EEN STRALEND LICHT VOOR DE VOLKEN WORDEN

EEN STRALEND LICHT VOOR DE VOLKEN WORDEN

Tegen de achtergrond van de vraag of er na de dood nog een ‘tweede kans op behoud’ is?

Jes. 60:1-3; Rom. 2:14-16; Openb. 21:24; Openb. 22:1-2

Zijn alle heidenen verloren?

Iemand uit de wereld zei het volgende: “Ik kan niet geloven in een God die zo gemeen is, dat Hij alle heidenen die nog nooit van Hem gehoord hebben, zonder pardon naar de hel stuurt. Zo’n God wil ik niet dienen.”

Dit is een belangrijke opmerking. Wij weten door het evangelie van het Koninkrijk der hemelen, dat God niet zo is, zoals velen Hem zich voorstellen. Dat komt voort uit een verkeerd, oud en onzuiver Godsbeeld Maar het is een lang verhaal om dat de mensen duidelijk te maken dat God enkel goed is en dat de poel van vuur in principe bestemd is voor de duivel en de demonen (Matth. 25:41). Dat mensen daar pas komen die willens en wetens God niet willen dienen, mensen die de duisternis liever hebben dan het licht (Joh. 3:19), zodat zij met de machten worden meegesleurd en in de afgrondsituatie terechtkomen. Dat God hen helaas en hoe ontzettend jammer, minder en minder kan bereiken en dat Hij hen lijdend los moet laten.

Onze taak om te getuigen

In deze boodschap gaat niet alleen over mensen in andere landen, over de heidenen toen in het verleden en nu. Het gaat in de eerste plaats over u en mij: waar staan wij? Hoe benutten wij onze mogelijkheden om het volle evangelie te verkondigen? Om te getuigen van de levende hoop die in je is aan hen die rekenschap van je vragen. Die misschien aan je vragen: wat geloof jij nou eigenlijk? Of wat doe jij op zondagmorgen? En: hoe lang is het geleden dat u iemand meegenomen heeft naar de samenkomst? Hebben wij hart voor onze medemens, ons eigen kind, onze buurman of -vrouw, ons familielid, onze collega op het werk? We mogen de Heer dagelijks bidden om onze pogingen te zegenen. Bid de Heer dat jij in de tijd die je dit jaar nog rest iemand tot de Heer mag leiden. Durven jullie ook te bidden om vier nieuwe, jonge gezinnen met kinderen in de gemeente. Ah, wat zal dat fris bloed en leven geven!

Zoonschap en zending

“Dit evangelie van het Koninkrijk zal in heel de wereld verkondigd worden tot een getuigenis aan alle volken en dan zal het einddoel komen (Matth. 24:14). Die opdracht is in onze tijd actueel en ook wij in het volle evangelie hebben mensen uitgezonden naar bijvoorbeeld Italië en Brazilië. Wij bedrijven niet alleen nu zending, maar wij strekken ons ook uit naar het zoonschap, de volledige geestelijke volwassenheid. Als het goed is zijn wij niet alleen gefocust op evangelisatie en zending, maar vooral op het zoonschap. Maar wij zijn niet alleen gericht op het zoonschap, maar tegelijkertijd ook op evangelisatie en zending, dichtbij en veraf.  Het gaat daarom om de goede combinatie tussen zoonschap en zending. Wij zijn ons er van bewust dat als de zonen van God geopenbaard worden, dat in het vrederijk op grote schaal de volken worden bereikt. Maar wij mogen daar nu op anticiperen en het evangelie van het Koninkrijk der hemelen verbreiden waar we kunnen.

De Wycliffe-bijbelvertalers zijn al vele jaren lang bezig met het vertalen van de Bijbel in zoveel mogelijk talen tot in alle talen de Bijbel beschikbaar wordt, zodat men het in alle volken, stammen, naties en talen kan lezen. Daarom steun ik de Wycliffe-bijbelvertalers financieel. Er komt een dag dat alle volk op zijn minst een nieuw testament in eigen taal hebben.

Uit elke volk en taal zullen discipelen komen en dan zal het einddoel bereikt worden. Het gaat om de kwaliteit: de zonen van God en om de kwantiteit: alle volken hebben het evangelie gehoord. Maar let goed op: dat elk volk het evangelie gehoord heeft, wil nog lang niet zeggen dat alle individuele mensen het evangelie hebben gehoord. Denk maar aan landen met een heel hoog inwonertal, zoals China en India. Je kunt niet zeggen dat met de komst van Hudson Taylor in 1854 (overleden in 1905) met de ‘China Inland Mission’ heel China het evangelie heeft gehoord, maar ook in China zijn er kinderen van God gekomen.

Bezig zijn met onze opleiding en toebereiding

Zijn wij er nog steeds intensief mee bezig onszelf toe te bereiden tot zoonschap, met onze vorming en opleiding, om na de wederkomst van Jezus Christus als zonen Gods, als mederegeerders veel breder dan nu, ingezet te worden voor de schepping, eerst in het vrederijk en daarna op de nieuwe aarde.

Laten wij voortdurend het besef hebben dat wij voortdurend met Gods heerlijke plan – Zijn eeuwig voornemen en raadsbesluit – bezig zijn, om voorbereid te worden op die machtige taak in het vrederijk. Want waar begint onze toekomst? Die begint vandaag!

Heidenen die van nature doen wat de wet zegt

Terug naar die heidenen en de vraag waarmee ik begon. Mensen vragen soms hoe het mogelijk is, dat een liefdevol en rechtvaardig God, alle heidenen, die nooit van de Heere Jezus gehoord hebben en Hem dus niet konden aanvaarden, toch voor eeuwig naar de hel kan sturen. Zij vragen, hoe dit te rijmen is met de liefde en de rechtvaardigheid van God, want zoiets is in hun ogen niet liefdevol en zeer onrechtvaardig. Wij vinden dit ook liefdeloos en onrechtvaardig.

Ons antwoord is: zo werkt onze enkel goede God niet!

In Romeinen 2:14-16 behandelt de apostel Paulus de vraag waarmee we begonnen: zijn alle heidenen verloren. Hier schrijft hij hoe mensen, die de wet, dat is de wet uit de Bijbel, niet kennen en deze wet dus ook niet hebben, toch kunnen doen wat in de wet staat. Hier kun je behalve de wet ook denken aan het evangelie en de vraag stellen: “Hoe zit het met heidenen, die het evangelie niet kennen, die nooit van de Heere Jezus gehoord hebben?” Dat is een vraag, die in het verlengde ligt van de vraag, die Paulus stelt. In deze verzen maakt Paulus duidelijk, dat hij deze vraag stelt met het oog op de komende oordeelsdag.

Paulus schrijft: “Want wanneer heidenen, die de wet niet hebben, van nature doen wat de wet zegt, zijn zij, hoewel zij de wet niet hebben, zichzelf tot wet. Zij tonen, dat het werk van de wet geschreven is in hun hart. Daar getuigt ook hun geweten van en hun gedachten onderling beschuldigen, of ook verontschuldigen elkaar. Zo zal het gaan op de dag, wanneer God de verborgen dingen van de mensen zal oordelen door Jezus Christus, overeenkomstig het Evangelie” (Romeinen 2:14-16).

Paulus wijst er op, dat er bepaalde heidenen zijn, die, ondanks het feit, dat zij de Bijbel niet hebben, toch precies leven volgens de geboden van de Bijbel. In elk geval functioneerde hun geweten nog zo zuiver dat zij leven naar de ingeschapen wet van God. Hun geweten was niet, zoals bij anderen, als door een brandijzer toegeschroeid, dat wil zeggen: door de inwerking van het vuur van de demonen. Maar als christen kun je je afvragen, hoe het kan, dat er ooit een heiden geweest zou zijn, die volgens de geboden van de wet geleefd zou hebben. Er staan immers zoveel geboden in de Bijbel? Moeten zij dan gehoorzaam geweest zijn aan alle geboden en verboden?

Gingen vrijwel alle heidenen buiten Israël tijdens het oude verbond verloren? Hooguit met enkele uitzonderingen, zoals Sifra en Pua, de vroedvrouwen in Egypte die God vreesden en niet deden wat de koning van Egypte tot hen gesproken had, om alle pasgeboren jongetjes van het volk Israël te laten verdrinken in de Nijl (Ex. 1:15-22). Of een Rachab, die van een hoer een herbergierster, een held en een heilige werd? Door het geloof verborg zij de verkenners van Israël onder de vlasstengels op haar dak! Door het geloof hing zij een roodscharlaken koord uit haar raam en naar huis werd bij de verovering van Jericho gespaard. Rachab was de moeder van Boaz en dat brengt ons bij Ruth, die uit Moab kwam, en in geloof met Naomi meeging en uitsprak: “Uw God is mijn God en uw volk is mijn volk”. Zij trouwde met Boaz en hun kindje heette Obed, de opa van David. De heidense vrouwen Rachab en Ruth staan in het geslachtsregister van Jezus Christus (Matth. 1:5) . Of de koningin van Sjeba die in verband met de Naam van de Heere bij Salomo kwam en opmerkte dat niet nog de helft haar was verteld (1 Kon. 10:1-13). Of zoals een Naäman, de Syriër, die genezing vond bij de God van Israël (2 Kon. 5). Of de bevolking van Ninevé die zich bekeerde op de prediking van Jona. Ging de rest van de heidenen verloren of zegt de Bijbel daar meer over? Waar moesten die heidenen aan voldoen, om behouden te worden, voordat Jezus gekomen was?

De Bijbel leert, dat God aan de heidenen de wet van Mozes die voor Israël (613 geboden) bestemd was, niet gegeven heeft en dat de heidenen al deze geboden niet behoeven te gehoorzamen. God heeft aan de heidenen slechts de wetten van het verbond met Noach gegeven. (uit Gen. 9:4-6; vergelijk Ex. 20:3; Lev. 17:13-14). In de Talmoed, dat is de Joodse overlevering, worden zeven richtlijnen of basisprincipes voor heidenen vermeld. Ze worden wel Noachitische geboden genoemd, maar daarvan staan er maar vier direct in het oude en nieuwe testament. Ze houden in, dat:

  • dat zij niet iemand mogen doodslaan, geen bloed mogen vergieten.
  • dat zij geen hoererij (= porneia) of ontucht plegen.
  • dat zij geen bloed mogen eten (het leven is in het bloed), noch het verstikte (dieren waarvan het bloed nog niet is afgevloeid), noch vlees dat van een levend dier is afgesneden.
  • dat zij geen afgoden mogen dienen

Het zijn gezonde morele principes, richtlijnen voor iedere beschaafde samenleving. Als heidenen zich hieraan houden, voldoen zij aan de opdracht die God hen gegeven heeft. Merk op dat de opdracht de God gaf, om bijvoorbeeld de sabbat te houden aan Israël heeft gegeven, dus niet aan de heidenen, maar alleen aan de Joden.

Toen de eerste christenen bij het zogenaamde apostelconvent in Handelingen voor de vraag kwamen te staan, welke geboden de heidenen uit de Bijbel zij moesten gehoorzamen, want de Judaïsten vonden dat de heidenen zonder besnijdenis niet behouden konden worden. Het antwoord was duidelijk, dat zij niet de geboden, die God aan de Joden had gegeven behoefden te gehoorzamen, maar dat zij, ook nu zij christenen waren, zich nog steeds moesten houden aan de geboden, die God via Noach aan de heidenen in de tijd voor Christusgegeven had (Gen. 9:4-6). Die richtlijnen komen terug als wij in Handelingen 15:19-20, 28-29 lezen: “Daarom ben ik van oordeel, dat men hen, die zich uit de heidenen tot God bekeren, niet verder moet lastig vallen, maar hun aanschrijven, dat zij zich hebben te onthouden van:

  • wat door de afgoden bezoedeld is,
  • van hoererij,
  • van het verstikte en
  • van bloed (vergelijk Handelingen 21:25). Dat waren de vier noodzakelijke gedragsregels, die de heilige Geest en ons goed gedacht hebben, om de christen-heidenen geen verdere last op te leggen. Ze liggen in lijn met wat God tegen Noach zei in Gen. 9:4-6.

De apostel Paulus beklemtoont in Romeinen 2:14-16, dat heidenen, die op deze wijze geleefd hebben namelijk door middel van de wetten van God, waarvan Hij de basisprincipes eens aan Noach gegeven heeft, dusdanig geleefd hebben, dat deze heidenen in de dag van het oordeel zullen merken, dat God daarmee rekening zal houden. 

Deze mensen gaan niet verloren. Zij worden niet naar de hel verwezen. Zij zullen delen in de heerlijkheid van kinderen van God. God is dus absoluut rechtvaardig en goed. Hij zal hen, die nooit van de Heere Jezus gehoord hebben en de Heere Jezus dus niet als Redder konden aanvaarden, zeker niet zonder meer allemaal naar de hel zenden. Hij zal hun leven bekijken en rechtvaardig over hen oordelen.

God is enkel liefde en enkel heilig. Het grote offer, dat Jezus Christus, Zijn Zoon, gebracht heeft, zal God niet onbelangrijk vinden, maar hoogst belangrijk, waarbij de mens die het evangelie hoort de vrijheid heeft, dit bewust te aanvaarden of bewust te verwerpen. God zal hen, die bewust bij de bijbelse evangelieverkondiging de Heere Jezus afgewezen hebben, niet onschuldig houden. Hij zal hen zeker oordelen.

Als God daarom rechtvaardig is in Zijn oordeel over heidenen die nooit van Hem gehoord hebben, zal Hij ook rechtvaardig zijn voor u, voor jou die wel van Hem gehoord hebt. Laten wij er bij onszelf op toezien dat we Hem, Die vanuit de hemelen tot ons spreekt, niet afwijzen (Hebr. 12:25).

Het herstel in het duizendjarige vrederijk

Er is hoop voor de volken dat zij niet allemaal verloren zullen gaan. Sommigen menen dan dat we in een zogenaamde tweede kans geloven. We komen daar nog op.

Naast de gemeente van Jezus Christus en hen die het merkteken van het beest gedragen hebben en met de antichrist zijn ondergegaan in de geestelijke eindstrijd van Armageddon (Openb. 16:16; Openb. 19:19) zijn er nog natuurlijk levende volken op aarde aan wie deze negatieve ontwikkelingen voorbij zijn gegaan. Van hen wordt een keuze gevraagd in het vrederijk. In het duizendjarige vrederijk heerst Christus als koning en zullen zij, die met Hem overwonnen hebben, met Hem als koningen – of zo je wilt als bruid – regeren. Over wie? Over de daar aanwezige onderdanen, dat zijn de volken.

De zonen van God, die Hem gelijkvormig zijn geworden, functioneren dan in een verheerlijkt lichaam, want zij delen in de eerste opstanding. Zij zijn de eerstelingen, zonen van God of overwinnaars en ook de martelaren die onthoofd waren (Openb. 20:4-6). Zij zullen de verre kustlanden, die de tijding aangaande de Heere nog niet hebben gehoord, noch Zijn heerlijkheid hebben gezien, die heerlijkheid onder de volken verkondigen (Jes. 42:5; Jes. 51:5; Jes. 66:19; Zef. 2:11).

De gerechtigheid zal onder de regering van Jezus en Zijn parlement van zonen heersen en wereldwijd zullen zij de mensen tot bekering en verzoening, doop in de Geest, bevrijding van demonen en innerlijk herstel brengen, of in elk geval hen daartoe uitnodigen. Ieder krijgt gelegenheid om aan de oproep ‘kom’ gevolg te geven. Wie zich bekeren van hun zonden en Jezus aannemen, worden uitgenodigd voor het bruiloftsmaal van het Lam (Openb. 19:9). Dat is hetzelfde als het feestmaal voor alle volken. Op de berg Sion zal Hij de sluier verslinden waarmee het gezicht van alle volken omsluierd is en de bedekking waarmee alle naties bedekt zijn (Jes. 25:6-9). Alle demonische banden en bindingen kunnen dan verbroken worden.

Dit betreft de levende volken, die dan bij de wederkomst van Christus met zijn heiligen (dat is de gemeente met verheerlijkte lichamen) op aarde aanwezig zijn. Zij kunnen nu het evangelie in al zijn volheid horen zonder de beïnvloeding van satan, die immers in de gevangenis van de afgrond geketend zit (Openb. 20:1-3). Ook al zijn de omstandigheden gunstig tijdens deze overgangsperiode van het vrederijk, waarin Christus samen met Zijn vorsten (Jes. 32:1-5) of koningen zal regeren als theocratie (= Godsregering): altijd loopt de weg naar de redding via Jezus Christus alleen.

Het is voor de volken niet meer mogelijk, om dan nog tot de zonen van God of de vrouw van het Lam te gaan behoren, want dat is gegaan door een weg van strijd en lijden naar overwinning en heerlijkheid. Ook dan is het mogelijk dat sommigen van hen, of hun tijdens de periode van duizend jaar geboren kinderen onveranderd en onbekeerd blijven: “zelfs de zondaar zal eerst als honderdjarige sterven.” Dat is het lot, dat hen treft die weigeren zich te bekeren, waarvoor zij ruim de tijd kregen. Hoewel de dood in het duizendjarige rijk wordt teruggedrongen, is hij nog niet volledig afwezig of helemaal uitgebannen. De levensduur van de mensen zal als die van de bomen zijn (Jes. 65:20-22). Vergelijk de leeftijden in de voortijd (Methusalah werd 969 jaar). In het overgangstijdperk van het vrederijk zal de gerechtigheid heersen op aarde, maar op een nieuwe, dat wil zeggen: vernieuwde aarde, zal er gerechtigheid wonen (2 Petr. 3:13).

God zal rechtvaardig oordelen en de zogenaamde tweede kans-leer


Wie het evangelie bewust heeft afgewezen, krijgt volgens de Bijbel geen tweede kans. Dat God rekening houdt met ieders achtergrond en omstandigheden is een andere zaak. Maar dat is geen excuus om de kans om de uitgestoken hand van God in Jezus Christus nu te grijpen lichtvaardig voorbij te laten gaan. Waar we kunnen zullen we naar vermogen mensen oproepen tot bekering en geloof. Ieder is persoonlijk verantwoordelijk en wie het gehoorde evangelie achteloos aan zich voorbij laat gaan, neemt best grote en ernstige risico’s.

Daarna pas kunnen we voorzichtig iets zeggen of er vanuit Gods gezichtspunt gezien ook sprake kan zijn van verzachtende omstandigheden of een levenssituatie waarvoor een verontschuldiging gerechtvaardigd zou kunnen zijn. Dan gaat het om verminderde toerekeningsvatbaarheid. Die dingen zijn ter beoordeling aan de Heere die alle overzicht heeft en alle harten kent. In een groot vertrouwen op God kunnen wij het oordeel veilig in Zijn handen laten. Maar hoe velen in de geschiedenis hebben nooit van Jezus en Zijn evangelie gehoord? God is goed en rechtvaardig. Hij zal redden wat er te redden valt.

Naast Gods algemene openbaring in de schepping zal God alle mensen door en door rechtvaardig en eerlijk beoordelen naar hun ingeschapen geweten en werken. Dit al naar gelang hun situatie en hun wel of niet gekregen mogelijkheid en kans. Ik zie sterke aanwijzingen dat de onwilligen samen met de duivel en de demonen voor eeuwig verloren zullen gaan in de poel van vuur. Maar er zijn sterke aanwijzingen dat God de onwetenden zal vrijpleiten, maar laten wij niet teveel speculeren en ons niet laten verleiden percentages te noemen, want alleen God zal Degene zijn die rechtvaardig oordeelt.

Is dit een tweede kans? Vele mensen hebben nooit een eerste kans gehad om het evangelie van Jezus Christus tot heil en heerlijkheid in Zijn volheid aan te nemen. Misschien hebben zij een vertekend of verdraaid evangelie gehoord dat geen evangelie is en zijn daardoor geestelijk in de gevangenis gebleven.

Helaas hebben anderen aan wie Jezus Christus wel in geest en waarheid gepredikt is Hem welbewust afgewezen als Redder van hun zonden in hoogmoedig vertrouwen op zichzelf dat zij toch naar hun eigen maatstaven goed leefden en ‘ieder het zijne hebben gegeven.’ Humanisten willen vaak niet inzien dat zij zondaren zijn. Zij zijn zichzelf tot norm, hebben ‘ieder het zijne gegeven’ en hun begrip van goed beschouwen ze als goed en zij willen veelal helaas niet weten van de goddelijke normen van goed en kwaad die daarboven staan. Kortom: zij willen niet erkennen dat ze zondaren zijn en Jezus als Verlosser nodig hebben om redding en eeuwig leven te ontvangen.

Opstandige volken en onderworpen volken na de wederkomst van Jezus

De aloude, beknopte visie op de wederkomst in de christenheid is: “vanwaar Hij (Jezus Christus) zal komen om te oordelen de levenden en de doden.” Dat is de bekende gang van zaken voor de meeste christenen. Hoewel de Bijbel deze term uit de apostolische geloofsbelijdenis twee keer noemt, is dat een te smal gegeven om alleen daarop te bouwen (2 Tim. 4:1; 1 Petr. 4:5). Men denkt dan vaak aan de wederkomst van Jezus en dan direct de algemene opstanding en een algemeen oordeel met een verwijzing óf naar de hemel (de eerste groep), óf naar de hel (de tweede groep). Daarna is dat dan de positie in alle eeuwigheden. Wat er dan op aarde gebeurt, wordt vaak niet duidelijk. Is de aarde leeg, zonder mensen achter gebleven? In elk geval is het kort geschetste een veel te beperkte voorstelling. Dat komt, omdat men meent dat met de wederkomst van Christus meteen het einde aanbreekt van de wereld en de wereldgeschiedenis afloopt.

Daardoor is er ook over het algemeen vaak weinig goed zicht op de rol van de volken op aarde in de Bijbel (de derde groep, dat is de groep op aarde) en zeker onvoldoende inzicht wat betreft de volken op aarde in het vrederijk, op de mensen die uit de greep van het dodenrijk komen bij de tweede opstanding en op de volken die op de nieuwe aarde genezing gaan vinden. Als wij deze bijbelse gegevens naar voren brengen, beginnen christenen te roepen dat wij in een tweede kans geloven of menen dat dit allemaal buiten Jezus Christus omgaat. Het besef ontbreekt soms dat na de wederkomst van Christus de toekomende eeuw van het vrederijk begint, want men meent nu al in het duizendjarig rijk te zijn, dat is de leer van het a-millennialisme. Het vrederijk komt nog, het is in aantocht en dan is satan gebonden in de afgrond. De gemeente die in het vrederijk met Jezus de Koning meeregeert heeft een roeping voor de volken.

Voor deze roeping van de overwinnende zonen van God kan men alleen in deze tijd gevormd en opgeleid worden. Daarvoor krijgen wij later geen tweede kans. Dat is nu aan de orde. Voor ons die in de gemeente van Christus zijn geldt de oproep om deelgenoten te zijn van een hemelse roeping, voor de volken in het duizendjarige rijk en op de nieuwe aarde geldt een aardse roeping. Wij weten dat God IN de gemeente woont, maar Hij woont BIJ de volken. Christus wordt Koning op aarde: “En de zevende engel blies op de bazuin, en er klonken luide stemmen in de hemel, die zeiden: De koninkrijken van de wereld zijn van onze Heere en van Zijn Christus geworden; en Hij zal Koning zijn in alle eeuwigheid” (Openb. 11:15).

Vóór de wederkomst heeft de gemeente het evangelie weliswaar aan alle volken gepredikt (Matth. 28:19; Matth. 24:14) en hebben ook uit alle volken een grote schare mensen zich bekeerd tot God en tot geloof in Jezus Christus (Openb. 9:7-14). Toch hebben miljoenen individuele mensen uit die volken het evangelie niet gehoord en daarom nog nooit een kans gehad, die zij nu in het vrederijk alsnog gaan krijgen.

De Bijbel spreekt over de berechting van volken die opstandig blijven, maar veel meer nog over de redding en zegen van God over de volken die zich onderwerpen. Er zijn een hele reeks teksten met machtige beloften in het oude testament voor de volken ter overdenking en deze hoop voor de volken maakt ons ontzettend blij.

De tweede, algemene opstanding en de opening van het boek des levens


Hoe zit het met de gestorven volken in het dodenrijk? Gaan deze volksstammen allemaal verloren en komen zij na de tweede opstanding in de tweede dood of de poel van vuur? Alleen zij worden in de poel van vuur geworpen als zij niet bevonden werden geschreven te zijn in het boek des levens (Openb. 20:15) Dat is de hel (gehenna) waar Jezus ook ernstig over spreekt (Marc. 9:47-48)

Het moeten miljarden mensen zijn die niet in Christus waren van Adam tot en met de laatste opstand van satan, dat is de Gog en Magog-oorlog, die hier voor de grote witte troon geoordeeld worden (Openb. 20:7-10 en Openb. 20:11-15)

Er zijn christenen die menen dat 90 of zelfs 99% van de mensheid verloren gaat in de poel van vuur of hel van die toch in eerste instantie bestemd is voor de duivel en zijn engelen (Matth. 25:41). Wij mogen een groter en wijder perspectief van Gods plan zien door een beter begrip en duidelijker licht over het dodenrijk. Daarom hebben we hoop voor een aanzienlijk deel van de mensenmassa die daaruit tevoorschijn komen. “De zee, de dood en het dodenrijk gaven de doden die in hen waren” (Openb. 20:13).

Zij moesten hun ‘bewaarden’ teruggeven, want Jezus Christus had na zijn kruisiging en sterven als een heraut zijn proclamatie en overwinningstocht in de gevangenis, dat is het dodenrijk, gemaakt (1 Petr. 3:19). Hij kon zeggen: “En Ik heb de sleutels van het rijk van de dood en van de dood zelf” (Openb. 1:18b).

Bij het laatste oordeel blijkt dat vele mensen, die naar hun door God ingeschapen geweten met de natuurlijke barmhartigheid geleefd hebben (dat is het criterium dat genoemd wordt in de gelijkenis van de schapen en de bokken). Op grond van hun werken staan zij in het boek des levens (Openb. 20:15; Matth. 25:34-40; Rom. 2:14-16). Ze waren niet uit het boek des levens uitgedelgd (Ps. 69:19). Tijdens hun leven leefden zij naar hun geweten, deden anderen goed en ergens hebben zij gehongerd en gedorst naar de gerechtigheid (Matth. 5:6). Zij stonden echter niet in het boek des levens van het Lam, dat geslacht is van de grondlegging van de wereld af (Openb. 13:8), waar alleen de gelovigen in Christus in staan.

Hier is sprake van de tweede, algemene opstanding na het duizendjarig rijk (Openb. 20:5). Zij die in het boek des levens staan, komen op de nieuwe aarde terecht om daar geheeld en hersteld te kunnen worden bij de levensbo(o)m(en) (Openb. 22:2), die symbool staan voor Jezus Christus, de Zoon van God en de zonen van God die geopenbaard worden, gelijkvormig aan het beeld van de Zoon (Rom. 8:19,29). Er staat twee keer in Openbaring 20 dat zij geoordeeld worden naar hun werken (Openb. 20:12-13). Het gaat hier daarom niet om geloof, zoals bij de eerste opstanding! Jezus sprak: ”En zij zullen uitgaan, wie het goede gedaan hebben tot de opstanding ten leven, wie het kwade bedreven hebben, tot de opstanding ten oordeel” (Joh. 5:28b-29).

Genezing door de levensbomen

Na dit intermezzo over de gelovigen vanuit de eerste opstanding die beoordeeld worden, pak ik nu de draad weer op na de tweede opstanding die duizend jaar na de eerste opstanding plaatsvindt (Openb. 20:5a). Voor de overwinnaars gold al: “Wie overwint, hem zal ik te eten geven van de Boom des levens, die midden in het paradijs Gods staat” (Openb. 2:7).

In het paradijs van God zag Johannes een zuivere rivier, van het water des levens (symbolische uitdrukking voor de Heilige Geest), helder als kristal, die uit de troon van God en van het Lam kwam. In het midden van haar straat (letterlijk: plein) en aan de ene en andere zijde van de rivier bevond zich het geboomte des levens, dat twaalfmaal vruchten voortbrengt van maand tot maand geeft Hij zijn vrucht. En de bladeren van het geboomte zijn tot genezing voor de volken (Openb. 22:1-2). Hier zien wij het herstel- en helingswerk van de Zoon, samen met de zonen van God voor de volken.

Het gaat nu om vele mensen (volken) die na het laatste oordeel vanuit de lichtzijde van het dodenrijk op de nieuwe aarde komen. Zij stonden in het boek des levens en zij moeten daar nog herstel en genezing vinden bij de bladeren (beeld van geestelijke gaven) van het geboomte des levens (NBG-vert.) of levensbomen (Openb. 22:2) (Leidse vert.). Het ‘hout des levens’ (letterlijk) staat aan de ene en andere zijde van de rivier, vandaar dat voor de verzamelnaam ‘geboomte des levens’ (NBG-vert.) veel te zeggen is. Het woord xulon staat voor boom of geboomte of hout of kruishout (Hand. 5:30 en Gal. 3:13). Bij de boom van het leven kunnen we denken aan het kruis van Christus. Bij het geboomte des levens betreft het dan Jezus als gekruisigde en zij die Hem toebehoren, die het vlees met zijn hartstochten en begeerten gekruisigd hebben (Gal. 5:24). Dit geboomte van het leven staat daarom symbolisch voor de zonen van God (of zo men wil: de bruid van Christus), die samen met de Zoon van God, Jezus Christus, (de Boom des levens) de zuchtende schepping zullen herstellen.

Veel van deze categorieën van mensen hadden nog nooit van Jezus Christus gehoord, of verlangden wel naar het goede, omdat zij hongerden en dorsten naar de gerechtigheid, maar werden daarbij overweldigd door de duivel (Hand.10:38). ”Door wie men overmeesterd is, diens slaaf is men” (2 Petr. 2:19b). Nu komen zij aan de beurt om hersteld te kunnen worden. Na het door de zonde verloren paradijs in Genesis 3 zal er sprake zijn van een herwonnen en hersteld paradijs!

Er staat voor de volken die genezing ontvangen therapeuoo, waar ons woord therapie vanaf is geleid. Nu oefenen we in het klein, vaak persoonlijk op microniveau of hooguit op mesoniveau in de gemeente beoefenen wij therapie voor de inwendige mens en zullen wij straks op de nieuwe aarde op macro-niveau tot zegen, heling en bevrijding van de volken worden. Nu weten wij dat onze actieradius als mens in een vernederd lichaam nog beperkt is, maar straks krijgen wij grote mogelijkheden. Wat een roeping, om daar nu al op te anticiperen. Nu mogen we al leren werken met en iets te smaken en proeven van de krachten van de toekomende eeuw (Hebr. 6:5). Tegelijkertijd weten we dat er nog veel gebrokenheid is, niet alleen in de wereld, in de schepping die zucht en in barensnood is, maar ook in de gemeente die de volheid nog niet bereikt heeft, maar wel met die volheid bezig is, om straks in het groot ingeschakeld te worden op de nieuwe aarde.

Het herstel van de volken op de nieuwe aarde en het ingaan in het nieuwe Jeruzalem

Wij hebben gezien dat Gods plan van herstel doorgaat, ook na dit laatste oordeel (de scheiding vanuit het dodenrijk). Namelijk dat velen op basis van het geweten (ingeschapen wet van God) naar hun werken (van barmhartigheid) geoordeeld zijn en vanuit (de lichtzijde van) het dodenrijk, waar zij bewaard bleven, nu op de nieuwe aarde terecht komen, maar zich nog niet in het nieuwe Jeruzalem bevinden dat van boven is neergedaald. ‘Van boven’ moet je niet ruimtelijk zien, maar in het bijbelse idioom is van boven bij God vandaan.

Voor vele christenen is het een raadsel waar die ‘volken’ die genoemd worden in Openbaring 21 en 22 opeens vandaan komen, maar met het licht dat er nu op valt, wordt alles veel duidelijker te verklaren. Opnieuw worden de zonen van God (de overwinnaars of eerstelingen) ingeschakeld bij dit herstel. Het herstelplan van God gaat op de nieuwe aarde door, al is er al veel tot herstel gekomen in het duizendjarige vrederijk. Wij lezen daar naast de woorden over de gemeente of de bruid (Openb. 21:2,9). 4x over de volken (Vergelijk Openb. 15:4; Dan. 7:14).

Onze stralende opgang

In Jesaja 60 wordt ook dit onderscheid gemaakt tussen de gemeente (bruid) en de volken: “Sta op, word verlicht, want uw licht komt en de heerlijkheid van de Heere gaat over u op. Want zie, de duisternis zal de aarde bedekken en donkere wolken de volken, maar over u zal de Heere opgaan en Zijn heerlijkheid zal over u gezien worden. En heidenvolken (volken, NBG-vert.) zullen naar uw licht gaan en koningen naar de glans van uw dageraad (of: uw stralende opgang, NBG-vert.)” (Jes. 60:1-3). Er is sprake van en opgang. “Maar laten zij die Hem liefhebben, zijn als het opgaan van de zon in haar kracht” (Richt. 5:31b). Ga jij op met de Heer? (dat is totaal anders dan afgaan of ondergaan). “Maar het pad van de rechtvaardigen is als een schijnend licht, dat gaandeweg gaat schijnen tot het volledige dag is geworden” (Spr. 4:18). Dat straalt steeds verder tot de volle dag. God wil een heerlijke gemeente voor Zich plaatsen, stralen, zonder vlek of rimpel of iets dergelijks, zodat zij heilig is en onbesmet.

De volken wandelen bij het licht van de stad en zullen nog door de poorten het nieuwe Jeruzalem in moeten gaan na hun gewaden gewassen te hebben in het bloed van het Lam en genezing te hebben ontvangen (Openb. 22:14, NBG-vert.). Het komen tot behoud gaat dus nooit buiten het werk van Jezus Christus om en zij hebben net als wij de ontwikkelingsgang van zondevergeving, wedergeboorte, innerlijke genezing, bevrijding en herstel en de vervulling met de Geest nodig. We zouden kunnen zeggen met een volle evangelie-pionier: Zij worden dan overgeboekt van het boek des levens naar het boek des levens van het Lam (Openb. 21:27) Zij kunnen niet meer tot de categorie zonen, overwinnaars of eerstelingen gaan behoren, want de weg daartoe kan alleen nu, in deze tijd voor de tweede komst van Christus, door middel van de geestelijke strijd bereikt worden. Die strijd is er hier niet meer aanwezig, want het rijk van duisternis en dood is opgerold en ontmanteld en de Heere maakt alle dingen nieuw! (Openb. 21:4-5).

Geprezen zij de Heer voor de heerlijke toekomstperspectieven en Zijn machtige heilsplan! Laten we van Zijn machtige heilsplan gefascineerd raken en er van gegrepen zijn wat de Heer nu doet en straks mede via ons gaat doen. Amen.

Jildert de Boer,

© Verdieping en Aansporing.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *