De volle raad van God verkondigen deel 2

DE VOLLE RAAD VAN GOD VERKONDIGEN (2)

Blijven steken voor of bij de deur Christus?

Er zijn er velen in de rechterflank van de Gereformeerde gezindte die blijven steken in de ‘toeëigening van het heil’. Voor sommigen is het doen van “belijdenis der waarheid”, dat is het historisch geloof dat de Bijbel waar is, een min of meer normale zaak, terwijl het belijden van persoonlijk, zaligmakend geloof toch Gods bedoeling is met de mens.

Het is heel verdrietig als men na jaren Gods Woord gehoord te hebben in feite nog dezelfde oude “ik” blijft. Het is ook geen vanzelfsprekendheid, maar een groot wonder van God om deel te krijgen aan de verzoening met God en aan persoonlijke bekering. Gód roept ons tot bekering en door genade van God kunnen wij in Christus verzoening ontvangen. Daarbij willen we benadrukken, dat God ons EERST heeft liefgehad (1 Joh. 4:10,16,19).

Velen blijven twijfelen en we hoorden dat eens verdedigen men de zinsnede: “bij de schoorsteen van het geloof hoort de rook van de twijfel”, wat wel in schrijnende tegenspraak is met de woorden van God in Jak. 1:6-8: “Maar hij moet bidden in geloof, in geen enkel opzicht twijfelende, want wie twijfelt gelijkt op een golf der zee, die door de wind aangedreven en opgejaagd wordt. Want zulk een mens moet niet menen dat hij iets van de Here zal ontvangen, innerlijk verdeeld als hij is, ongestadig op al zijn wegen”.

We maken God tot een leugenaar als we onder het Woord jaren en jaren blijven rondlopen zonder zekerheid van behoud, zonder inwilliging van Zijn beloften, die immers in Christus ja en amen zijn (2 Kor. 1:20). “Een langgerekt hopen maakt het hart ziek, maar een vervulde begeerte is een boom des levens” (Spreuk. 13:12).

Als veel prediking niet verder gaat dan tot aan Christus, dan blijven de mensen ‘nieuw testamentische-oude verbondelingen’, die hoogstens met Psalm 32:1 geloven dat hun zonden bedekt worden.

De prediking in sommige kerken en kringen draait om het komen tot Christus heen. Dan kan men zeggen: “Christus staat centraal”. Zeker, Christus is de deur, de toegang tot het behoud. Velen maken echter van Hem een ‘draaideur’: je gaat erin en er weer uit. Mensen worden vaak en bloc onder de zonde gesteld en dan weer wordt er over die mensen een collectieve genadeverkondiging gebracht. Het lijkt erop dat alles op de grote hoop beleden en vergeven wordt verklaard. Is het niet beter concrete zonden persoonlijk te belijden? In het zogenaamde ‘grote gebed’ wordt in de gereformeerde gezindte collectief gesteld dat niemand er de afgelopen week weer iets van terecht gebracht heeft. Wij vragen: heeft de heilige Geest dan in al die jaren niets veranderd in de levens? Steevast wordt er in dat “grote gebed” vanuit de positie in Adam gebeden. Nemen de nieuw-testamentische brieven niet steeds het uitgangspunt in Christus? We citeren enkele plaatsen:

  • “Want gij WAART vroeger duisternis, maar thans zijt gij licht in de Here; wandelt als          kinderen des lichts, -want de vrucht des lichts bestaat in louter goedheid, gerechtigheid en waarheid” (Ef. 5:8-9).
  • “…die Zelf onze zonden in zijn lichaam op het hout gebracht heeft, opdat wij, aan de            zonden afgestorven, voor de gerechtigheid zouden leven; en door zijn striemen zijt gij      genezen. Want gij WAART dwalende als schapen, maar thans hebt gij u bekeerd tot de      herder en hoeder van uw zielen” (1 Petr. 2:24-25).

Doorgaans kiezen de traditionele kerken echter in dergelijke gebeden de doodsstaat van de natuurlijke mens (Ef. 2:1) als uitgangspunt en niet de schriftuurlijke, nieuw-testamentische gedachte “als mensen die dood zijn GEWEEST, maar THANS leven (Rom. 6:13 en 1 Joh. 3:14).

Het geestelijk leven verloopt blijvend langs de trits zonden doen – belijden – vergiffenis ontvangen. Zo cirkelt men in de ‘draaideur’ rond zonder de weg van Christus te gaan, Hem die geen zonde gedaan heeft, namelijk Hem stap voor stap achterna in Zijn voetstappen (1 Petr. 2:21-22). God wil ons echter in Christus zegenen door een ieder van ons AF te brengen van zijn boosheden (Hand. 3:26). Het gáát veranderen, het wórdt beter, het kán lukken door Zijn kracht! Dat is een positieve belijdenis, want Hij is machtig! Belijden wat Gód zal werken, brengt hoop en groei met zich mee!

Door een negatieve stellingname blijft alles op hetzelfde chapiter doorgaan, ver beneden het peil dat de Here sinds Pinksteren beoogt en waaruit geen bestendige eenheid kan voortvloeien. Men spreekt in de regel veel van buiten Christus tot aan Christus, maar tamelijk weinig over wat IN Christus is en over Gods mogelijkheden door de kracht van Zijn heilige Geest!

“Uitbarstingen van toorn” zijn voor een christen niet normaal bijvoorbeeld, want hij is geen vuurspuwende vulkaan meer. Door Gods werkingen in hem kan er sprake zijn van een “dode vulkaan”. Als het zo geworden is, dan geven we alle glorie aan God!

Toegerekende en persoonlijke gerechtigheid

Alles begint inderdaad met puur toegerekende rechtvaardigheid van Jezus Christus voor ons, dat is Zijn verdienste (Rom. 4:5-8, 23-25). Jammer genoeg horen velen bijna alleen dat en dan wordt de rechtvaardiging scheef getrokken. Daarna gaat het erom dat die rechtvaardiging door Hem niet alleen een juridisch, statisch feit van vrijspraak is. Deze rechtvaardigheid van Hem moet niet slechts aan, op en over ons komen, maar in ons leven gaan werken en dwars door ons leven heen dynamisch tevoorschijn komen door de heilige Geest (Gal. 5:5).

Op dit punt bestaat er veel misleiding, bijvoorbeeld als er gezegd wordt: “God doet net alsof wij even rechtvaardig zijn als Christus, maar we zijn het feitelijk niet: we blijven zelf zondaars”. Dit komt niet overeen met wat Paulus schrijft: “God echter bewijst zijn liefde jegens ons, doordat Christus, toen wij nog zondaren WAREN, voor ons gestorven is. Veel meer zullen wij derhalve THANS door zijn bloed gerechtvaardigd, door Hem behouden worden van de toorn” (Rom. 5:8-9).

Onze belijdenis wordt dan: “ik ben een rechtvaardige door het geloof”! Dat is geen ‘alsof’-verkondiging en de apostel Johannes schrijft over deze dingen: “kinderkens, laat niemand u misleiden. Wie de rechtvaardigheid dóet, IS rechtvaardig, gelijk Hij rechtvaardig is” (1 Joh. 3:7 en 1 Joh. 2:29). Dit is de persoonlijke, toegeëigende gerechtigheid door de heilige Geest! Zo wordt het evangelie realiteit in onze levens! Hier mogen we treden in de voetstappen van Jezus, ons heerlijke Voorbeeld, die géén zonde gedaan heeft, om voor Hem en voor de gerechtigheid te leven (2 Kor. 5:15; 1 Petr. 2:24).

Nadat we in Christus rechtvaardig verklaard zijn (2 Kor. 5:21), moeten we ook als rechtvaardige gaan leven in de praktijk!

Eigen kracht en/of Gods kracht?

“Dat kan niet in eigen kracht” roepen nu velen in koor. Trachtende gerechtvaardigd te worden naar de wet, is onze eigen gerechtigheid ontoereikend gebleken en hadden wij Gods gerechtigheid in Christus voor ons nodig, om de rechtvaardiging door het geloof aan te nemen op grond van het werk dat Jezus Christus voor ons heeft volbracht.

Als wij na gerechtvaardigd te zijn in Christus uit genade met de heiliging beginnen roepen velen: “pas op voor eigen kracht”. Misschien zijn zij bang voor krampachtige inspanningen, in plaats van een ons ontspannen uitstrekken naar een heilig leven, dat welgevallig is voor Gods aangezicht. Toch is “eigen kracht” minder gevaarlijk dan velen denken. Het eerste gebod van de wet luidt: “…gij zult de Here, uw God, liefhebben uit geheel uw hart en uit geheel uw ziel en uit geheel uw verstand en UIT GEHEEL UW KRACHT” (Mark. 12:30). Wat voor kracht was dat? Menselijke kracht! Het is goed, om dat te proberen, om die eigen kracht op te gebruiken. Dan loop je op een gegeven moment tegen de muur. Het lukt niet en je ziet dat je het met je eigen inzet en kracht niet redt, om God helemaal te dienen. Dat drijft je in je nood uit, om voortdurend te bidden tot de Here, om de kracht van de Geest. Daarom staat er zo treffend: “in heiliging door de Geest” (1 Petr. 1:2; 2 Thess. 2:13).

Positie en wandel of staat en stand

Na het beschrijven van de mooie positie of status die wij “in Hem” gekregen hebben (Ef. 1:3-14) vermaant Paulus “te wandelen waardig der roeping, waarmede gij geroepen zijt….” (Ef. 4:1) en dan gaat het over onze geloofs(toe)stand en praktische wandel. Zo’n wandel in Hem is mogelijk in het Nieuwe Verbond! “Wie zegt, dat hij in Hem blijft, behoort ook ZELF ZO te wandelen ALS HIJ gewandeld heeft” (1 Joh. 2:6). Dat is geen utopie, of alleen iets voor het hiernamaals, maar de heilige Geest geeft ons daartoe een machtige opleiding en vorming!

Dat Christus heeft overwonnen is zonneklaar en Paulus roept uit: “Maar Gode zij dank, die ons de overwinning geeft door onze Here Jezus Christus” (1 Kor. 15:57) met meteen daarachter de oproep voor ons: “Daarom, mijn geliefde broeders, weest standvastig, onwankelbaar, te allen tijde overvloedig in het werk des Heren, wetende, dat uw arbeid niet vergeefs is in de Here” (1 Kor. 15:58).

Vanuit de overwinning van Jezus Christus zullen wij zijn werk doen en zijn weg ook gaan, om hetzelfde als Hij niet alleen als positie of status in Christus toegerekend te krijgen, maar in de werkelijkheid van ons levenswandel gaandeweg, in ons levensproces, te mogen realiseren. Dat gebied, ‘het beloofde land’’ , mogen wij ons door in de Geest te wandelen stukje bij beetje toeëigenen door strijd en overwinning. Daartoe hebben we een aansporing en een belofte, die luidt: “Wie overwint, hem zal Ik geven met Mij te zitten op mijn troon, GELIJK ook Ik heb overwonnen en gezeten ben met mijn Vader op zijn troon” (Openb. 3:21). Wat een immens heerlijk perspectief in de volle raad van God!

Ernst maken met de zonde

Nu komt het erop aan bewust en met ernst te leven! Dat houdt in: meer en meer een haat te krijgen tegen de zonde en de geesten die tot zonde verleiden en daarbij om weg te komen van alle oppervlakkig, godsdienstig gepraat. De meesten gaan er bijna voetstoots vanuit dat een zonde wel weer zal gebeuren, in plaats van een een vreze van God te krijgen, om niet meer te zondigen (Ex. 20:20; Ps. 130:4; Spreuk. 8:13). Door de vreze des Heren wijkt men van het kwade! Laten wij zo’n besef van God krijgen dat de rechte nuchterheid er komt om niet langer te zondigen (1 Kor. 15:34). Om de zonde niet alleen te belijden, maar die ook NA TE LATEN (Spreuk. 28:13).

Johannes zegt: “Dit heb ik u geschreven, OPDAT GIJ NIET TOT ZONDE KOMT” (1 Joh. 2:1a). Dat is in klare taal de hoofdzaak en het goddelijk -normale!  Hij vervolgt met de menselijke mogelijkheid, die meer en meer een uitzondering en abnormaal hoort te gaan worden in ons leven : “En ALS iemand gezondigd heeft, wij hebben een Voorspraak bij de Vader, Jezus Christus, de rechtvaardige “ (1 Joh. 2:1b). ALS wij zondigen, dan is er geen reden voor paniek of wanhoop en indien  wij onze zonden belijden, Hij is getrouw en rechtvaardig, om ons de zonden te vergeven en ons te reinigen van ALLE ongerechtigheid (1 Joh. 1:9). Wat een troost, genade en vergeving van God achteraf. Maar nog veel liever ziet Hij dat wij deze genade tot overwinning vooraf vinden, opdat wij niet tot zonde komen, maar “nee” zeggen.

De zonde wordt helaas door de allermeesten gezien als een onontkoombaar verschijnsel, ook bij de wedergeboren en met de heilige Geest vervulde christen. Het is waar: de zonde staat ons licht in de weg, maar wij zijn geroepen, om met volharding de wedloop te lopen achter Jezus, onze Voorloper en onze leidsman en voleinder van het geloof, aan EN af te leggen alle (bal)last en zonde die ons zo licht in de weg staat, of die zich gemakkelijk aan ons hecht (Hebr. 12:1-2). De herziene  Willibrordvert. heeft: “elke zondelast die ons hindert van ons afschudden”. De Here roept ons op ten bloede toe weerstand te bieden in onze worsteling tegen de zonde (Hebr. 12:4).

Lijden in de verzoekingen

Dat gaat niet vanzelf, maar het betekent lijden naar het vlees en daardoor worden we -evenals Christus – onttrokken aan de zonde (1 Petr. 4:1-2). Andere vertalingen geven hier: opgehouden van de zonde, klaargekomen met de zonde, afgerekend met de zonde, ontheven is aan zonde, enz. met de gezindheid om voortaan alleen de wil van God te doen. Praktisch gezien gaat het erom in de verzoekingen van het leven te lijden en te volharden door te blijven staan. Dit is “nee” zeggen en het vlees geen voedsel geven, niet toe te geven aan de opkomende begeerte, die de boze -de verzoeker- in de verkeerde richting wil ombuigen. Omdat Jezus ditzelfde heeft meegemaakt, toen Hij in hetzelfde vlees op aarde was, kan Hij ons die verzocht worden (niet: ons die al gezondigd hebben!), te hulp komen (Hebr. 2:18), namelijk (het liefst al!) VOORDAT wij tot zonde komen.

Er staat: “te allen tijde de doding van Jezus in het lichaam omdragende, opdat ook het leven van Jezus zich in ons lichaam openbare” (2 Kor. 4:10, St.Vert.). Het is iets geweldig heerlijks, dat het leven van Jezus zich in ons sterfelijk vlees gaat openbaren te midden van allerlei verzoekingen (2 Kor. 4:11). Zo sterven we aan onszelf en brengen “de werkingen des lichaams” door de Geest in de dood (Rom. 8:13) en het nieuwe, goddelijke leven ontwikkelt zich geleidelijk, maar gestaag door de heilige Geest. De boze verliest op steeds meer punten zijn greep op ons en wij komen op allerlei gebieden in ons leven tot bevrijding en weerstaan van machten en zodoende tot de goddelijke vrijheid der heerlijkheid van de zonen Gods.  “Want allen die geleid worden door de heilige Geest zijn zonen Gods” (Rom. 8:14). Op die wijze mag je geloven in geestelijke groei en het is Gods Geest, die dat in ons bewerkt! Door de Here, die Geest is, veranderen we van heerlijkheid tot heerlijkheid (2 Kor. 3:18).

Op weg naar de volheid van Christus

Dit is het herstel- en herscheppingsproces naar het beeld van Jezus Christus, naar de heerlijkheid van onze Here. Het is een krachtig geloof in en een levende hoop op geestelijke ontwikkeling! Jezus sprak: “Ik ben gekomen, opdat zij leven hebben EN overvloed (Joh. 10:10b, vergelijk Rom. 5:17b). Over dat overvloedige leven in Hem wordt doorgaans weinig gesproken. Niettemin is het er God om te doen dat wij uit Zijn volheid ontvangen genade OP genade (Joh. 1:16). Daardoor kunnen wij zowel zondevergeving als ook overwinning op bewuste zonden krijgen! Het is belangrijk met een volledig toegewijde gezindheid op Gods werkingen te vertrouwen in het dagelijkse leven.

Het begin van de verlossing bestaat hierin, dat wij toen wij vijanden (!) waren, met God verzoend zijn door de dood  van Zijn Zoon. De verdere verlossing is: VEEL MEER zullen wij, nu wij verzoend zijn, behouden worden door Zijn leven (Rom. 5:10, St.Vert.). Nadat wij door Christus’ dood verzoening met God hebben ontvangen voor onze zonden, moeten wij punt voor punt verzoend raken met Zijn leven. Dit proces begint bij onze bekering, want van nature is ons leven helemaal niet aan Zijn leven gelijk en hebben wij een oud leven geleid, dat God niet welgevallig is. Onze gezindheid wordt dan: “niet mijn wil, maar Uw wil geschiede” in mijn leven! In deze ontwikkeling kunnen wij stap voor stap verzoend raken met Gods wil, zodat we toegroeien naar het leven van Jezus. “Toch schrijf ik u een nieuw gebod, want – wat waarheid is in Hem EN in u – de duisternis gáát voorbij en het waarachtige licht schijnt reeds” (1 Joh. 2:8). Wat in Christus is, wordt ook waar in ons, die Hem volgen! “Het pad van de rechtvaardigen is als het glanzende morgenlicht, dat steeds helderder straalt tot de volle dag” (Spreuk. 4:18).

Verlangen naar meer van de Heer

Hebt u ook zo’n enorm verlangen, om meer en meer op Jezus te gaan lijken? Dan is het onvoldoende daar een mooi lied over te zingen, maar voluit nodig, om de weg van gehoorzaamheid te gaan. Of denkt u op Zijn kosten ‘christelijk freewheelend’ bezig te blijven? Nee, zo’n goedkope genade predikt Gods Woord ons niet. Christus is voor allen die Hem GEHOORZAMEN een oorzaak van eeuwig heil geworden (Hebr. 5:9).

Jezus is als Voorloper binnengegaan en nu heeft God nadrukkelijk beloofd dat wij die a. tot Hem de toevlucht hebben genomen b. een krachtige aansporing zouden hebben om de hoop te grijpen die voor ons ligt (Hebr. 6:17-20). Hij ziet graag navolgers op Zijn weg! Het is mijn begeerte dat IEDER UWER dezelfde ijver blijve betonen tot de verwezenlijking van de hoop ten einde toe… (Hebr. 6:11, vergelijk Hebr. 10:36).

Gelooft u in een drastische verandering van uw leven? Als u een kind van God bent, dan bent u ook een erfgenaam van Hem en een medeërfgenaam van Christus (Rom. 8:17). Dan lezen we de Bijbel niet droog en beschouwelijk als een notaris, om te registreren en te documenteren. Het is prachtig Gods beloften sprankelend en levensgericht te lezen als erfgenaam van Gods erfenis! De verzegeling met de heilige Geest der belofte is gegeven als onderpand van deze erfenis (Ef. 1:14).

Heiliging: gericht op het volkomene

Ingewikkeld preken, of een prediking doorspekken met dogmatische taal kan men geen vaste spijs noemen. Melkvoeding is hulp, om de eerste beginselen van de uitspraken van God tot zich te nemen: bekering van dode werken, geloof in God een leer van dopen (waterdoop en doop in de heilige Geest) en van oplegging der handen, opstanding der doden en eeuwig oordeel worden in Hebr. 6:1-3 genoemd als eerste onderwijs in Christus. Sommigen hebben hier hun handen voorlopig al vol aan en als God het ons vergunt is een herhalingsoefening op zijn tijd goed, om dit fundamentele onderricht opnieuw naar voren te brengen. Hoewel naar de tijd gerekend hadden velen al leraren moeten zijn (Hebr. 5:12).

Vaste spijs is voor de volwassenen die door het gebruik hun zinnen geoefend hebben in het onderscheiden van goed en kwaad (Hebr. 5:14). Dit vaste voedsel richt zich op geestelijke volwassenheid, anders gezegd: op het volkomene (Hebr. 6:1). Men heeft helaas vaak nagelaten deze volle raad van God, waar wij nu de aandacht op vestigen, te verkondigen! (Hand. 20:27, vert. Brouwer).

Waarom is er veelal weinig aandacht voor het heiligmakingsproces? We lezen eenvoudigweg: “Dit wil God: uw heiliging…” (1 Thess. 4:3). De oproep klinkt: “Jaag naar de heiliging, zonder welke niemand de Here zal zien” (Hebr. 12:14). Laten wij van harte vast geloven in Gods mogelijkheden daartoe! Bij Hem is VEEL verlossing! Hij laat ons onze zondige toestand en ellende zien, maar wekt ook een kostelijk verlangen naar een geheel ander leven dat volgens Zijn Woord mogelijk is.

Het doel van Gods Woord is: “opdat de mens van God volkomen zij, tot alle goed werk volkomen toegerust” (2 Tim. 3:16-17). Dat is geen tekst die je achteloos terzijde kunt schuiven tot na dit leven. Het heeft te maken met geloof, namelijk: in het Woord dat uit Gods mond uitgaat, dat het niet leeg zal terugkeren, maar dat het zal doen wat Hem behaagt en dat volbrengen, waartoe Hij het zendt (Jes. 55:11). Paulus jaagde naar het volkomene hier en nu, of hij het ook grijpen mocht, omdat hij ook door Christus Jezus gegrepen was (Fil. 3:12-16). Als einddoel van het geloof gaf hij aan: “…opdat gij vervuld wordt tot ALLE volheid van God” (Ef. 3:19). Ofwel: “totdat wij allen de EENHEID DES GELOOFS en der volle kennis van de Zoon van God bereikt hebben, de mannelijke rijpheid, de maat van de wasdom van de volheid van Christus (Ef. 4:13). Geestelijke volwassenheid in Christus en geestelijk eenheid van het geloof grijpen in elkaar! Geestelijke onmondigheid wordt vergezeld door op en neer en heen en weer geslingerd te worden onder invloed van allerlei wind van leer door het valse spel van mensen, in hun sluwheid, die tot dwaling verleidt (Ef. 4:14). In plaats van eenheid is er dan verwarring en een instabiele toestand.

Het is essentieel dat wij nederig blijven, in afhankelijkheid van God, bij het in ELK opzicht (=in alle deugden of karaktereigenschappen) toegroeien naar Jezus, ons hoofd! (Ef. 4:15).

Laten wij ons ernaar uitstrekken en ervan gegrepen zijn dat dit heerlijke doel werkelijkheid wordt in onze levens en in de gemeente van de levende God!

Jildert de Boer

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *