Jezus Christus, Zoon van God en Zoon des mensen deel 1

JEZUS CHRISTUS:
ZOON VAN GOD EN ZOON DES MENSEN deel 1

Over Christus geopenbaard in het vlees

We lezen vier passages uit Gods Woord.

Joh. 1:50-52: “Nathanaël antwoordde en zie tegen Hem: Rabbi, U bent de Zoon van God, U bent de Koning van Israël. Jezus antwoordde en zei tegen hem: Omdat Ik tegen u gezegd heb: Ik zag u onder de vijgeboom, gelooft u. U zult grotere dingen zien dan deze. En Hij zei tegen hem: voorwaar, voorwaar, Ik zeg u allen: Van nu af aan zult u de hemel geopend zien en de engelen van God opklimmen en neerdalen op de Zoon des mensen.” Jezus noemde Zichzelf bij voorkeur Zoon des mensen, maar Nathanaël herkende Hem ook als Zoon van God, toen Hij zei: “Voordat Filippus u riep, toen u onder de vijgenboom was, zag Ik u” (Joh. 1:49).

Rom. 1:3-4: “…ten aanzien van de Zoon, die wat het vlees betreft geboren is uit het geslacht van David. Wat de Geest van heiliging betreft, is Hij met kracht bewezen te zijn de Zoon van God, door Zijn opstanding uit de doden, namelijk Jezus Christus, onze Heere.” Het gaat hier om Jezus naar het vlees en naar de geest.

1 Joh. 4:2-3: “Hieraan leert u de Geest van God kennen: elke geest die belijdt dat Jezus Christus in het vlees gekomen is, is uit God; en elke geest die niet belijdt dat Jezus in het vlees gekomen is, is niet uit God, maar dat is de geest van de antichrist, waarvan u gehoord hebt dat hij komt en die nu al in de wereld is.” Er was namelijk in die tijd een lering die beweerde dat Jezus met een schijnlichaam was gekomen en dat Hij dus niet een echt, een werkelijk mens was. Dat is de leer van het docetisme.
1 Joh. 4:15: “Al wie belijdt dat Jezus de Zoon van God is, God blijft in hem, en hij in God.” In deze passages benadrukt Johannes hoe belangrijk beide aspecten zijn.

2 Joh. 7: “Want er zijn veel misleiders in de wereld gekomen, die niet belijden dat Jezus Christus in het vlees gekomen is. Dat is de misleider en de antichrist.” Letterlijk staat hier: “ niet belijdende Jezus Christus komende in vlees…”. De antichrist heeft geen bezwaar tegen een beetje christelijk zijn, maar hij wordt fel als Jezus Christus Zich opnieuw openbaart in ons vlees en tevoorschijn komt in ons leven. Dan worden wij gevaarlijk voor hem, omdat we als Jezus gestalte in ons krijgt, wij hem zullen overwinnen. Wie niet in zo’n transformatie gelooft, is een dwaallicht. De geest van de antichrist kan niet meer verhinderen dat Jezus Christus Zich eenmaal in het vlees geopenbaard heeft, maar zal er alles aan doen om het komen van Jezus Christus in ons vlees tegen te gaan.

Inleiding

Wij hebben vier gedeelten gelezen waarin Jezus duidelijk naar voren treedt als Zoon van God en als Zoon des Mensen. Zoon des Mensen komt 80x voor in het Nieuwe Testament en in Daniël 7:13-14 waar gesproken wordt over “iemand als een Mensenzoon”. Zoon van God of Zoon in die betekenis wordt Hij zelfs meer dan 100 maal genoemd. In Matth. 16:16-17 vinden we de belijdenis van Petrus die Hij door openbaring van de Vader kreeg: “U bent de Christus, de Zoon van de levende God.”

Opmerkelijk is dat wij als wedergeboren kinderen van God in de NBG-vertaling 10x aangeduid worden als zonen van God (Rom. 8:14; Rom. 8:19; Rom. 9:26; 2 Kor. 6:18; Gal. 3:26; Gal. 4:6-7; Ef. 1:5; Hebr. 2:10; Hebr. 12:5-8; Openb. 21:7). Helaas is het begrip ‘zonen Gods’ van het Griekse ‘huion’ in zowel de NBV als de HSV weg vertaald. Volkomen ten onrechte.

Voor Joden was het een probleem dat Hij de Zoon van God is, niet dat Hij de Zoon des mensen is. Men sprak over hem als zodanig: Hij was een zoon van naar men dacht Jozef  (Luk. 3:23; Luk.4:22) of men zei: “is dit niet de timmerman, de zoon van Maria en de broer van Jakobus en Joses en van Judas en Simon? En zijn zijn zusters niet hier bij ons (Marc. 6:3). De reden dat de Joden met hulp van de Romeinen Jezus gekruisigd hebben was dat ze zich ergerden aan Zijn presentatie “Ik ben Gods Zoon” (Matth. 27:43; Joh. 5:17-18; Joh. 10:32-36; Joh. 19:7). Voor Moslims is dit punt ook lastig en zij vragen: hoe kan God een Zoon hebben? Zij komen niet verder dan Jezus te zien als een profeet die nog onder hun profeet Mohammed staat en dat was Hij natuurlijk ook, let alleen al op het gegeven dat Hij Nathanaël van te voren onder de vijgeboom zag zitten.

Zien bijbelgetrouwe christenen Jezus in het vlees als echt mens, niet tegelijkertijd God?

Voor bijbelgetrouwe christenen is het doorgaans geen probleem om Jezus te zien en te aanvaarden als Zoon van God. Johannes 1:14 zegt: “Het Woord is vlees geworden en heeft onder ons gewoond en wij hebben Zijn heerlijkheid gezien, een heerlijkheid als van de eniggeborene van de Vader, vol van genade en waarheid, vol van genade en waarheid,” Johannes zag door de Zoon des mensen heen de Zoon van God.

Zij hebben er in de praktijk meer een probleem mee dat Hij ook de Zoon des Mensen is die ons in alle dingen gelijk geworden is, die op dezelfde wijze als wij verzocht is geweest en deel had aan vlees en bloed net als de kinderen (Hebr. 4:15; Hebr. 2:14-17-18). Ook hebben zij er vaak moeite mee dat Jezus, hoewel Hij de Zoon (van God) was, de gehoorzaamheid heeft geleerd uit wat Hij heeft geleden (Hebr. 5:8). Dat lijden was gedurende Zijn hele leven aan de orde telkens als Hij verzocht werd en kwam niet pas naar voren bij de climax van dat lijden in Gethsemane en op Golgotha. Volgens hen is Jezus wel in zekere zin mens, maar vooral ook tegelijkertijd God. Zij zien Jezus als ‘God de Zoon’ in plaats van als Zoon van God. De term ‘God de Zoon’ komt nergens in de Bijbel voor,  evenmin als ‘God de heilige Geest’ in plaats van het bijbelse de Geest van God.

Ontlediging

Maar dan vragen wij ons af: aanvaarden zij dan wel ten volle dat Jezus de mensen gelijk werd als een dienstknecht of slaaf? Hij was en kwam net als de eerste Adam (die een beeld is van de komende) in de gestalte (morphe= vorm, gedaante, beeld) van God (Gen. 1:27), als Zoon verwekt door God. “U bent Mijn Zoon, Ik heb u heden verwekt” (Ps. 2:7; Hand. 13:33; Hebr. 1:5; Hebr. 5:5). De eerste Adam greep naar de verboden vrucht, om daarmee als God te zijn (Gen. 3:5). De laatste Adam, Jezus Christus heeft het Gode gelijk-zijn Zich niet toe willen eigenen door roof, door er eigenmachtig naar te grijpen, zoals satan ooit het aan God gelijk zijn heeft willen roven (Jes. 14:12-15). We zien bijvoorbeeld dat Jezus Zichzelf nooit voortijdig het Koningschap aanmatigde. Hij leefde in afhankelijkheid van de Vader als God, als eerste Mens van God naar Gods evenbeeld. Maar Hij heeft Zichzelf ontledigd (Fil. 2:6-7). Ontlediging (kenonis), dat is: Hij heeft Zichzelf leeggemaakt, Hij was dus niet tegelijkertijd God, zoals velen denken, maar Hij gaf Zichzelf via Gethsemane en Golgotha prijs in de kruisdood. Hij goot Zijn leven, dat wil zeggen: Zijn bloed, uit in de dood (Jes. 53:12), tot een losprijs voor velen. Dat hij dienstknecht werd toont Zijn weg van nederigheid, zelfverloochening, lijden en gehoorzaamheid als mens, ons ten voorbeeld. Die weg voert naar verhoging en verheerlijking als Heer en Koning.

Ondergeschikt aan de Vader

Tijdens Zijn dagen in het vlees zei Jezus ook: “Mijn Vader is meer (groter) dan Ik” (Joh. 14:28).  Dat komt overeen met wat staat in 1 Kor. 11:3 dat het hoofd van Christus God is. In 1 Kor. 15:28 lezen wij dat uiteindelijk ook de Zoon Zelf Zich zal onderwerpen aan de Vader.

Ook wist Hij als Zoon de dag en het moment van Zijn wederkomst niet (Marc. 13:32).  Dat was aan God de Vader! Jezus was op aarde niet alwetend, ook niet almachtig en evenmin alomtegenwoordig, zoals God de Vader wel is. Jezus kon slechts op één plaats tegelijk zijn op aarde en Hij beperkte Zich tot de grenzen van het land Israël, een uitzondering daargelaten.

Als Gods hoogste vertegenwoordiger

Wel is het zo dat Jezus als God optrad, namens God als diens vertegenwoordiger of representant.
Immers alles wat Hij deed op aarde was namens God en in nauwe afstemming op de Vader. Daarom kan Hij ook zeggen: “En wie Mij ziet, ziet Hem die Mij gezonden heeft” (Joh. 12:45), “Wie Mij gezien heeft, heeft de Vader gezien” (Joh. 14:9) en “Ik en de Vader zijn één” (Joh. 10:30). Dat betekent niet dat zij ‘één zijn in wezen’, maar één zijn in gezindheid, in handelen en in doel. In Jezus werd Gods karakter zichtbaar in de mens.

Het was God de Vader die Hem de macht (=volmacht, bevoegdheid) gaf om zonden te vergeven (Matth. 9:1-8; Marc. 2:1-12; Luk. 5:17-26). Jezus zegt dat hij macht heeft het leven te geven, en macht, om het opnieuw te nemen en zegt daarbij: “Dit gebod heb Ik van Mijn Vader ontvangen” (Joh. 10:18). In Matth. 28:18 staat dat Jezus naar de discipelen toekwam, met hen sprak en zei: “Mij is gegeven alle macht in hemel en op aarde? Wie had Hem die macht gegeven? Opnieuw is het antwoord: God de Vader. Jezus zou hebben kunnen beschikken over meer dan 12 legioenen engelen (1 legioen= 6000) door Zijn Vader daarom te bidden (Matth. 26:53), maar zag daar op aarde vrijwillig vanaf.

Het geheim in de geloofsstrijd is: hetzelfde vlees en dezelfde Geest

Wij lezen dat God Zijn eigen Zoon heeft gezonden in een vlees aan dat der zonde gelijk (Rom. 8:3). Dat is enerzijds NIET een vlees aan dat der zonde ongelijk (een soort hemels vlees), maar anderzijds ook NIET in een zondig vlees (dat gezondigd heeft). God heeft de zonde veroordeeld in het vlees. Hij kwam in een menselijk lichaam, hetzelfde lichaam als waarin alle mensen gezondigd hadden, maar Hij leefde in dat vlees zonder aan dat vlees toe te geven, zonder dat Hij dit de duivel liet bevruchten, dus zonder daarin te zondigen. In de verzoekingen kwam er nooit een ‘daarna’: als de begeerte bevrucht is baart zij zonde (Jak. 1:14-15). Wat was Zijn geheim? Hij leefde door en door afgestemd op Zijn Vader en verloochende trouw Zijn eigen wil in de kracht van de heilige Geest. Daarbij had Hij een immense strijd te voeren en die strijd is ook voor ons aan de orde. Dat zien wij zonneklaar voor Hem en voor ons in:

  • “In de dagen dat Hij hier op aarde was, heeft Hij met luid geroep en onder tranen gebeden en smekingen geofferd aan Hem die Hem uit de dood kon verlossen. En Hij is uit de angst (of: vanwege Zijn Godsvreze of godsvrucht) verhoord” (Hebr. 5:7).
  • “U hebt nog niet ten bloedens toe weerstand geboden in uw strijd tegen de zonde” (Hebr. 12:4).

Evenals Hij kunnen ook wij kunnen alleen tot overwinning op de zonde komen door de kracht van Gods Geest.

Geen excuses hebben om Jezus (niet) te volgen

Om dit beter te verstaan zullen we het een en ander nagaan wat betreft de verwekking, geboorte en ontwikkeling van Jezus. Dit niet alleen maar om in te gaan op een theologisch vraagstuk en daarvoor een oplossing te vinden, maar vooral ook hoe dit ons kan leren of en zo ja hoe wij Jezus werkelijk in alles, volledig kunnen volgen. Om niet langer te blijven hangen in excuses als “wij blijven zondaars tot de dood”, “wij zijn maar mens” en de leuze “ja maar, ik ben Jezus niet” of “ja, maar Jezus was toch God?” Als wij zo blijven redeneren, is Jezus voor ons niet te volgen, dan is hij onnavolgbaar. De tekst uit 1 Joh. 2:6 “Wie zegt in Hem te blijven, moet ook ZELF ZO WANDELEN ALS HIJ gewandeld heeft” zou dan een leugen zijn en finaal onmogelijk zijn voor ons.

De verwekking en de geboorte van Jezus

Over de verwekking van Jezus zei een engel van de Heere tegen hem: “Jozes, zoon van David, wees niet bevreesd Maria, uw vrouw, bij u te nemen, want wat in haar verwekt is, is uit de heilige Geest” (Matth. 1:20). In Luk. 1:34 lezen we het bezwaar dat Maria tegen de engel aanvoerde: “Hoe zal dat mogelijk zijn (geschieden), aangezien ik geen gemeenschap heb met een man? Daarop zegt Lukas 1:35 ons via de engel die bij Maria kwam: “De heilige Geest zal over u komen en de kracht van de Allerhoogste zal u overschaduwen. Daarom ook zal het heilige dat uit u geboren zal worden Gods Zoon genoemd worden.” Hier gaat het dus over de conceptie, de bevruchting, de ontvangenis.

Er waren duidelijk twee wonderen in dit hele gebeuren: 1. een maagd wordt zwanger (Jes. 7:14; Matth. 1:23) en 2. het kindje is verwekt door de heilige Geest. Dat gebeurde door dezelfde Geest die in Genesis 1:2 over de wateren zweefde, of duidelijker: broedde om te scheppen. Hij betreft hier een bijzondere scheppingsdaad. De eerste Adam werd als man geschapen, maar bij de laatste Adam koos God ervoor Hem geboren te laten worden als een kwetsbaar kind. Zo begint God met de herschepping.

Naast de eicel van Maria die nodig was, schiep God een speciale mannelijke zaadcel die het kind Jezus in haar verwekte en die versmolt met een van haar eicellen. Zo werd de Zoon van God voortgebracht die tevens Zoon des mensen zou zijn. Jozef was slechts Zijn aardse pleegvader. Hij wordt ook nergens ‘Zoon van de heilige Geest’ genoemd, dus die uitdrukking moeten wij ook niet gebruiken. Goddelijke of hemelse zaadcellen bestaan niet, want in de hemel is geen voortplanting (Matth. 22:30) en dat is iets dat in de natuurlijke wereld zijn beslag krijgt. Als men het zo wil uitdrukken en toch spreekt over Gods zaad, dan is Gods zaad Zijn Woord. Maria zei dan ook: “Zie, de dienares van de Heere, laat met mij geschieden overeenkomstig uw Woord” (Luk. 1:38). We kunnen ook denken aan de gelijkenis van de zaaier waarbij in wezen het Woord werd uitgestrooid. Ook voor onze wedergeboorte geldt: “u, die opnieuw geboren bent, niet uit vergankelijk zaad, door het levende en eeuwig blijvende Woord van God” (1 Petr. 1:23). Dat is eveneens van toepassing voor ons om een overwinnaar over de zonde te worden volgens 1 Joh. 3:9: “Ieder die uit God geboren is, doet de zonde niet, want Zijn zaad (=sperma, Grieks, Zijn Woord) blijft in hem; en hij kan niet zondigen, omdat hij uit God geboren is.”

Jezus is de werkelijke zoon van Maria

De geboorte van Jezus kwam op een natuurlijke wijze tot stand. Maria was Zijn moeder gelijk geschreven staat: “Maar toen de volheid van de tijd gekomen was, zond God Zijn Zoon uit, geboren uit een vrouw…” (Gal. 4:4). Er werd door God geen kant en klaar embryo in Maria geplaatst, waarbij Maria slechts de draagmoeder zou zijn en er geen gebruik zou zijn gemaakt van een van haar eicellen. Dat klopt niet. Maria was Zijn werkelijke moeder en Jezus bezat erfelijke eigenschappen van haar. Wordt Jezus hierdoor kleiner voor ons? Nee, dat maakt Hem juist groter.

In de geloofsbelijdenis van Chalcédon (451 na Chr.) wordt over Maria gesproken als de moeder van God, in plaats van de moeder van Jezus. Toen Maria als moeder Gods werd gezien, was dat de opmaat naar de dwaling van de Mariaverering en een complete Mariologie-cultus, alsof God een tweede Middelaar nodig zou hebben (vergelijk 1 Tim. 2:5).

Hoeveel willen waren er in Jezus?

We kunnen de vraag stellen: hoeveel willen waren er in Jezus aanwezig? Het antwoord is; twee. Hij had de wil van Zijn hemelse Vader en Hij erfde ook de menselijke wil van Maria. Bij Zijn komst in de wereld zegt Hij: “Slachtoffer en spijsoffer hebt U niet gewild, maar U hebt voor Mij een lichaam bereid of gereedgemaakt. Brandoffers en offers voor de zonde hebben U niet behaagd. Toen zei Ik: Zie, Ik kom – in de boekrol is over Mij geschreven – om Uw wil, o God, te doen” (Hebr. 10:5-7 met een citaat uit Ps. 40). Daarnaast had Hij de wil van Zijn moeder Maria meegekregen. Die wil moest Hij continu verloochenen: “laat niet Mijn wil, maar de Uwe geschiede” riep Hij uit in Gethsemane (Luk. 22:42).

We lezen hierover ook duidelijk in het Johannesevangelie. Joh. 5:30 zegt: “Ik kan niets van Mijzelf doen. Zoals Ik hoor, oordeel Ik en Mijn oordeel is rechtvaardig, want Ik zoek niet Mijn wil, maar de wil van de Vader, die Mij gezonden heeft.” In Joh. 5:19 staat iets soortgelijks: op de suggestie van de Joden in Joh. 5:18 dat Hij zei dat God zijn eigen Vader was, en daarmee Zichzelf aan God gelijkmaakte (volgens hen) staat er vervolgens: “Jezus dan antwoordde en zei tegen hen: de Zoon kan NIETS van Zichzelf doen, als Hij dat niet de Vader ziet doen, want al wat Deze doet, dat doet de Zoon op dezelfde wijze.” Doorgetrokken naar ons staat bij de wijnstok en de ranken ook: “Zonder Hem kunnen wij NIETS doen” (Joh. 15:5b). In Joh. 6:38 lezen we niet mis te verstaan: “Want Ik ben uit de hemel neergedaald (een uitdrukking dat Hij uit God was), NIET opdat ik Mijn wil zou doen (die verloochende Hij immers altijd), maar de wil van Hem die Mij gezonden heeft.”

Jildert de Boer

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *