Nog steeds een stroom van ongerechtigheden?

Verleden tijd!

“Een stroom van ongerechtigheden had d’ overhand op mij, maar ons weerspannig overtreden verzoent en zuivert Gij”. Het wordt vaak gezongen in Reformatorische kerken uit Ps. 65:2 in de berijming van 1773. Men geeft het op in het kader van schuldbelijdenis en genadeverkondiging.

Hoe kostelijk is het dan als het woordje “had” waarheid geworden is, verleden tijd, voorbij! Zoals het staat in de onberijmde versie: “Ongerechtige dingen HADDEN de overhand over mij; maar onze overtredingen die verzoent Gij” (Ps.65:4, St.Vert.). Het is een wonder, als wij door Gods genade een wedergeboorte hebben beleefd, zodat wij niet als zondaar met zondigen maar door hoeven te gaan. Dan hebben wij ondervonden wat Rom.5:8 zegt: “Maar God bevestigt Zijn liefde jegens ons dat Christus voor ons gestorven is, als wij nog zondaren WAREN”. Rom.5:9-10 spreekt vervolgens over NU gerechtvaardigd en NU verzoend zijnde. Let op de krachtige tegenstelling tussen VERLEDEN en TEGENWOORDIGE tijd! Is dat zo in ons leven geworden?  Het is een heerlijke zaak als dat werkelijkheid geworden is. Om te kunnen zeggen: “Want VROEGER waren ook wij verdwaasd, ongehoorzaam, dwalende…” (Tit.3:3). “Trouwens, ook wij allen hebben VROEGER daarin verkeerd, in de begeerten van ons vlees, handelende naar de wil van het vlees en van de gedachten, en wij WAREN van nature, evenzeer als de overigen, kinderen des toorns” (Efeze 2:3). Is er een “VROEGER” in ons leven gekomen? “Want gij WAART VROEGER duisternis, maar THANS zij gij licht in de Here; wandelt als kinderen des lichts” (Efeze 5:8).

De ongerechtigheden van “eertijds” dienen te zijn afgelegd! Voor de bevrijding ervan kan men alleen de Here prijzen, zoals Paulus jubelt: “Maar Gode zij dank: gij WAART slaven der zonde, doch gij zijt van harte GEHOORZAAM geworden…” (Rom.6:17). De realiteit van een radicale verleden tijd treffen we voortdurend krachtig aan in de brieven van de apostelen. “Ook u, die EERTIJDS vervreemd en vijandig gezind WAART, blijkens uw boze werken, heeft Hij THANS weder verzoend” (Kol.1:21). “Want gij WAART dwalende als schapen, maar THANS hebt gij u bekeerd tot de herder en hoeder van uw zielen” (1 Petr.2:25).

Blijvende wekelijkse ongerechtigheden?

Bij het zingen van Ps.65:2 kan men terugdenken aan de tijd VOOR de bekering van weerspannigheid tegenover God en dankbaar zijn voor het NU verzoend zijn met Hem. Wat een genade dat we Zijn heilsstem mochten horen en dat Hij ons deed naderen!

Wij hebben de indruk dat dit psalmvers meestal niet zo gezongen wordt. Dit vermoeden – bevestigd door de gangbare teneur en praktijk – houdt in dat velen schuld belijden voor de geproduceerde stroom van ongerechtigheden, die de afgelopen week weer de overhand had. Daarna roept men om genadige verzoening tot God, opdat al de weerspannige overtredingen bedekt zullen worden. Is dit niet onwaarachtig? Kan het Gods bedoeling zijn dat we elke week opnieuw weerspannig BLIJVEN overtreden? Jezus Christus is voor allen die Hem GEHOORZAMEN een oorzaak van eeuwig heil geworden (Hebr.5:9).

Het is ook opvallend dat men collectief schuld belijdt dat men er in de afgelopen week niets van gebakken heeft. Mits menens en echt, dan zou zo’n eerlijke erkenning in oprechtheid voor Gods aangezicht een goed begin kunnen zijn. Laten we eerlijk zijn: soms kunnen we onszelf flink tegenvallen in het praktische christelijke leven. Dan vallen er individueel zeker zonden te belijden!

Helaas is het vaak zo dat als men na maanden, een jaar, of vijf jaar terugkomt, dat dan dezelfde gezamenlijke belijdenis van zonden gehoord en kan er over het algemeen niet horen dat er sprake is geweest van groei en ontwikkeling in het allerheiligst geloof. Gods Woord leert bovendien persoonlijke verantwoordelijkheid wat zondigen betreft. Ezechiël 18 is een glashelder hoofdstuk wat dit aangaat. “Maar als een goddeloze zich bekeert VAN zijn goddeloze daden en naar recht en gerechtigheid HANDELT, dan zal hij zijn leven behouden. Immers hij is tot inzicht gekomen en heeft zich bekeerd van ALLE overtredingen die hij begaan heeft” (Ezech.18:27-28). Wanneer het huis van Israël als geheel wordt aangesproken, lezen we onder andere: “Bekeert u en wendt u af  van uw overtredingen…werpt ALLE overtredingen die gij begaan hebt, van u weg, en vernieuwt uw hart en uw geest” (Ezech.18:30-31). Doorgaan met bewust overtreden – zondigen – is geen optie en is niet te verdedigen, of goed te praten, ook in het Oude Verbond al niet.

Persoonlijke verantwoordelijkheid

Hoeveel te ernstiger als wij het Nieuwe Verbond niet bloedserieus nemen. Daar is zondigen nog veel minder, beter gezegd: TOTAAL NIET, vanzelfsprekend! Niet zondigen inderDAAD wordt in de brieven van de apostelen als het normale christelijke leven beschouwd! “En ALS iemand (!) gezondigd heeft, wij hebben een voorspraak bij de Vader, Jezus Christus de Rechtvaardige; en Hij is een verzoening  voor onze zonden en niet alleen voor de onze, maar voor die der gehele wereld”(1 Joh.2:1b-2). Wanneer dit gebeurt, dan past individuele, persoonlijke  belijdenis van een concreet gedane zonde!  Natuurlijk moeten we daarmee niet wachten tot –’s avonds of zelfs tot –’s zondags met vergeving vragen EN met de met het aanvaarden van de vergeving van Godswege als een geloofsfeit! Ons nieuwe uitgangspunt in Christus mag niet zijn “opnieuw zondigen”, maar is integendeel “Gods wil doen”. De Here heeft met Zijn enorme genade en Geest de overhand gekregen in ons leven!

Stoppen met zelf-leven: aan het kruis ermee!

Hoe heerlijk en lonend is het om ons voor Gods aangezicht tot gehoorzaamheid te stellen en te doen naar wat geschreven staat: “Een ieder, die de Naam des Heren noemt, BREKE met de ongerechtigheid” (2 Tim.2:19b). Het is machtig als de “stroom van ongerechtigheden” niet slechts de overhand verliest, maar helemaal afgedamd en gestopt wordt in ons leven. Dit opdat we OPHOUDEN met het bewust zondigen, dat we van nature in onze wandel gewend waren overeenkomstig de loop van deze wereld, overeenkomstig de macht van deze lucht (de duivel), van de geest die thans werkzaam is in de kinderen der ongehoorzaamheid (Efeze 2:2).

Velen blijven van verre staan en hun hele leven bekommerd, omdat zij voor zichzelf de vergeving van Christus zonder werken niet durven toe te eigenen. Vele anderen komen slechts onderaan de voet van het kruis om vergeving van zonden van God te ontvangen door het bloed van Christus.

Gods plan is echter niet alleen zondevergeving, maar dat de zondaar BOVENOP het kruis komt, zodat de belijdenis wordt: “Ik ben met Christus gekruisigd, ik leef niet meer zelf, maar Christus leeft in mij”(Gal.2:20). Dan krijgen we het GELOOFSSTANDPUNT: “dit WETEN wij immers dat onze oude mens medegekruisigd is” (Rom.6:6a) en tevens: “zo MOET het voor u VASTSTAAN, dat gij wel dood zijt voor de zonde, maar LEVEND voor God in Christus Jezus” (Rom.6:11). Dit te geloven is één ding, waarop de uitwerking van dagelijks sterven in de praktijk volgt! Het is de combinatie van “gij zijt gestorven” (Kol.3:3) EN “doodt dan de leden die op de aarde zijn…” (Kol.3:5).

Nieuwe levensstromen!

Door de Geest van God breekt het nieuwe leven zich baan. Wanneer wij ons van harte, geheel en al aan Hem gegeven hebben, krijgt God macht in ons binnenste. Onze gezindheid is dan: helemaal Gods wil doen! De vrucht van het nieuwe leven in Jezus Christus wordt langzaam, maar zeker zichtbaar  in ons doen en laten.

Nu moeten de dingen van “eertijds” weggedaan worden en verdwijnen, zoals toorn, heftigheid, kwaadheid, laster, smaad- en scheldwoorden, leugen, enz. (Kol.3:7-9). Hetzelfde geldt voor ALLE bitterheid en ALLE kwaadaardigheid (Efeze 4:31), hoererij en allerlei onreinheid of hebzucht (Efeze 5:3). Paulus gebruikte hierbij krachtige taal: dit worde uit uw midden GEBANNEN en er mag onder u zelfs GEEN SPRAKE VAN zijn (Efeze 4:31 en Efeze 5:3).

Als wij Christus Jezus als HEER van ons leven aanvaard hebben, dan is het onbestaanbaar dat dagelijks zondigen ongestoord doorgang vindt. Hij geeft Zijn machtige, sterke Geest toch niet voor niets? “Dit bedoel ik: wandel door de Geest en VOLDOET NIET aan het begeren van het vlees” (Gal.5:16). Als wij door de Geest wandelen en zo het spoor houden, dan zullen wij niet voldoen aan het begeren van het vlees. De Geest begeert immers absoluut niet dat wij het zondigen continueren, maar dat wij het leven van Christus zullen openbaren in toenemende mate.

Over de Geest zei Jezus: “Wie in Mij gelooft, GELIJK DE SCHRIFT ZEGT, stromen van levend water zullen uit zijn binnenste vloeien” (Joh.7:38). Dat is het tegenovergestelde van de “stroom van ongerechtigheden”, die vroeger de overhand op mij had. Het zijn de goede, levende werken van de Geest die anderen verkwikken en zegenen. Hoe heerlijk, om na zelf gedronken te hebben van het levende water, een bron voor anderen te worden! Dat is niets iets wat wij kunnen fiksen of maken, maar dit hebben wij te danken aan Jezus, die kwam, opdat zij leven hebben en OVERVLOED (Joh.10:10b), een volheid van genade op genade (Joh.1:16). Deze overvloedige genade gaat HEERSEN in ons leven tot overwinning (Rom.5:17b,21). Daar is de Here HEERLIJK voor ons, een plaats van rivieren en brede stromen! (Jes.33:21).

Jildert de Boer

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *