IS ER UITVERKIEZING, ZO JA, HOE DAN? Deel 2

IS ER UITVERKIEZIG EN ZO JA, HOE DAN? Deel 2

De (gedeeltelijke) verharding van Israël

Paulus schreef over het lijden dat de gemeenten van God hebben ondervonden van de Joden: “Die zowel de Heere Jezus als hun eigen profeten hebben gedood en ons hebben vervolgd. Zij behagen God niet en zijn alle mensen vijandig gezind. Zij verhinderen ons tot de heidenen te spreken, opdat die zalig zouden worden. Zo maken zij voor altijd de maat van hun zonden vol. En de toorn is over hen gekomen tot het einde.”[1]

Toch is er ook in deze tegenwoordige tijd een overblijfsel ontstaan, overeenkomstig de verkiezing van de genade.[2]

Israël was onder het oude verbond het uitverkoren volk, maar in het nieuwe verbond word je niet meer door geboorte uit dat specifieke  volk een kind van de belofte, maar alleen door het geloof in Christus, Gods geliefde en uitverkoren Zoon. Niet alleen uit de Joden, maar ook uit de heidenen zullen zij kinderen van de levende God worden genoemd.[3]

Het (voor)geslacht van Jezus

Vanuit Jacob was niet Ruben of Jozef de uitverkorene, maar Juda en zowel David als Jezus zijn uit het geslacht van Juda. Toen de tien stammen zich onder Jerobeam losmaakten van Juda was deze scheuring het begin van hun ondergang en verwerping[4], want “de scepter zal van Juda niet wijken, en evenmin de heersersstaf van tussen zijn voeten, totdat Silo (Christus) komt en Hem zullen de volken gehoorzamen.”[5] Het principe is steeds: voeg je bij de uitverkorene en je deelt mee in de zegen. “Door het geloof is Rachab, de hoer, niet omgekomen met de ongehoorzamen, omdat zij de verkenners (van het uitverkoren volk van God) met vrede had ontvangen.”[6] Ruth voegde zich bij Naomi en het uitverkoren volk Israël met de woorden: “Uw volk is mijn volk en uw God is mijn God.”[7] Rachab, de hoer en Ruth, de Moabitische, staan in de geslachtsregisters van onze Heer Jezus.[8]

Vaten of voorwerpen tot eervol en oneervol (alledaags) gebruik

God de Schepper heeft de mensheid als klomp, waaruit hij steeds weer nieuwe vaten of voorwerpen boetseert. In Zijn plan schept hij mensen met een eervolle en een minder eervolle of gewoon alledaagse bestemming. Zo koos hij bijv. Abraham en later Mozes en David als vaten met een eervolle bestemming.

Een pottenbakker maakt voorwerpen. Het beeld van de pottenbakker in Rom. 9 komt uit Jeremia.[9] Deze maakt hij niet met opzet onbruikbaar of waardeloos, maar hij maakt wel mooie en kunstige voorwerpen en meer gewone, alledaagse vazen, schalen en kruiken. De hemelse pottenbakker schept iets goeds en niet iets ondeugdelijks. Zo heb je mooie wijnglazen en alledaagse schoonmaakemmers.

Een pottenbakker het zachte leem kneden zoals hij wil en er een mooi of gewoon voorwerp van maken. Maar als de klei hard geworden is, kan hij er niets meer mee. Als een pot of vat breekt wordt hij weggeworpen.

Als mensen zich openstellen voor demonische beïnvloeding kunnen zij zo verhard worden dat God hen lang verdragen heeft, maar tenslotte niets meer met ze kan beginnen, omdat ze hun Schepper niet hebben gezocht en gediend, maar hebben afgewezen. Hij blijft lankmoedig (=geduldig) oproepen tot bekering. “Zij zeggen echter: daar is geen hoop op, wij volgen immers onze eigen plannen. We doen ieder overeenkomstig zijn verharde, boosaardige hart.”[10] Hun verderf is niet door God toebereid, maar het is hun eigen hardnekkige keuze, waardoor de voorwerpen van ontferming die God voorbereid zijn tot heerlijkheid er des te meer uitspringen. Het verharden van de levenshouding en de levensstijl is tegen Gods geboden in en daarom is het gevolg van deze ongehoorzaamheid en weerspannigheid dat je een voorwerp of vat van toorn wordt, tot het verderf toebereid.

De voorwerpen die tot heerlijkheid bereid zijn, hebben zich laten roepen door of tot Zijn heerlijkheid en deugd.[11] Nu geldt: “Daarom broeders, beijver u des te meer om uw roeping en uw verkiezing vast te maken (te bevestigen, NBG-vert.), want als u dat doet, zult u nooit meer struikelen.”[12] Wij mogen ingaan op Gods roeping en onze keus voor Hem bevestigen.

In 2 Timotheüs worden allen die op het christelijk erf zijn vergeleken met een groot huis en daarin zijn vaten met eervolle en voorwerpen met minder eervol (alledaags) gebruik. De eersten zijn van hout en aardewerk gemaakt, een beeld van de vleselijke christenen, van wie de werken verbrand worden, al worden zij zelf gered, maar wel zo: als door vuur heen.[13] De laatsten, de christenen van goud en zilver, zijn geheiligd en van veel nut voor de Heere, voor elk goed werk gereedgemaakt.[14] Zij ontvangen loon naar werken.[15] Dat zijn de geestelijke christenen. De vleselijke christenen van hout kunnen zich echter hiervan (van de ongerechtigheid, vers 19) reinigen om ook als voorwerpen tot eervol gebruik geschikt te worden.[16] Zo kunnen zij de overstap maken van een aards en natuurlijk christen-zijn naar een hemels en geestelijk christen-zijn oftewel van een leven op oudtestamentisch niveau naar een leven volgens het nieuwe verbond.

Uitverkiezing tot een bepaalde taak of dienst

Uitverkiezing heeft in de Bijbel te maken met de plek die God voor iemand aanwijst tot een bepaalde taak of dienst met een bepaald doel en het heeft niet direct te maken met iemands (al dan niet) gered worden voor de eeuwigheid.

Daarin zit het misverstaan van velen die denken dat het bij uitverkiezing gaat om het wel of niet gered worden. Paulus was een uitverkoren werktuig tot een dienst onder de heidenen.[17] Op het zgn. apostelconvent zei Petrus: “….u weet dat God van de aanvang af mij onder u verkoren heeft.[18]” Dat was eveneens een uitverkiezing tot een bepaalde dienst.

Judas Iskarioth was uitverkozen als een van de twaalven[19], maar dat betekende niet zijn zaligheid, want hij ging verloren. Judas heeft ook zieken genezen en demonen uitgedreven. Het ging met hem bergafwaarts. Hij was een dief en stal uit de kas.[20] Judas ontwikkelde zich tot een zoon van het verderf[21], in wie satan voer[22]. Na zijn zelfmoord ging hij naar zijn eigen plaats[23], het dodenrijk (hier de duistere zijde, het voorportaal van de poel van vuur).

Uitverkoren in Christus

God verwerpt geen mensen van voor de grondlegging van de wereld. Hij wil dat alle mensen behouden worden.[24] Maak daar geen beperking van door te lezen voor alle: allerlei soort van mensen. Er staat: “De Heere vertraagt de belofte niet zoals sommigen dat als traagheid beschouwen, maar Hij heeft geduld met ons en wil niet dat enigen verloren gaan, maar dat allen tot bekering komen.”[25] En: “Die wil dat alle mensen zalig worden en tot kennis van de waarheid komen.”[26] In het oude testament staat het ook: “Wend u tot Mij, word behouden, alle einden der aarde, want Ik ben God en niemand anders.”[27]

Wij mogen weten: we zijn in Hem uitverkoren voor de grondlegging der wereld. Met welk doel? Opdat wij heilig en smetteloos voor Hem (voor Zijn aangezicht, NBG-vert.) zouden zijn in de liefde. Hij heeft ons voorbestemd om als Zijn kinderen (zonen) aangenomen (geadopteerd) te worden, door Jezus Christus, In Zichzelf, overeenkomstig het welbehagen van Zijn wil.[28] Jezus Christus is de Uitverkorene[29] en ieder die zich bij Jezus Christus voegt, is uitverkoren.

Er was eens een prediker die zei: “Ik zal u de uitverkiezing in acht seconden uitleggen.” Dat ging als volgt: “Wie gehoorzaamt, is uitverkoren. Wie niet gehoorzaamt, is niet uitverkoren.”[30]

“Velen zijn geroepen en weinigen zijn uitverkoren”[31] staat aan het einde van de gelijkenis van het koninklijk bruiloftsmaal. Degenen die niet uitverkoren waren, waren wel uitgenodigd, maar ze wilden niet komen, ze gingen er niet op in, ze bevestigden hun roeping niet door er ‘ja’ op te zeggen. Ze maakten een keuze voor iets anders.

We denken ook aan een andere tekst: “Niet gij hebt Mij, maar Ik heb U uitgekozen, opdat hij zoudt heengaan en vruchtdragen en uw vrucht zou blijven.”[32] Want hierin is de Vader verheerlijkt dat u veel vrucht draagt.[33] Wij zijn daarom ook gered om op onze beurt anderen te redden.

Wie zijn er uitverkoren? “Het dwaze van de wereld heeft God uitverkoren om de wijzen te beschamen, en het zwakke van de wereld heeft God uitverkoren om het sterke te beschamen. En het onaanzienlijke van de wereld en het verachte heeft God uitverkoren, en wat niets is, om wat iets is teniet te doen, opdat geen vlees voor Hem zou roemen. Maar uit Hem bent u in Christus Jezus Die voor ons is geworden wijsheid van God en gerechtigheid, heiliging en verlossing, opdat het zal zijn zoals geschreven staat: Wie roemt, laat hij roemen in de Heere.”[34] Het heil is voor de arme, de zwakke, de nederige, de machteloze, voor hen die van zichzelf niets hebben om over te roemen. Wie zo op zijn knieën gaat en capituleert, ontvangt Gods rijkdom van genade. In de wereld worden de sterken, de groten, de rijken, de hogen en de machtigen uitgekozen. Daar moet je steeds hoger op de maatschappelijke ladder. In het Koninkrijk van God is het precies andersom. Over Maria lezen we: “Hij heeft omgezien naar de nederige staat van Zijn dienares.”[35] En: “Hij heeft een krachtig werk gedaan door Zijn arm. Hij heeft hen die hoogmoedig zijn in de gedachten van hun hart uiteengedreven. Hij heeft machtigen van de troon gestoten en nederigen heeft Hij verhoogd. Hongerigen heeft Hij met goede gaven verzadigd en rijken heeft Hij met lege handen weggezonden.”[36]

De sleutel van kennis weggenomen

Als je zulke mensen met een uitverkiezingsleer tegenkomt, dan krijg je dus te maken met de geest die achter deze leer zit. Dat is een leer die de sleutel van de kennis heeft weggenomen en de deur naar de hemel voor velen heeft toegesloten. Hoe triest ook. We denken aan een uitspraak van Jezus: “Wee u, wetgeleerden, want u hebt de sleutel van de kennis weggenomen. Zelf bent u niet binnengegaan en u hebt hen die binnengingen, tegengehouden.[37] Elders zei Jezus: “Weest op uw hoede voor het zuurdeeg van de Farizeeën, dat is de huichelarij.”[38]

Misère bij Calvijn

Onder andere Calvijn hield zich uitvoerig met de predestinatie bezig in zijn ‘Institutie.’ Hij deed ook goede dingen. Hij heeft bijvoorbeeld mooie dingen over geloof gezegd als: “Ons geloof is de echo van Gods roepen” en “We moeten niet vertrouwen op ons geloof, maar op de God in Wie we geloven.” Hij streed echter tegen vlees en bloed. Hij liet tovenaars uitroeien op basis van het oude testament: “Een tovenares mag u niet in leven laten.”[39] Hij liet heksen verbranden en Michael Servet kwam op de brandstapel terecht. Waarom? Omdat Servet niet in de drie-eenheid geloofde. Dat gebeurde met toestemming van Calvijn.

In het nieuwe verbond werd de tovenaar niet omgebracht, maar werd het evangelie gepredikt aan een Simon de tovenaar[40], die ook na zijn doop nog niet vrij bleek te zijn[41] en Elymas de tovenaar werd ontmaskerd als een “duivelskind, vol van alle bedrog en sluwheid, vijand van alle gerechtigheid.”[42]

Trieste consequenties van karikatuur van de uitverkiezing

De uitverkiezingsleer blokkeert je wil. Je wil wordt ingekapseld in een leersysteem. Hoe weinig mensen hebben geloofszekerheid in zulke kringen.

In Barneveld heb je aan de Lunterseweg twee ‘kathedralen’ staan van de Ger. Gem. en de Ger. Gem. in Ned., twee reformatorische kerkverbanden in de rechterflank van de Gereformeerde Gezindte. In beide kerken zitten ruim 2000 mensen op zondag. Maar zeer weinigen gaan aan het avondmaal. Dat mijdt men en men huivert ervoor. De mensen zitten gehuld in duisternis en ze gaan in het zwart vanwege de onderdrukking en dwingelandij van de vijand. Zo speelt het de duivel in de kaart. Die uitverkiezingsleer omfloerst hun hele leven in het schemerduister.

Zondag aan zondag horen zij een boodschap die je niet van harte aan mag nemen, want zegt men: ‘het moet je gegeven worden.’ Zo wacht men jaren passief en lijdzaam af totdat het heel misschien God eens mocht behagen. Er zijn maar weinig mensen die in een ‘stondeke der minne’ (zo zegt de tale Kanaäns) ervaren dat de Heere óverkomt. Als je de zaligheid zomaar aanneemt, dan heb je in deze leer een ‘gestolen Jezus’ en ga je ‘met een ingebeelde hemel naar de hel.’

Je kunt je afvragen: zijn er wel eens mensen gelukkig geworden van zo’n leer? Ik heb het idee van niet. Deze leer legt alles lam en vrome, religieuze demonen spinnen er goed garen bij. Ten diepste ondermijnt deze leer Gods Woord.

Van twijfel naar zekerheid van het geloof

“Het geloof komt door het horen en het horen door het woord van Christus.”[43] Houd je daarom enkel bij Jezus Christus en als je je leven aan Hem overgeeft, ben je in Hem en daarom uitverkoren. Prijs de Heer! “Wij weten immers, geliefde broeders, van uw verkiezing door God.”[44] Halleluja!

Geen twijfel meer! Bij het vragen om wijsheid (en bij het vragen om redding is dat niet anders) geldt: “Maar laat hij er in geloof om vragen en daarbij niet twijfelen. Immers, wie twijfelt, lijkt op een golf van de zee, die door de wind voortgestuwd en op- en neergeworpen wordt. Want zo iemand moet niet denken dat hij iets ontvangen zal van de Heere.”[45]

Ik hoorde eens iemand uit deze kringen zeggen: “bij de schoorsteen van het geloof hoort de rook van de twijfel.” De Bijbel kent een dergelijke voorstelling van zaken niet. Bovendien is deze spreuk in flagrante tegenspraak met de zoëven aangehaalde tekst uit de Jakobusbrief. “Uitgestelde verwachting krenkt het hart (“een langgerekt hopen maakt het hart ziek”, NBG-vert.), maar een vervuld verlangen is een boom des levens.”[46] O, wat gunnen wij dat het verlangen van deze mensen vervuld wordt met geloofszekerheid! Laten wij bewogen over hen zijn!

Wat is het toch jammer en sneu dat velen met ‘een lampje op hun rug’ lopen en er zelf niet de volle weet van hebben. Gelukkig is God goed en genadig en zullen velen van hen die in zo’n bekommerde staat blijven, toch zalig worden.

Dankbaar zijn we dat er velen uit ‘zware kringen’ toch tot geloofszekerheid komen door de ‘Heart Cry’-jongeren- en gezinsconferenties, maar er is nog geen opwekking in de zogenaamde Bible Belt. Velen bidden daarom!

 “Wie de Zoon heeft, heeft het leven. Wie de Zoon van God niet heeft, heeft het leven niet. Deze dingen heb ik geschreven aan u die gelooft in de Naam van de Zoon van God, opdat u WEET dat u het eeuwige leven HEBT en opdat u gelooft in de Naam van de Zoon van God.”[47]

Uitverkiezing in de gemeente

Als wij kijken naar de taken, functies, bedieningen en ambten in de gemeente dan is er onderscheid. Paulus zegt: “Want door de genade die mij gegeven is, zeg ik ieder onder u niet hoger te denken dan dan hij moet denken (koester geen gedachten hoger dan die u voegen, NBG-vert.), maar laat hij denken in bescheidenheid naar de mate van geloof zoals God die aan ieder heeft toebedeeld. Want zoals wij in één lichaam vele leden hebben en de leden niet alle dezelfde functie hebben, zo zijn wij, hoewel velen, één lichaam, maar ieder afzonderlijk leden van elkaar.”[48] Er is geen ruimte voor eerzucht, aanzien verlangen, een positie zoeken, sterke ambities erop na houden, baantjesjagerij, geldingsdrang en ellenbogenwerk. Dat is allemaal naar en van het vlees.

Er staat dat God ieder een plaats geeft: “Maar nu heeft God de leden elk van hen afzonderlijk in het lichaam een plaats gegeven zoals hij gewild heeft.”[49] “Samen bent u namelijk het lichaam van Christus, en ieder afzonderlijk Zijn leden.”[50]

Paulus zegt dat God sommigen heeft aangesteld (NBG-vert.) of een plaats heeft gegeven (HSV): “Ten eerste apostelen, ten tweede profeten, ten derde leraars, vervolgens krachten, daarna gaven van genezingen, vormen van hulpverlening, bestuurlijke gaven, allerlei talen.”[51] Er zijn dus verschillende werkers in de gemeente. Die zijn er “om de heiligen toe te rusten tot het werk van dienstbetoon, tot opbouw van het lichaam van Christus.”[52]

Wees nooit afgunstig of jaloers op de bediening van de ander, ook niet als je meent dat de ander een betere plaats heeft gekregen. Dat bewerkt onvrede bij jezelf en als je er op een ontevreden manier over praat bewerk je ook onrust in de gemeente. Geef je eventuele moeiten aan God over. Anders gaat het geestelijke armoede in je persoonlijke leven opleveren in plaats van gezamenlijke geestelijke rijkdom. Laat competitiezucht of concurrentiedrang ons daarom vreemd zijn in de gemeente van de levende God. De restanten ervan mogen wegsterven.

Heb de Heere lief, schik en voeg je op de plaats die God voor je uitgekozen heeft en waar jij mag dienen tot nut en opbouw van het gehele lichaam, dat is hier in de plaatselijke of regionale gemeente. God heeft de één uitverkoren tot een oog, de ander is een oor, een hand, een voet, enzovoort. Niemand is overbodig, maat ieder is nodig. Zo vorm je samen met elkaar een gezond lichaam en vul je elkaar aan als deeltje van het complete geheel. We dragen, verdragen en ondersteunen elkaar. Zo kan de gemeente een harmonieus geheel zijn, waar de Geest van God heerst en we allen ruim kunnen ademhalen.

De roep van God is: KOM!

Tenslotte een oud voorbeeld. Dat is dat je aan de voorkant van de hemelpoort zou kunnen lezen: “KOMT ALLEN tot Mij die vermoeid en belast zijt en Ik zal u rust geven”[53] en als je dan de hemelpoort doorgaat, staat er als je je omdraait op de achterkant van die poort: “uitverkoren vóór de grondlegging der wereld.”[54]

Ik weet niet of het zo zal zijn, maar de strekking ervan is in elk geval treffend en mooi. Maar wij mogen ons nu al verheugen en weten dat wij die in Christus zijn, in Hem zijn uitverkoren.

Jildert de Boer

© Verdieping en Aansporing, 2019.


[1] 1 Thess. 2:14-16

[2] Rom. 11:5; Rom. 9:27

[3] Rom. 9:24-26

[4] 2 Kon. 17:18

[5] Gen. 49:10

[6] Hebr. 11:31; vergelijk Joz. 2:1,9-13; Joz. 6:23; Jak. 2:25

[7] Ruth. 1:16b

[8] Matth. 1:1-17

[9] Rom. 9:21vv; Jer. 18

[10] Jer. 18:12

[11] 2 Petr. 1:3

[12] 2 Petr. 1:10

[13] 1 Kor. 3:12-15

[14] 2 Tim. 2:20, 21b

[15] 1 Kor. 3:14

[16] 2 Tim. 2:21a

[17] Hand. 9:15; Hand. 26:16-17

[18] Hand. 15:7

[19] Joh. 6:70

[20] Joh. 12:4-6

[21] Joh. 17:12

[22] Joh. 13:27

[23] Hand. 1:25

[24] 1 Tim. 2:4; 2 Petr. 3:9

[25] 2 Petr. 3:9

[26] 1 Tim. 2:4

[27] Jes. 45:22

[28] Ef. 1:4-5; vergelijk 2 Tim. 1:9

[29] Jes. 42:1: 1 Petr. 2:4

[30] Vergelijk 1 Petr. 1:2

[31] Matth. 22:14

[32] Joh. 15:16

[33] Joh. 15:8

[34] 1 Kor. 1:27-31

[35] Luk. 1:48

[36] Luk. 1:51-53

[37] Luk. 11:52

[38] Luk. 12:1; vergelijk Matth. 16:12

[39] Ex. 22:18

[40] Hand. 8:9-17

[41] Hand. 8:18-24

[42] Hand. 13:8-12

[43] Rom. 10:17, NBG-vert.

[44] 1 Thess. 1:4

[45] Jak. 1:6-7

[46] Spreuk. 13:12

[47] 1 Joh. 5:11-13

[48] Rom. 12:3-5

[49] 1 Kor. 12:18

[50] 1 Kor. 12:27

[51] 1 Kor. 12:28

[52] Ef. 4:12

[53] Matth. 11:28

[54] Ef. 1:4

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *