Het ultra-charismatische gevaar deel 1

HET ULTRA-CHARISMATISCHE GEVAAR

Deel 1 

Wat we met ‘ultra’ of ‘hyper’ bedoelen 

In deze artikelen zullen we regelmatig spreken over ultra- of hyper-charismatisch zijn. Wat bedoelen we daarmee? Wij hebben niets tegen wat de Bijbel weergeeft over de charismatische gaven. Maar als buiten-bijbelse zaken, buitenissigheden, extremiteiten en vreemde niet aan de Bijbel ontleende manifestaties worden gepraktiseerd, dan komen we in een opgeschroefde en puur gevoelsmatige sfeer. Deze manifestaties trekken de balans, die er tussen Woord en Geest zou moeten zijn, uit het lood en heben scheve verhoudingen tot gevolg die ongezond zijn of zelfs schade aanrichten.

Toetsing aan het Woord van God is altijd geboden en zullen we steeds aanbevelen. We aarzelen hier en daar niet enkele namen te noemen, zodat het een en ander herkend kan worden en de lezer het zelf verder kan beoordelen. Sommige topics tippen we slechts aan, maar werken we niet volledig uit, omdat we ons in het kader van dit boek tot het nodige wat betreft dit onderwerp enigszins willen beperken.

De werken van Jezus doen en nog grotere dan deze

“Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u, wie in Mij gelooft, de werken die Ik doe, zal hij ook doen en nog grotere dan deze, want Ik ga tot de Vader.[1]

Ongelukkigerwijze is er in ultra-charismatische kringen een uitleg van dit vers in zwang die van vraagtekens moet worden voorzien. Men gaat er dan vanuit dat wij nog meer en grotere wonderen zullen gaan doen dan Jezus deed tijdens zijn leven op aarde. Op die manier verklaard zou er gedacht kunnen worden aan het feit dat Jezus tijdens Zijn dagen in het vlees in Israël drie doden heeft opgewekt en dat wij in staat zullen zijn in de kracht van de Geest om tenminste vier doden op te wekken. Echter, dodenopwekkingen zijn objectief bezien buitengewoon zeldzaam in de geschiedenis en het heden van de christelijke gemeente. De huidige gemeente is feitelijk aan zulke dingen nog niet toe.

In een bepaalde ultra-charismatische stromingen is er zelfs sprake van ‘dead-rising-teams.’ Daarbij wordt ‘geoefend’ om mensen uit de doden op te doen staan. Extreem tot en met. De Bijbel spreekt veel over geestelijk uit de doden worden opgewekt en de lichamelijke opwekking later.[2] (Ik kom hier verderop nog op terug).

Wij zoeken de uitleg van Joh. 14:12 in een andere richting. De werken van Jezus in de kracht van de heilige Geest werden door Hem in dat ene aardse (eerste) lichaam gedaan dat op één plaats tegelijk kon zijn en tijdens zijn omwandeling op aarde slechts vertoefde in het land Israël. Hij kon nog geen mensen de handen opleggen om hen de heilige Geest te laten ontvangen, “want de heilige Geest was er nog niet, omdat Jezus nog niet verheerlijkt was.”[3] Jezus sprak aan het eind van dit vers: “Want Ik ga heen naar Mijn Vader.”

Daarna kon Hij de heilige Geest zenden en wij, die het (tweede) geestelijke lichaam van Christus, dat is de gemeente, vormen sinds de eerste pinksterdag, kunnen dezelfde en grotere werken doen. Waarom? Niet alleen, omdat wij nu mensen de handen kunnen opleggen voor de doop in en vervulling met de heilige Geest. Maar omdat de gemeente nu wereldwijd en internationaal is en de heilige Geest van God in al die broeders en zusters van het geestelijke lichaam van Christus wil en kan werken! Dat is groter dan wat Jezus in Zijn aardse lichaam kon doen, dat slechts op één plek tegelijk kon zijn en waarbij Zijn directe uitwerking vrijwel uitsluitend tot Israël beperkt was.

Dit is een gezonde uitleg van het bewuste Bijbelgedeelte en bij die werken hoort ook de volmacht om zonden kwijt te schelden en toe te rekenen[4]en de tekenen, die de gelovigen volgen.[5] De werken worden in de onderstaande verzen (van de voetnoot) verbonden met de enorme kracht van het gebed in de naam van Jezus.[6] Jezus sprak over zijn werken in het algemeen[7]en de werken getuigden van Hem.[8]

De heilige Geest aanroepen? 

Laat u niet op het verkeerde been zetten door ultra-charismatische bewegingen die de Heilige Geest aanroepen, want daarvan vind je geen enkel bijbels voorbeeld. Er wordt nooit gebeden tot de heilige Geest in de Bijbel. Het vereren en aanroepen van de Geest is onbijbels. Daar moeten wij ons niet door laten bedriegen. Nog afgezien van de gedachte dat de Geest van God geen aparte, zelfstandige persoon is, maar behoort tot God Zelf (zie hierover hoofdstuk 22). Bovendien  verheerlijkt de Geest Jezus.[9]

Daarom heeft de uitnodiging ‘Kom, Heilige Geest’, die gebruikelijk is in dergelijke ultra-charismatische kringen, geen enkele bijbelse basis en kan zelfs leiden tot het meevibreren van allerlei geesten, zoals het geval was bij de  ‘Toronto blessing’, gepaard gaande met allerlei ultra-charismatische manifestaties als ‘vallen, lachen en schudden in de geest.’ Dat zijn verschijnselen die geen onderbouwing vinden in de Bijbel, ook al probeert men deze manifestaties met flinterdunne argumenten uit de Bijbel te ondersteunen. Dit soort manifestaties leiden niet tot bijbelse eenheid, maar veeleer tot verwarring en scheuringen.

Is de heilige Geest ‘los verkrijgbaar’?

Tegenwoordig ziet men veel in bepaalde ultra-charismatische kringen, dat men los van Vader en Zoon over de Geest spreekt.

De Geest echter is de Geest van de Vader en de Geest van Christus. Ook is er sprake van de Geest van Jezus.[10] De heilige Geest mogen we daarom nooit scheiden van God Zelf. Gods heilige Geest, de Geest der waarheid, woont nu tevens in ons.

Hij spreekt NIET UIT ZICHZELF, maar al wat Hij hoort, zal Hij spreken en de toekomst zal Hij u verkondigen. HIJ ZAL MIJ (CHRISTUS) VERHEERLIJKEN, want Hij zal het uit het mijne nemen en het u verkondigen. Al wat de Vader heeft, is het mijne; daarom zeide Ik: Hij neemt uit het mijne en zal het u verkondigen.[11] Hij vestigt de aandacht op Christus en vraagt geen aanbidding voor Zichzelf en spreekt evenmin uit Zichzelf.

Ook in het negatieve voorbeeld van Ananias en Saffira wordt het bedriegen van de heilige Geest gelijk gesteld met het liegen tegen God.[12] Dat komt, omdat de heilige Geest de Geest van God Zelf is, de persoon van de Vader. Niet een afzonderlijke derde persoon, maar evenmin een losse, onafhankelijke, onpersoonlijke goddelijke kracht of goddelijke invloed. De heilige Geest is de persoonlijke kracht van de Allerhoogste, die eens Maria overschaduwde.[13] Dus niet een onpersoonlijke kracht, zoals elektriciteit dat bijvoorbeeld is.

We lezen we: “En bedroeft de heilige Geest van God niet, door wie gij verzegeld zijt tegen de dag der verlossing.”[14] Vergelijk: “Zij bedroefden Zijn heilige Geest.”[15] Vage, onpersoonlijke machten kan men niet bedroeven. God Zelf staat als persoon achter Zijn Geest, (vandaar dat hier staat “de heilige Geest van God”) en men kan Hem krenken met bijvoorbeeld vuile taal, zoals hier in Efeze aangegeven wordt.[16]

Bouwen op gevoel is wankel

Het gaat niet om een zweverig gevoel. Gevoel is geen stevige, vaste grond om op te staan. Je kunt gevoelens of emoties vergelijken met de vering van een trampoline. De ene keer spring je omhoog en de andere keer val je.

Veel ultra-charismatische christenen in het bijzonder menen dat hun ervaringen en gevoelens de maatstaf zijn van ‘geestelijk’ zijn en ‘vol’ (dronken) zijn van de Geest. Zij toetsen en onderscheiden de werkingen van de geesten niet genoeg en gaan onvoldoende na wat er allemaal gebeurt wel overeenstemt met het Woord van God. “Als het maar goed voelt” (‘feel good’-christianity) is een wankel gegeven en daar kun je niet op bouwen. Emoties worden soms gezien als werking van de Geest, maar dat is lang niet altijd het geval.

Moeten wij onze emoties dan knevelen of kortwieken? Natuurlijk niet, maar met dat bekende voorbeeld van de treinlocomotief met wagons daarachter zijn de feiten van het Woord de locomotief die leidend is. Daarachter kunnen de wagons ervaring (beleving) en gevoel volgen, maar zij mogen nooit de boventoon voeren.

Het is belangrijk de gezonde balans van Woord en Geest te hebben en het duidelijke evenwicht tussen vrucht en gaven/begaafdheden van de Geest. Dan verliezen we onszelf niet in allerlei ‘toeters en bellen.’ Het gaat ons dan niet om spectakel, sensatie, heisa en bombarie, harde muziek, vlaggen, entertainment, show, lichteffecten, rook, enz., want dat soort dingen voegen allemaal weinig tot niets toe aan werking van de Geest. “Niet door kracht en niet door geweld, maar door Mijn Geest, zegt de Heere van de legermachten”[17] Deze elementen zijn aantrekkelijk voor mensen die daarvan in het uiterlijk-zichtbare genieten en zich gevoelsmatig en tamelijk oppervlakkig uitleven. Dat geeft hen entertainment. De sfeer wordt dan kunstmatig opgeklopt, maar heus niet alles wat er gebeurt is van de heilige Geest, want er dient onderkend te worden dat er andere geesten meevibreert. Helaas missen sommigen dit inzicht in de geestelijke wereld, al is het waarover zij spreken allemaal ‘heilige Geest’ wat de klok slaat.

Wij mogen als christen gewoon onszelf zijn en geloven dat God ons geen Geest van lafhartigheid of vreesachtigheid heeft gegeven, maar van kracht, liefde en bezonnenheid.[18] Aan die bezonnenheid ontbreekt het nogal eens. De Geest maakt ons nuchter en bedachtzaam en Hij schrijft Gods wetten in ons hart en ons verstand.

Geloven mensen in zulke gevoelsmatige samenkomsten ook in de normale, gewone en evenwichtige opbouw in de samenkomsten, waarbij wij nuchter bezig zijn met het Woord van God?

Hebben zij ook zo’n interesse in de gestage opbouw vanuit het Woord van God om de gedachten daaruit om te zetten in het dagelijkse leven? Waar is het verlangen naar serieuze diepgang? Heeft men een verlangen naar gedegen Bijbelstudie of is dat saai en hoort men liever verhalen en belevenissen uit het geloofsleven van speciale, ‘gezalfde’, populaire predikers? En ziet men liever dat er een heleboel manifestaties plaatsvinden, want dan gebeurt er tenminste wat? (al is het uit dubieuze, troebele bron). Of is het bezig zijn met de Bijbel en er werkelijk op in gaan voor je leven veel minder in de belangstelling dan allerlei grootse evenementen met daverende sprekers? Zelfs ook al doen zij weinig hun Bijbel open en gaat het veel meer om ervaring, sensatie en gevoel?

Het heeft er veel van weg dat men in opgepepte ultra-charismatische samenkomsten niet zozeer aandringt om hoofdzaken te prediken als “het met Christus gekruisigde leven”,[19]“een verborgen leven met Christus in God,”[20]“de zelfverloochening in het leven van een discipel”[21]en een “trouw zijn in het kleine.”[22] Men wandelt liever in grootse dingen, in plaats van te leven in nederigheid.[23] Dat zijn immers elementen in het christelijke leven die niet spectaculair en sensationeel zijn, maar die gewoon gaan om “gehoorzaamheid van het geloof oftewel geloofsgehoorzaamheid te bewerken”[24]en de “eenvoudige en loutere toewijding aan Christus.”[25] Dat is waar het in wezen om gaat! En niet om het streven naar samenkomsten met grote aantallen en een overdreven nadruk op gevoel en amusement. Die elementen gaat meestal ten koste van de diepgang in Woord en leven. Dat is de ware geestelijke inhoud die in de gemeente en ons leven gestalte mag krijgen naast de dank, lofprijs, aanbidding en eer die de Heer toekomt, om Hem groot te maken.

Haastig de handen opleggen

Handoplegging is een fundamentele, Bijbelse zaak, die gezond kan en mag functioneren.

Men moet zich echter wel realiseren dat men zich dan één maakt: degene die de handen oplegt en degene die de handen opgelegd worden. Dit gebeurt soms wel erg haastig, lukraak en losjesweg, waarbij de apostel de waarschuwing geeft: “Leg niemand haastig de handen op, heb ook geen deel aan de zonden van anderen, bewaar uzelf rein.”[26] Ik ben me ervan bewust dat dit in de eerste plaats slaat in het tekstverband op de oplegging van handen bij oudsten, maar ik geloof dat het ook breder van toepassing is.

Het kan namelijk de bedoeling niet zijn deel te krijgen aan de zonden van anderen die deze personen niet los willen laten. Zelf moeten wij rein en zuiver voor God staan, als wij iemand de handen opleggen. De boze kan dan geen claim op ons uitoefenen.

Ook zelf moet men voorzichtig en zorgvuldig zijn door wie men zich de handen laat opleggen. Waarom? Omdat men niet iedere geest en niet ieder die zich apostel, profeet, oudste, enz. laat noemen, kan vertrouwen, maar men moet de geesten beproeven.[27] Men vormt immers een eenheid met degene van wie men de handen krijgt opgelegd. Een ’overdragen’ (impartatie) van zegen door iemand die zich met bizarre verschijnselen en uitingen bezig houdt, is niet gezond voor je geestelijk welzijn. Dat kan juist schade berokkenen.

In deze ultra-charismatische kringen gaat het echter niet om de gave van onderscheiding van geesten, maar om charismatische oecumene tot en met Rome aan toe. De dwalingen van Rome zijn vele (zie hierover hoofdstuk 21). Wat schiet men er mee op als een Rooms-Katholiek nu in  tongen tot Maria gaat bidden?

In ultra-charismatische kringen verspreidt het ‘vuur’ zich door ‘impartatie’ (overdracht) van de zalving via handoplegging en besmet zo vele anderen. Hoe kijken we daar concreet tegenaan?

Dubieuze manifestaties: pas op je tellen

We denken aan de manifestaties en uitwassen van de zogenaamde ‘Toronto-blessing’ (sinds 1994 vanuit de zogenaamde ‘derde golf’-beweging uit de tachtiger en negentiger jaren) gepaard gaande met het ‘vallen, schudden, beven en lachen in de geest’ die overal ter wereld voor grote verwarring, afleiding van de Bijbel, uiterlijk vertoon, gevoelsexplosies en voor treurige scheuringen heeft gezorgd. Daarna kwam de Brownsville Revival (1995-2000) te Pensacola, Florida, waar dezelfde bizarre manifestaties plaatsgrepen.

Deze en soortgelijke manifestaties (ook die bijv. tijdens de zgn. Lakeland Revival in 2008) hebben helemaal geen duidelijke ruggensteun vanuit het Woord van God. Hoezo niet? Ze komen in de bediening van Jezus en de apostelen niet voor. Jezus richtte de mensen juist op! Ook bij de apostelen in het boek Handelingen vielen de mensen onder handoplegging niet achterover, zoals het ‘handelsmerk’ van bepaalde tegenwoordige predikers lijkt te zijn die hun ‘catchers’ (opvangers) al klaar hebben staan.

Hoe te denken over het zogenaamde vallen in de G(g)eest?

Bij het beoordelen van het verschijnsel, waarbij mensen achterover op de grond vallen, naar verluidt van velen ‘door de kracht van de heilige Geest’, gaan we af op wat het Woord van God zegt. Het Woord is altijd de maatstaf en de toetssteen: wat zegt de Bijbel?

Het ‘vallen of rusten in de geest’ komt voor in veel (ultra-) charismatische samenkomsten. Er zijn ook predikers, zoals Benny Hinn, die op mensen blazen, waardoor deze als luciferhoutjes onderste boven gaan. Met een vage verwijzing naar een tekst.[28] Een andere keer wappert hij met zijn jasje en vallen de mensen bij bosjes om. Een vreemde en ontluisterende vertoning!

Nogmaals: Het ‘vallen in de geest’ kwam in de bediening van Jezus en die van de apostelen niet voor! Zij deelden dit verschijnsel beslist niet uit als een speciale zegen. Onze Heer en Heiland vatte wel mensen bij de hand en richtte ze op, zoals bij de maanzieke knaap die op de grond viel, doordat hij werd aangegrepen door een boze geest.[29] Ook elders zien we in dat de onreine geesten zich voor Jezus neerwierpen.[30] Zij moesten Zijn goddelijke gezag erkennen.

Voor de soldaten in de hof van Getsémané, die Jezus gevangen wilden nemen, was het terugdeinzen en ter aarde vallen bepaald geen zegen.[31]

Teksten die men gebruikt om het ‘vallen’ aan te tonen

  • De discipelen wierpen zich bij de verheerlijking op de berg op hun aangezicht ter aarde, bevreesd voor Gods stem. En Jezus kwam bij hen, raakte hen aan en zeide: “Staat op en wees niet bevreesd.”[32]
  • We zien dat mensen zich op het aangezicht voor Jezus werpen[33]of Hem te voet vielen.[34] Dit deden zij op eigen initiatief, niet door een kracht van buitenaf!
  • Toen de apostel Johannes door vrees overmand voorover als dood voor de voeten van de verheerlijkte Heer neerviel, legde Hij Zijn rechterhand op hem en zei: “Wees niet bevreesd…”[35] Het zichzelf neerwerpen voor God en voor het Lam komen we meer tegen in het laatste Bijbelboek.[36]
  • In de eerste brief aan de Korinthiërs komen we tegen hoe een ongelovige of toehoorder overtuigd kan worden van Gods aanwezigheid als allen profeteren: “Maar als allen profeteren en er kwam een ongelovige of niet ingewijde (toehoorder, NMB-vert.) binnen, dan zou die door allen overtuigd en door allen beoordeeld worden. En zo worden de verborgen dingen van zijn hart openbaar (komen aan het licht, NBG-vert.), en zo zal hij zich met het gezicht ter aarde werpen en God aanbidden. en verkondigen, dat God werkelijk in uw midden is”.[37] Hier zien we de krachtige werking van God en als resultaat dat de ongelovige of toehoorder tot erkenning komt en zich buigt door zichzelf op de grond te werpen. Natuurlijk staat hier niet, wat sommigen willen tussenvoegen, dat de heilige Geest mensen achterover tegen de aarde laat slaan.
  • Het tegen de vlakte gaan van Saul tijdens zijn door God verboden bezoek aan de waarzegster te Endor was beslist geen zegen voor hem.[38]
  • Bij Saulus van Tarsus was het felle licht en de stem uit de hemel van Hem die hij vervolgde een enorme schrik, waardoor hij ter aarde viel en tijdelijk blind opstond.[39]

In het Oude Testament lezen we vaak de uitdrukking “zich werpen op het aangezicht.” Opvallend is dat dit altijd voorover was.

  • Wij lezen: “Toen wierp Abram zich met het gezicht ter aarde en God sprak met hem.”[40] Abram viel vol ontzag, met eerbied en aanbidding neer op eigen initiatief bij het verschijnen van de Heere die tot hem gaat spreken.
  • In het boek Jozua zien we eveneens dat Jozua zich op zijn aangezicht wierp en zich neerboog bij het spreken van de Bevelhebber van het leger van de Heere.[41] We zien in beide Schriftplaatsen geen enkel verband met het hedendaagse achterovervallen onder handoplegging van anderen, waarbij vaak mensen van te voren staan opgesteld om hen op te vangen.
  • De uitdrukking “zich op het aangezicht werpen” komen we ook tegen bij het volk Israël[42], bij Bileam, die wel moest knielen[43], bij de ouders van Simson[44]en heeft te maken met de verschijning van de heerlijkheid of de engel des Heren.
  • Bij het offer van Elia wierp het volk zich op hun aangezicht en zij erkenden tweemaal: “de Heere is God.”[45]
  • Er staat dat David en de oudsten zich op hun aangezicht wierpen.[46] We zien steeds dat de menselijke wil en zijn verstand niet uitgeschakeld worden en zij niet in trance achterover vallen, zoals wij tegenwoordig wel zien bij de manifestatie ‘vallen in de geest’ in bepaalde bewegingen.
  • Ezechiël wierp zich bij de verschijning van de gedaante van de heerlijkheid van de Heere met het gezicht ter aarde[47], maar daarna zei de Geest tot hem: “ga op uw voeten staan.”[48]
  • Toen Daniël na een visioen de engel Gabriël zag die hem het gezicht zou doen verstaan, werd hij door angst overvallen, en wierp zich met het gezicht ter aarde. Toen raakte hij mij aan en liet mij opstaan.[49] God wil graag dat je er helemaal bij bent als Hij spreekt!
  • Op twee plaatsen lezen we: “Toen de priesters uit het heiligdom naar buiten traden, vulde een wolk het huis des Heren, zodat de priesters niet konden blijven staan om dienst te doen, want de heerlijkheid des Heren had het huis des Heren vervuld”.[50] De priesters konden het huis van God niet binnengaan.[51] Er staat niet – wat men er soms bij wil voegen – dat deze priesters achterover tegen de grond sloegen. De priesters konden hun werk niet voortzetten en moesten zich waarschijnlijk terugtrekken vanwege de heerlijkheid des Heren.

Jildert de Boer

© Verdieping en Aansporing 2020. 

[1] Joh. 14:12, NBG-vert.: vergelijk Joh. 16:28

[2] Bijv. Joh. 5:21; vergelijk Joh. 5:25; Joh. 5:28-29

[3] Joh. 7:39

[4] Joh. 20:23

[5] Marc. 16:17-18, vergelijk Marc. 6:13; Luk. 9:1-2; zie ook Joh. 1:51; Joh. 5:20

[6] Joh. 14:13-14; vergelijk Joh. 11:22; Matt. 21:22; Marc. 11:24; zie ook Joh. 15:16 en
Joh. 16:23

[7] Joh. 5:36 en Joh. 10:25.

[8] Joh. 10:38; vgl. Hand. 2:22

[9] Joh. 16:14

[10] Hand. 16:7

[11] Joh.16:13-15, NBG-vert.

[12] Hand.5:3-4

[13] Luk. 1:35

[14] Ef. 4:30, NBG-vert.

[15] Jes. 63:10, NBG-vert.

[16] Ef. 4:29

[17] Zach. 4:6

[18] 2 Tim. 1:7, NBG-vert.

[19] Gal. 2:20; zie ook Gal. 6:14

[20] Kol. 3:3, NBG-vert.

[21] Luk. 9:23

[22] Luk. 16:10, NBG-vert.

[23] Jak. 4:6; 1 Petr. 5:5-6

[24] Rom. 1:5; Rom. 16:26

[25] 2 Kor. 11:3, NBG-vert.

[26] 1 Tim. 5:22

[27] 1 Joh. 4:1

[28] Joh. 20:22

[29] Marc. 9:20,27; Luk. 9:39,42

[30] Marc. 3:11; Luk. 4:35 en Luk. 8:28

[31] Joh. 18:6

[32] Matth. 17:5-7

[33] Luk. 5:12; Luk. 17:16

[34] Joh. 11:32

[35] Openb. 1:17

[36] Openb. 4:10; Openb. 5:8,14; Openb. 7:11; Openb. 11:16; Openb. 19:4

[37]1 Kor. 14:24-25

[38]1 Sam. 28:8-20

[39] Hand. 9:3-4,8-9; Hand. 22:6-7,10-11; Hand. 26:14

[40] Gen. 17:3

[41] Joz. 5:14-15, vergelijk Joz. 7:6

[42] Lev. 9:23-24

[43] Num. 22:31; zie ook Num. 16:22,45; Num. 20:6

[44] Richt. 13:20

[45] 1 Kon. 18:39

[46] 1 Kron. 21:16

[47] Ezech. 1:28; Ezech. 3:23; Ezech. 44:4-5; zie ook Ezech. 9:8; Ezech. 43:3

[48] Ezech. 2:1; Ezech. 3:24

[49] Dan. 8:15-19; Dan. 10:9-10; vgl. Dan. 2:46

[50] 1 Kon. 8:10-11; zie ook 2 Kron. 5:13-14, NBG-vert.

[51] Vergelijk 2 Kron. 5:14, Ex. 40:34-35 en Openb. 15:8

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.