Het plan van God in de tabernakel ontvouwd deel 2

Het plan van God in de tabernakel ontvouwd (2)

De weg van God in tabernakelperspectief

DE VOORHOF

De witte omheining en de poort

Het is goed te letten op de witte omheining en op de poort van het tabernakelterrein. Beide hebben een geestelijke betekenis! Ze wijzen ons op Gods heiligheid en rechtvaardigheid (de witte omheining) en op Gods liefde en Gods genade (de poort). In de ene kring wordt Gods heiligheid sterk benadrukt (een hoge omheining) en Gods liefde minder geacht (bijv. door een overaccent op uitverkiezing). In een andere kring wordt de witte omheining (5 el hoog, ongeveer twee en halve meter) naar beneden gehaald en de poort extra breed gemaakt (bijv. het gaat om liefde en verdraagzaamheid in mindering op Gods heiligheid tegenover de zonde die men verdoezelt). Beide zijn nodig: de poort en de witte omheining in balans met elkaar. De poort is de toegang en vraagt om een keuze in geloof. De witte omheining spreekt van de gehoorzaamheid die God vraagt. De grenslijn met de wereld was de witte omheining voor een afgezonderd volk. De witte kleur wijst op reinheid en zuiverheid.

De grote poort zegt: kom, maak een keuze!

In Johannes 10:9 zegt Jezus: “Ik ben de deur, als iemand door Mij naar binnengaat, zal hij behouden worden”.
Blijf je buiten, of ga je binnen en word je gered en behouden? De poort (20 el) zegt: Kom in Hem door in Hem en Zijn werk te geloven! Het is maar één stap om tot Jezus te gaan. Buig je voor Hem!

De 4 kleuren in de poort zeggen iets over Jezus als Koning (Mattheüs.: purper), als Dienstknecht en Lam (Marcus: scharlaken), als Zoon des Mensen (Lukas: wit=rein), als Zoon van God (Johannes: hemelsblauw). De poort nodigt je met de liefde van God en als je de goede keuze doet, dan mag je zeggen: door Gods genade ben ik een kind van God, ik ben gered, ik heb eeuwig leven! “Hij heeft ons verlost uit de macht der duisternis en overgebracht in het Koninkrijk van de Zoon zijner liefde, in wie wij de verlossing hebben, de vergeving der zonden” (Kol. 1:13).

Na de poort volgt de ontwikkeling langs de verschillende voorwerpen of objecten in de tabernakel. Als wij niet slechts komen tot Hem, maar blijven in Hem, dragen we vrucht, groeien we geestelijk. Dat zijn de vele stappen om Hem te volgen. Dat is de weg die God verder bedoelt: het heiligdom binnen!

Jezus is de weg, de waarheid en het leven (Joh. 14:6). Niemand komt tot de Vader dan door Hem! Jezus is uniek: de poort geeft de enige toegang. Je erkent: ik heb Hem nodig als Heiland, want ik ben een zondaar en ik heb berouw over mijn oude leven. De poort spreekt van persoonlijke bekering. Heb je de Hem persoonlijk aanvaard als Redder van je leven? “Maar allen die Hem aangenomen hebben, hun heeft Hij macht gegeven om kinderen van God te worden, namelijk die in Zijn naam geloven” (Joh. 1:12).

Mogelijk spreken de 4 pilaren in de poort van de vier evangelisten (Mattheüs, Marcus, Lukas en Johannes), die uitnodigen om het evangelie aan te nemen (Joh.1:12). Je kunt niet op een andere plaats inklimmen, dan ben je een dief of een rover, zegt Jezus (Joh. 10:1). Je mag niet over de omheining klimmen, of er onderdoor graven. Het kan slechts door de poort of de deur, Jezus. Met de poort is het de bedoeling dat je ook met de troon verbonden bent, dat je Hem ook in principe aanvaardt als Heer en Koning van je leven (helaas doen velen die christenen heten dat niet). We kunnen denken aan het bekende, populaire lied uit de Johannes de Heer-bundel:

 “Ik zie een poort wijd open staan, waardoor het licht komt stromen.
van ’t kruis waar ‘k vrij’ lijk heen mag gaan om vrede te bekomen.

Genade Gods zo rijk en vrij, die poort staat open ook voor mij.
Voor mij, voor mij, staat open ook voor mij”.

Dit lied is waar als het gaat om deel te krijgen aan de verzoening met God door geloof in Jezus Christus en door Gods genade alleen. Bij de toegang tot het heilige, het discipelschap in Christus, zullen we zien dat dit om een ‘nieuw lied’ vraagt.

Het koperen brandofferaltaar

Koper spreekt van oordeel. Denk bijvoorbeeld aan de koperen slang in de woestijn (Num. 21:9). Het brandofferaltaar beeldt het kruis van Christus uit tot zondevergeving. In plaats van al die dierenoffers hebben wij nu het ene grote offer van Christus. Door Jezus’ bloed wordt je geweten echt gereinigd, zodat je zonder besef van kwaad bent (Hebr. 10:22).

Vroeger was het: “Bind d’ offerdieren dan met touwen  tot aan de hoornen van ‘t altaar” (Ps. 118:13, berijmd). Nu is het: “Zie het Lam van God, dat de zonde der wereld wegneemt” (Joh. 1:29). Het altaar was 5 el lang, 5 el breed en 3 el hoog. Het was gemaakt van acaciahout en overtrokken met koper. Over welk oordeel spreekt het koper? Het koper spreekt van het oordeel over zonde en de oude mens met zijn praktijken. Het kruis van Christus bracht zondevergeving. Behalve aan het kruis van Christus voor onze zonden is het goed ook te denken dat wij met hem in het geloof mede gekruisigd zijn (Rom. 6:6), een waarheid die voor veel christenen verborgen is: dat wij aan de zonde afgestorven voor de gerechtigheid zouden leven (1 Petr. 2:24). Als ik op het kruis ben, dan is Christus op de troon van mijn leven! Wanneer ik weer op de troon zit, dan ben ik niet langer vastgenageld met Hem op het kruis.

Het gaat niet meer om onze verdiensten, om zelfwerkzaamheid en prestaties. Die zijn onvoldoende en nooit genoeg. Het gaat om geloof in het eenmalige, grote offer van Christus voor onze zonden. De grote verzoening is in Christus volbracht. Velen roepen: “Christus heeft alles volbracht en wij hoeven niets meer te doen”. Voor wat de verzoening tussen God en mens betreft is dat juist.

Maar hoeven wij niets meer te doen? Nou en of! Daarna mogen we ons lichaam stellen tot een levend, heilig en aan God welgevallig offer (Rom. 12:1). Dat wil zeggen: we aanvaarden Jezus ook als Heer en Koning van alle gebieden in ons leven en we willen ons hele leven laten beheersen door God. We gaan Hem dienen en volgen. We geven ons in gehoorzaamheid, overgave en toewijding. Dit zijn dingen die veel christenen helaas niet doen die tevreden zijn met ‘zondevergeving’ en ‘naar de hemel gaan’. Zij blijven steken bij het cirkelen om het brandofferaltaar, net als de O.T. Israëliet die niet verder kon komen.

Het koperen wasvat

Alle voorwerpen in de voorhof zijn van koper. Bij het wasvat reinigden de priesters hun handen en voeten, om dienst te gaan doen in het heiligdom. Het wasvat was gemaakt van de spiegels van de vrouwen. Zij gaven overdreven ijdelheid op en hadden God meer lief dan hun eigen uiterlijk.

Spiegelen wij ons aan Gods Woord of vergeten we dat (Jak. 1:21-25)? Laten we onze wandel onderzoeken en praktisch laten reinigen! “Wie deze hoop op Hem heeft, reinigt zichzelf gelijk Hij rein is” (1 Joh. 3:3). Vergelijk het ‘stof’ van de wereld aan je voeten, waarvoor de discipelen zich de voeten lieten wassen (Joh. 13:10). Denk ook aan de doop in water, een gebed van een goed geweten tot God door de opstanding van Jezus Christus (1 Petr. 3:21-22). “Een lichaam gewassen met zuiver water” schrijft Hebr. 10:22 zo mooi verwijzend naar de combinatie wasvat en doop.

Reinig je door het waterbad van het Woord (Efeze 5:26; vergelijk Joh. 15:3).
Christus wil Zijn gemeente reinigen door haar te reinigen met het waterbad door het Woord. Christus heeft Zich voor de gemeente overgegeven, maar in hoeverre hebben wij dat als mannen tegenover onze vrouwen gedaan? Christus wil Zijn gemeente in heerlijkheid (stralend, NBG-vert.) voor Zich plaatsen. Hoe zijn wij daar als mannen tegenover onze vrouwen mee bezig? (Ef. 5:25-28). Op het gebied van fijngevoeligheid valt er nog veel te reinigen merk ik bij mezelf. Geef elkaar als echtgenoten geen koude douche!

Was gemeenteleden nooit de oren (‘ik zal hem of haar eens goed de waarheid zeggen’), maar was ze dienend de voeten (Joh. 13:5, 14-15,17).

Jildert de Boer

 

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *