Het plan van God in de tabernakel ontvouwd deel 4

Het plan van God in de tabernakel ontvouwd (4)

De weg van God in tabernakelperspectief

HET HEILIGE (vervolg)

De houten planken met goud bekleed

De houten planken zijn van acaciahout: zo bestaat de gemeente uit nog onvolmaakte mensen, die nog wel eens een ‘plank voor hun kop’ hebben. Kun je dat verdragen, terwijl je vaak dezelfde dingen bij jezelf tegenkomt? Nu mogen we de 100 % gezindheid aandoen om te jagen naar het volkomene!

God wil ons in Christus aanzien: we krijgen deel aan de goddelijke natuur! (2 Petr. 1:4). Dat wordt realiteit, werkelijkheid, het is niet maar ‘alsof’ we daar deel aan hebben. Ook in de praktijk mogen wij veranderen van heerlijkheid tot heerlijkheid door de Geest (2 Kor. 3:18). Wij kennen elkaar niet meer naar het vlees, of naar het uiterlijk, maar we zien elkaar in de gemeente als een nieuwe schepping (2 Kor. 5:16-17). Er is veel verborgen goud in de gemeente!

“Niemand is minder, niemand is meer. Ieder is nodig bij de Heer”! (liedje van Elly en Rikkert). Weg met alle minderwaardigheidscomplexen, slechte zelfbeelden en geesten van afwijzing en verwerping in de gemeente. Eveneens: weg met ‘meerwaardigheid’: alle hoogmoed, eigendunk en trots in de gemeente! Niemand kan gemist worden! “Je mag er zijn, je hoort er helemaal bij”! (liedje van Herman Boon). In de gemeente groeit een hechte gemeenschapsband.

De gouden kandelaar

De zevenarmige kandelaar (menorah) spreekt van de zeven Geesten van God, die voor Zijn troon zijn: de volheid van de heilige Geest! De schacht is ongetwijfeld beeld van Christus Zelf, die de 7 Geesten Gods had (Jes. 11:2-3). Ben jij vol van olie, zodat je licht schijnt in je eigen leven en voor anderen? Heb je extra olie in voorraad zoals de wijze maagden in hun kruiken? (Matt. 25:4). Of zijn je toevoerbuizen verstopt? Merk je soms dat er nog geen stromen van levend water uit je binnenste vloeien? (Joh. 7:37-38). Hoe heerlijk als je een bron wordt waarvan het water nooit ontbreekt of teleurstelt (Jes. 58:11).

Het licht van de kandelaar wijst ook op Jezus als het licht der wereld (Joh. 1:4; Joh. 8:12; Joh. 12:46). “Wie Mij volgt, zal beslist niet in de duisternis wandelen, maar hij zal het licht van het leven hebben”.

De Bijbel zegt ook tegen ons: “Gij zijt het licht der wereld” (Matth. 5:14-16; vergelijk Fil. 2:14-16). Ons licht in de wereld zal geen flakkerend waxinelichtje of een walmende vlaspit zijn. De gemeenten zijn als een kandelaren die licht verspreiden (Openb. 1:20) en te midden van de kandelaren zag Johannes “iemand als eens mensen Zoon” (Openb. 1:13).

Als wij onze eerste liefde verlaten en van onze hoogte (onze wandel in de hemelen) op aarde gevallen zijn, kan de kandelaar van ons weggenomen worden, tenzij we ons bekeren en weer onze eerste werken doen (Openb. 2:4-5). Op de aarde vallen kunnen we met een ander beeld vergelijken met terugglijden van het heilige naar de voorhof, die uit aarde bestaat.

De tafel der toonbroden

Het licht van Gods Geest schijnt op het Woord, het levende brood!

Wij hebben voeding nodig van het brood des levens: van Jezus en Zijn woorden. Hebben we honger naar de Bijbel? Onze opdracht is: in gehoorzaamheid het Woord eten en dit laten verteren (verwerken of toepassen) in ons leven.

In Ps. 68:20 lezen we: “ Geprezen zij de Here, dag aan dag draagt Hij ons, die God is ons heil”. Het heeft een passieve kant dat God ons draagt, waar we het zelf niet redden (vgl. de poster met voetstappen op het strand en op die plekken waar het erg moeilijk was, zien we geen voetstappen, omdat God ons daar gedragen heeft).

Het heeft ook een actieve kant: zijn wij elke dag een vers toonbrood in deze wereld? Zijn wij Gods etalage, waarin men kan zien wat er in Gods winkel te krijgen is? Kunnen mensen bij ons proeven, smaken en zien dat God goed is? Dat kan alleen als het Woord vlees wordt in ons, wordt omgezet in leven, dat ons leven wordt als het Woord!

God voorziet ons in brood: “geef ons heden ons dagelijks brood” (Matth. 6:11) mogen we ook geestelijk toepassen, want de mens zal “niet alleen bij brood alleen leven, maar van alle Woord dat uit Gods mond uitgaat” (Matt. 4:4). Tenslotte kunnen we ook denken aan het avondmaal als gemeenschap met het lichaam van Christus (het ene brood, 1 Kor. 10:17).

Het gouden reukofferaltaar

Zonder een gebedsleven kunnen we niet tot God naderen. Heb je ‘onder onsjes’ met de Heer? Geef je jezelf zonder reserves in aanbidding in de gemeente? Heb je verlangen naar bidstonden? Verricht je als een priester voorbeden? Het gebed van een rechtvaardige vermag veel, brengt veel tot stand (Jak. 5:16).

Ben ik een geur van Christus? Ben ik aangenaam geworden in de omgang met anderen? Hoe is mijn levensstijl? Wie of wat aanbid ik in mijn leven? Heb ik al mijn afgoden opgeruimd, of bewierook ik sommige nog steeds? Sterren van de wereld worden alleen maar sterren genoemd, maar het zijn dwaalsterren. Dat kan maken dat sommigen door deze beïnvloeding uit het heilige terugkeren naar de voorhof.

In Openbaring 8:3-4 lezen we: “En er kwam een andere engel, die met een gouden wierookvat bij het altaar ging staan, en hem werd veel reukwerk geschonken om het te geven, met de gebeden van alle heiligen, op het gouden altaar voor de troon. En de rook van het reukwerk, met de gebeden der heiligen, steeg uit de hand van de engel voor Gods aangezicht op”. Naast reine wierook was er hier in de tabernakel sprake van druipende hars, onyx, galbanum en welriekende stoffen.

We kunnen bij het gouden reukofferaltaar ook denken aan de voorbede van Jezus. Hij is onze Voorspraak of advocaat, die voor ons bidt en pleit bij de Vader(1 Joh. 2:2; Rom. 8:34; Hebr. 7:25; Hebr. 9:24).

Het is belangrijk dat we tijd apart zetten, om ‘stille tijd’ met God te hebben en het is een oefening dat we leren overdag het ‘bid zonder ophouden’ (1 Tess. 5:17) toe te passen. “Wat je ook doet, doe het alles ter ere van God” (1 Kor. 10:31). God zoekt aanbidders die Hem aanbidden in geest en waarheid (Joh. 4:20-24).

Blijf niet steken in de voorhof en evenmin in het heilige

Wil jij verdere stappen met God zetten in je leven? Blijf niet in de aardse voorhof steken. Daar blijven christenen hangen die niet zoveel hebben met de vervulling met de heilige Geest en een lichtend getuigenis zijn en evenmin met Bijbelstudie en bidstonden.

In het heilige gaat het om drie zaken: licht (kandelaar), voeding (tafel) en gemeenschap (altaar). In het heilige bij de afbeeldingen van de hemelse dingen gaat het er voor ons om bezig te zijn in de hemelse gewesten (de geestelijke wereld), om de dingen te bedenken die boven zijn, waar Christus is (Kol. 3:1-2).
Wat is je sterkte punt en wat je zwakke punt van deze drie? Dat mogen we toetsen bij onszelf. Misschien heb je veel kennis van Gods Woord, maar is je gebedsleven arm en je wordt door van alles afgeleid om te bidden. Of je bidt wellicht veel, maar Bijbel lezen kost je strijd. Of je bent veel bezig met de gaven van de heilige Geest, maar weinig gefundeerd in het Woord. Als het Woord en het gebed beide levend voor je zijn, gaat de kandelaar feller brander, word je voller van God!

Jildert de Boer

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *