IS ER UITVERKIEZING, ZO JA, HOE DAN? Deel 1

IS ER UITVERKIEZING EN, ZO JA, HOE DAN? Deel 1

Inleiding

  • “Er is een dubbele PREDESTINATIE: tot eeuwige ZALIGHEID en tot eeuwige VERWERPING (of: RAMPZALIGHEID).” Zo wordt het gesteld in de Dordtse Leerregels en verkondigd in met name de rechterflank van de Gereformeerde Gezindte.
  • “Er is geen uitverkiezing” want het gaat om onze keuze voor God menen sommige evangelischen van de weeromstuit. Gelet op de wrange vruchten van een doorgevoerde dubbele uitverkiezingsleer die nog steeds vele mensen in de twijfel en onzekerheid houdt, is de (over)reactie dan: “weg met zo’n uitverkiezingsleer.” Dat is enigszins begrijpelijk, maar daar  kom je bijbels gezien niet mee uit, als in het nieuwe testament het woord zo’n 50x voorkomt. Wij ontkomen dus niet aan een leer over de uitverkiezing.
  • Daarom gaan we in op de vraag: hoe is er dan uitverkiezing?

Calvinisme: uitverkiezing en verwerping

Het woord uitverkiezing noemt men ook wel predestinatie. Wat houdt dat in? De directe betekenis is: voorbeschikking of voorbestemming. Er wordt vaak mee bedoeld dat God van te voren, voor de grondlegging der wereld, in een raadsbesluit bedacht zou hebben wie Hij zou uitkiezen en wie Hij zou verwerpen. Calvijn noemde dat een ‘decretum horrible’, een huiveringwekkend besluit. Ons woord ‘horror’ zit daar in. Of je het evangelie nou hoort of niet, als je verworpen bent voor de grondlegging der wereld kom je in de hel terecht en daar verander je niets aan. Je kunt er geen kant meer mee uit, omdat het Gods raadsbesluit zou zijn.

Mensen worden wanhopig bij zo’n leer, kunnen in paniek raken voor de angst van de hel die alle troost doet missen. Of ze leidt tot onverschilligheid en verharding: als bepaalde kerkgangers buiten komen na een hel- en verdoemenispreek steken ze weer een sigaret op en ze leven hun zondige, natuurlijke leventje maar weer door op de oude voet.

Een scheef beeld van uitverkiezing

Helaas is er van de bijbelse uitverkiezing een karikatuur gemaakt, een scheve voorstelling van zaken Op grond van bijvoorbeeld een verkeerde lezing van Romeinen 9 hebben veel mensen een merkwaardige gedachte over uitverkiezing. ’t Is net als met een nest jonge katjes. Er wordt er eentje uitgehaald en de rest heeft pech gehad, die worden verdronken oftewel verworpen. Zo stellen een heleboel mensen zich God voor. Hier en daar plukt Hij er puur willekeurig een mens uit, zo ongeveer wat in Jeremia staat “Ik zal u nemen: Eén uit een stad, twee uit geslacht”[1] en de meeste mensen bestemd Hij tot het eeuwige verderf, die worden voor eeuwig verworpen in de hel. Waarom? Om ondoorgrondelijke redenen die God in Zichzelf zou hebben. Dan is er maar een sprankje hoop en een heel grote wanhoop: “o, als ik nu eens een verworpene ben…” “Och mocht het nog eens komen staan te gebeuren dat ik ooit bekeerd werd.” En als ik voor de grondlegging der wereld door God verworpen ben, kom ik er toch nooit. ‘Als je voor een dubbeltje geboren bent, deug je niet voor een kwartje.” Lang geleden hoorde ik een vrouw uit de rechterflank van de Gereformeerde gezindte zeggen: “als ik een verworpene ben, kan ik bidden tot ik een ons weeg of ik kan op mijn knieën naar de hemel proberen te kruipen, maar dan kom ik er toch niet binnen.”

Wat zegt Gods Woord over de uitnodiging tot het heil?

Ik geef een aantal teksten, waaruit helder blijkt dat de Bijbel een ruim aanbod van genade leert. Het evangelie is bestemd voor ALLE mensen, de reikwijdte is wereldwijd.

  • “Want zo lief heeft God de wereld gehad, dat Hij Zijn eniggeboren Zoon gegeven heeft, opdat IEDER (vul je eigen naam in!) die in Hem gelooft, niet verloren gaat, maar eeuwig leven heeft. Want God heeft Zijn Zoon niet in de wereld gezonden, opdat Hij de wereld zou veroordelen, maar opdat de wereld door Hem (Jezus Christus) behouden zou worden.”[2] Hij gaf Zijn eigen Zoon om ons te redden van onze zonden. Natuurlijk is het niet geoorloofd om voor het woordje wereld het woord ‘uitverkoren’ in te lassen, zoals sommige uiterst rechtse Reformatorischen doen.
  • In het oude testament staat al: “Zou Ik een welgevallen hebben in de dood van de goddeloze? Nee, veeleer hierin dat de goddeloze zich bekeert van zijn wegen en leeft.”[3]
  • Omdat dit woord zo belangrijk is, heeft God het nog een keer laten opschrijven: “Ik heb geen behagen in de dood van de goddeloze, maar veeleer daarin dat de goddeloze zich bekeert van zijn weg en leeft.”[4]
  • “Het waarachtige licht (Jezus Christus) dat ieder mens verlicht, was komende in de wereld.”[5]
  • De engelen zeiden: “Wees niet bevreesd, want zie Ik verkondig u grote blijdschap die heel het volk zal ten deel vallen. U is heden de Heiland geboren, namelijk Christus, de Here, in de stad van David.”[6]
  • Hij is werkelijk de Zaligmaker of Heiland van de wereld, de Christus.[7]
  • God Die een Behouder (Redder) is van alle mensen, in het bijzonder van de gelovigen.[8]
  • “En dit is de wil van Hem die Mij gezonden heeft, dat ieder die de Zoon ziet en in Hem gelooft, eeuwig leven heeft, en Ik zal hem doen opstaan op de laatste dag.”[9]
  • “De genade Gods is verschenen heilbrengend voor alle mensen.”[10]
  • “God dan verkondigt, met voorbijzien van de tijden der onwetendheid, heden aan de mensen dat zij allen overal tot bekering moeten komen, omdat Hij een dag heeft bepaald heeft waarop Hij de aardbodem zal oordelen door een man die Hij aangewezen heeft, waarvan Hij voor allen het bewijs geleverd heeft door Hem uit de doden op te wekken.”[11]
  • Het evangelie kun je samenvatten met de roepstem van dat ene woordje ‘kom!’ “En de Geest en de bruid zeggen: Kom! En wie het hoort, zegge: Kom! En wie dorst heeft, kome, en wie wil, neme het water des levens om niet”[12] (gratis).
  • Al wie de naam des Heren aanroept, zal behouden worden.”[13] Als je verloren gaat, dan is dan door je eigen onwil.
  • God zei over Israël: “De ganse dag heb Ik mijn handen uitgestrekt naar een ongehoorzaam en tegensprekend volk.”[14] Aan God lag het niet.
  • En Jezus zei: “…Hoe dikwijls heb Ik uw kinderen willen vergaderen en gij hebt niet gewild.”[15] Aan Jezus heeft het niet gelegen.

Tegenwerpingen: vrome blokkades

In het hele nieuwe testament wordt er nooit tegen een zondaar over uitverkiezing gesproken, maar over bekering. Als de gevangenbewaarder van Filippi in zijn nood aan Paulus en Silas vraagt: “Heren, wat moet ik doen om behouden te worden?” dan zeggen Paulus en Silas niet: “Je kunt helemaal niets doen, want het moet je allemaal gegeven worden en alles hangt ervan af of je wel of niet uitverkoren bent.” En zij zeiden: “Stel uw vertrouwen op de Here Jezus en gij zult behouden worden, gij en uw huis.”[16] Mensen zijn geen robots die doen waartoe ze zijn geprogrammeerd, maar mensen hebben een vrije wil om te kiezen.

“Ja, maar dat gaat zo gemakkelijk niet” zegt iemand, “want anders ga je met een gestolen Jezus en een ingebeelde hemel naar de hel.” Bovendien, je moet eerst getrokken worden, want Jezus zegt: “Niemand kan tot Mij komen, tenzij de Vader hem trekke”[17] en ik ben niet getrokken. Wij moeten echter Gods zijde van de zaak en onze eigen verantwoordelijkheid bij elkaar houden, zoals er geschreven staat: “Alles wat mij de Vader geeft, zal tot Mij komen, en wie tot Mij komt, zal Ik beslist niet uitwerpen.”[18]

Dat zegt iemand die 100x per jaar in de kerk zit en naar preken luistert.”Zo is dan het geloof uit het gehoor en het gehoor door het Woord van God.”[19] Onder dat Woord word je getrokken en maak nu niet een verschil tussen uitwendige en inwendige roeping, want dat is een vals onderscheid dat Gods Woord niet kent. Hij roept je welmenend, het is een welmenend aanbod van genade van Gods kant. Iedere keer kwam daar de oproep: “Bekeert u” tegen zondaren. “Ja, maar, zegt men dan: “God bekeert een mens op Zijn tijd” en “ik kan me niet bekeren.”

Als God zegt: “bekeert u” en wij zeggen “ik kan me niet bekeren”, dan vraagt Hij: “ben Ik dan een leugenaar? Als Ik je dat toeroep, dan wil Ik ook de kracht geven om je te bekeren.

Er staat: “Degene die niet werkt, maar zijn geloof vestigt op Hem, die de goddeloze rechtvaardigt, zijn geloof wordt hem gerekend tot gerechtigheid.”[20] En het is nú Gods tijd: “Zie nú is het de tijd van het welbehagen, zie nú is de dag van het heil!”[21] “Daarom, gelijk de heilige Geest (!) zegt: HEDEN, indien gij Zijn stem hoort, verhardt uw harten niet…”[22] Het apocriefe boek Jezus Sirach, dat opbouwend is om te lezen, zegt: “Wacht niet af u tot de Here te bekeren en stel het niet uit dag op dag.”[23] Dan wordt het geloof – in plaats van een lijdelijk, passief, afwachtend hopen op een ‘nog eens’ – een vertrouwen en een steunen op Gods beloften en daardoor “de zekerheid van de dingen die men hoopt, en het bewijs der dingen, die men niet ziet.”[24]

God wil niet dat we nog langer in het rijk van de duivel blijven. Daarom: stel het niet uit en kies HEDEN wie je dienen wilt![25] Dat is een duidelijk beroep op onze verantwoordelijkheid. Jezus verweet hele steden dat ze zich niet bekeerd hadden: “Wee u Chorazin, wee u Bethsaïda, want indien er zulke krachten in Tyrus en Sidon geschied waren, reeds lang zouden ze zich in zak en as bekeerd hebben.”[26]

Onlangs sprak ik met iemand die het ook nogal moeilijk heeft met de uitverkiezing en werd sterk bepaald bij de woorden van Jezus tegen de Joden: “U onderzoekt de Schriften, want u denkt daardoor eeuwig leven te hebben en die zijn het die van Mij getuigen. En toch wilt u niet tot Mij komen, opdat u leven hebt.”[27] Toch is deze man oprecht en hij onderzoekt het Woord van God, maar het is er bij hem van jongs af aan ingepompt dat een mens zich niet bekeren kan. Toen moest ik denken aan een ander woord van Jezus over mensen die de deur van het Koninkrijk van God voor anderen toesluiten en waarover Hij zei: “Wee u, immers gij gaat er niet binnen en die trachten binnen te gaan, laat gij niet toe daar te komen.”[28]

Het kan de duivel niets schelen of je aan godsdienst doet, als je maar niet tot bekering komt. Men kan zeggen: ik heb wel historisch geloof, ik ben de ‘oude waarheid’ toegedaan, maar zolang je je leven niet aan Christus overgeeft, vindt de duivel die religie allemaal prima. Bij sommige preken in de rechterflank van de Reformatorische Gezindte lijkt het erop dat men de mensen bij Jezus vandaan wil houden.

Je kan uiterlijk zo degelijk lijken, maar de duivel kan zich voordoen als een engel van het licht. Hij werkt ook via ‘vrome’ (religieuze) geesten die de wil van deze mensen onder het beslag van deze leer in wezen van God afhouden, ondanks al hun redeneringen en bedenkingen en daardoor kan deze niet tot de keuze en beslissing komen, om zich te bekeren. In de naam van Jezus mag de band met zo’n religieuze demon verbroken worden, zodat de mens vrij wordt om zelf voor God te kiezen en vergeving van zonden te ontvangen.

De duivel blokkeert door deze leergeest van uitverkiezing de wil van velen die maar blijven hopen en zuchten en ‘o, och en ach’ roepen. Ik zeg dit niet om de spot ermee te drijven, want ik ben diep bewogen over zulke mensen. Maar het is zo in en in verdrietig dat mensen die oprecht God proberen te zoeken toch in de praktijk in de duisternis blijven ronddolen en niet komen tot geloofszekerheid. Zoals een oude man zei: “Het is niet zo erg als ik verloren ga, als God maar aan Zijn eer komt.” Maar wanneer komt God aan Zijn eer? Als wij zekerheid van behoud krijgen en ons leven naar Efeze 1 gaat worden tot lof van Zijn heerlijkheid.[29]

We kennen ook een vrouw die meent dat ze ‘de zonde tegen de heilige Geest’ (bedoeld is de “lastering tegen de Geest”[30]) heeft gedaan. Ze denkt dat ze een verworpene is en is zwaarmoedig, heeft al eens een zelfmoordpoging gedaan. Je hoeft niet zo heel veel onderscheiding van geesten te hebben, om te weten waar dit naargeestige klimaat vandaan komt. Rechtstreeks van satan, de vader van de leugen. Goed om voor zulke mensen te bidden die een bekommerde ziel hebben en geketend zijn door leugengeesten die de weg tot behoud dwarsbomen.

Hand in eigen boezem

Laten we ook de hand in eigen boezem steken. Want in elk geval kunnen we van deze ‘uitverkiezingsmensen’ leren dat we niet oppervlakkig over zonde heen moeten lopen. Het is ook mogelijk om met een ‘volle evangelie’-masker rond te lopen. Je doet mee, je klapt de liedjes mee die zich daarvoor lenen en je steekt tijdens de aanbidding je handen omhoog tot God, maar hoe heb je het werkelijk van binnen? God zoekt waarheid in het verborgene.[31] “Onderzoek uzelf op of u in het geloof bent, beproef uzelf. Of weet u niet van uzelf dat Jezus Christus in u is? Of het moet zijn dat u op enigerlei wijze verwerpelijk bent.”[32] Hoe staat het met onze diepgang in onze verhouding tot God? Dat kan op z’n tijd een heilzaam, eerlijk en gezond zelfonderzoek zijn. Ook wij baseren ons geloof niet in de eerste plaats op onze keuze, maar ten diepste op de genade van God voor zondaren. “Zo hangt het niet af van hem die wil, ook niet van hem die hardloopt (zich inspant, zijn best doet of prestaties levert), maar van God Die zich ontfermt.”[33]

“Jakob heb Ik liefgehad en Ezau heb Ik gehaat”[34]

Hoe zit het dan met Jakob en Ezau?  Het woord ‘gehaat’ betekent niet verworpen. Er staat nergens dat Ezau al bij voorbaat van vóór  zijn geboorte verworpen zou zijn. Maar er staat wel: “De oudste zal de jongste dienstbaar zijn.”[35] Jakob werd door God op de eerste plaats gesteld. Dat is Gods uitverkiezing. Hij werd de stamvader van Israël, uit wie de Messias geboren zou worden. Ezau werd op de tweede plaats gesteld. Het woordje ‘haten’ kan op de tweede plaats stellen of achterstellen betekenen.[36] Er staat “Jakob haatte Lea.”[37] Dat betekent: dat hij haar minder lief had, zij minder geliefd was (HSV) dan Rachel, of niet bemind werd zoals Rachel (NBG-vert.).

We lezen dat Izaäk door het geloof (!) zijn zonen Jakob en Ezau heeft gezegend, met betrekking tot toekomstige dingen (ook voor de toekomst, NBG-vert.).[38] Maar Ezau vertikte het om Jakob te gaan dienen, zoals God bepaald had.

Ezau wordt “een onverschillige (ontuchtpleger, HSV) en onheilige” genoemd.[39] Uit het boek Maleachi blijkt dat het volk Edom 1400 jaar later niet onder het uitverkoren volk Israël wilde staan, dat is op de door God gestelde plaats.[40]

Edom deed geen boze werken, omdat God het haatte, maar God haatte de boze werken die Edom deed.

Je kunt alleen verloren gaan door eigen schuld, God kan daar nooit verantwoordelijk voor zijn. Ezau heeft zich niet aan Jacob onderworpen, evenmin als Ismaël aan Izaäk. Deze uitverkiezing had niet met hun al of niet behouden worden te maken, maar alleen dat voor hen gold: “de oudste zal de jongste dienstbaar zijn.”[41] God had bepaald dat Ezau (de meerdere) Jakob (de mindere) zou dienen.

De verstokte, zichzelf verhardende Farao

De Farao ten tijde van Mozes was niet bij voorbaat een verworpene, maar het bleek dat de vroegere Farao ten tijde van Jozef uit heel ander hout gesneden was.

God had Zich op een geweldige manier door middel van tekenen geopenbaard. Maar deze Farao verhardde zijn hart[42] bij de oproep van Mozes en Aäron “laat Mijn volk gaan”[43]  en weigerde naar Gods stem te luisteren ondanks de sterke hand waarmee God zich openbaarde. Hij vermurwde zijn hart niet zelfs niet toen de geleerden (tovenaars, magiërs) zeiden: Dit is Gods vinger.”[44] Er staat in totaal 6x dat Farao zijn hart verhardde en onvermurwbaar bleef. De eeltlaag om zijn hart werd steeds dikker. Daarna staat er dat de Heere het hart van Farao verhardde.[45] Toen was Hij dus door de Heere overgegeven aan de boze geesten die hij diende. “Daartoe heb Ik u doen opstaan, om Mijn kracht aan u te tonen, zodat Mijn naam bekendgemaakt zal worden op heel de aarde.”[46] De vertaling: “Juist hiertoe heb ik u verwekt”(HSV in lijn met de St. vert.) suggereert dat Farao voor het oordeel is voortgebracht. Maar deze Farao voegde zich niet naar de wil van God voor het uitverkoren volk en weigerde hardnekkig het volk te laten gaan. Hij verhardde zich en God gaf hem op een gegeven moment aan die verharding over.

Farao was een instrument van de duivel geworden om de uittocht van het volk van God tegen te houden. Dat geldt ook voor de doortocht van de overwinnaars die door de glazen zee als met vuur vermengd trokken. Zij overwonnen het beest, zijn beeld, zijn merkteken en het getal van zijn naam.[47] Het glas wijst op de hardheid en het vuur op het demonische karakter.

De verharding geldt voor allen die weigeren in te gaan op Gods wil voor hun leven, zowel voor Israël als ook wat de heidenen aangaat: “Daarom gaf Ik hen over aan de verharding van hun hart, zodat zij in hun eigen opvattingen voortgingen.”[48]

De hardnekkigheid van de Farizeeën en Schriftgeleerden

Op een soortgelijke manier verhardden ook de Farizeeën en Schriftgeleerden zich. Stefanus zei: “Hardnekkigen en onbesneden van hart en oren, u verzet u altijd tegen de Heilige Geest; zoals uw vaderen deden, zo doet u ook.”[49] Jezus sprak de Joodse leidslieden aan met “adderengebroed” en daarmee identificeerde hij scherp door wie zij geleid werden, namelijk door de oude slang, dat is de duivel en satan. “Maar de Farizeeën en de wetgeleerden verwierpen het raadsbesluit van God voor zichzelf, omdat ze niet door hem (Johannes) gedoopt wilden worden.”[50]

Jildert de Boer, © Verdieping en Aansporing, 2019


[1] Jer. 3:14

[2] Joh. 3:16-17; vergelijk 1 Joh. 2:2

[3] Ezech. 18:23, NBG-vert.

[4] Ezech. 33:11, NBG-vert.

[5] Joh. 1:9, NBG-vert.

[6] Luk. 2:10-11, NBG-vert.

[7] Joh. 4:42

[8] 1 Tim. 4:10

[9] Joh. 6:40

[10] Tit. 2:11, NBG-vert.

[11] Hand. 17:30-31, NBG-vert.

[12] Openb. 22:17, NBG-vert.

[13] Rom. 10:13, NBG-vert.

[14] Rom. 10:21, NBG-vert.

[15] Matth. 23:37b, NBG-vert.

[16] Hand. 16:30-31, NBG-vert.

[17] Joh. 8:44, NBG-vert.

[18] Joh. 6:37

[19] Rom. 10:17

[20] Rom. 4:5, NBG-vert.

[21] 2 Kor. 6:2

[22] Hebr. 3:7-8, NBG-vert.

[23] Jez. Sir. 5:7

[24] Hebr. 11:1, NBG-vert.

[25] Joz. 24:15

[26] Matth. 11:21

[27] Joh. 5:39-40

[28] Matth. 23:13

[29] Ef. 1:6,12,14

[30] Matth. 12:31-32

[31] Ps. 51:8

[32] 2 Kor. 13:5

[33] Rom. 9:16

[34] Rom. 9:13b vergelijk Mal. 1:3

[35] Rom. 9:13a

[36] Vergelijk Luk. 14:26, zie ook Matth. 10:37; Deuteronomium 21:15; Mattheüs 6:24

[37] Gen. 29:31, St. vert.

[38] Hebr. 11:20

[39] Hebr. 12:16, St. vert.

[40] Mal. 1:3

[41] Rom. 9:12, NBG-vert.

[42] Ex. 5:2; Ex. 6:13; Ex. 7:22

[43] Ex. 5:1

[44] Ex. 8:19, 32: Ex. 9:7,39

[45] Ex. 9:12; Ex. 10:1; Ex. 10:20; Ex. 10:27; Ex. 11:10

[46] Ex. 9:16; Rom. 9:17, NBG-vert.

[47] Openb. 15:1-4

[48] Ps. 81:13

[49] Hand. 7:51

[50] Luk. 7:30

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *