Het verdelen en vermengen van Babel

HET VERDELEN EN VERMENGEN VAN BABEL

Tegenover Gods verzamelingswerk in de eindtijd

In het bijbelboek de Openbaring van Jezus Christus aan Johannes draait het in hoofdzaakom twee ontwikkelingsprocessen die getypeerd worden. Het gaat daarin om de grote lijn richting het geestelijke, aardse Babylon enerzijds EN het hemelse, nieuwe Jeruzalem anderzijds.

Hoe paradoxaal (=schijnbaar tegenstrijdig) het ook klinkt, toch zullen we tot het inzicht en begrip komen dat de weg naar eenheid en de weg van scheiding beide aan de orde zijn.

Babel kan de toets niet doorstaan

We zien de verbastering van en de afval binnen het christendom, of wat daar voor door gaat, uitgedrukt in de geestelijke stad Babylon (Openb. 17 en 18). Vandaar de roep die tot ALLE ware christenen uitgaat om uit te trekken uit Babylon!

Babel is de verwarring van het schijn-, het namaak- en het naamchristendom, waar men NAAST de dienst aan God allerlei tradities, vormen en vermenging van waarheid en leugen, dus dwaalleringen of huichelachtigheid, vasthoudt. Het is een ‘babbelstad’, waar veel ruimte is om over van alles te discussiëren, maar als het op gehoorzamen van Gods woorden aankomt, is men doorgaans niet thuis.

God wil geen gemeente die bestaat uit trouwe christenen EN trouwelozen. Wie trouw willen leven naar Woord en Geest worden opgeroepen: “Gaat uit van haar MIJN volk, opdat gij GEEN gemeenschap hebt aan haar zonden en NIET ontvangt van haar plagen” (Openb. 18:4).

‘Voorhofschristendom’ of ‘tempelchristendom’?

In het licht van de tabernakel en tempel in het Oude Verbond (Hebr. 9:1-10), die de geestelijke realiteiten in het Nieuwe Verbond van ons geloofsleven en van de gemeente als tempel van God in de geestelijke wereld voorafschaduwen, trekken we enkele parallellen, die in verband staan met ons onderwerp.

In Babel is er sprake van ‘voorhofschristendom’, waar men mogelijk zondevergeving heeft, of in elk geval daarvan heeft gehoord. Het type daarvan is het brandofferaltaar bij de tabernakel die het volk van Israël bouwde in de woestijn, als beeld van het Zoenoffer van Christus, waar velen rondjes omheen draaien: steeds maar weer zondigen en altijd weer vergeving vragen. Men gaat de weg van Christus niet, maar men doet aan  ‘rotonde’-christendom.

Het kenmerk ervan is dat het aardsgezind en aardsgericht is. Men wil roemen in het kruis van Christus voor ons en zingt daarvan, maar leeft ondertussen vleselijk als (onveranderde) mensen in partijschappen op het terrein van de voorhof (1 Kor.3:1-3). Er wordt vaak gesproken over de liefde en de genade van God, maar volledige overgave aan Christus, van harte gehoorzaam zijn aan het Woord van God en zuivere toewijding aan het Koninkrijk van God zijn onderdelen die gemakshalve worden weggelaten, omdat zij de vleselijk en menselijk ingestelde christen irriteren en aanstoot geven. Het werkt geestelijk allergisch op hen!

Hun interesses gaan veel meer uit naar de aardse zaken, hoewel men vaak hoopt EENS naar de hemel te gaan (in plaats van NU AL zich – geestelijk denkend – te verheffen naar een hoger niveau van leven, dat Paulus schilderde met de woorden “onze wandel is in de hemelen”, Fil.3:20, St.Vert.).

Het is een oppervlakkig christendom met een aards ingestelde levenswandel, waarbij God in wezen op een afstand blijft. Daarbij gaat men niet naar de mogelijkheden van het Nieuwe Verbond leven, maar blijft men hooguit op oud-testamentisch niveau hangen. Zichtbare rituelen, ceremonies en plichtplegingen zijn in het Babylonische-religieuze denken van groot belang.

Daarbij willen we aantekenen dat iedere gelovige in de geestelijke werkelijkheid weliswaar door de voorhof heen moet gaan, om in het heiligdom (de geestelijke tempel) te kunnen komen. Zo leven onze kinderen binnen de beschermende omheining van de voorhof, geheiligd (=afgezonderd) door de ouders (1 Kor. 7:14) en genieten daar veel van het goede van God. In de psalmen lezen we ook over de zegeningen van de voorhof (Ps. 65:5; Ps. 84:3; Ps. 100:4) en verder kon het gewone volk van het Oude Verbond niet komen. Het heilige van immers voor de priesters gereserveerd en het heilige der heiligen was de plaats waar slechts de hogepriester éénmaal per jaar toegang had.

In de eindtijd valt deze aardsgerichte voorhof pas helemaal ten prooi aan de vijand (Openb. 11:1-2). Zij wordt vertreden, vertrapt en platgewalst. Daaraan voorafgaand is er sprake geweest van een langdurig ontwikkelingsproces van vermenging, van geestelijk overspel met de wereld, dat in het laatste deel van de eindtijd zijn climax bereikt.

De geestelijke stap van het brandofferaltaar naar het wasvat, dat nog in de voorhof staat, gaat velen al te ver. Het wasvat, gemaakt van de spiegels der vrouwen, duidt op de praktische reiniging van de priesters. Zij konden hun leven spiegelen in het waterbad van het Woord (Ef. 5:26), om na zichzelf gereinigd te hebben het heilige in te kunnen gaan en daar dienst te verrichten.

In Hebr. 10:22 wordt ook gesproken over “en met een lichaam dat gewassen is met zuiver water”, waarbij het wasvat parallel loopt met de waterdoop. Dit is een stap van gehoorzaamheid aan God, die vaak op grond van traditie en overlevering van mensen fel betwist wordt door het handhaven van en vasthouden aan de kinderdoop, waarvoor de bijbelse onderbouwing ontbreekt. Hier zal de christen de beslissing moeten nemen, als hij vergelijkt. Handelt hij dan naar het Woord van God, of blijft hij vastzitten aan de leer der vaderen? Dat vraagt om een duidelijke keuze!

De meesten, die de buitenste poort naar de voorhof weliswaar doorgingen, komen jammer genoeg niet tot dat radicale aan de Here overgegeven leven, dat het geloofsstandpunt inneemt: “Met Christus ben ik gekruisigd, en toch leef ik, (dat is) niet meer mijn ik, maar Christus leeft in mij” (Gal. 2:20). Aan het kruis hangt dat lichaam van Christus met Zijn leden, geestelijk verstaan, en dat geeft eenheid, omdat het leven van Christus er vervolgens uit tevoorschijn komt!

Uit de aardse oppervlakkigheid naar geestelijke inhoud

Men heeft God niet willen aanbidden in het heilige bij het reukofferaltaar, in geest en waarheid als “tempelchristen”, heilig voor de Here!  Daar is sprake van inhoud en diepgang en kan men dicht NADEREN tot de troon, waarvan de ark in het allerheiligste een afbeelding was in het oude verbond. Daar is intieme gemeenschap met de levende God mogelijk! Daar zijn mensen bezig met bidstonden tot de Heer, zowel tot lofprijs en aanbidding, als met hun persoonlijke noden en voorbede voor anderen.

Er is voeding met woorden van God, want om met Jer. 15:16 te spreken “zo vaak uw woorden gevonden werden, at ik ze op, uw woord was mij tot blijdschap en vreugde mijns harten” (de tafel der toonbroden) en er is licht van de heilige Geest (de gouden 7-armige kandelaar), om zicht te krijgen op het voorhangsel (de scheidsmuur van het lichaam der zonde EN de nieuwe en levende weg die Jezus daar doorheen gebaand heeft, Hebr. 10:19-20).

In de ark van het verbond in het allerheiligste lagen de stenen tafelen, die de wet in ons binnenste verbeelden! (“ik heb lust om Uw wil te doen, mijn God, uw wet is in mijn binnenste” – Ps. 40:9). Verder: de bloeiende staf van Aäron als type van de blijvende vrucht van de Geest in alle wisselende levensomstandigheden, wat anderen ook doen of je aandoen. En: het verborgen manna, een symbool van het met Christus verborgen leven voor Gods aangezicht, waar de overwinnaars deel aan krijgen (Kol. 3:3; Openb. 2:17).

Veel christenen zijn als een ‘toonbrood’, dat gemaakt is door mensen, om voor het aangezicht van mensen te dienen en proberen voedsel te verschaffen uit het heilige naar hen die nog in de voorhof vertoeven. Heerlijker nog is het dienen met ‘verborgen manna’, het hemelkoren dat in het Oude Verbond op hen regende (Ps. 78:24), namelijk in de Geest van wijsheid en openbaring (Ef. 1:17-18) voor Gods aangezicht vanuit de rijke, heerlijke, erfenis in het allerheiligste.

De vermenging van Babel

Babel heeft nooit goddelijke eenheid kunnen openbaren, want het was uit de mensen: groot, trots, stoer en hoog, maar het voerde tot het elkaar niet verstaan, dus tot spraakverwarring en verdeeldheid (Genesis 11).

De voorhof bestaat uit aarde en er ontstaat geen weg van nieuwe levensontwikkeling en groei – hoogstens is er de basis van vergeving en verzoening van zonden – maar er zijn vele tweedrachten, partijschappen en scheuringen, die het grote, algemene, vleselijke christendom tot een aanfluiting in deze wereld maken. Het “denominatie – sektarisme” viert welig hoogtij in Babel, maar al dit gekibbel voert ons niet de geestelijke tempel in de Geest binnen, waar de werkelijke eenheid wel mogelijk wordt.

In de voorhoven kan men naast het brandofferaltaar (beeld van Jezus’ offer voor ons) andere altaren (afgoden, die medium zijn met boze geesten) oprichten, om die tevens te bewieroken. Dat is typisch de vermenging van Babel. De grote hoer wil genieten en van diverse walletjes eten, maar ontvlucht graag het lijden en de gezindheid om – met een beroep op Gods barmhartigheden – je lichaam te stellen tot een levend, heilig en Gode welgevallig offer (Rom. 12:1).

Er zijn altijd wel valse profeten die de weg van Jezus graag breed voorstellen, maar waarvoor we ons moeten wachten (Matt.7:15). Zij roepen bijvoorbeeld: “Dat moet toch kunnen, ook al ben je christelijk” en: “doe niet overal zo moeilijk over, denk je soms dat je heiliger bent”? Zij worden (roofgierige) wolven in schaapskleren genoemd die de smalle weg met zoetgevooisde, aardig klinkende woorden breed voorstellen, maar die aan hun vruchten, dat wil zeggen: hun levensopenbaring, te herkennen zijn (Matt. 7:15-22). Een ander kenmerk van leraren, die als grimmige wolven de kudde binnendringen, is dat ze de discipelen achter zich (hun menselijke persoonlijkheid) aantrekken, in plaats van hen aan het hoofd, Christus, te binden (Hand. 20:28-31).

Geestelijke ontwikkeling

Slechts wanneer je door de enge poort (Matt. 7:14) het heiligdom binnengaat, kun je komen tot overwinningsleven in het heilige. Dat is een serieus en nauwkeurig leven met God gaan leiden en Zijn Koninkrijk eerst zoeken (Matt. 6:33), waarbij Gods Woord, Gods Geest en verlangen naar gebed een grote rol spelen (in het Oude Testament zinnebeeldig aangeduid door de tafel der toonbroden, de gouden kandelaar en het reukofferaltaar).

Vervolgens is het mogelijk, om voorwaarts de weg van heiligmaking door het vlees heen (door de aardse natuur heen, Vertaling Brouwer) (Hebr. 10:20) te gaan tot de hoop binnen het voorhangsel, Jezus onze Voorloper achterna (Hebr. 6:20) naar het doel: goddelijke natuur (2 Petr. 1:4), ofwel de openbaring van volwassen zonen Gods (Rom.8:19), gelijkvormig aan de eerstgeboren Zoon van God (Rom.8:29). Het doel luidt immers: “opdat de mens Gods volkomen zij, tot alle goed werk volkomen toegerust” (2 Tim. 3:17).

De brief aan de Hebreeën schetst deze ontwikkeling, waarbij de Zoon vele zonen tot heerlijkheid brengt (Hebr. 2:10). “Thans wordt ons een betere hoop gewekt, waardoor wij NADER tot God komen” (Hebr. 7:19). Jezus is van een beter verbond borg geworden (Hebr. 7:22). Hij waarborgt onze overwinning! “Daarom kan Hij ook VOLKOMEN behouden wie door Hem tot God gaan, daar Hij altijd leeft om voor hen te pleiten” (Hebr. 7:25).

‘Tempelchristenen’

Alleen ‘tempelchristendom’, waar de smalle weg van Jezus gevolgd wordt in Zijn voetstappen (1 Petr.2:21,22), leidt tot de eenheid van het geloof en de mannelijke rijpheid, de maat van de wasdom der volheid in Christus (Ef. 4:13; Openb. 11:1). Jezus sprak over “de tempel Zijns lichaams” (Joh. 2:19-22), waarbij hij behalve Zijn aardse lichaam en het lichaam van de christen als tempel van de heilige Geest, zeker ook doelde op Zijn geestelijke lichaam, de gemeente! (Ef. 5:30; 1 Kor. 6:15). “Welke gemeenschappelijke grondslag heeft de tempel Gods met afgoden? Wij toch zijn de tempel van de levende God… “ (2 Kor. 6:16). In dat verband lezen we ook: “Gaat weg uit hun midden en scheidt u af en houdt niet vast aan het onreine” (2 Kor. 6:17). Daartoe moet men uittrekken uit het rumoer, de religieuze chaos en de discussies van Babel, waar men Gods Woorden relativeert, afvlakt of tussen haakjes plaatst voor het praktische dagelijkse leven, terwijl men openbare zonden gedoogt, die God haat en als een gruwel in Zijn ogen beschouwt.

Voorbeelden van grensoverschrijdende compromissen

Om slechts één voorbeeld uit een P.K.N.-synode van een aantal jaren terug te noemen: in dezelfde vergadering bestaat het dat de meningen over het praktiseren en inzegenen van het homohuwelijk een “ja” en “nee” – ratjetoe en geharrewar tegelijk zijn. Daarbij komt nog dat een met het Woord van God onderbouwd bezwaarschrift op menselijke (kerkrechtelijke en kerkordelijke) gronden voor niet ontvankelijk wordt verklaard… Het is een compromis en de bazuin geeft een onduidelijk geluid, dat omfloerst is door mensenmeningen met ragfijne leugens van de boze erin verweven, waarbij de duidelijke bazuin van Gods Woord wordt gedempt en gesmoord. Wie zal zich gereed maken tot de goede strijd des geloofs? (1 Kor. 14:8).

De band met de I.K.O.N. wordt in de “Samen op Weg”-gegane kerken al tientallen jaren gehandhaafd en nog steeds niet verbroken, ondanks dat deze omroep “alle spirituele vensters naar de wereldreligies” heeft opengezet en aan Jezus Christus als unieke Verlosser schromelijk tekort doet.

Er participeren in de brede P.K.N. – koepel predikanten als ds. Tineke Veldhuizen, die gelooft in reïncarnatie. Zelfs een ds. Klaas Hendrikse, die zegt dat God niet bestaat (bij hem bestaat er geen almachtige levende God, die Zichzelf openbaart) heeft in de PKN van Zierikzee en Middelburg een plaats. Voor hem zou Gods slechts ‘gebeuren’ in bijzondere menselijke ervaringen (waarvoor je het woordje ‘god’ zou kunnen gebruiken), zoals hij aangeeft in een boek, waarvoor de beruchte Harry Kuitert een voorwoord schreef. Onvoorstelbaar hoe zoiets cru’s in een kerk mogelijk is! De man drijft de spot met Gods Woord! De Bijbel zegt eenvoudigweg: “Wie tot God komt, MOET geloven dat Hij bestaat…” (Hebr.11:6a) en dat is in flagrante tegenspraak met de vrijdenkersgeest die roept: “alles mag en MOET kunnen”.

Kunnen bijvoorbeeld de Gereformeerde Bond en het Evangelisch Werkverband samenleven en functioneren in een kerk waar ook de beweging ‘Op goed gerucht’ ergens middenin die kerk functioneert, maar waar zelfs ter linkerzijde vrijzinnige richtingen (onder andere de Vereniging van Vrijzinnige Protestanten in Nederland) een gelegitimeerde, erkende plaats hebben? Is dit niet een tegen zichzelf verdeeld huis?

In de P.K.N. is de suggestie gegeven om eventueel de voetwassing in te voeren, om tegemoet te komen aan de wens van doopvernieuwing bij sommigen. Je vraag je dan af waarom men het wil laten bij het dopen van het voorhoofdje van een baby en de eventuele voetwassing voor volwassenen? Een merkwaardig compromis! Waarom niet eenvoudig gaan dopen op de bijbelse tijd, onder de bijbelse voorwaarden en volgens de bijbelse wijze? Dus: waarom niet gewoon teruggekeerd naar de ene bijbelse doop van gelovige mannen en vrouwen door volledige onderdompeling in de naam van Jezus Christus?

De schuilplaats die Babel biedt

Babylon is de grote hoer, die ZOWEL gemeenschap wil hebben met Gods Geest, ALS zich openstelt als schuilplaats voor allerlei boze geesten met hun dwaalleringen. Het is geworden tot een woonplaats van duivelen, een schuilplaats van alle onreine geesten en een schuilplaats van alle onrein en verfoeilijk gevogelte (Openb. 18 :2).

‘Schuilplaats’, dat wil zeggen: het gebeurt gemaskeerd en gecamoufleerd, zodat de ware aard niet meteen duidelijk is, omdat de machten der duisternis zich voordoende als engelen des lichts schuilevinkje spelen via mensen, die doen alsof ze dienaren van de gerechtigheid zijn (2 Kor. 11:14,15).

“Vertrekt, vertrekt, gaat uit vandaar; raakt het onreine niet aan, gaat weg uit haar midden, reinigt u, gij die de vaten des Heren draagt” (Jes. 52:11). “Wij hebben getracht Babel te genezen, maar het is niet te genezen, verlaat het en laten wij gaan…” (Jer. 51:9).

Vele menen uit Babel getrokken te zijn door een kerk of gemeenschap te verlaten die op bepaalde onderdelen afboog van de Schriften, of in levenspraktijken die zich niet konden verdragen met de klare lijnen van de woorden van God. Vaak is dat geboden en velen zijn hier gehoorzaam geweest, om uit te trekken!

 Babylon is groot

 Toch gebeurt het niet zelden dat men later ontdekt opnieuw in een nevenzone beland te zijn van dezelfde grote stad Babylon.

Babylon is niet slechts de moederkerk Rome, maar heeft ook de in de Protestantse dochters haar werk gedaan en het evangelische en charismatische erf is er evenmin van gevrijwaard. Het algemene christendom is doorzuurd van het Babylonisch-religieuze denken.

George R. Hawtin, pionier in de Late Regen Beweging (Canada, 1948), vergeleek het geheimenis Babylon met een inktvis met grijparmen, die alle richtingen uit kunnen. Als zij u niet grijpen kan met de ene arm, doet zij het met een andere.

Als wij dit beeld van deze inktvis omzetten naar de gebieden die we (ten dele) beschreven hebben, dan kunnen we het volgende ervan opmerken, dat deze octopus in alle richtingen zijn tentakels of werkingen van “zeven boze geesten” uitslaat. Dat kan zijn naar ‘sektarisme’ of ‘brede, valse oecumene’, naar ‘rationalisme’/verstandelijk denken of ‘emotionalisme’/het extreem charismatische, dan wel ‘wetticisme/uiterlijke regels’ versus ‘valse vrijheid/valse genade’, of is er de richting ‘New Age’ en ‘occultisme’. Zodra je vrijgekomen  bent van zo’n vangarm, ben je gewaarschuwd en in gevaar om niet een prooi te worden van een andere grijparm van deze duivelse inktvis!

 Babel begint in je denken

 Het geheimenis Babylon is een naam die op het voorhoofd van de hoer is geschreven (Openb. 17:5), daarom zullen wij allereerst los moeten komen van het verwarde denken bij onszelf, om de gezindheid van Christus aan te doen.

Dit om vernieuwing van denken van God uit te ondergaan en vervolgens vernieuwd te leven en te handelen vanuit de gezindheid van de Geest van God: “dat gij verjongd door de geest van uw denken de nieuwe mens aandoet…” (Ef. 4:23).

Alleen vernieuwing van denken, gevoelen, leven en doen brengt ons naar de eenheid van zin en gevoelen (vergelijk 1 Kor. 1:10).

 Scheiding en schifting

 In 1 Kor. 11:19 lezen we: “want scheuringen moeten er wel onder u zijn, zal het blijken wie de toets kan doorstaan”. De Statenvertaling heeft: “opdat de oprechten openbaar mogen komen onder u”. De NBV heeft: “zodat duidelijk wordt wie van u betrouwbaar is”.

Deze toets leidt tot schifting van hen die de toets doorstaan en oprecht en betrouwbaar blijken EN hen bij wie dit niet het geval is. Het gevolg is: een scheiding van geesten!

Twee ontwikkelingsprocessen

 Er kan geen eenheid tot stand komen in geest en waarheid met halfhartigen en lauw-ingestelden, die niet 100% de gezindheid hebben om Gods wil te doen als discipel tegen elke prijs, om te komen tot het doel van de geestelijke volwassenheid, ofwel het volle zoonschap.

Hier zien we de twee soorten ontwikkeling, die de bekende zowel verguisde als geliefde Nederlandse volle evangelie – pionier J.E. van den Brink aanduidde als de wet van de letter V (de benen beginnen bij elkaar, maar lopen steeds verder uit elkaar en vinden elkaar niet meer): “Wie rechtvaardig is, hij bewijze nog meer rechtvaardigheid; wie heilig is, hij worde nog meer geheiligd” en het negatieve ontwikkelingsproces heeft eveneens zijn loop: “wie onrecht doet, hij doe nog meer onrecht; wie vuil is, hij worde nog vuiler” (Openb. 22:11).

Dit gaat door totdat de climax is bereikt: enerzijds het definitieve oordeel over Babel (Openb. 14:8; Openb. 18:10-23) en anderzijds de getoonde heerlijkheid Gods van het nieuwe Jeruzalem (Openb. 21:10-11,23).

 Het verzamelen van de oprechten: de verstrooiden bijeenvergaderd

In de eindtijd zien we eveneens een ander proces, dat ik zou willen aanduiden als de wet van de letter A (de benen vinden elkaar en krijgen een dwarsverbinding!), dat wordt gerealiseerd onder de oprechten van hart, die helemaal hun Heer dienen en uit diverse christelijke stromingen afkomstig zijn, maar elkaar gaandeweg zullen gaan vinden.

“Want des Heren ogen gaan over de gehele aarde, om krachtig bij te staan, hen wier hart VOLKOMEN naar Hem uitgaat” (2 Kron. 16:9). Zulke mensen zoeken God ernstig en die bekrachtigt Hij! Gods ‘magneet’ trekt zulke mensen aaneen tot eenheid in de eindtijd en zij stoten anderzijds de zonde af en de demonen verliezen elke grip op hen, omdat zij zich volkomen op God richten en Hij hen kan vervullen met kracht!

De belofte: via bevingen tot onwankelbaarheid!

Het is duidelijk: wat we nu zien in de verstrooide christenheid, dat kan niet Gods bedoeling zijn! In de eindtijd is er sprake van geestelijke bevingen en wordt alles wat christendom heet, in kerk, groep, beweging of kring, geschud. Het doel daarvan is: “opdat blijve wat niet wankel is” (Hebr. 12:26,27). Hoe groots is het te midden van het eindtijdgeweld van de bevingen in de hemel onbeweeglijk en standvastig te mogen staan, om een onwankelbaar Koninkrijk te ontvangen (Hebr. 12:28).

De ene kudde onder de ene Herder

Gods verlangen zal voltooid worden in het leiden van de schapen (van Joodse of heidense, of van welke denominatie – afkomst ook) dat zij naar zijn stem zullen horen en dat het zal worden EEN kudde en EEN herder (Joh. 10:16, vergelijk Micha 2:12,13).

In zijn tijd had Jezus vaak geprobeerd de kinderen Israëls te vergaderen, zoals een hen haar kuikens onder haar vleugels vergadert, maar zijn conclusie luidde: gij hebt niet gewild (Matt. 23:37).

Toch blijft staan dat Jezus niet alleen zou sterven voor het volk, maar ook om de verstrooide kinderen Gods bijeen te vergaderen (Joh. 11:52). Dat Hij ten eerste is gestorven om onze zonden is uiterst bekend in de christenheid, maar wie gelooft werkelijk in het tweede: dat Hij erop uit is de verstrooide christenen bijeen te brengen?

Al op aarde sprak Hij: “Wie met Mij niet bijeenbrengt, die verstrooit” (Matt. 12:30b). In Ezech. 34:1-10 lezen we over valse herders die zichzelf weiden en de wol van de schapen plukken, maar niet naar de schapen omzien, laat staan dat zij hen ter harte gaan. Dat leidde tot overal rond dwalen en tot verstrooiing (zie ook Jer. 10:21). Daarna lezen we: “Want zo zegt de Here Here: Zie Ik zal zelf naar mijn schapen vragen en naar hen omzien; zoals een herder naar zijn kudde omziet…” (Ezech. 34:11). Profetisch lezen we daar ook over Jezus, de goede Herder, als zoon van David: “Dan zal Ik een herder over hen aanstellen, die hen weiden zal, mijn knecht David. Die zal hen weiden, die zal hun herder zijn. Ik zal hun tot een God zijn en mijn knecht David zal vorst wezen in hun midden. Ik, de Here, heb het gesproken” (Ezech. 34:23,24).

In Jer. 23:1-8 lezen we een soortgelijke profetie over de rechtvaardige Spruit, die aan David verwekt zal worden, waarmee Jezus Christus bedoeld wordt en het verzamelingswerk van God uit de verstrooiing.

Een tweeledige oogst wordt rijp

In de oogsttijd zal pas het onkruid, dat de vijand zaaide, van het koren gescheiden worden en vindt de volledige zuivering plaats. Dan krijgt de eenheid concreet gestalte: “Brengt het koren bijeen in mijn schuur” (= gemeente, die geestelijk volwassen geworden is) (Matt. 13:30c).

Daaraan voorafgaand voltrekt zich het proces van ontwikkeling en rijping naar ‘volkoren’, dat wil zeggen: het volle koren in de aar (Marc. 4:28,29) en tegelijkertijd is het onkruid eveneens volgroeid geworden. Dat is de dolik of dolle tarwe, die alleen in kiem (zaad) en eindresultaat goed onderscheiden kan worden van de echte tarwe, maar tijdens de ontwikkeling van de halmen aanzienlijke gelijkenis met de tarwe vertoont!

“Zie, de Landman wacht op de kostelijke vrucht des lands (of: der aarde) en heeft geduld, totdat de vroege en de late regen erop gevallen is” (Jak. 5:7). Daardoor brengt de oogst de rijpe, volwassen vrucht voort, namelijk de heerlijkheid van de volgroeide zonen Gods (vergelijk Hebr. 2:10 en Rom. 8:19).

Steeds geldt het principe: “voor de oprechte gaat het Licht in de duisternis op” (Ps. 112:4).

Gods werk tot eenheid en onze betrokken inzet

Het is de roep van God, om zijn volk te richten: “Vergadert Mij mijn gunstgenoten, die met Mij het verbond sluiten met offers” (Ps. 50:5). Offers spreken van discipelschap door alles op te geven, om God te dienen en Jezus te volgen. (Luk. 14:26-27,33). Zulke oprechten en getrouwen kan Hij vergaderen tot EENHEID. Gods gunst is op hen, Zijn welgevallen rust op het leven van de getrouwen, die naar Zijn Geest wandelen.

Het is niet Gods wil dat wij lijdzaam en passief afwachten en alleen “de breuk van Sion bewenen” (zoals de groepen van het zogenaamde ‘Hervormd Lokaal’ aangaven). Wij mogen in afhankelijkheid van de Here, maar dan ook in de kracht van God aan de slag gaan, ieder naar zijn vermogen.

Van onze kant geldt ook een immense opdracht, om te werken aan en te zoeken naar ‘dwarsverbindingen’ onder het schitterende motief: “Jaag naar gerechtigheid, naar trouw, naar liefde en vrede met hen, die de Here aanroepen uit een REIN hart” (2 Tim. 2:22b).

Kent u iemand met wie – als u goed nadenkt – de gemeenschap is verstoord geraakt sinds korte of langere tijd, of dat het in elk geval niet soepel ligt: bel, schrijf of mail een dergelijk persoon, of maak daadwerkelijk een afspraak voor een bezoek!

Laten wij luisteren naar datgene waar de heilige Geest ons attent op maakt en praktisch daarnaar handelen. Dit om verhoudingen uit eigen initiatief in het reine te trekken door waar mogelijk op onderdelen vergeving te vragen tot verzoening, zoveel als in ons vermogen ligt!

Er wordt veel te vaak op de andere kant gewacht, maar dat is de verantwoordelijkheid van die ander! In vele gevallen was het niet nodig dat de gemeenschap teloor is gegaan. Hoe geweldig als er door Gods genade en Gods wijsheid iets opgelost en hersteld kan worden.

Wilt u moeite doen om een ‘ijsbreker’ te zijn? Als door een hernieuwd contact opnemen het ‘ijs’ gebroken kan worden, dan is de aanzet tot verder herstel aanwezig.

Het kan toch niet zo zijn dat er ‘doodleuk’ wordt gedacht of gezegd dat er om weer een gesprek aan te gaan met die ander, waarmee een verstoorde relatie is ontstaan, er “eerst nog heel veel water door de Rijn zou moeten gaan”? Daar kunnen we weloverwogen, maar spoedig actie ondernemen van onze kant, los van de bijgedachte dat die ander wel ‘onontvankelijk’ zal zijn, of iets dergelijks. Als God een deur (opnieuw) opent, laten wij dan daardoor naar binnen gaan en die ander, wat ons aangaat, tegemoet treden!

Als u een andere gemeente in uw woonplaats kent, die veel meer overeenkomt met die waar u komt, dan dat zij daarvan verschilt: zoek contact, maak concrete toenadering, om elkaar in Christus te vinden met als doel, om in elk geval samen te werken en waar mogelijk helemaal samen te gaan. Neem het initiatief een brief vanuit uw gemeente naar een andere, om te beginnen  nauwverwante/ aanverwante gemeente in dezelfde plaats te schrijven met een gericht verzoek, om elkaar te ontmoeten. Uiteraard is het dan aan die andere gemeente, om positief te reageren en het verzoek te honoreren, of te besluiten er niet op in te gaan, om welke redenen ook.

Voorzichtigheid en zorgvuldigheid zijn ongetwijfeld nodig, om samen onder ogen te zien in hoeverre de overeenstemming tussen twee plaatselijke gemeenten reikt qua leer, leven en gemeenschap volgens Gods Woord. Merk desondanks scherp op dat de duivel altijd zal trachten allerhande onnodige vertragingen in te bouwen, om het op gang komen van zo’n proces ‘op een laag pitje’ te houden, of dit te laten verzanden in eindeloze gesprekken. Men kan ook twee gemeenten niet menselijk aan elkaar organiseren, maar de Here kan wel geestelijke harmonie bewerkstellingen en een ‘klik’ in het hart geven van waaruit een verder geestelijk vinden van elkaar mogelijk wordt.

Gemeenten die zich met elkaar gaan verenigen zijn een enorm getuigenis in een stad of dorp naar de wereld toe! Laten wij van deze in- en opstelling gegrepen zijn, om ware eenheid te zoeken en te vinden, die als basis reine harten heeft, die God kan doen samensmelten!

Jildert de Boer

 

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *