HET VERSCHIL TUSSEN GELOVIGEN EN EERSTELINGEN

HET VERSCHIL TUSSEN GELOVIGEN EN EERSTELINGEN

De bruid van Christus bestaat niet uit alle bekeerden


Gelovigen

Een lied zegt “Door een blik op het kruis is er leven en heil, is er leven voor u en voor mij” met daarbij het koor “Zie, zie, zie en leef.” Dat is waar. Als een zondaar tot Jezus komt, op Hem ziet en in Hem gelooft, kan hij door Gods genade in één moment zondevergeving ontvangen. “En gelijk Mozes de slang verhoogd heeft, zo moet ook de Zoon des mensen verhoogd worden, opdat een ieder, die gelooft in Hem eeuwig leven hebbe” (Joh. 3:14). “Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u: wie gelooft, HEEFT eeuwig leven” (Joh. 6:47). Hoe eenvoudig is dit Schriftwoord. Compacter kan de redding niet worden uitgedrukt.

Eerstelingen

Maar zijn allen die in Jezus geloven nu ook tegelijk ‘eerstelingen?’ Nee, dat zijn ze niet. Hiervoor is meer nodig dan alleen op Jezus zien als de koperen slang, dat is als zondoffer. Kent u ook Christus Jezus als Heer? (Kol. 2:6). Kent u Hem tevens als de grote Hogepriester die kan meevoelen met onze zwakheden? (Hebr. 3;1; Hebr. 4:14-16; Hebr. 5:9-10; Hebr. 7:25-26; Hebr. 8:1; Hebr. 9:11). Jezus als Heere te hebben vraagt om gehoorzaamheid! Christus als Hogepriester verleent hemelse hulp, om te overwinnen als Hij!

Het is duidelijk dat de eerstelingen voor God en het Lam niet slechts weet hebben van de verzoening en de vergeving, maar dat zij het Lam volgen, waar Hij ook heengaat (Openb. 14:4). Door met Hem te sterven, leven zij ook met en in Hem en krijgen op de weg achter Hem aan deel aan de gestalte en de gezindheid van het Lam. Zij worden net als hun Meester ook nederig en zachtmoedig van hart (Matth. 11:29). “Al wie volleerd is, zal zijn als de Meester” (Luk. 6:40). De eerstelingen van de oogst zijn diegenen die het eerst rijp zijn. Zij zijn om zo te zeggen het ‘neusje van de zalm’, een keurkorps.

Ze leren de eerste te worden, om te dienen, zich te vernederen en te verloochenen, samengevat: te sterven volgens de weg die Jezus ging. Zo komt er opstandingsleven tevoorschijn en worden Zijn goddelijke kwaliteiten en eigenschappen in hun leven openbaar (2 Kor. 4:10-11). “Maar wij behoren God te allen tijde om u te danken, dat God u als eerstelingen (NBG-vert.) Zich verkoren heeft tot behoudenis, in heiliging door de Geest en geloof in de waarheid. Daartoe heeft Hij u ook door ons evangelie geroepen tot het verwerven (Vert. Brouwer, Can. Vert. en Herz. Willibr. Vert.) van de HEERLIJKHEID van onze Heere Jezus Christus” (2 Thess. 2:13-14).

We lezen eveneens: “Naar Zijn raadsbesluit heeft Hij ons voortgebracht door het woord der waarheid, om in zekere zin eerstelingen te zijn onder zijn schepselen” (Jak. 1:18). Typerend voor hen is dat zij serieus erop ingaan om de oproep te gehoorzamen “Legt dus af ALLE vuilheid en ALLE uitwas van boosheid en neemt met zachtmoedigheid het in u geplante woord aan, dat uw zielen kan behouden” (Jak. 1:21). De eerstelingen willen ALLE zonde afleggen en zijn zo gegrepen van Jezus, dat zij jagen naar de volmaaktheid, dat wil zeggen: ernaar jagen Hem gelijk te worden!

Discipelschap tot overwinningsleven

In de grote opdracht gaat het niet zozeer om gelovigen te krijgen, maar om wat meer is: het maken tot discipelen (Matth. 28:19), dat zijn leerlingen en volgelingen van Jezus. Discipelen zijn werkelijk wedergeboren en hebben alles opgegeven om Jezus te volgen. Zo’n discipelleven kost een prijs (Luk. 14:26-27,33), die echter niet opweegt tegen de heerlijkheid die in hen, de eerstelingen, wordt geopenbaard.

Gelovigen hebben eeuwig leven op basis van de zoenverdienste van Jezus Christus. Maar er is ook een hemelse roeping om Jezus’ DEELGENOTEN te worden (Hebr. 3:1). Jezus vormt Zich een bruid, Zijn wederhelft, de eerstelingschare van overwinnaars, en dat zijn niet alle bekeerden, niet alle kinderen van God.  “Wie overwint, hem zal Ik geven met Mij te zitten op Mijn troon, gelijk ook Ik heb overwonnen en gezeten ben met Mijn Vader op Zijn troon” (Openb. 3:21). De overwinnaars zullen samen met Hem als koningen heersen en regeren.

De bruid van Christus is een kleine kudde

De gezindheid die de bruid heeft, is zoals Paulus heeft opgetekend: “Maar alles wat mij winst was, heb ik schade geacht. Voorzeker, ik acht zelfs alles schade, omdat de kennis van Christus Jezus, mijn Heere, dat alles te boven gaat. Om Zijnentwil heb ik dit alles prijsgegeven en houd het voor vuilnis, opdat ik Christus moge winnen” (Fil. 3:7-8).

De bruid – je kunt ook zeggen de zonen van God – wordt opgevoed en opgeleid tot zij past bij de Bruidegom als Zijn gelijke, als een reine maagd (2 Kor. 11:2). Dat wil zeggen: zij wordt gelijkvorming aan het beeld van de Zoon, Hij die de eerstgeborene van vele broeders is (Rom. 8:29). Dit zijn er verhoudingsgewijs weinigen, het is een kleine kudde (Luk. 12:32) die de Bijbel ook aanduidt met het symbolische getal ‘144.000’, dat een bepaalde volheid weergeeft. Zij zijn geestelijk gesproken maagdelijk en volgen het Lam op de voet, tegen elke prijs (Openb. 14:4).

Ook staat er dit appèl: “Maar gelijk Hij die u geroepen heeft, heilig is, wordt zo ook gijzelf heilig in AL uw wandel” (1 Petr. 1:15). De bruid van Christus zijn de mensen die helder zullen schijnen in een reinheid, zuiverheid en heiligheid, net zoals Hij, die hen riep, heilig is. Er is verschil in heerlijkheid tussen de geredden of bekeerden en de bruid of eerstelingen van het Lam. In Dan. 12:3 staat: “En de verstandigen zullen stralen als de glans van het uitspansel, en die velen tot gerechtigheid hebben gebracht als de sterren, voor eeuwig en altoos.”

De bruid en de vrienden en gasten op de bruiloft

De allermeesten vinden – al geloven zij in het verzoenend sterven van Jezus voor hun zonden op Golgotha – de prijs te hoog voor een ‘heelhartig’ discipelleven met Hem. De bruid weeft in getrouwheid aan het reine en smetteloos linnen van haar bruidskleed door de rechtvaardige daden van de heiligen (Openb. 19:8).

Daarna lezen we: “En hij zeide tot mij: Schrijf, zalig zij, die genodigd zijn tot het bruiloftsmaal des Lams” (Openb. 19:9). Wie zijn die genodigden? Het zijn de vrienden en gasten van de Bruidegom en bruid. Johannes de Doper, de grootste van het oude verbond, was zo’n vriend, zoals we lezen: “Die de bruid heeft, is de bruidegom, maar de vriend van de bruidegom die erbij staat en naar hem luistert, verblijdt zich met blijdschap over de stem van de bruidegom. Zo is dan deze mijn blijdschap vervuld” (Joh. 3:29). Wie zijn die gasten op de bruiloft van het Lam? Dat zijn de heiligen van het oude verbond.

De bruid is niet te vinden in één groepering, dat is sektarisch denken

Als is de bruid verhoudingsgewijs een beperkte groep toch staat de hemelse roeping voor alle christenen open. Het is van wezenlijk belang hier te vermelden dat de bruid overal tussenin gevonden wordt en dat men haar niet zichtbaar kan aanwijzen. Helaas hebben vele groepen die positie van de bruid of eerstelingenschare voor zichzelf geclaimd en hebben daarmee hoge pretenties gekoesterd. Zij zijn daardoor jammer genoeg niet vrij gebleven van sektarische elementen in hun gemeenschap. Want God heeft ook anderen op het oog gehad die eveneens waardig wandelen naar deze hoge roeping.

De bruid in Hooglied en Psalm 45

In het boek Hooglied staat veel over de bruid van Christus geschreven in beeldende taal. We willen hier slechts aanhalen dat ook daar blijkt dat er sprake is van diverse categorieën mensen, verschillende groepen die alle in een bepaalde verhouding staan tot de Bruidegom. “Zestig koninginnen zijn er, tachtig bijvrouwen en jonkvrouwen zonder tal. Maar enig is zij, mijn duif, mijn volmaakte, een enige was zij voor haar moeder, een reine voor wie haar gebaard heeft. Meisjes zien haar en prijzen haar gelukkig; koninginnen en bijvrouwen, en loven haar. Wie is zij die opgaat als de dageraad, schoon als de blanke maan, stralend als de gloeiende zon, geducht als krijgsscharen?” (Hoogl. 6:8-10). Dat is de unieke bruid!

Psalm 45, dat is ‘een lied voor de bruiloft van de koning’ volgens de aanhef, spreekt in profetische bewoordingen over Christus, maar tevens over Zijn bruid: “Des koningsdochter is geheel verheerlijkt inwendig” (Ps. 45:14a, St. Vert.) “van goudbrokaat is haar kleed; in kleurig geborduurde gewaden wordt zij tot de koning geleid, jonkvrouwen in haar gevolg, haar vriendinnen, worden tot u gebracht” (Ps. 45:14b-15).

Rebekka als type van de bruid van Christus

In schaduwbeeld lezen we in het oude testament over Rebekka wat voor edele gezindheid zij had, toen de knecht van Abraham een bruid zocht voor zijn heer Izaäk. We lezen in Genesis 24 daarover: “Toen liep de knecht haar tegemoet en zeide: laat mij toch een weinig water drinken uit uw kruik. Daarop zeide zij: Drink, mijn heer en zij liet haar kruik SNEL op haar hand neerglijden, en gaf hem te drinken. Toen zij hem genoeg had laten drinken, zeide zij: Ik zal ook voor uw kamelen putten, totdat zij GENOEG gedronken hebben. Daarop goot zij SNEL haar kruik leeg in de drinkbak, liep andermaal naar de put om te scheppen en putte voor AL zijn kamelen. En de man sloeg zwijgend gade, om te weten, of de Heere zijn weg voorspoedig had gemaakt of niet (Gen. 24:17-21). Rebekka deed meer dan het gewone, ging de tweede mijl er werd niet moe totdat alle tien kamelen genoeg water gedronken hadden. Dit was juist het teken waarom de knecht gebeden had (Gen. 24:12-14). Merk op dat kamelen best een slokje lusten. Ze kunnen zo’n 90 liter water in een paar minuten drinken. Stel dat elk van de kamelen 30 liter water gedronken had, dan moet Rebekka als zij een kruik van maximaal 15 liter had al 20x heen en weer gelopen hebben. Zij moet daar wel een tijd druk mee zijn geweest en de knecht zag haar ijver en opofferingsgezindheid die een bruid waardig is. Er was geen spoor van matheid, slapheid, traagheid of luiheid.

Uit dit oudtestamentische voorbeeld kunnen wij een aanmoediging halen om een eersteling te zijn en te leven op het niveau van de Bergrede.

Waardig worden

Paulus noemt zichzelf de geringste der apostelen, niet waard om een apostel te heten, omdat hij de gemeente Gods vervolgd heeft (1 Kor. 15:9). Hij zegt: “Dit is een getrouw woord en alle aanneming waard, dat Christus Jezus in de wereld gekomen is om zondaren te behouden, onder welke ik een eerste plaats inneem” (1 Tim. 1:15). Als zondaren waren wij allemaal onwaardig. Van de leeuw uit de stam van Juda, de wortel Davids staat dat Hij heeft overwonnen en waardig is gebleken om de boekrol en haar zeven zegels te openen (Openb. 5:1-5).

Maar na Hem is ook de bruid is waardig geworden in haar leven om helemaal te passen bij Christus. In het nieuwe verbond vinden we verzen die wijzen op dit waardig worden (Ef. 4:1; Fil. 1:27; Kol. 1:10; 1 Thess. 2:4,12; 2 Thess. 1:5,11). We citeren één vers voluit: “Doch gij hebt enkele personen te Sardes die hun klederen niet hebben bezoedeld en zij zullen met Mij in witte klederen wandelen, omdat zij het WAARDIG zijn” (Openb. 3:14). Wie zien hier dat het er weinigen zijn die de smalle weg gaan. En: “Wie vader en moeder liefheeft boven Mij, is mij niet waardig; en wie zoon of dochter liefheeft boven Mij, is Mij niet waardig; en wie zijn kruis niet opneemt en achter Mij gaat, is Mij niet waardig. Wie zijn  leven vindt, zal het verliezen, maar wie zijn leven verliest om Mijnentwil, zal het vinden” (zal waardig worden) (Matth. 10:37-39).

De gelovigen of de bekeerden vormen de grote schare

Daarnaast is er sprake van een grote schare, die niemand tellen kan, uit alle volk, stammen en natiën en talen, die voor de troon en voor het Lam stonden, bekleed met witte gewaden en met palmtakken in hun handen. Zij hadden hun gewaden gewassen en die wit gemaakt in het bloed van het Lam (Openb. 7:9,14). Zij hebben de blijde zekerheid van zondevergeving en eeuwig leven.

De bruid en de volken

Het nieuwe Jeruzalem, de heilige stad, is als een bruid die voor haar man versierd is (Openb. 21:2). Van haar is te lezen: “Zij had de heerlijkheid Gods en haar glans leek op zeer kostbaar gesteente, als de kristalheldere diamant” (Openb. 21:9). Daarnaast schrijft Openbaring vier keer over de volken die behouden zullen worden (Openb. 21:3; Openb. 21:24,26; Openb. 22:4). Om het laatste vers aan te halen: “De bladeren (geestelijke gaven) van het geboomte (des levens) – de zonen Gods – zijn tot genezing der volkeren.” Zij konden niet meer uitgroeien tot overwinnaars, zoals de eerstelingen of de zonen van God dit door de strijd in de hemelse gewesten heen geworden zijn, maar zij krijgen wel deel aan het eeuwige leven op de nieuwe aarde.

Toebereiding: zich gereed maken voor Jezus’ komst

De bruid laat zich toebereiden en gereedmaken (Matth. 25:10; Openb. 19:7) voor Jezus’ komst in en met de Zijnen, “wanneer Hij komt om op die dag verheerlijkt te worden in Zijn heiligen en met verbazing aanschouwd te worden in allen die tot geloof zijn gekomen” (2 Thess. 1:10). Het is Jezus Christus, in het vlees komende (2 Joh. 7, letterlijk).

De reproductie van het leven van Jezus Christus in de zonen Gods

De antichrist wil hier maar al te graag misleiden en hij staat opnieuw Christus, komende in het vlees, tegen, maar wij weten dat Jezus is gekomen, om vele zonen tot heerlijkheid te brengen (Hebr. 2:10). Het zijn de ‘144.000’ eerstelingen die rijp worden. Na het eerste (aardse) lichaam van Christus zien we hier de herhaling of beter de reproductie van het leven van Jezus in het tweede (geestelijke) lichaam van zonen Gods. In dat tweede lichaam gebeurt hetzelfde werk van God door Zijn Geest als in het eerste lichaam is geschied. Van deze zonen of eerstelingen staat hetzelfde geschreven dat gezegd wordt van de Zoon: “En in hun mond is geen leugen gevonden; zij zijn onberispelijk” (Openb. 14:5, vergelijk 1 Petr. 2:22). Door een volheid van genade is het goddelijke leven in deze eerstelingen – de bruid – openbaar geworden.

Behouden, veel meer behouden en volkomen behouden worden

In Rom. 5:10 leren we een belangrijke les. “Want als wij, toen wij vijanden waren met God verzoend zijn door de dood van Zijn Zoon… Zo zijn wij door Gods liefde jegens ons nu door Zijn bloed gerechtvaardigd behouden van de toorn (Rom. 5:8-9). Veel meer zullen wij, nu wij verzoend zijn, behouden worden door Zijn leven (St. Vert.). Is ons leven aanvankelijk geheel ongelijk aan dat van Hem, wij kunnen punt voor punt deel krijgen aan Zijn leven en zo VEEL MEER behouden worden. Dat wil zeggen: een grotere heerlijkheid in ons binnenste krijgen. In Hebr. 7:25 lezen we: “Daarom kan Hij ook VOLKOMEN behouden, wie door Hem tot God gaan, daar Hij altijd leeft om voor hen te pleiten.” Ook 1 Thess. 5:23 en 24 spreekt van dit volkomen behoud: “En Hij, de God des vredes, heilige u GEHEEL EN AL, en GEHEEL uw geest, ziel en lichaam moge bij de komst van onze Heere Jezus Christus blijken IN ALLEN DELE onberispelijk bewaard te zijn. Die u roept, is getrouw, HIJ ZAL HET OOK DOEN.”

Minimum- of maximuminstelling

Voor ons is het belangrijk niet geestelijk een minimum bestaan te hebben en uiteindelijk schade te lijden vanwege het verlies van alle werken, al kan men dan wel nog als door vuur heen behouden worden (1 Kor. 3:5). Veel beter en mooier is het deel te krijgen aan de goddelijke natuur en de deugden (kwaliteiten) van Christus, om zo rijkelijk toegang te krijgen tot het eeuwige Koninkrijk van onze Heere en Heiland, Jezus Christus (2 Petr. 1:3-11). Dat is een 100% gezindheid of maximuminstelling!

Beantwoorden aan de hoge en heilige hemelse roeping

Bij de bruid van Christus – Zijn eerstelingen – gaat het om de losgekochten van de aarde, zij zijn gekocht uit de mensen (Openb. 14:3-4). Dezen hebben alles prijsgegeven en hun heerlijkheid zal des te groter zijn (1 Kor. 15:40-42; Matth. 19:27-29). “Want de ene ster verschilt van de andere in glans. Zo is het ook met de opstanding der doden” (1 Kor. 15:41b-42a). Christus heeft Zijn gemeente (bruid) liefgehad en Zich voor haar overgegeven, om haar te heiligen, haar reinigende door het waterbad met het woord, en zo Zelf de gemeente (bruid) voor Zich te plaatsen, STRALEND, zonder vlek of rimpel of iets dergelijks, zo dat zij heilig is en onbesmet (Ef. 5:25-27).

Laten wij er voor 100% voor gaan, om honderdvoudig vrucht te dragen en ingaan op deze heerlijke, hemelse roeping, om te beantwoorden aan het doel van God “opdat de mens Gods volkomen zij, tot alle goed werk volkomen toegerust” (2 Tim. 3:17). Laten wij ons uitstrekken naar ALLES wat God voor ons in petto heeft. Geprezen zij Hem die ons met Zijn Geest daartoe bekrachtigd! Is het niet enorm de moeite waard om ons hele hart en leven aan zo’n Heer toe te wijden? Moge de Heer dit uitwerken in uw en mijn leven!

Jildert de Boer

© Verdieping en Aansporing

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *