kon tegenover hen standhouden. Al hun vijanden gaf de HEERE in hun hand.
45 Van al de goede woorden die de HEERE tot het huis van Israël gesproken had, is er niet één woord onvervuld gebleven: alles is uitgekomen.

1 Timotheüs 6:11-14

11 U echter, o mens die God toebehoort, mens die God toebehoort – ontvlucht deze dingen. Jaag daarentegen gerechtigheid, godsvrucht, geloof, liefde, volharding en
zachtmoedigheid na.
12 Strijd de goede strijd van het geloof. Grijp naar het eeuwige leven, waartoe u ook geroepen bent en de goede belijdenis afgelegd hebt voor vele getuigen.
13 Ik beveel u voor God, Die alle dingen levend maakt, en voor Christus Jezus, Die onder Pontius Pilatus de goede belijdenis afgelegd heeft,
14 dit gebod onbevlekt en onberispelijk in acht te nemen, tot de verschijning van onze Heere Jezus Christus.

Graag wil ik wat dingen naar voren brengen die te maken hebben met balans in de boodschap die we brengen en het evenwicht dat belangrijk is in je eigen geloofsleven.

Ons richten op de Heer en de strijd zien

Enerzijds is het mogelijk zo gefocust te worden op de dingen van de Heer en Zijn zegen, dat we het belang van de strijd van het geloof niet meer duidelijk zien, of dat dit een ondergesneeuwd gebied in ons leven is geworden. Anderzijds is het ook mogelijk zo geconcentreerd te zijn op de geestelijke strijd tegen de duivel en zijn demonen, dat we ons niet meer allereerst op de Heer richten en Zijn zegen en Zijn kracht. Geloof is nooit een angstig rondzien of de boze ergens werkt. Dat is de ene sloot naast de weg waar je in kunt vallen: fixatie op demonen, steeds maar jagen op demonen, maar de andere sloot naast de weg is demonenblindheid. Dat is bijvoorbeeld: de duivel kun je beter maar negéren, de Heer heeft de strijd al voor ons gestreden, Hij rekent wel met de duivel af en rekent ons Zijn overwinning toe. U voelt wel: dat is een halve waarheid. Want wij moeten terdege rekening houden met onze geestelijke vijanden. Laten wij de werking van demonen scherp zien, maar bovenal de werking van de Heer met Zijn Geest die boven elke demon staat.

Het schaduwbeeld in Jozua

In Jozua zien we dat het volk Israël kon genieten van de zegeningen van het beloofde land vloeiende van melk en honing met heerlijke druiventrossen, maar ook dat ze het land eerst moesten veroveren op de zeven volken die daar woonden. Die melk is voor ons het beeld van het eerste onderwijs of het fundament en die honing een beeld van een overwinningsleven. Denk maar aan Simson die een leeuw versloeg die voor ons een beeld van de duivel is, en toe hij terugkeerde vond hij honing in de bek van de leeuw en smaakte hij de zoete overwinningsvreugde (Richt. 14:5-9). De druiventrossen uit het beloofde land zijn voor ons het beeld van de vrucht van de Geest. En Kanaän is voor ons het beeld van de hemelse gewesten met zijn geestelijke zegeningen en zijn geestelijke strijd.

De verovering van Kanaän door het volk Israël  ging gepaard met strijd, om die volken te verdrijven en als ze dat niet wilden desnoods uit te roeien, want het was nog een strijd tegen bloed en vlees in het oude verbond, al waren die volken met hun occultisme satellietstaten van het rijk van de duisternis. Er zaten zelfs reuzen tussen, Enakieten, wij zouden zeggen grootvorsten of wereldbeheersers van deze duisternis. Voor ons geldt: “Want al wandelen wij in het vlees, wij trekken niet ten strijde naar het vlees. De wapens van onze strijd zijn vleselijk, maar krachtig door God tot afbraak van bolwerken” (2 Kor. 10:3-4).

Beurtelings viel er heel wat van Gods zegenende hand te genieten in het beloofde land en dan weer om de strijd op te pakken die tot de overwinning zou voeren. God had beloften gegeven dat ze het land in bezit zouden krijgen, maar ook dat ze het stap voor stap moesten innemen en de vijanden te verslaan. Ze gingen niet passief op hun lauweren rusten toen ze het land eenmaal bereikt hadden. Trouwens een lauwerkrans behaal je alleen maar na een overwinning, die wordt je niet toegeworpen als een cadeautje. In de sportwereld zet men zich in om de overwinning in een wedstrijd te behalen, om dan de krans of de medaille om hun nek te krijgen.

In het begin strijdt de Heer voor ons

Veel christenen denken “De Heer zal voor ons strijden en wij zullen stil zijn” (Ex. 14:14; vergelijk Deut. 1:30). Dat was zo in het begin bij de uittocht uit Egypte en bij het begin van de intocht van het beloofde land wat Jericho betreft. Zij konden slechts vertrouwen op God en in Zijn macht geloven, maar hoefden daar nog niet direct te strijden. Zulke overwinningen schenkt de Heer om je op weg te helpen en dat hebben wij ook vast ervaren toen wij pas bekeerd waren en de Heer net persoonlijk hadden aangenomen.

Jezelf opstellen om de strijd aan te gaan

Maar daarna wil de Heer ons de strijd leren en zul je moeten leren jezelf tegenover onze geestelijke vijand, de boze, op te stellen en in de naam van Jezus de strijd aangaan. Zonder strijd is er namelijk geen overwinning! In schaduwbeeld lezen we daarom in Jozua en Richteren en onder David veel over de strijd. Pas bij Salomo is er sprake van rust en vrede aan alle kanten en in zekere zin is Zijn regering een schaduwbeeld van het 1000 jarige vrederijk.

Handoplegging: zegen en kracht van de Heer om op te treden tegen demonen

Als wij mensen tegenkomen en ontmoeten die ziek of gebonden zijn, allereerst in de gemeente, dan weten wij dat als men wil en er open voor staat, dat we dan de vrijheid mogen nemen om hen te ‘bedienen’. Dat wil zeggen: samen met hen de kracht van God in te roepen en Zijn zegen onder handoplegging toe te bidden met het besef dat het tegelijkertijd nodig is de werkzame machten van de duisternis aan te pakken en in Jezus’ Naam te bestraffen. Opdat hun werken worden verbroken en de machten wijken van de zieke of gebondene. Dat is een machtig werk dat Jezus begonnen is en wij mogen dat werk van herstel voortzetten. Wij kunnen dus niet volstaan met alleen in Jezus’ naam  te zegenen zonder daarbij ook de machten aan te spreken en hun werking te verbreken.

De weg is een wedloop en een renbaan naar het doel

Ook als we merken dat het allemaal niet vanzelf gebeurt en dat er volharding nodig is ermee door te gaan in geloof. “De aanhouder wint” is een leus die ook op ons van toepassing is. Aan iedere zege gaat strijd vooraf. Het komt ons niet zomaar aanwaaien. Wij zijn bezig in een wedloop of een renbaan (Hebr. 12 en 1 Kor. 9). Daar gaan we de weg, we maken een ontwikkeling en groei door, dat is een geleidelijk proces en zo krijgen we steeds meer deel aan de goddelijke natuur. Zo gaat het langzamerhand, gaandeweg via heiliging richting het volkomene en strekken we ons uit naar het zoonschap.

Het christelijke leven is geen roltrap en er zijn geen automatische schuifdeuren

Je snapt wel dat het christenleven geen roltrap is, waarmee je automatisch boven komt. Je hoeft alleen maar op de roltrap te gaan staan, oftewel je gaat alleen maar op het werk van Jezus staan en klaar is kees. Of dat er sprake is van automatische schuifdeuren die vanzelf opengaan als je dichtbij komt en langs de sensor gaat. Je gaat als het ware op die mat staat en het heilige der heiligen springt automatisch voor je open. En er zit in zekere zin iets in: Jezus heeft de weg voor ons gebaand en het voorhangsel is gescheurd van boven naar beneden. Maar dat betekent niet dat wij geen geloofsweg meer hoeven af te leggen. Van de poort in de tabernakel naar de ark van het verbond in de tabernakel is een weg die zo’n zeven stappen inhoudt.

De hoge weg door de hemelse gewesten naar de top van de berg Sion

Het evangelie is de weg gaan door de hemelse gewesten heen richting het einddoel. Dat is de weg die steeds verder omhoog gaat. Wil jij hogerop met de Heer komen?  Het is een vreugde om medechristenen uit te nodigen hogerop met de Heer te komen en dat uit te dragen.

Het einddoel is de volkomenheid of geestelijk gesproken de top van de berg Sion, waar Jezus zal staan met de 144.000 eerstelingen. In de geestelijke wereld of de  hemelsferen en allereerst in ‘eigen hemel’ – dat is: je persoonlijke leef- en strijdgebied – hebben we op de hoge weg (Jes. 35:8) van opzij te maken met demonen die ons willen belagen en aanvallen. Daar kunnen we niet omheen, maar wel er dwars doorheen: “Want met U  ren ik door een legerbende heen, met mijn God spring ik over een muur” (Ps. 18:30). We worden niet door God over een muur getild, maar onze eigen inzet met Gods kracht is nodig.

Op die manier kunnen en mogen we de ene vijand na de andere verslaan en zo overwinningen boeken. En als wij ons niet daartegen opstellen en standhouden, dan is er het gevaar dat de machten zomaar over ons heen walsen en onze geestelijke loop tot stilstand komt, of zelfs achteruit gaat.

In de autoriteit staan tegen geestelijke machten

Of dat nu een geest van verwerping is, een zorgengeest, een macht van jaloezie, een geest van ergernis of een demon van weerspannigheid. Bij wat we zien en tegenkomen in ‘eigen hemel’ en in de ‘hemel van de gemeente’ is het zaak deze bergen te verzetten door geloof in Gods kracht en met gezag, maar zonder geweld (Zach. 4:6) of geschreeuw, om ze naar het voorbeeld van Jezus in de afgrond te werpen. Als de vijand ons via bijv. een demon van bezorgdheid probeert te laten tobben en piekeren, dan mogen we onze autoriteit  gebruiken: “laat los, jij boze macht in Jezus’ naam.” Ik las eens een spreuk: “Piekeren is de verkeerde kant op geloven” en daar zit heel wat in.

‘k Richt mijn oog dan op U Heer en ik sla de vijand neer!

Lied 49 uit BUIG zegt: “Hoe ook de satan woedt. Hij brult en soms mijn vlees verzoekt.” Wat doe je dan? Allereerst: “’k Richt mijn oog dan op U Heer” en daarna? “En ik sla de vijand neer.” Met het koor: “Ied’re dag met Jezus, ied’re nacht met Jezus, leven in Zijn Koninkrijk, meer en meer aan Hem gelijk.” Dat gouden, oude lied zegt in de coupletten ook: “Uw Woord is waarheid, Heer” – U leert mij zelf de strijd”! – “Als Jezus worden wij.” In een notendop een inhoudsvol lied.

De goede strijd

“Strijd de goede strijd van het geloof, grijp het eeuwige leven” hebben we gelezen. Aan het eind van zijn leven zegt Paulus in 2 Tim. 4:7: “Ik heb de goede strijd gestreden. Ik heb de loop tot een einde gebracht. Ik heb het geloof behouden.” De goede strijd is de strijd, waarbij je de demonen in het vizier krijgt, tegen wie de strijd zich richt. Die demonen zullen dat nieuwe, door God gegeven eeuwige leven willen roven of aantasten, waar zij maar kunnen. Wij blijven daarom steeds weer het leven met en van God aangrijpen en daarom staat er heel actief: “grijp het eeuwige leven.”

Inspecteer je wapenrusting

Overwinnen is je meten met de tegenstander. Dat is niet je kop in het zand steken en struisvogelpolitiek bedrijven, dat het wel vanzelf zal overwaaien. Het is met open vizier strijden. Merk op dat de onderdelen van de geestelijke wapenrusting niet aan de rugzijde zitten. Daar is dus geen bescherming.

We kunnen onszelf onderzoeken of er een plek in onze geestelijke wapenrusting is waardoor de boze een invalspoort heeft. Leugen en bedrog kan zo’n gat in de wapenrusting zijn, als de gordel der waarheid niet functioneert. Onreinheid is het zeker ook een poort die je leven met God wil ondermijnen en vertroebelen, maar ook die vurige pijlen van de boze kunnen we doven als we het schild van het geloof opnemen. Hij valt ook je positie in Christus aan en zaait twijfel. Daartegen moeten we het pantser van de gerechtigheid gebruiken: “Ik ben een rechtvaardige door het geloof.” En je zingt: “In niets heeft satan ons aan te klagen, want in de Zoon zijn wij vrij” of: “En Zijn bloed reinigt ons, ied’re aanklacht wordt gesmoord.” Wij weten dat de boze graag zijn slangeneieren in ons denken wil plaatsen en wil laten uitbroeden (Jes. 59:4-5) tot woorden en daden. Dan moeten we bewust de helm van het heil opzetten, om ons denken te beschermen voor de boze infiltraties. We zullen de boze moeten weerstaan vanuit de rust van God en met de wapens van het licht. Dat gaat niet op de automatische piloot, want het gaat niet automatisch of vanzelf (“vanzelf gaat het fout”, zei een broeder eens). Wij zullen er bewust mee bezig dienen te zijn om de Heer te zoeken en de duivel geen voet te geven.

Een verkeerde strijd

Als er een goede strijd is, dan bestaat er ook een verkeerde strijd. De verkeerde strijd is die tegen andere mensen van bloed en vlees. Nee, tegenover mensen mogen we leren dan juist in de rust te blijven, maar ondertussen de strijd opnemen in de onzichtbare wereld als machten zich via mensen aandienen.

Er is ook sprake van een verkeerde strijd als je dubbelhartig of innerlijk verdeeld bent en niet 100% voor de Heer gaat en daardoor onderling twist. Daar schrijft Jakobus over: “Vanwaar al die strijd en al die conflicten in uw midden? Vloeien ze niet hieruit voort: uit uw hartstochten, die in alle delen van uw lichaam strijd voeren?” (Jak. 4:1).

Of je strijdt tegen jezelf, tegen je eigen vlees en bloed, dat is ook de verkeerde strijd. Ik heb onder de Noorse broeders jarenlang gevochten tegen mijn eigen vlees. Ik kan je uit eigen ervaring zeggen: dat was een ploeteren van jewelste, een verkrampt strijden tegen jezelf. Je moest je ‘ik’ doden en onderdrukken. Ik heb er mensen psychisch door in de knoop zien raken. Zo kun je door een verkeerde strijd te voeren verwrongen mensen krijgen die emotionele schade oplopen en het innerlijke genezingsproces daarvan vergt veel tijd, aandacht en zorg.

Het is duidelijk dat je van verkeerd strijden heel moe en mat kunt worden en dus moedeloos. God wordt nooit moe of afgemat. Hij geeft de vermoeide kracht en Hij vermeerdert de sterkte van de machteloze. Wie de Heere verwachten zullen de kracht vernieuwen en hun vleugels uitslaan (varen op, NBG-vert.) als arenden. Zij zullen lopen en niet afgemat worden. Zij zullen lopen en niet moe worden” (Jes. 40:28-31). Wat is het een sleutelgedachte in het volle evangelie, om in de strijd te leren mens en macht te scheiden bij jezelf en bij anderen. De Bijbel leert ons: “verlos ons van de boze” en niet “verlos mij van mijzelf”. Hij heeft ons als een unieke persoonlijkheid gemaakt en we moeten niet onszelf verliezen (Luk. 9:25). We mogen leren meer en meer onszelf te zijn en te worden en de Heer helpt bij dit herstel van en naar het oorspronkelijke, naar Zijn beeld en naar Zijn gelijkenis.

Ontspanning en inspanning

Moeten wij ons inspannen? Of mogen wij ons ontspannen? Dat is een vraag die kan opkomen. “Er is een heerlijk, blij ontspannen leven voor wie verlangt naar innerlijke vree. Wie daag’lijks echte blijdschap wil beleven, zegt ja tot God en tot de duivel nee.” Kapelklanken 126. Als wij staan op de geloofsbasis van de verzoening die we zonder enige inbreng van onszelf van de Heer gekregen hebben, dan mogen we in vertrouwen op God groeien en Zijn zegeningen, Zijn kracht en Zijn rust ervaren. Dat is een ontspannen wandelen met de Heer. Trouwens ook in het natuurlijke leven mag er een gezonde afwisseling zijn tussen inspanning en ontspanning.

Wanneer heeft Paulus het dan over geestelijke inspanning? Dat doet hij bijvoorbeeld aan het eind van Kolossenzen 1 en het begin van Kolossenzen 2: “Hem verkondigen wij, terwijl wij ieder mens terechtwijzen en ieder mens onderwijzen in alle wijsheid” Waarom? “Opdat wij ieder mens volmaakt zouden stellen in Christus Jezus” (Kol. 1:28). Hoe bereikte Paulus dat? Dan zegt hij: “Daarvoor span ik me ook in en strijd ik, overeenkomstig Zijn werking, die met kracht in mij werkzaam is. Want ik wil dat u weet hoe groot de strijd is die ik voer voor u en voor hen die in Laodicea zijn, alsook voor de velen die mij nooit in levenden lijve hebben gezien, opdat hun harten bemoedigd mogen worden, samengevoegd in de liefde, en tot heel de rijkdom van de volle zekerheid van het inzicht mogen komen, om het geheimenis te leren kennen van God, en van de Vader en van Christus, in Wie al de schatten van de wijsheid en de kennis verborgen zijn” (Kol. 1:29; Kol. 2:1-3). We zien dus dat Paulus zich bewust was van Gods krachtige werking in hem en hij spande zich ijverig in voor de mensen die aan hem waren toevertrouwd en ook in de voortdurende voorbede voor anderen, dat ze tot de volheid van God in hun leven zouden komen.

De Heer wacht op ons, dat wij de geestelijke vijanden onderwerpen en vertreden

Broeders en zusters, laten we de zegeningen van de Heer ontvangen en beleven en ondertussen ook de strijd tegen de boze blijven voeren voor onszelf en als inzet voor onze medebroeders en zusters.

Want Jezus wacht af tot het tijdstip dat Zijn vijanden, dat zijn de demonen, tot een voetbank voor Zijn voeten gemaakt worden (Hebr. 10:13). Door wie gebeurt dat? “De God van de vrede zal de satan spoedig onder uw voeten verpletteren. De genade van onze Heere Jezus Christus zij met u” (Rom. 16:20). De genade geeft ons de kracht daartoe. Door middel van u en mij, door middel van de gemeente.

Wij staan aan Jezus’ kant. De Heer zal ons doen zegevieren en ons in de strijd de overwinning geven!

Jildert de Boer


45 Van al de goede woorden die de HEERE tot het huis van Israël gesproken had, is er niet één woord onvervuld gebleven: alles is uitgekomen.

1 Timotheüs 6:11-14

11 U echter, o mens die God toebehoort, mens die God toebehoort – ontvlucht deze dingen. Jaag daarentegen gerechtigheid, godsvrucht, geloof, liefde, volharding en
zachtmoedigheid na.
12 Strijd de goede strijd van het geloof. Grijp naar het eeuwige leven, waartoe u ook geroepen bent en de goede belijdenis afgelegd hebt voor vele getuigen.

13 Ik beveel u voor God, Die alle dingen levend maakt, en voor Christus Jezus, Die onder Pontius Pilatus de goede belijdenis afgelegd heeft,

14 dit gebod onbevlekt en onberispelijk in acht te nemen, tot de verschijning van onze Heere Jezus Christus.

Graag wil ik wat dingen naar voren brengen die te maken hebben met balans in de boodschap die we brengen en het evenwicht dat belangrijk is in je eigen geloofsleven.

Ons richten op de Heer en de strijd zien

Enerzijds is het mogelijk zo gefocust te worden op de dingen van de Heer en Zijn zegen, dat we het belang van de strijd van het geloof niet meer duidelijk zien, of dat dit een ondergesneeuwd gebied in ons leven is geworden. Anderzijds is het ook mogelijk zo geconcentreerd te zijn op de geestelijke strijd tegen de duivel en zijn demonen, dat we ons niet meer allereerst op de Heer richten en Zijn zegen en Zijn kracht. Geloof is nooit een angstig rondzien of de boze ergens werkt. Dat is de ene sloot naast de weg waar je in kunt vallen: fixatie op demonen, steeds maar jagen op demonen, maar de andere sloot naast de weg is demonenblindheid. Dat is bijvoorbeeld: de duivel kun je beter maar negéren, de Heer heeft de strijd al voor ons gestreden, Hij rekent wel met de duivel af en rekent ons Zijn overwinning toe. U voelt wel: dat is een halve waarheid. Want wij moeten terdege rekening houden met onze geestelijke vijanden. Laten wij de werking van demonen scherp zien, maar bovenal de werking van de Heer met Zijn Geest die boven elke demon staat.

Het schaduwbeeld in Jozua

In Jozua zien we dat het volk Israël kon genieten van de zegeningen van het beloofde land vloeiende van melk en honing met heerlijke druiventrossen, maar ook dat ze het land eerst moesten veroveren op de zeven volken die daar woonden. Die melk is voor ons het beeld van het eerste onderwijs of het fundament en die honing een beeld van een overwinningsleven. Denk maar aan Simson die een leeuw versloeg die voor ons een beeld van de duivel is, en toe hij terugkeerde vond hij honing in de bek van de leeuw en smaakte hij de zoete overwinningsvreugde (Richt. 14:5-9). De druiventrossen uit het beloofde land zijn voor ons het beeld van de vrucht van de Geest. En Kanaän is voor ons het beeld van de hemelse gewesten met zijn geestelijke zegeningen en zijn geestelijke strijd.

De verovering van Kanaän door het volk Israël  ging gepaard met strijd, om die volken te verdrijven en als ze dat niet wilden desnoods uit te roeien, want het was nog een strijd tegen bloed en vlees in het oude verbond, al waren die volken met hun occultisme satellietstaten van het rijk van de duisternis. Er zaten zelfs reuzen tussen, Enakieten, wij zouden zeggen grootvorsten of wereldbeheersers van deze duisternis. Voor ons geldt: “Want al wandelen wij in het vlees, wij trekken niet ten strijde naar het vlees. De wapens van onze strijd zijn vleselijk, maar krachtig door God tot afbraak van bolwerken” (2 Kor. 10:3-4).

Beurtelings viel er heel wat van Gods zegenende hand te genieten in het beloofde land en dan weer om de strijd op te pakken die tot de overwinning zou voeren. God had beloften gegeven dat ze het land in bezit zouden krijgen, maar ook dat ze het stap voor stap moesten innemen en de vijanden te verslaan. Ze gingen niet passief op hun lauweren rusten toen ze het land eenmaal bereikt hadden. Trouwens een lauwerkrans behaal je alleen maar na een overwinning, die wordt je niet toegeworpen als een cadeautje. In de sportwereld zet men zich in om de overwinning in een wedstrijd te behalen, om dan de krans of de medaille om hun nek te krijgen.

In het begin strijdt de Heer voor ons

Veel christenen denken “De Heer zal voor ons strijden en wij zullen stil zijn” (Ex. 14:14; vergelijk Deut. 1:30). Dat was zo in het begin bij de uittocht uit Egypte en bij het begin van de intocht van het beloofde land wat Jericho betreft. Zij konden slechts vertrouwen op God en in Zijn macht geloven, maar hoefden daar nog niet direct te strijden. Zulke overwinningen schenkt de Heer om je op weg te helpen en dat hebben wij ook vast ervaren toen wij pas bekeerd waren en de Heer net persoonlijk hadden aangenomen.

Jezelf opstellen om de strijd aan te gaan

Maar daarna wil de Heer ons de strijd leren en zul je moeten leren jezelf tegenover onze geestelijke vijand, de boze, op te stellen en in de naam van Jezus de strijd aangaan. Zonder strijd is er namelijk geen overwinning! In schaduwbeeld lezen we daarom in Jozua en Richteren en onder David veel over de strijd. Pas bij Salomo is er sprake van rust en vrede aan alle kanten en in zekere zin is Zijn regering een schaduwbeeld van het 1000 jarige vrederijk.

Handoplegging: zegen en kracht van de Heer om op te treden tegen demonen

Als wij mensen tegenkomen en ontmoeten die ziek of gebonden zijn, allereerst in de gemeente, dan weten wij dat als men wil en er open voor staat, dat we dan de vrijheid mogen nemen om hen te ‘bedienen’. Dat wil zeggen: samen met hen de kracht van God in te roepen en Zijn zegen onder handoplegging toe te bidden met het besef dat het tegelijkertijd nodig is de werkzame machten van de duisternis aan te pakken en in Jezus’ Naam te bestraffen. Opdat hun werken worden verbroken en de machten wijken van de zieke of gebondene. Dat is een machtig werk dat Jezus begonnen is en wij mogen dat werk van herstel voortzetten. Wij kunnen dus niet volstaan met alleen in Jezus’ naam  te zegenen zonder daarbij ook de machten aan te spreken en hun werking te verbreken.

De weg is een wedloop en een renbaan naar het doel

Ook als we merken dat het allemaal niet vanzelf gebeurt en dat er volharding nodig is ermee door te gaan in geloof. “De aanhouder wint” is een leus die ook op ons van toepassing is. Aan iedere zege gaat strijd vooraf. Het komt ons niet zomaar aanwaaien. Wij zijn bezig in een wedloop of een renbaan (Hebr. 12 en 1 Kor. 9). Daar gaan we de weg, we maken een ontwikkeling en groei door, dat is een geleidelijk proces en zo krijgen we steeds meer deel aan de goddelijke natuur. Zo gaat het langzamerhand, gaandeweg via heiliging richting het volkomene en strekken we ons uit naar het zoonschap.

Het christelijke leven is geen roltrap en er zijn geen automatische schuifdeuren

Je snapt wel dat het christenleven geen roltrap is, waarmee je automatisch boven komt. Je hoeft alleen maar op de roltrap te gaan staan, oftewel je gaat alleen maar op het werk van Jezus staan en klaar is kees. Of dat er sprake is van automatische schuifdeuren die vanzelf opengaan als je dichtbij komt en langs de sensor gaat. Je gaat als het ware op die mat staat en het heilige der heiligen springt automatisch voor je open. En er zit in zekere zin iets in: Jezus heeft de weg voor ons gebaand en het voorhangsel is gescheurd van boven naar beneden. Maar dat betekent niet dat wij geen geloofsweg meer hoeven af te leggen. Van de poort in de tabernakel naar de ark van het verbond in de tabernakel is een weg die zo’n zeven stappen inhoudt.

De hoge weg door de hemelse gewesten naar de top van de berg Sion

Het evangelie is de weg gaan door de hemelse gewesten heen richting het einddoel. Dat is de weg die steeds verder omhoog gaat. Wil jij hogerop met de Heer komen?  Het is een vreugde om medechristenen uit te nodigen hogerop met de Heer te komen en dat uit te dragen.

Het einddoel is de volkomenheid of geestelijk gesproken de top van de berg Sion, waar Jezus zal staan met de 144.000 eerstelingen. In de geestelijke wereld of de  hemelsferen en allereerst in ‘eigen hemel’ – dat is: je persoonlijke leef- en strijdgebied – hebben we op de hoge weg (Jes. 35:8) van opzij te maken met demonen die ons willen belagen en aanvallen. Daar kunnen we niet omheen, maar wel er dwars doorheen: “Want met U  ren ik door een legerbende heen, met mijn God spring ik over een muur” (Ps. 18:30). We worden niet door God over een muur getild, maar onze eigen inzet met Gods kracht is nodig.

Op die manier kunnen en mogen we de ene vijand na de andere verslaan en zo overwinningen boeken. En als wij ons niet daartegen opstellen en standhouden, dan is er het gevaar dat de machten zomaar over ons heen walsen en onze geestelijke loop tot stilstand komt, of zelfs achteruit gaat.

In de autoriteit staan tegen geestelijke machten

Of dat nu een geest van verwerping is, een zorgengeest, een macht van jaloezie, een geest van ergernis of een demon van weerspannigheid. Bij wat we zien en tegenkomen in ‘eigen hemel’ en in de ‘hemel van de gemeente’ is het zaak deze bergen te verzetten door geloof in Gods kracht en met gezag, maar zonder geweld (Zach. 4:6) of geschreeuw, om ze naar het voorbeeld van Jezus in de afgrond te werpen. Als de vijand ons via bijv. een demon van bezorgdheid probeert te laten tobben en piekeren, dan mogen we onze autoriteit  gebruiken: “laat los, jij boze macht in Jezus’ naam.” Ik las eens een spreuk: “Piekeren is de verkeerde kant op geloven” en daar zit heel wat in.

‘k Richt mijn oog dan op U Heer en ik sla de vijand neer!

Lied 49 uit BUIG zegt: “Hoe ook de satan woedt. Hij brult en soms mijn vlees verzoekt.” Wat doe je dan? Allereerst: “’k Richt mijn oog dan op U Heer” en daarna? “En ik sla de vijand neer.” Met het koor: “Ied’re dag met Jezus, ied’re nacht met Jezus, leven in Zijn Koninkrijk, meer en meer aan Hem gelijk.” Dat gouden, oude lied zegt in de coupletten ook: “Uw Woord is waarheid, Heer” – U leert mij zelf de strijd”! – “Als Jezus worden wij.” In een notendop een inhoudsvol lied.

De goede strijd

“Strijd de goede strijd van het geloof, grijp het eeuwige leven” hebben we gelezen. Aan het eind van zijn leven zegt Paulus in 2 Tim. 4:7: “Ik heb de goede strijd gestreden. Ik heb de loop tot een einde gebracht. Ik heb het geloof behouden.” De goede strijd is de strijd, waarbij je de demonen in het vizier krijgt, tegen wie de strijd zich richt. Die demonen zullen dat nieuwe, door God gegeven eeuwige leven willen roven of aantasten, waar zij maar kunnen. Wij blijven daarom steeds weer het leven met en van God aangrijpen en daarom staat er heel actief: “grijp het eeuwige leven.”

Inspecteer je wapenrusting

Overwinnen is je meten met de tegenstander. Dat is niet je kop in het zand steken en struisvogelpolitiek bedrijven, dat het wel vanzelf zal overwaaien. Het is met open vizier strijden. Merk op dat de onderdelen van de geestelijke wapenrusting niet aan de rugzijde zitten. Daar is dus geen bescherming.

We kunnen onszelf onderzoeken of er een plek in onze geestelijke wapenrusting is waardoor de boze een invalspoort heeft. Leugen en bedrog kan zo’n gat in de wapenrusting zijn, als de gordel der waarheid niet functioneert. Onreinheid is het zeker ook een poort die je leven met God wil ondermijnen en vertroebelen, maar ook die vurige pijlen van de boze kunnen we doven als we het schild van het geloof opnemen. Hij valt ook je positie in Christus aan en zaait twijfel. Daartegen moeten we het pantser van de gerechtigheid gebruiken: “Ik ben een rechtvaardige door het geloof.” En je zingt: “In niets heeft satan ons aan te klagen, want in de Zoon zijn wij vrij” of: “En Zijn bloed reinigt ons, ied’re aanklacht wordt gesmoord.” Wij weten dat de boze graag zijn slangeneieren in ons denken wil plaatsen en wil laten uitbroeden (Jes. 59:4-5) tot woorden en daden. Dan moeten we bewust de helm van het heil opzetten, om ons denken te beschermen voor de boze infiltraties. We zullen de boze moeten weerstaan vanuit de rust van God en met de wapens van het licht. Dat gaat niet op de automatische piloot, want het gaat niet automatisch of vanzelf (“vanzelf gaat het fout”, zei een broeder eens). Wij zullen er bewust mee bezig dienen te zijn om de Heer te zoeken en de duivel geen voet te geven.

Een verkeerde strijd

Als er een goede strijd is, dan bestaat er ook een verkeerde strijd. De verkeerde strijd is die tegen andere mensen van bloed en vlees. Nee, tegenover mensen mogen we leren dan juist in de rust te blijven, maar ondertussen de strijd opnemen in de onzichtbare wereld als machten zich via mensen aandienen.

Er is ook sprake van een verkeerde strijd als je dubbelhartig of innerlijk verdeeld bent en niet 100% voor de Heer gaat en daardoor onderling twist. Daar schrijft Jakobus over: “Vanwaar al die strijd en al die conflicten in uw midden? Vloeien ze niet hieruit voort: uit uw hartstochten, die in alle delen van uw lichaam strijd voeren?” (Jak. 4:1).

Of je strijdt tegen jezelf, tegen je eigen vlees en bloed, dat is ook de verkeerde strijd. Ik heb onder de Noorse broeders jarenlang gevochten tegen mijn eigen vlees. Ik kan je uit eigen ervaring zeggen: dat was een ploeteren van jewelste, een verkrampt strijden tegen jezelf. Je moest je ‘ik’ doden en onderdrukken. Ik heb er mensen psychisch door in de knoop zien raken. Zo kun je door een verkeerde strijd te voeren verwrongen mensen krijgen die emotionele schade oplopen en het innerlijke genezingsproces daarvan vergt veel tijd, aandacht en zorg.

Het is duidelijk dat je van verkeerd strijden heel moe en mat kunt worden en dus moedeloos. God wordt nooit moe of afgemat. Hij geeft de vermoeide kracht en Hij vermeerdert de sterkte van de machteloze. Wie de Heere verwachten zullen de kracht vernieuwen en hun vleugels uitslaan (varen op, NBG-vert.) als arenden. Zij zullen lopen en niet afgemat worden. Zij zullen lopen en niet moe worden” (Jes. 40:28-31). Wat is het een sleutelgedachte in het volle evangelie, om in de strijd te leren mens en macht te scheiden bij jezelf en bij anderen. De Bijbel leert ons: “verlos ons van de boze” en niet “verlos mij van mijzelf”. Hij heeft ons als een unieke persoonlijkheid gemaakt en we moeten niet onszelf verliezen (Luk. 9:25). We mogen leren meer en meer onszelf te zijn en te worden en de Heer helpt bij dit herstel van en naar het oorspronkelijke, naar Zijn beeld en naar Zijn gelijkenis.

Ontspanning en inspanning

Moeten wij ons inspannen? Of mogen wij ons ontspannen? Dat is een vraag die kan opkomen. “Er is een heerlijk, blij ontspannen leven voor wie verlangt naar innerlijke vree. Wie daag’lijks echte blijdschap wil beleven, zegt ja tot God en tot de duivel nee.” Kapelklanken 126. Als wij staan op de geloofsbasis van de verzoening die we zonder enige inbreng van onszelf van de Heer gekregen hebben, dan mogen we in vertrouwen op God groeien en Zijn zegeningen, Zijn kracht en Zijn rust ervaren. Dat is een ontspannen wandelen met de Heer. Trouwens ook in het natuurlijke leven mag er een gezonde afwisseling zijn tussen inspanning en ontspanning.

Wanneer heeft Paulus het dan over geestelijke inspanning? Dat doet hij bijvoorbeeld aan het eind van Kolossenzen 1 en het begin van Kolossenzen 2: “Hem verkondigen wij, terwijl wij ieder mens terechtwijzen en ieder mens onderwijzen in alle wijsheid” Waarom? “Opdat wij ieder mens volmaakt zouden stellen in Christus Jezus” (Kol. 1:28). Hoe bereikte Paulus dat? Dan zegt hij: “Daarvoor span ik me ook in en strijd ik, overeenkomstig Zijn werking, die met kracht in mij werkzaam is. Want ik wil dat u weet hoe groot de strijd is die ik voer voor u en voor hen die in Laodicea zijn, alsook voor de velen die mij nooit in levenden lijve hebben gezien, opdat hun harten bemoedigd mogen worden, samengevoegd in de liefde, en tot heel de rijkdom van de volle zekerheid van het inzicht mogen komen, om het geheimenis te leren kennen van God, en van de Vader en van Christus, in Wie al de schatten van de wijsheid en de kennis verborgen zijn” (Kol. 1:29; Kol. 2:1-3). We zien dus dat Paulus zich bewust was van Gods krachtige werking in hem en hij spande zich ijverig in voor de mensen die aan hem waren toevertrouwd en ook in de voortdurende voorbede voor anderen, dat ze tot de volheid van God in hun leven zouden komen.

De Heer wacht op ons, dat wij de geestelijke vijanden onderwerpen en vertreden

Broeders en zusters, laten we de zegeningen van de Heer ontvangen en beleven en ondertussen ook de strijd tegen de boze blijven voeren voor onszelf en als inzet voor onze medebroeders en zusters.

Want Jezus wacht af tot het tijdstip dat Zijn vijanden, dat zijn de demonen, tot een voetbank voor Zijn voeten gemaakt worden (Hebr. 10:13). Door wie gebeurt dat? “De God van de vrede zal de satan spoedig onder uw voeten verpletteren. De genade van onze Heere Jezus Christus zij met u” (Rom. 16:20). De genade geeft ons de kracht daartoe. Door middel van u en mij, door middel van de gemeente.

Wij staan aan Jezus’ kant. De Heer zal ons doen zegevieren en ons in de strijd de overwinning geven!

Jildert de Boer

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.