JEZUS CHRISTUS: GOD DE ZOON OF DE ZOON VAN GOD?

JEZUS CHRISTUS: GOD DE ZOON OF DE ZOON VAN GOD?

Tegen de achtergrond van de drie-eenheidsleer

Immanuël: God met ons (Matth. 1:23) en Hij die geopenbaard is in het vlees (1 Tim. 3:16)

Wie is Jezus Christus? Hij is onze Heer en via Hem als Middelaar heeft God de Vader ons met Hem verzoend. Hij is de Messias, dat is de Gezalfde. Zo hebben de Joden de Messias verwacht: als een met de Geest van God gezalfd mens.

Hoewel Hij de geestelijke mens is, is Hij toch ook de Zoon van God. Hij is ‘God met ons’, dat is Immanuël. In Christus openbaart God Zich in het vlees. Er zijn handschriften die in 1 Tim. 3:16 het woord ‘theos’ (=God) hebben (zoals de SV en de HSV, steunend op de Textus Receptus) en er zijn andere handschriften die dat woord ‘God’ (theos) niet hebben. Het gaat hier om het grote geheimenis van de godsvrucht: ‘Christus geopenbaard in het vlees’ (Hij werd door God gezonden ‘in gelijkheid van het vlees der zonde’, zegt Rom. 8:3, letterlijk vertaald). De vertaling is dan: “Die (of: Hij die) Zich geopenbaard heeft in het vlees…” (zie: NBG-vert, Telos-vert., Herz. Willibr. Vert., Na. Bijbel, Leidse Vert., Vert. Brouwer, Can. Vert.).

Onzuivere terminologie

De drie-eenheidsleer heeft het ten onrechte steeds over ‘God de Zoon’, dat is net als ‘God de Heilige Geest’ een onschriftuurlijke uitdrukking, waardoor er drie personen God gaan heten, al zijn zij in die leer één wezen of substantie. Jezus Christus is een aparte persoon, al is Hij altijd nauw verbonden tot een eenheid met de Vader, bijvoorbeeld in Joh. 10:30: “Ik en de Vader zijn één” (geen wezenseenheid, maar een openbarings- of relatie-eenheid). De Heilige Geest is geen losstaande persoon, maar direct verbonden met de Vader en de Zoon, vandaar dat de Bijbel spreekt over de Geest van de Vader/van God en de Geest van de Zoon/van Christus. De geest van ons als mens is ook geen losse geest die afzonderlijk van de mens staat, maar behoort tot onze mens (1 Kor. 2:11). Zo behoort Gods Geest op precies dezelfde wijze ook direct tot God en onderzoekt de diepten van God. Een aparte aanbidding of verering van de Heilige Geest kent de Bijbel niet en moeten we daarom niet willen.

Christus komt aanbidding toe

Jezus Christus komt als Messias, als Zoon van God en als Heer, hulde, eer en aanbidding toe. Dat vinden we in de volgende reeks Schriftplaatsen in de SV waar ‘aanbidden’ wordt gebruikt: Matth. 2:2,11; Matth. 8:2; Matth. 9:18; Matth. 14:33; Matth. 15:25; Matth. 18:26; Matth. 20:20; Matth. 28:9,17 (vergelijk Marc. 5:6; Marc. 15:19; Luk. 24:52); Joh. 9:38 ; Hebr. 1:6; Openb. 5:13-14. Het woord proskuneo wordt in andere vertalingen ook weergegeven door eer of hulde bewijzen, neerbuigen, voor iemand neervallen/neerwerpen. In onze liederen brengen wij Jezus, onze persoonlijke Verlosser, lof en eer toe met heel ons hart.

De drie-eenheid komt niet uit de leer der apostelen, maar is van de na-apostolische tijd

De drie-eenheidsleer haal je niet uit de Bijbel als iemand het nieuwe testament gewoon onbevangen voor het eerst, zonder vooringenomenheid, leest. Het is een leer die zich pas ruim na de dood van de apostelen ontwikkeld heeft en eerst in 325 en 381 na Christus als leer van de kerk is aangenomen op twee concilies (concilie van Nicea en concilie van Constantinopel). Overigens is ook de canonvorming pas in het jaar 367 als afgerond beschouwd (de huidige 27 boeken). In Mattheüs, Marcus en Lucas staat niets over drie-eenheid en/of dat Christus God is. In de Handelingen, waar het evangelie toch volop verkondigd werd, komen beide zaken ook totaal niet voor. Om teksten te vinden die in deze richting (lijken te) gaan, is men enkel aangewezen op het Johannesevangelie en een paar verspreide teksten uit de brieven van Paulus.

Omstreden en heldere teksten

Er zijn enkele teksten die Christus als God aan (kunnen) geven, hoewel dat dan vanuit de grondtekst en/of vanuit de diverse Nederlandse vertalingen soms op twee manieren gelezen kan worden. Dat geldt bijv. bij Joh. 1:18; 2 Petr. 1:1; Tit. 2:13; Rom. 9:5; 1 Joh. 5:20. De vraag daarbij is steeds: gaat het om twee personen die als God worden aangeduid, of is alleen God de Vader God in de volle zin van het woord? Er zijn in het nieuwe testament twee veelzeggende teksten die het verschil tussen God en Jezus duidelijk aanreiken:
– “En dit is het eeuwige leven, dat zij U kennen, de ENIGE, waarachtige God
en Jezus Christus, Die u gezonden hebt” (Joh. 17:3).
– “Toch is er voor ons maar EEN God: De Vader, uit Wie alle dingen zijn, en
wij voor Hem en EEN Heere: Jezus Christus, door Wie alle dingen zijn en
wij door Hem” (1 Kor. 8:6).
In elk geval staat Jezus Christus altijd onder God, de Allerhoogste. Dat is God de Vader of JHWH (Jahweh). De Geest gaat van God uit. God schept door middel van Woord en Geest (Ps. 33:6,9). Vandaar dat er letterlijk staat: ‘God was het Woord’ (Joh. 1:1) en ‘de Geest (de ruach of adem van God) zweefde over de wateren’ (Gen. 1:2).

De Zoon staat onder de Vader

Jezus Christus is, al is Hem door de Vader alles in handen (over)gegeven, toch altijd aan de Vader onderworpen. Men noemt deze theologische positie in de vroege Kerk  ‘subordinationisme.’ Deze onder-ordening van de Zoon aan de Vader blijkt duidelijk uit de volgende zeven teksten:

  • “Mijn Vader is meer dan Ik” (Joh. 14:28).
  • “Mijn Vader, Die hen aan Mij gegeven heeft, is meer dan allen…” (Joh. 10:29a).
  • “Ik vaar op naar mijn Vader en uw Vader, naar mijn God en uw God” (Joh. 20:17).
  • Er is: “één God en Vader van allen, die is boven allen” (Ef. 4:6).
  • “Christus is het hoofd van iedere man en de man het hoofd van de vrouw en God het hoofd van Christus” (1 Kor. 11:3).
  • “U bent van Christus en Christus is van God” (1 Kor. 3:23).
  • “Wanneer alles Hem onderworpen is, zal ook de Zoon Zelf Zich aan Hem onderwerpen, die Hem alles onderworpen heeft, opdat God zij alles in allen” (1 Kor. 15:28).

Ook Matth. 19:17, waar Jezus spreekt tegen de rijke jonge man, wekt de indruk duidelijk dat Jezus Zichzelf onder God stelt: “Waarom noemt u Mij goed? Niemand is goed, behalve Eén, namelijk God” (vergelijk Marc. 10:18; Luk. 18:19). Jezus verklaart God de Vader in absolute zin goed is. Met de aanspreektitel ‘Goede Meester’ wilde de jongeman mogelijk in het gevlei komen bij Jezus of een goede indruk maken. Toch besefte Jezus, die beslist goed was (Hij zondigde nooit en wist altijd het kwade te verwerpen) dat Hij op dat moment de voleinding met de verheerlijking nog niet bereikt had en door lijden heen volmaakt moest worden, Hebr. 2:9, NBG-vert.).

Vele christenen zien het als noodzakelijk de Godheid van Jezus Christus (‘God de Zoon’) ook tijdens Zijn leven op aarde (in Zijn vernedering en ontlediging) te belijden. Beseffen zij wel voldoende dat Jezus in de kribbe, in Zijn verzoekingen, in Gethsemane en op Golgotha MENS is? Maar waarom heeft Gods Woord het zo sporadisch over Zijn goddelijke aspecten in slechts enkele verspreide teksten die dan ook nog op een bepaalde manier geïnterpreteerd moeten worden? (bijv. Jes. 9:5; Joh. 20:28). Omdat door de Vader aan de Zoon alle macht is GEGEVEN, omdat Jezus VAN ZICHZELF NIETS KON DOEN (Joh. 5:19,30). Door de macht die God in Zijn handen legde, is Jezus Gods hoogste vertegenwoordiger en de uitvoerder van Gods plan. In dat kader kan Hij goddelijke titels krijgen wanneer Hij als God optreedt. Na Zijn overwinning op aarde wordt Hij naast de Vader (“ter rechterhand Gods”) als mens Gods op de troon verheven, maar daarmee niet tot de Allerhoogste gemaakt, dat blijft exclusief Jahweh, God de Vader. Uiteindelijk zal immers ook de Zoon Zichzelf aan God onderwerpen, zagen we in 1 Korinthe 15.

Jezus is de Zoon van God en dat volstaat volgens het Woord van God

Ik wil vanuit het nieuwe testament aantonen dat Jezus Christus naast de Zoon des mensen (de lievelingsnaam van de Heere Zelf) vooral als de Zoon van God wordt vermeld (met variaties die hetzelfde weergeven). Dat gebeurt in 17 van de 27 boeken van het nieuwe testament (de Zoon van God en verwante termen komen niet voor in: Fil., 2 Thess., 1 Tim., 2 Tim., Tit., Filem., 1 Petr., 2 Petr., 3 Joh. en Jud.).

Als ik het zuiver zie, betekent het dat Jezus Christus niet per se God hoeft te zijn, om behouden te worden, of dat dit een voorwaarde moet zijn, om lid van een christengemeente te zijn. Dat Hij de Zoon van God is, zegt genoeg en is absoluut voldoende. Daar richt de Bijbel ons geloof op en niet op God de Zoon of een abstracte drie-eenheid! De Zoon is uit God de Vader (wonderlijk, op unieke wijze verwekt) en Hij heeft Maria als menselijke moeder (vanuit één van haar eicellen). Het is ook veelzeggend dat de Zoon van God (als Messias en Heer= Kurios) steeds door de Vader de MACHT gegeven wordt, om tekenen en wonderen te doen, doden op te wekken, natuurkrachten te verrichten, zonden te vergeven, Hem is het oordeel gegeven, kortom: Hem is alle macht gegeven in hemel en op aarde!

Ik zal een bloemlezing geven van de belangrijkste verzen, waarin het begrip ‘de Zoon van God’ bepalend en toereikend is. Nergens noemt Jezus Christus Zichzelf God! Ook wordt Hij door anderen niet God genoemd, alleen Thomas in Joh. 20:28 na Zijn opstanding is mogelijk een uitzondering. Ook suggereren de Joden wel eens dat de mens Jezus Zichzelf God maakt als Jezus zegt “Ik ben Gods Zoon” (Joh. 10:29-37). Zij willen Hem stenigen om godslastering. Jezus pareert dat door simpelweg te zeggen: “Is er niet geschreven in uw wet: Ik heb gezegd: U bent goden?…(Ps. 82:6).

Jezus Christus: Zoon van God EN Zoon des mensen

We merken wellicht ten overvloede op, dat Hij als Zoon des mensen EN als Zoon van God al zonneklaar aangeduid is bij:

  • Petrus in Matth. 16:13-16.
  • Nathanaël in Joh. 1:50-52.
  • Paulus in Rom. 1:3-4.
  • Johannes in 1 Joh. 4:2,15.

Selectie teksten met ‘Jezus is de Zoon van God’

Voorts zien we de ‘Zoon van God’ (of soortgelijke begrippen) in de volgende selectie van ruim 35 Schriftplaatsen:

  • “Hij zal groot zijn en de Zoon van de Allerhoogste genoemd worden, en God, de Heere zal Hem de troon van Zijn vader David geven” (Luk. 1:32).
  • De duivel zegt twee keer: “Indien U Gods Zoon bent…”(Matth. 4:3,6; Luk. 4:3,9).
  • Demonen zeggen: “Wat hebt u met ons te maken, Zoon van God?” (Matth. 8:29, vgl. Marc. 5:7; Luk. 8:28 en ziek ook Marc. 3:11; Luk. 4:41). Zo identificeren zij Jezus.
  • In het verhaal dat Jezus op de zee wandelt, staat er: “Zij die in het schip waren, kwamen Hem aanbidden en zeiden: Werkelijk, U bent de Zoon van God” (Matth. 14:33).
  • “Bent U dan de Zoon van God? U zegt dat Ik het ben” (Matth. 26:63-64; Marc. 14:61; Luk. 22:70).
  • “Want Hij heeft gezegd: “Ik ben Gods Zoon” (Matth. 27:40,43).
  • De hoofdman zei: “Werkelijk, dit was Gods Zoon” (Matth. 27:54).
  • Johannes de Doper sprak: “En ik heb gezien en getuigd dat Hij de Zoon van God is” (Joh. 1:34).
  • “Wie in Hem gelooft, wordt niet veroordeeld, maar wie niet gelooft is al veroordeeld, omdat hij niet heeft geloofd in de Naam van de eniggeboren Zoon van God” (Joh. 3:18). Geloven is de Zoon van God is cruciaal voor redding van het oordeel.
  • “Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u: De tijd komt en is nu dat de doden de stem van de Zoon van God zullen horen, en dat wie Hem horen, zullen leven”…”en Hij heeft Hem ook macht gegeven om oordeel te vellen, omdat Hij de Zoon des mensen is” (Joh. 5:25,27).
  • “…zegt u dan tegen Mij, Die de Vader geheiligd en in de wereld gezonden heeft: U lastert God, omdat Ik gezegd heb: Ik ben Gods Zoon?” (Joh. 10:36).
  • Bij Lazarus: “…opdat de Zoon van God erdoor verheerlijkt worde” (Joh. 11:4).
  • “De Joden antwoordden hem (Pilatus): Wij hebben een wet en volgens deze wet moet Hij sterven, want Hij heeft Zichzelf Gods Zoon gemaakt” (Joh. 19:7).
  • “…maar dezen zijn geschreven, opdat u gelooft dat Jezus de Christus is, de Zoon van God, en opdat u, door te geloven het leven zult hebben in Zijn Naam” (Joh. 20:31). Geloven in Jezus als de Zoon van God geeft eeuwig leven! Meer is niet nodig voor eeuwig behoud (vergelijk Joh. 6:47).
  • De belijdenis van de kamerheer uit Ethiopië was kort en krachtig: “Ik geloof dat Jezus de Zoon van God is” (Hand. 8:37). Filippus doopte hem op grond van dit getuigenis.
  • Paulus verkondigde direct na zijn bekering, vervulling met de Geest, genezing en waterdoop: “En meteen predikte Hij Christus in de synagogen, dat Hij de Zoon van God is” (Hand. 9:20).
  • Wij zijn met God verzoend door de dood van Zijn Zoon…(Rom. 5:10a).
  • “Hij heeft Zijn eigen Zoon gezonden in gelijkheid van het vlees van zonde…” (Rom. 8:3a).
  • “Hoe zal Hij, Die zelfs Zijn eigen Zoon niet gespaard maar voor ons allen overgeven heeft, ons met Hem ook niet alle dingen schenken?” (Rom. 8:32).
  • “God is getrouw, door Wie u geroepen bent tot de gemeenschap van Zijn Zoon, Jezus Christus, onze Heere” (1 Kor. 1:9).
  • “Want de Zoon van God, Jezus Christus, Die onder u gepredikt is door ons…” (2 Kor. 1:19).
  • “…en voor zover ik nu in het vlees leef, leef ik door het geloof in de Zoon van God” (Gal. 2:20b). Dat is genoegzaam voor ons.
  • “…tot wij allen komen tot de eenheid van het geloof en van de kennis van de Zoon van God…”

(Ef. 4:13).

  • “… overgezet in het Koninkrijk van de Zoon van Zijn liefde” (Kol. 1:13).
  • “Nu wij dan een grote Hogepriester hebben, Die de hemelen is doorgegaan, namelijk Jezus, de Zoon van God, laten wij aan deze belijdenis vasthouden” (Hebr. 4:14).
  • “Onze gemeenschap is met de Vader en met Zijn Zoon, Jezus Christus” (1 Joh. 1:3).
  • “Hiertoe is de Zoon van God geopenbaard, dat Hij de werken van de duivel verbreken zou” (1 Joh. 3:8).
  • “En dit is Zijn gebod: dat wij geloven in de Naam van Zijn Zoon, Jezus Christus en dat wij elkaar liefhebben, zoals Hij ons een gebod gegeven heeft” (1 Joh. 3:23).
  • “En wij hebben gezien dat de Vader de Zoon gezonden heeft als Zaligmaker (Heiland, NBG-vert.) van de wereld” (1 Joh. 4:14).
  • “Wie anders is het die de wereld overwint dan hij die gelooft dat Jezus de Zoon van God is?” (1 Joh. 5:5).
  • “Wie gelooft in de Zoon van God, heeft het getuigenis in zich…” (1 Joh. 5:10a).
  • “Wie de Zoon heeft, heeft het leven; wie de Zoon van God niet heeft, heeft het leven niet” (1 Joh. 5:12).
  • “Deze dingen heb ik geschreven aan u die gelooft in de Naam van de Zoon van God, opdat u weet dat u het eeuwige leven hebt en opdat u gelooft in de Naam van de Zoon van God” (1 Joh. 5:13). Geloven in Jezus als de Zoon van God (2x in deze tekst) geeft zekerheid van eeuwig leven. Deze tekst geeft geen zweem van een ‘God de Zoon’ Die essentieel en wezenlijk zou moeten zijn om te belijden tot behoudenis of Die absoluut nodig zou zijn in de geloofsverklaring/grondslag van een geloofsgemeenschap.
  • “Genade, barmhartigheid, vrede zal met u zijn, van God de Vader EN van de Heere Jezus Christus, de Zoon van de Vader, in waarheid en liefde” (2 Joh. 3). Ook in deze tekst weer geen vleugje van een ‘God de Zoon’ die de tweede persoon van een drie-eenheid zou zijn.
  • “Dit zegt de Zoon van God, Die ogen heeft als een vuurvlam en voeten als blinkend koper…” (Openb. 2:18).

Samengevat: Kan het nog duidelijker, dat Hij in deze 35 teksten de Zoon van God is en nooit God de Zoon?

God is één of de enige God

De Bijbel spreekt eenvoudigweg van een God die één (echad in het Hebreeuws, heis in het Grieks) is, een enkelvoudige God (Deut. 6:4, ongewijzigd overgenomen door Jezus in Marc. 12:29). Hij alleen, Hij is de enige God! Dat wil zeggen: niet de drie-enige of meervoudige God. De duivel heeft getracht God ingewikkeld te maken door een ‘drie-eenheidsdogmatiek’ die niemand goed kan begrijpen of verklaren. Dat maakt het moeilijk en het is bijna niet uit te leggen. De drie-eenheidsleer schept verwarring en onduidelijkheid. Deze constructie is opgebouwd vanuit een rijstebrij van menselijke wijsheid en berust op Griekse filosofie.

Sommigen geloven dat het drie-eenheidsbegrip van heidense komaf is. In Babylon was er sprake van een drieheid van Nimrod, Semirames en Tammuz. In Egypte was dat ook het geval met de drie-eenheid Osiris, Isis en Horus. De verchristelijkte drie-eenheid zou afgeleid kunnen zijn van zulke heidense voorbeelden.

Terug naar de een-voudige God en Zijn plan met mensen

Naar mijn begrip van Gods Woord is het concept van God Zelf in Zijn openbaring aan ons gegeven niet een mistig of warrig beeld van Hem. Laten we daarom centraal blijven bij wat de Bijbel ons leert over God de Vader, Jezus Christus die Gods Zoon en de Mensenzoon is en de Heilige Geest. Dat is de Geest van de Vader en de Zoon. Niet ‘God de Heilige Geest’, eveneens geen bijbelse term.

Jezus als Zoon des mensen is voor ons in het vlees te volgen door de kracht van de Geest, opdat ook wij zonen van God worden, om samen met Jezus de zuchtende schepping te helpen bevrijden en herstellen (Rom. 8:19vv, NBG-vert.). Wat een toekomst is er met Hem in het verschiet en welk een machtige taak wacht ons in het vrederijk en zelfs op de nieuwe aarde!

Jildert de Boer, © Verdieping en Aansporing, juni 2021.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *