HET VERSCHIL TUSSEN GELOVIGEN EN EERSTELINGEN deel 2

HET VERSCHIL TUSSEN GELOVIGEN EN EERSTELINGEN deel 2

De bruid van Christus bestaat niet uit alle bekeerden

HET VERSCHIL TUSSEN GELOVIGEN EN EERSTELINGEN deel 2

De bruid van Christus bestaat niet uit alle bekeerden

Rebekka als type van de bruid van Christus

In schaduwbeeld lezen we in het oude testament over Rebekka wat voor edele gezindheid zij had, toen de knecht van Abraham een bruid zocht voor zijn zoon Izaäk (dat is een beeld van hoe God voor Christus door de heilige Geest de bruid van het Lam zich verwerft). We lezen in Genesis 24 daarover: “Toen liep de knecht haar tegemoet en zeide: laat mij toch een weinig water drinken uit uw kruik. Daarop zeide zij: Drink, mijn heer en zij liet haar kruik SNEL op haar hand neerglijden, en gaf hem te drinken. Toen zij hem genoeg had laten drinken, zeide zij: Ik zal ook voor uw kamelen putten, totdat zij GENOEG gedronken hebben. Daarop goot zij SNEL haar kruik leeg in de drinkbak, liep andermaal naar de put om te scheppen en putte voor AL zijn kamelen. En de man sloeg zwijgend gade, om te weten, of de Heere zijn weg voorspoedig had gemaakt of niet (Gen. 24:17-21).

Rebekka deed ‘meer dan het gewone’, ging de tweede mijl er werd niet moe totdat alle tien kamelen genoeg water gedronken hadden. Dit was juist het teken waarom de knecht gebeden had (Gen. 24:12-14). Merk op dat kamelen best een slokje lusten. Ze kunnen zo’n 90 liter water in een paar minuten drinken. Stel dat elk van de kamelen 30 liter water gedronken had, dan moet Rebekka als zij een kruik van maximaal 15 liter had al 20x heen en weer gelopen hebben. Zij moet daar wel een tijd druk mee zijn geweest en de knecht zag haar ijver en opofferingsgezindheid die een bruid waardig is. Er was geen spoor van matheid, slapheid, traagheid of luiheid!

Uit dit oudtestamentische voorbeeld kunnen wij een krachtige aansporing halen om een eersteling te zijn en te leven op het niveau van de Bergrede.

Waardig worden

Paulus noemt zichzelf de geringste der apostelen, niet waard om een apostel te heten, omdat hij de gemeente Gods vervolgd heeft (1 Kor. 15:9). Hij zegt: “Dit is een getrouw woord en alle aanneming waard, dat Christus Jezus in de wereld gekomen is om zondaren te behouden, onder welke ik een eerste plaats inneem” (1 Tim. 1:15). Als zondaren waren wij allemaal onwaardig en in die onwaardige toestand kregen wij van God genade. Van de leeuw uit de stam van Juda, de wortel Davids staat dat Hij heeft overwonnen en waardig is gebleken om de boekrol en haar zeven zegels te openen (Openb. 5:1-5).

Maar na Hem is ook de bruid is waardig geworden in haar leven om helemaal te passen bij Christus. Om te overwinnen en mee te kunnen regeren is deze waardigheid nodig. Niet elke christen zal voldoen aan deze kwalificatie. In het nieuwe verbond vinden we meerdere verzen die wijzen op dit waardig worden (Ef. 4:1; Fil. 1:27; Kol. 1:10; 1 Thess. 2:4,12; 2 Thess. 1:5,11). We citeren één vers voluit: “Doch gij hebt enkele personen te Sardes die hun klederen niet hebben bezoedeld en zij zullen met Mij in witte klederen wandelen, omdat zij het WAARDIG zijn” (Openb. 3:4).

Wie zien hier dat het er weinigen zijn die de smalle weg gaan. En: “Wie vader en moeder liefheeft boven Mij, is mij niet waardig; en wie zoon of dochter liefheeft boven Mij, is Mij niet waardig; en wie zijn kruis niet opneemt en achter Mij gaat, is Mij niet waardig. Wie zijn  leven vindt, zal het verliezen, maar wie zijn leven verliest om Mijnentwil, zal het vinden” (zal waardig worden) (Matth. 10:37-39).

De gelovigen of de bekeerden vormen de grote schare

Daarnaast is er sprake van een grote schare, die niemand tellen kan, uit alle volk, stammen en natiën en talen, die voor de troon en voor het Lam stonden, bekleed met witte gewaden en met palmtakken in hun handen. Zij hadden hun gewaden gewassen en die wit gemaakt in het bloed van het Lam (Openb. 7:9,14). Zij hebben de blijde zekerheid van zondevergeving en eeuwig leven.

De bruid en de volken

“En ik zag een nieuwe hemel en een nieuwe aarde, want de eerste hemel en de eerste aarde waren voorbijgegaan, en de zee (beeld van het dodenrijk) was niet meer. En ik zag de heilige stad, een nieuwe Jeruzalem, nederdalende uit de hemel, van God, getooid als een bruid die voor haar man versierd is. En ik hoorde een luide stem van de troon zeggen: Zie, de tent (=tabernakel) van God is bij de mensen en Hij zal bij hen wonen, en zij zullen zijn volken zijn en God zelf zal bij hen zijn” (Openb. 21:1-3). De tent of tabernakel van God is de bruid en de volken zijn de overigen die behouden worden, maar nog tot herstel en volmaaktheid moeten komen (vergelijk Herb. 11:39-40). De bruid wordt als volgt getoond: “Zij had de heerlijkheid Gods en haar glans leek op zeer kostbaar gesteente, als de kristalheldere diamant” (Openb. 21:9). Zij straalt en schittert door de goddelijke natuur oftewel de lamsgestalte met de eigenschappen van Jezus.

Daarnaast schrijft Openbaring vier keer over de volken die behouden zullen worden (Openb. 21:3; Openb. 21:24,26; Openb. 22:4). Om het laatste vers aan te halen: “De bladeren (geestelijke gaven) van het geboomte (des levens) – de zonen Gods – zijn tot genezing der volkeren.” Zij konden niet meer uitgroeien tot overwinnaars, zoals de eerstelingen of de zonen van God dit door de strijd in de hemelse gewesten heen geworden zijn, maar zij krijgen wel deel aan het eeuwige leven op de nieuwe aarde.

Toebereiding: zich gereed maken voor Jezus’ komst

De bruid geeft zich geheel en al aan Jezus en laat zich toebereiden en gereedmaken (Matth. 25:10; Openb. 19:7) voor Jezus’ komst in en met de Zijnen, “wanneer Hij komt om op die dag verheerlijkt te worden IN Zijn heiligen en met verbazing aanschouwd te worden IN allen die tot geloof zijn gekomen” (2 Thess. 1:10). Het is Jezus Christus, ‘in het vlees komende’ (2 Joh. 7, letterlijk). Voor ons is het van wezenlijk belang ons in ons leven uit te strekken naar geestelijke groei in het heiligmakingsproces.

Het reproduceren van het leven van Jezus Christus in de zonen Gods

De antichrist wil hier maar al te graag misleiden en hij staat opnieuw Christus, komende in het vlees, tegen, maar wij weten dat Jezus is gekomen, om vele zonen tot heerlijkheid te brengen (Hebr. 2:10). Het zijn de ‘144.000’ eerstelingen die rijp worden. Na het eerste (aardse) lichaam van Christus, dat de voleinding heeft bereikt, zien we hier de herhaling of beter gezegd het reproduceren van het leven van Jezus in het tweede (geestelijke) lichaam van zonen Gods. Het leven van Jezus wordt nog eens om zo te zeggen ‘144.000’ keer geleefd (met uitzondering van de unieke verzoening door Christus, maar wel in dezelfde strijd en dezelfde overwinning en heerlijkheid). Zo worden deze eerstelingen, dit lichaam van zonen, tot een evenbeeld van de eersteling, de Zoon van God.

In dat tweede lichaam gebeurt hetzelfde werk van God door Zijn Geest als in het eerste lichaam is geschied. Van deze zonen of eerstelingen staat hetzelfde geschreven dat gezegd wordt van de Zoon: “En in hun mond is geen leugen gevonden; zij zijn onberispelijk” (Openb. 14:5, vergelijk 1 Petr. 2:22). Door een volheid van genade is het goddelijke kwaliteitsleven in deze eerstelingen – de bruid – openbaar geworden.

Profetisch zegt Obadja 21: “Verlossers (heilanden, St. Vert.) zullen de berg Sion bestijgen (vergelijk Openb. 14:1; Hebr. 12:22). Jezus was de eersteling, de bruid wordt gevormd door eerstelingen. Hij is de Zoon en wij mogen groeien naar zoonschap. Christus is de Verlosser of Heiland, wij kunnen de verlossers of heilanden worden die samen met Hem een werk van bevrijding, genezing en herstel zullen uitvoeren in het vrederijk en zelfs op de nieuwe aarde wat betreft de genezing der volkeren (Openb. 22:2). Wat een enorme roeping in de toekomst, maar let wel: die toekomst begint vandaag!

Behouden, veel meer behouden en volkomen behouden worden

In Rom. 5:10 leren we een belangrijke les. “Want als wij, toen wij vijanden waren met God verzoend zijn door de dood van Zijn Zoon… Zo zijn wij door Gods liefde jegens ons nu door Zijn bloed gerechtvaardigd behouden van de toorn” (Rom. 5:8-9). Het behoud komt door te geloven in de verzoening in de dood van Gods Zoon. “Veel meer zullen wij, nu wij verzoend zijn, behouden worden door Zijn leven” (St. Vert.). Is ons leven aanvankelijk geheel ongelijk aan dat van Hem, wij kunnen punt voor punt deel krijgen aan Zijn leven en zo VEEL MEER behouden worden. Dat wil zeggen: een grotere heerlijkheid in ons binnenste krijgen.

In Hebr. 7:25 lezen we: “Daarom kan Hij ook VOLKOMEN behouden, wie door Hem tot God gaan, daar Hij altijd leeft om voor hen te pleiten.”

Ook 1 Thess. 5:23 en 24 spreekt van dit volkomen behoud: “En Hij, de God des vredes, heilige u GEHEEL EN AL, en GEHEEL uw geest, ziel en lichaam moge bij de komst van onze Heere Jezus Christus blijken IN ALLEN DELE onberispelijk bewaard te zijn. Die u roept, is getrouw, HIJ ZAL HET OOK DOEN.”

Minimum- of maximuminstelling: als door vuur heen behouden worden of rijke toegang krijgen

Voor ons is het belangrijk niet geestelijk een minimum bestaan te hebben en uiteindelijk schade te lijden vanwege het verlies van alle werken, al kan men dan wel nog als door vuur heen behouden worden (1 Kor. 3:15). Dat is kantje boord, met de hakken over de sloot. Vergelijk iemand die op het laatste nippertje uit een brandend huis wordt gehaald. Hij redt alleen het vege lijf. Men wordt zelf behouden, maar kaal en naakt, want alle werken (uitgebeeld in kleding) verbranden (zie echter 2 Kor. 5:3, waar gesproken wordt over bekleed bevonden te worden, Openb. 16:15, waar sprake is van waken en het bewaren van de klederen en Openb. 3:18, waar we lezen over witte klederen in plaats van naaktheid).

Veel beter en heerlijker is het deel te krijgen aan de goddelijke natuur en de deugden (kwaliteiten of eigenschappen) van Christus, om zo rijke toegang te krijgen tot het eeuwige Koninkrijk van onze Heere en Heiland, Jezus Christus (2 Petr. 1:3-11). Dat is een 100% gezindheid of maximuminstelling!

Beantwoorden aan de hoge en heilige hemelse roeping

Bij de bruid van Christus – Zijn eerstelingen – gaat het om de losgekochten van de aarde, zij zijn gekocht uit de mensen (Openb. 14:3-4). Zij zijn niet alleen losgekomen van de zonde, die ongeoorloofd of verboden is voor de christen, maar ook van het aardse, van de zaken die onnuttig waren voor hun ontwikkeling, al hebben zij wat het nodige betreft van de aarde gebruik gemaakt. Dezen hebben ALLES prijsgegeven en hun heerlijkheid zal des te groter zijn (1 Kor. 15:40-42; Matth. 19:27-29).

Christus heeft Zijn gemeente (bruid) liefgehad en Zich voor haar overgegeven, om haar te heiligen, haar reinigende door het waterbad met het woord, en zo Zelf de gemeente (bruid) voor Zich te plaatsen, STRALEND, zonder vlek of rimpel of iets dergelijks, zo dat zij heilig is en onbesmet (Ef. 5:25-27).

Of zo beschreven: “om u heilig en onberispelijk voor zich te stellen, indien gij slechts wel gegrond en standvastig blijft en u niet laat afbrengen van de hoop van het evangelie” (Kol. 1:22-23). Zo ziet de hoop van het nieuwe verbond eruit en deze hoop zal verwezenlijkt worden (werkelijkheid worden) als wij niet traag worden, maar dezelfde ijver blijven betonen (Hebr. 6:11-12).

Laten wij er voor 100% voor gaan, om 100 graden heet te zijn en honderdvoudig vrucht te dragen en ingaan op deze heerlijke, hemelse roeping, om te beantwoorden aan het doel van God met ons: “opdat de mens Gods volkomen zij, tot alle goed werk volkomen toegerust” (2 Tim. 3:17).

Laten wij ons uitstrekken naar ALLES wat God voor ons in petto heeft! Geprezen zij Hem die ons met Zijn Geest daartoe bekrachtigd! Is het niet enorm de moeite waard om ons hele hart en leven aan zo’n Heer toe te wijden?

Moge de Heere dit uitwerken in uw en mijn leven, zodat wij wandelen waardig der roeping! (Ef. 4:1). Deze boodschap vervult ons met grote vreugde, maar vraagt ook om er ernst mee te maken!

Jildert de Boer

© Verdieping en Aansporing.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *