Grenzen in de opvoeding

Inleiding

Opvoeding is een levenskunst! Er is veel wijsheid van God voor nodig, om onze kinderen op de juiste wijze te leiden en te begeleiden. Ieder mens is als schepping van God uniek, dus ook ieder kind. Deze eigenheid zullen we respecteren en er behoedzaam mee omgaan. Elk gezin functioneert anders en vader en moeder zullen samen met de Heer begaanbare wegen zoeken voor hun kinderen te midden van deze wereld. In dit artikel noemen we een paar valkuilen in de opvoeding en geven we enkele aanzetten die tot hulp in de praktijk kunnen dienen. Uitdrukkelijk zij opgemerkt dat we zelf deze ‘levende materie’ niet in onze broekzak hebben, maar zelf in de dagelijkse omgang met kinderen al doende aan het leren zijn.

Autoritaire opvoeding

Kort gezegd houdt deze in: pa en ma maken de dienst uit en de kinderen hebben maar te luisteren. De ouders treden dominant op en dulden weinig eigen inbreng van het kind. Kinderen hinderen. Men beschouwt ze vaak als lastig en daarom moet je ze maar stevig onder de duim houden. Als een kind maar even uit de maat loopt, kan het direct een uitbrander krijgen. Vaak wordt er geheerst in een geest van dreiging en geweld. De ouders laten zich dikwijls leiden door de grillen van hun humeur of door hun behoefte aan rust. Het lawaai van de kinderen en de rommel die ze maken wekt hun irritatie en daarom drukken ze dit maar liefst gauw de kop in. Veel prille uitingen en ontdekkingsdrang wordt op die manier in de kiem gesmoord door een optreden met ouderlijke macht en dat is iets anders dan een gezond gezag. Bij het ouder worden van de kinderen ontstaan conflicten en werkt de gehanteerde opvoedingsmethode vaak averechts. Wanneer deze aanpak gepaard gaat met geloof in God, dan is het beeld van God vaak dat van een toornige wreker en gaat dit gepaard met angst.

Vanuit het evangelie van het Koninkrijk verstaan we dat het zoëven geschetste geen goede benadering is van kinderen. Ze houdt geen rekening met de geestelijke wereld, miskent de unieke persoonlijkheid van ieder kind en doet geen recht aan de aard van onze goede God.

Vrije opvoeding

We geven daar een extreem voorbeeld van.

In een supermarkt is een jongen met een winkelwagentje bij de kassa steeds maar aan het duwen en botsen tegen de benen van een wat oudere dame voor hem. Die mevrouw zegt op een gegeven moment tegen de moeder van het ventje: “wilt u ervoor zorgen dat uw zoontje niet steeds met die kar tegen mijn benen rijdt”? Maar de moeder antwoordt: “nee hoor, ik zeg daar niks van, want wij geven hem een vrije opvoeding”! Dan pakt vervolgens de man achter de moeder met haar zoontje een pak vla uit zijn kar, maakt die vlug open en giet vervolgens de inhoud over het hoofd van de moeder uit… Boos reageert de moeder en roept: “bent u soms gek geworden, wat doet u nou”!!?? De man zegt laconiek: “ik heb vroeger ook een vrije opvoeding gehad, vandaar”…

Dit sprekende voorbeeld behoeft nauwelijks toelichting. De gedachte van een “laissez-faire” houding is funest is de opvoeding. Het is de filosofie dat je de kinderen maar kunt laten doen en gaan en dat ze vanzelf wel groot groeien zonder veel sturing van opvoeders. Gewetensvorming, besef bijbrengen van waarden, normen en fatsoensregels, dat alles is vrijwel taboe. Alles kan en alles mag. De kinderen mogen zich niet alleen zelf ontplooien, maar krijgen ook voortdurend hun zin. Later worden het vaak tirannen en gaan zij thuis de baas spelen.

Bovengenoemde benadering dat kinderen automatisch wel goede keuzen leren maken, houdt geen rekening met het gegeven dat we in bezet gebied leven, waar de overste dezer wereld met zijn machten tekeer gaat. Zijn huishouding, die hij in gezinnen met mensenkinderen wil infiltreren, staat diametraal tegenover de door God bedoelde ordening. Deze aanpak van kinderen bevordert de bandeloosheid en leidt tot wetteloosheid. Wanneer zij gepaard gaat met een geloof in God, dat is het beeld van God bijna als sinterklaas, die altijd met kado’s, suikergoed en marsepein rondstrooit. Dat jonge kinderen reeds tot zonde komen, wordt in de gedachte van een vrije opvoeding schromelijk onderschat.

Democratische opvoeding

Qua maatschappijvormen kennen we een grote gevarieerdheid tot de twee uitersten: een autoritair systeem enerzijds en volstrekte anarchie anderzijds. De democratische staatsvorm bevalt ons dan verhoudingsgewijs nog het beste…

Het woord democratie betekent het toekennen van kracht of invloed aan het volk. Het recht op vrije meningsuiting staat hoog in het vaandel. Persoonlijke vrijheid en gelijkheid zijn sleutelwoorden. Nu staan we er volkomen achter dat alle mensen in principe gelijkwaardig zijn, maar dat is iets anders dan een absolute gelijkheid. Er zijn in de natuurlijke wereld verschillen tussen overheid en onderdanen, tussen werkgevers en werknemers en tussen ouders en kinderen. De Bijbel leert ons deze gezagsverhoudingen.

Een democratische opvoedingsstijl wil kinderen van jongsaf opvoeden in vrijheid en gelijkheid. Vrijheid is een hoog goed, maar als deze geprofileerd wordt buiten Gods Woord om, dan is de vrijheid vals. Als de trend naar gelijkheid bij kinderen en jeugd doorslaat in een gebrek aan respect voor het ouderlijk gezag, voor oudsten in de gemeente en voor oudere mensen in het algemeen, dan zijn bijbelse begrippen als onderwerping en ontzag uitgehold. In dit opvoedingsklimaat zijn het opkomen voor jezelf en je eigen mening erg belangrijk. Bijbelse principes als gehoorzaamheid, zelfverloochening en jezelf onbesmet van de wereld bewaren, krijgen daarbij nauwelijks aandacht. De mondige jonge mens mag (al te) spoedig meebeslissen en waant zich vrij van en op gelijke voet met “die ouwe lui”.

Bijbelse opvoeding

We geven een tekst uit het oude en twee plaatsen uit het nieuwe testament, die een stevige basis geven voor een gezonde opvoeding naar de normen van Gods Woord.

  • Oefen de knaap volgens de eis van zijn weg, ook wanneer hij oud geworden is, zal hij daarvan niet afwijken (Spreuk.22:6).
  • Kinderen, weest uw ouders gehoorzaam [in de Here], want dat is recht (Efeze 6:1).
  • Kinderen, gehoorzaamt uw ouders in alles, want dat is welbehaaglijk in de Here (Kol.3:20).

Gehoorzaamheid is een bijbels grondprincipe en wanneer ouders in deze lijn volgens de wet der liefde opvoeden, bewegen zij zich op een goed spoor. Het is treffend dat Paulus als een kenmerk van mensen, die de waarheid in ongerechtigheid ten onder houden, schrijft: “hun ouders ongehoorzaam” (Rom.1:18, 30). Ook bij de mensen in de laatste dagen is een typerende trek: “aan hun ouders ongehoorzaam” (2 Tim.3:2).

Van Jezus zelf staat dat hij Jozef en Maria onderdanig was (Luc.2:51). Wanneer het gaat om oudsten in de gemeente, dan lezen we: “die gelovige kinderen hebben, die niet in opspraak zijn wegens losbandigheid of van geen tucht willen weten” (Tit.1:6) en: “een goed bestierder van zijn eigen huis, die met alle waardigheid zijn kinderen onder tucht houdt” (1 Tim.3:4).

Tucht zal leiden tot vrucht, tot een goed resultaat van de opvoeding in kinderlevens. Allereerst kunnen we ons als ouders afvragen of we onszelf onderwerpen aan de opvoedingscorrecties van de Vader in ons leven (Hebr.12:9,10). Tucht betekent onderwijzing, leiding! Het heeft te maken met discipline leren. We denken aan regel en regelmaat. In een christelijk gezin is geen onbeperkte vrijheid, maar hanteren de ouders afspraken, die passen bij de leeftijd van elk kind. Daarin zullen zij consequent dienen te zijn, zodat “het ja ja is en het nee nee” (Matth.5:37). Erg belangrijk is dat de ouders elkaar in de opvoeding niet afvallen, maar steunen, zodat de kinderen pa en ma niet tegen elkaar kunnen uitspelen. Er mag geen sprake zijn van verwenning of van opwellingen van toorn. Evenmin van pedagogische verwaarlozing, zodat de kinderen in aandacht en liefde tekort komen.

Naast gehoorzaamheid zijn geborgenheid, veiligheid en bescherming basisbehoeften. Ouders, die hun kinderen jong koesteren en hen op oudere leeftijd onvoorwaardelijk warmte blijven geven, scheppen een klimaat van liefde en vertrouwen. Zij beschutten hun kinderen in de natuurlijke wereld en heiligen hen in de geestelijke wereld. Graag willen zij hun kinderen afzonderen van de machten der duisternis en daarom zeggen zij duidelijk “nee” tegen bepaalde dingen, die zij niet in huis willen hebben, of tegen het gaan naar bepaalde plaatsen waar hun kinderen misschien heen willen. Er worden grenzen aangegeven in de opvoeding. Daarbij zal er een evenwicht zijn tussen “pas op” enerzijds en “ruimte geven” anderzijds.

Naarmate een kind opgroeit, wordt de ruimte groter. De box is in de eerste anderhalf jaar een veilig territorium. Een poosje later is dat hek, heg of schutting, waardoor de grenzen worden afgepaald. Het gebied wordt steeds groter: de eigen straat, of het woonblok worden speelgebied, maar het kind mag bijvoorbeeld niet alleen naar de stad. De horizon wordt allengs groter en naarmate onze kinderen ouder worden, krijgen zij meer verantwoordelijkheid en dus ook vertrouwen en vrijheid.

Het jongere kind heeft veel bescherming nodig voor de invloeden en de geest van deze wereld. Naarmate onze kinderen ouder worden, komt daar het opvoeden tot weerbaarheid en het bestand zijn tegen de omgevingsinvloeden op school en werk bij. Als ouders zullen we bewust onze kinderen heiligen, ze apart stellen. Wanneer wij ze biddend begeleiden, is het een grote hulp te weten dat de goede engelen actief mee functioneren en dat zij erbij kunnen waar wij als ouders niet direct iets kunnen doen. Daarmee wordt ook aan de boze geesten paal en perk gesteld, zodat zij niet zonder meer maar kunnen doen, wat ze wensen in hun wetteloosheid.

Wet en vrijheid

Veel christenen hebben moeite met het bijbelse begrip ‘wet’. Paulus noemt de wet heilig, rechtvaardig en goed (Rom.7:12). Zo zijn de tien geboden een rem op de zonde, al kunnen zij het zondeprobleem niet oplossen. De wet pakt de machten der duisternis niet aan, maar kan de mens wat betreft de zondige daden wel in toom houden. Voor kinderen is het een zegen, als zij onder de wet in verzekerde BEWARING worden gehouden. De wet is dus een tuchtmeester, een pedagoog tot Christus (Gal.3:23-24).

Wanneer jonge mensen Christus als Heer aanvaarden en gedoopt worden in Gods Geest, dan zullen de wetten van de Geest van binnenuit gaan funktioneren! Wanneer zij zich door de Geest laten leiden, dan zijn zij niet onder de wet (Gal.5:18). Deze roeping tot vrijheid mag niet als een aanleiding voor het vlees gebruikt worden (Gal.5:13). Het wandelen door de Geest (Gal.5:16) komt openbaar in de vrucht van de Geest en tegen zulke mensen is de wet niet (Gal.5:22-23).

Het groene gras groeit op of verbrandt

Kinderen worden ‘zo groen als gras’ geboren. We geven twee woorden uit de Schrift:

  • En uw kleine kinderen….en uw zonen, die op dit ogenblik nog geen kennis hebben van goed en kwaad…(Deut.1:39).
  • Want toen de kinderen nog niet geboren waren en goed noch kwaad hadden   gedaan…(Rom.9:11).

Onze kinderen komen echter op een wereld, die bezet gebied is. De gehele wereld ligt in het boze (1 Joh.5:19b). De overste dezer wereld, de duivel, is er (nog!) de baas. Van nature, dat is: langs de weg van een natuurlijke ontwikkeling, komen mensen tot een wandel met overtredingen en zonden, overeenkomstig de loop van deze wereld, overeenkomstig de overste van de macht der lucht, van de geest die thans werkzaam is in de kinderen der ongehoorzaamheid (Efeze 2:1-3). Er treedt een geestelijke dood in, een vervreemding van het leven Gods (Efeze 4:18).

 

Christenouders zullen hun kind willen heiligen, dat wil zeggen afzonderen van de boze. Vaak merken zij dat zij nog in wijsheid tekort schieten en bidden zij God daarom (Jac.1:5). Zij zijn zelf evenwel nog niet uitgegroeid tot het volle zoonschap en zijn dus evenmin in staat hun kinderen volmaakt te heiligen. Toch willen de ouders hun kind zoveel mogelijk omtuinen, om het op hemelse hoogte te bewaren (Matth.18:1-6,10). Bij onze Vader, die in de hemelen is, bestaat de wil niet, dat één dezer kleinen verloren gaat (Matth.18:14).

 

Het kind is als een knop, waarin God het mooie en goede van zijn schepping heeft gelegd. Als de ouders deel hebben gekregen aan de goddelijke natuur (2 Petr.1:4), zullen zij zorgen voor de liefdezon thuis, zodat de knop zich kan ontwikkelen en het kind kan gedijen. Ook de ouders bevinden zich nog in een groeiproces van heiliging en zij maken nog opvoedingsfouten.

De “knop” van het jonge, zich ontwikkelende kinderleven wordt echter ook aangetast door een “worm”, dat wil zeggen: door de vijand der mensen. In de strijd voor hun leven zullen wij als ouders de kinderen helpen tegenover hun geestelijke vijanden!

 

Iemand zei eens: “onze woorden wekken, maar onze voorbeelden trekken”! Wij zoeken een harteband met onze kinderen te krijgen! Dit is niet iets dat we kunnen forceren of fabriceren, maar iets dat zich in ontspannen leven mag ontwikkelen.

 

In de eindtijd komen de machten tevens in grote getale op uit de afgrond. “Hun werd gezegd dat zij aan het (groene) gras der aarde (=de kinderen) geen schade zouden toebrengen…, maar alleen aan de mensen, die het zegel van God niet op hun voorhoofden hadden” (Openb.9:4). Het zegel van God op ons voorhoofd wil zeggen: vernieuwing van denken door de heilige Geest. Dat is iets heel anders dan “al het groene gras verbrandde” (Openb.8:7). Helaas vindt ook dat op grote schaal plaats.

Het zal duidelijk zijn dat de bewaring van onze kinderen geen vanzelfsprekendheid is. Ook nu schiet de boze brandende pijlen af op ons en onze kinderen (Efeze 6:16). We zullen het schild des geloofs ter hand nemen, om het vuur van vijand te doven en voor onze kinderen op de bres staan. In dat geloof zullen we volharden, ook als het er in de zichtbare wereld niet zo goed uit ziet. In de onzienlijke wereld blijven we hen claimen voor het Koninkrijk van God.

 

Mensbeeld en opvoeding

Het misverstand kan ontstaan dat sommigen denken dat vanuit een gezond mensbeeld onze kinderen op een natuurlijke wijze wel goed terecht komen, eventueel onder het bijbelse motto: “het natuurlijke komt eerst, daarna het geestelijke” (1 Kor.15:46). De mogelijkheid bestaat dat ouders dan een valse vrijheid gedogen en dat het gevaar van wereldsgezindheid veel te weinig serieus genomen wordt. Helaas worden de resultaten van zo’n opvoeding pas tien of vijftien jaar later gezien: het geestelijke is niet gekomen… Aan de vruchten kun je achteraf zien of iets wijsheid is geweest of niet.

 

Ik zeg dit uiteraard niet om schuld aan te praten, maar om zo mogelijk een dergelijke, verkeerde ontwikkeling te voorkómen. Daarom hebben we het belang van gehoorzaamheid, grenzen stellen en consequent – zijn nadrukkelijk genoemd! Een bewuste, bijbelse opvoeding zonder druk op de kinderen te leggen, wil de klare koers van het Koninkrijk van God aan hen voorhouden.

 

Dingen die in onze tijd onder kinderen zo algemeen zijn, zoals brutaliteit en respectloosheid, kunnen en moeten in onze christelijke huisgezinnen geweerd worden. Wij zullen grenzen stellen. Een geest van brutaliteit via een kind zullen wij geen vaste grond in onze huizen geven, zodat ook de andere kinderen besmet worden. Deze invloed zullen wij in Jezus’ naam terugdringen en ons daartegenover opstellen. Deze heilzame waakzaamheid is nodig! We werken met onze kinderen aan gezeggelijkheid, dwars tegen de geest van weerspannigheid in.

Op het terrein van taalgebruik in het gezin is het goed zorgvuldig en nauwkeurig te zijn. Een algemeen principe is: geen zotte of losse taal, die geen pas geeft (Efeze 5:4). Als voorbeeld noemen we het onder de tegenwoordige jeugd veel gebruikte tussenwerpsel “shit”! Dat is engelse volkstaal voor “schijt” en het is nu niet bepaald opbouwend dat tegen een ander te zeggen…

 

Kinderopvoeding is zelfopvoeding

Onze kinderen mogen in het opvoedingsproces fouten maken. Als ouders mogen wij eveneens leren van onze fouten in de aanpak van onze kinderen, om het de volgende keer met de hulp van de Heer beter te kunnen doen. We willen onze kinderen heiligen, maar zijn tegelijkertijd zelf bezig met de weg van heiligmaking.

In de opvoeding komen ook de ouders aan hun grenzen. Als de grens van je geduld is bereikt, kom je je ongeduld tegen. In de omgang met kinderen zijn er vaak situaties, die om verdraagzaamheid vragen. Als een kind met moddervoeten binnenkomt, is het dichtbij om boos te mopperen, dat je al zo vaak gezegd hebt dat het z’n voeten moet vegen… Is het dan niet nodig, dat een kind dit leert? Zeker wel, maar we zullen als ouders moeten leren de toon waarmee we een opdracht of correctie geven te reinigen en te zuiveren. Door middel van onze kinderen krijgen we veel kansen om te overwinnen.

 

Als de kinderen veel speelgoed her en der in de kamer hebben verspreid, dan kun je daar soms van genieten en denken: dat ruimen we na het eten wel weer met z’n allen op. Als je moe bent, kan het speelgoed dat in de weg ligt ook worden tot een struikelblok van ergernis. Zoiets is een gelegenheid om de geest van ergernis geen post te laten vatten bij jezelf en te leren de rommel te verdragen. Natuurlijk zullen we aan kinderen leren hun spullen zelf weer op te ruimen, afhankelijk van hun leeftijd, als we tevens maar de lessen voor onszelf verstaan.

 

Met oudere kinderen is het belangrijk, om – zoals iemand eens zei – van geen enkel probleem een drama te maken! Het probleem dat een kind veroorzaakt, kan door een ontactische reactie van ons als ouders tot een drama uitgroeien. Als wij bijvoorbeeld met onze oudere kinderen de afspraak hebben gemaakt, om -’s avonds vóór 12 uur thuis te zijn en zij komen een kwartier later, wat doen wij dan? Zijn wij dan zo onverstandig, om van dit “muggenprobleem” een “olifantenconflict” te maken?

Toch is het verstandig om bepaalde huisregels te hanteren, die in elk gezin weer wat verschillend kunnen zijn, passend bij de eigen omstandigheden. Wanneer oudere kinderen niet de geloofsweg gaan van hun ouders en zij wonen nog thuis, dan behoren zij zich te houden aan de minimale regels van het huis. Anders werkt het gedrag van zo’n kind immers ook negatief naar de andere kinderen in het gezin. Warmte en flexibiliteit zijn broodnodig, maar als het om zonde gaat, wordt de grens overschreden en kan een beslist optreden gewenst zijn, mede terwille van de andere kinderen.

 

We mogen wijsheid leren, om goedheid en strengheid of soepelheid en stiptheid op de juiste manier toe te passen. Als we fouten maken, is het niet erg dat eerlijk te erkennen! De Heer is immers bezig ook ons op te voeden!

 

Verantwoordelijkheid en zorg

Laten wij als ouders onze verantwoordelijkheid verstaan, om er te zijn voor onze kinderen. Wees waakzaam waarmee uw kinderen in aanraking komen en wees op de hoogte waarmee zij bezig zijn. De kinderen zijn belangrijker dan de dingen! Ervoor zorgen dat wij een open oor hebben voor onze kinderen is nuttiger, dan op zo’n moment bijvoorbeeld persé de krant te moeten lezen.

 

Met oudere kinderen kun je goede gesprekken niet arrangeren of plannen op onze tijd. We mogen alert zijn om ergens op in te haken en zulke gesprekken ontstaan soms zomaar spontaan. De Heer biedt ons deze gouden gelegenheden! Als je je eventuele zorg of nood met God bespreekt en op Hem werpt, dan zorgt Hij er op een ‘gegeven moment’ ook voor, dat je met je kind over Hem kunt spreken.

Met oudere kinderen werkt een meer indirecte, vragende benadering vaak beter. Zij zijn volop bezig hun eigen identiteit te vormen en als ouders leren we om stapjes terug te doen, zodat het oudere kind toegroeit naar een grotere zelfstandigheid en meer verantwoordelijkheid. Van daaruit kunnen eigen keuzes gemaakt worden. Misschien dat de ouders vanuit hun levenservaring in sommige gevallen voorzichtig zullen wijzen op mogelijke gevolgen en consequenties. Leren langzaam los te laten als zij meerderjarig worden, betekent concreet dat je je als ouders niet overal meer mee bemoeit.

 

Laten wij de kostbare tijd, om onze kinderen in de opvoeding te vormen voor hun leven, goed benutten! Vaak zijn wij – met een variant op Paulus – in de kinderopvoeding “om raad verlegen, doch niet radeloos” (2 Cor.4:8b). De benodigde wijsheid voor ieder verschillend kind afzonderlijk is bij de Heer voorhanden! Moge God u in deze heerlijke opdracht met uw kinderen zegenen!

 

Jildert de Boer

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *