OP WELK NIVEAU LEVEN WIJ?

Menselijk, goddelijk of demonisch/dierlijk

Een leven op het niveau van de Bergrede

Eens hoorde ik een uitspraak: “De Katharen (= de reinen of de zuiveren) leefden op het niveau van de Bergrede.” De Katharen, ook wel Albigenzen genoemd, leefden in de twaalfde en dertiende eeuw, voornamelijk in Frankrijk en zij werden bloedig vervolgd door de Rooms-Katholieke kerk. Zie: https://nl.wikipedia.org/wiki/Katharen .

Wanneer wij de Bergrede goed lezen, dat zien wij dat de leer van Jezus met zijn “maar Ik zeg u…” zich bewoog op een veel hoger niveau, dan wat de wet van het oude verbond had onderwezen in de tien geboden. De Bergrede als grondwet van het nieuwe verbond spreekt immers over het Koninkrijk der hemelen, over de verandering van de mens aan de binnenkant, zelfs in zijn gedachteleven en over het leven naar de Geest. Hoewel de Bergrede nog vóór Pinksteren staat, anticipeert deze in wezen wel daarop, want zonder de kracht van de heilige Geest is leven op het niveau van de Bergrede onmogelijk. Dat is wat de Katharen wilden en ook wij verlangen.

Drie niveaus waarop we kunnen leven

Dat kunnen we op een paar verschillende manieren uitdrukken:

  • Ongewoon – gewoon – buitengewoon
  • Dierlijk/demonisch – menselijk – goddelijk
  • Hels – aards – hemels
  • Onnatuurlijk/tegennatuurlijk – natuurlijk/vleselijk – geestelijk

Op welk niveau leven wij als christen?

Voorheen in het oude verbond was er slechts sprake van een leven op aards en menselijk niveau. De Bergrede toont ons het leven op hemels en goddelijk niveau. Als Jezus bijvoorbeeld zegt: “Maar Ik zeg u: Hebt uw vijanden lief; zegen hen die u vervloeken; doe goed aan hen die u haten; en bid voor hen die u beledigen en u vervolgen, zodat u kinderen (zonen) zult zijn van uw Vader, die in de hemelen is…”[1], dan zien wij dat deze goddelijke principes van de Bergrede ver uitstijgen boven het menselijke niveau of de wet van het oude verbond die sprak om zo te zeggen over met gelijke munt terug betalen als iemand je iets aangedaan had. In de Bergrede gaat het om principes die we ook in Romeinen 12 vinden, namelijk door geestelijk het omgekeerde te doen dan het menselijke, namelijk:

  • “Zegen wie u vervolgen, zegent hen en vervloekt hen niet.”[2]
  • “Vergeld niemand kwaad met kwaad. Wees bedacht op wat goed is voor alle mensen. Leef, zo mogelijk, voor zover het van u afhangt, in vrede met alle mensen. Wreek uzelf niet…”[3]
  • Stapel vurige kolen op het hoofd van je vijand door hem goed te doen.[4]
  • “Word niet overwonnen door het kwade, maar overwin het kwade door het goede.”[5]

Tegenover het “gij hebt gehoord dat er gezegd is” spreekt Jezus in Mattheüs 5 zes keer uit: “maar Ik zeg u”.[6] Hij doet een schepje bovenop de tien geboden uit het oude verbond en verlegd het accent naar de inwendige mens in de geestelijke wereld, vooral naar het gedachteleven. Hoe zit het met jou en mij aan de binnenkant? Dat gaat ons hart en ons denken aan, de vernieuwing door de Geest van binnen.

Hier komen de zes passages, waar de Meester via zijn “maar Ik zeg u” meer verwacht van discipelen die onder het nieuwe verbond in het Koninkrijk der hemelen leven:

  • “U hebt gehoord dat tegen de ouden gezegd is: “U zult niet doden en Wie doodt, zal door de rechtbank schuldig bevonden worden. Maar Ik zeg u: Al wie ten onrechte boos is op zijn broeder, zal schuldig bevonden worden door de rechtbank…”[7] “Als u dan uw gave op het altaar offert en u zich daar herinnert dat uw broeder iets tegen u heeft, laat u gave daar bij het altaar achter en ga heen, verzoen u eerst met uw broeder en kom dan terug en offer uw gave. Stel u zo snel mogelijk welwillend (vriendelijk, NBG-vert.) op tegenover uw tegenpartij…”[8]
  • “U hebt gehoord dat tegen het voorgeslacht gezegd is: U zult geen overspel plegen. Maar Ik zeg u dat als wie naar een vrouw kijkt om haar te begeren, in zijn hart al overspel met haar gepleegd heeft.”[9]
  • “Er is ook gezegd: Wie zijn vrouw verstoot, moet haar een echtscheidingsbrief geven. Maar Ik zeg u dat wie zijn vrouw verstoot om een andere reden dan hoererij, maakt dat zij overspel  pleegt; en wie met de verstotene trouwt, pleegt ook overspel.”[10] Dat is radicaal.
  • “Verder hebt u gehoord dat tegen de ouden gezegd is: U zult de eed niet breken, maar u zult voor de Heere uw eden houden. Maar Ik zeg u: Zweer in het geheel niet, niet bij de hemel, want dat is de troon van God; niet bij de aarde, want dat is de voetbank van Zijn voeten; en ook niet bij Jeruzalem, want dat is de stad van de grote Koning. Ook bij uw hoofd mag u niet zweren, want u kunt niet één haar wit of zwart maken; laat uw woord ja echter ja zijn en uw nee nee; wat hierboven uitgaat, is uit de boze.”[11]
  • “U hebt gezegd dat er gezegd is: Oog voor oog en tand voor tand. Ik zeg u echter: dat u geen weerstand moet bieden aan de boze; maar wie u op de rechterwang slaat, keer hem ook de andere toe…”[12]
  • “U hebt gehoord dat er gezegd is: U moet uw naaste liefhebben en uw vijand moet u haten. Maar Ik zeg u: Hebt uw vijanden lief; zegen hen die u vervloeken; doe goed aan hen die u haten; en bid voor hen die u beledigen en u vervolgen, zodat u kinderen (zonen, letterlijk) zult zijn van uw Vader, Die in de hemelen is, want Hij laat Zijn zon opgaan over slechte en goede mensen, en laat het regenen over rechtvaardigen en onrechtvaardigen.”[13] God is enkel goed! Hij is goed over de ondankbaren en slechten. Wees dan barmhartig, zoals ook uw Vader barmhartig is.[14]

Meer dan het gewone: de tweede mijl gaan

De Bergrede gaat over een leven in “meer dan het gewone.[15] Dat is: meer dan het menselijk-normale.  “Want als u hen liefhebt die u liefhebben, wat voor loon hebt u dan? Doen ook de tollenaars niet hetzelfde?

Of met een ander voorbeeld: De eerste mijl gaan is het gewone. De tweede mijl gaan[16]is iets extra’s, meer dan het gewone doen! Dat is: een stukje verder met iemand oplopen dan was afgesproken, zelfs als dat beslag op je legt en het je min of meer wordt opgedrongen om jou in te schakelen (dat kan de ander beschamen door jouw royale instelling in diens houding van bijv.: je MOET een boodschap voor me doen, je MOET me naar de trein brengen, of je MOET mij bezoeken, als een soort eis. Door zaken door de vingers te zien en bereidwillig te zijn, kun je onenigheid voorkomen. Er zijn natuurlijk wel grenzen als mensen macht op je gaan uitoefenen of misbruik van je gaan maken). Onze gezindheid zal zijn: ja, het mag iets méér zijn!

Het is niet slechts doen wat van je gevraagd wordt, maar uit jezelf zorgen voor een verrassing voor de ander. Als je de tweede mijl wilt gaan, wacht je niet tot anderen jou zegenen, maar zegen je de anderen met meer. De drijfveer daarachter is de ‘innerlijke motor’, om van binnenuit in de kracht van God niet één mijl te gaan, maar de tweede mijl uit jezelf daarbij te geven!

De tweede mijl is: “zij deden wat zij konden, ja MEER dan dat en met alle aandrang uit eigen beweging vragen deel te mogen nemen aan het dienstbetoon van de heiligen.”[17]

Het gaat niet om puur ‘zoveel ik normaal gereed leg’ om te geven voor het huis van mijn God – bij ons voor de gemeente – maar nog BOVENDIEN uit liefde meer schenken. Hierin komt uit: gewilligheid, want zij gaven met een volkomen toegewijd hart vrijwillig aan de Heere. Het resultaat was: grote vreugde![18]

Voor de samenkomsten kan het gewoon gebruikelijk zijn, dat de stoelen klaar gezet worden, maar een dimensie meer is dat die stoelen worden klaargezet terwijl je bidt dat God een zegen zal geven aan hen, die op deze stoelen plaats gaan nemen.

Het is de gezindheid van Paulus, die sprak: “ik voor mij zal zeer graag (!) offers brengen, ja mijzelf opofferen voor uw zielen.”[19] Dezelfde Paulus benoemde die mijl extra als hij zegt: met “de inspanning van uw liefde en de volharding van uw hoop op Jezus Christus voor het oog van onze God en Vader[20] (voor het oog van mensen zou het veel stress en kramp geven!).

Dan ben je als Rebekka die een 100% gezindheid had[21], die op de vraag van Eliëzer niet slechts hem snel(!) te drinken gaf, maar uit zichzelf de gezindheid had ook meteen de 10 kamelen te drinken gaf (dat teken voor de herkenning van de bruid had hij aan God gevraagd!) tot ze genoeg (!) hadden. En je weet: kamelen lusten een ‘slokje’… (in enkele minuten kunnen kamelen in de woestijn zo’n 90 liter water drinken! Dat is wel plusminus 60x op en neer gaan naar de put met een kruik van zo’n 15 liter). Zij was vriendelijk, hulpvaardig en flink en ze ging er helemaal voor!

Dat betreft dus allemaal het buitengewone. Het is het geestelijke niveau en daarvoor is het deelkrijgen aan de goddelijke natuur nodig,[22]om ‘hogerop’ gevoerd te worden naar “nooit meer struikelen,”[23]naar het volmaakte, zoals uw Vader, Die in de hemelen is, volmaakt is.[24]

Menselijk niveau

Het menselijke niveau is het gewone, maar als je bijvoorbeeld alleen je broeders groet, wat doet u meer dan anderen? Doen ook de tollenaars niet zo, zegt Jezus?[25] De Bergrede roept op om als de Heer te leven en te reageren! Dat is buitengewoon en werkelijk in de praktijk leven als veranderde mensen die tot het beeld van de Vader en de Zoon willen naderen, om op Zijn niveau te leren komen.

Christenen die in de praktijk als (onveranderde) mensen leven, noemt Gods Woord van menselijk en vleselijk niveau en dat is onder meer daarin te zien, dat zij nog met melk gevoed moeten worden en dat er afgunst, ruzie, tweedracht en partijschappen onder hen zijn.[26] Men zulke aardsgezinde en vleselijke christenen kan men moeilijk bouwen aan geestelijke eenheid. Laten we ‘hogerop’ komen als we nog op dat aardse en vleselijke niveau zitten.

Met een oudtestamentisch schaduwbeeld kunnen we zeggen dat ze weliswaar uit Egypte zijn gegaan, maar in de woestijn leven. Dat is een ‘op en neer’-leven, dat gekenmerkt wordt door de ‘kinderziektes’ van kibbelen en mopperen. Christenen op menselijk of vleselijk niveau zijn kleine kinderen in Christus die weliswaar zondevergeving kennen, maar in geestelijk tabernakelbeeld gesproken nog tot de ‘voorhof’ behoren en (nog) niet de geestelijke ‘tempel’ binnen zijn gegaan.

Goddelijk niveau

De apostel Paulus plaatst de vleselijke mens tegenover de geestelijke mens die door de Geest geleerd is, het geestelijke met het geestelijke kan vergelijken en alle dingen kan beoordelen.[27] Christenen die op geestelijk of goddelijk niveau leven, zijn in het schaduwbeeld in ‘Kanaän’ en zij strijden in de hemelse gewesten tegen hun geestelijke vijanden. Zij verlangen te leven zonder morren – dat zo typerend is voor een ‘woestijnleven’ – of bedenkingen (dat is ‘pruttelen’ aan de buitenkant of aan de binnenkant dat weg uit ons leven mag), opdat zij onberispelijk en onbesmet mogen zijn, onbesproken kinderen van God te midden van een ontaard en verkeerd geslacht, waaronder zij schijnen als lichtende sterren in de wereld, het woord des levens vasthoudende…[28]

Beide soorten –  vleselijke en geestelijke – christenen behoren Christus toe, maar er is een groot onderscheid tussen hen, zowel in de bijbelse gegevens als in het praktische leven als christen. Het mooiste is natuurlijk als vleselijke christenen transformeren naar geestelijke christenen in hun gezindheid en levenswandel, een leven op goddelijk of hemels niveau! Hoe heerlijk is het om ertoe door de Heer verlokt en geroepen te worden om ‘hogerop’ te komen en als een hemelburger op aarde te leven.

Een fatsoenlijk en beschaafd menselijk leven aan de buitenkant

Een ongelovige kent Christus niet, leidt een natuurlijk leven en kan op zijn best als een goed natuurlijk mens min of meer leven uit het door God ingeschapen geweten. Hij leeft alleen voor het natuurlijke, zichtbare en aardse leven. Toch leidt hij een leven, waarin de zonde een hoofdrol speelt als ‘oude mens’, dat is de oude leef- en bestaanswijze buiten Christus, al leeft hij of zij ogenschijnlijk humaan aan de buitenkant als fatsoenlijk en beschaafd burger.

Demonisch en/of dierlijk niveau

Nog ernstiger en erger wordt het als de niet-christen onnatuurlijk en onmenselijk leeft. Dan leeft de mens niet meer als een gewoon, natuurlijk mens, maar dan leeft hij een ongewoon leven op demonisch niveau. Onder demonische beïnvloeding en gebondenheid door demonen leeft de mens dan in uitbrekende zonde en laat in wetteloosheid zijn hartstochten en begeerten botvieren. Wij zien dit bijvoorbeeld in een door demonen opgehitst worden, zoals te merken is bij relschoppers en hooligans. Dat is niet meer gewoon menselijk. Ze worden opgestookt door demonen.

We maken het ook mee als iemand zijn of haar ‘uitbarstingen van toorn’ (woede, verbale agressie) over jou uitgiet, terwijl je van de prins geen kwaad weet. Dat uit de (menselijke) plaat gaan in boosheid en drift is een typerend signaal van demonische gebondenheid. Het is te vergelijken met de eruptie van een vulkaan die hete lava spuwt.

Een christen die verlost en bevrijdt is daarvan in Jezus’ naam kan vervuld worden met heilige Geest en de vrucht van zelfbeheersing ontwikkelen, een uiting van het deelhebben aan de goddelijke natuur. Zo iemand is tot de rust ingegaan en de liefde en het geduld beheerst zijn leven. Dat is te vergelijken met een dode vulkaan die nooit meer uitbarst. Je kunt zeggen:

  • Boos worden is menselijk
  • Boos blijven is duivels
  • Niet meer boos worden is goddelijk

Als mensen ongebreideld en bijna ongeremd leven naar de zondige lusten kan men dit ook leven op dierlijk niveau noemen. Dat is een abnormaal leven voor een mens.

Deze ontaarding zien wij onder andere in het normloos uitleven van de seksuele begeerten, geheel tegengesteld aan het goddelijk-normale, dat wil zeggen dat wat God oorspronkelijk bedoelde met seksualiteit als iets moois in de veilige, monogame relatie van het huwelijk.

Er zijn twee teksten die de vergelijking van mensen met dieren maken:

  • “Maar deze mensen lasteren alles waarvan ze geen weet hebben; en wat ze, net als redeloze dieren, instinctmatig wél begrijpen wordt hun ondergang” (Jud. 10, NBV21).
  • “Maar deze mensen, die net redeloze dieren zijn, van nature bestemd om gevangen en gedood te worden, lasteren wat ze niet eens kennen. Ze zullen aan hun eigen verderfelijke gedrag ten onder gaan en onrecht lijden als loon voor hun eigen onrecht. Ze genieten ervan om zich op klaarlichte dag volledig te laten gaan…” (2 Petr. 2:12-13a, NBV21).

In Openbaring 13 zien wij niet voor niets ‘dieren’: een beest uit de zee en een beest uit de aarde die volledig demonisch zijn. De antichrist en de antichristen die er al geweest zijn in de geschiedenis, zijn ‘beestmensen.’

Leren leven op het niveau van de Bergrede

Hoe heerlijk is het als wij van Christus zijn en het vlees met zijn hartstochten en begeerten gekruisigd hebben.[29] Zo kunnen wij hemels gezind leven en strekken wij ons door de Geest uit naar een leven op geestelijk, hemels of goddelijk niveau.

Laten wij herkennen bij onszelf of wij op onderdelen nog leven op menselijk niveau, onder het niveau van wat de Bergrede beoogt en ons daarvan reinigen, zoals Hij rein is.[30]

De Bergrede is voor ons onhaalbaar en slechts iets dat voor de Joden in het Koninkrijk geldt, beweren sommigen. Nee, de Bergrede is nu aan de orde en niet straks pas in het duizendjarige vrederijk. De Bergrede zou “wet” zijn, zegt men en niet voor ons die “onder de genade” leven.

Daar maken wij uit op dat de boze niet graag ziet dat er christenen in geloof op gaan staan, die nu al de Bergrede gaan uitleven in de praktijk door de wetten van de Geest in hun hart en verstand – van binnenuit – te volgen en geheel en al naar Gods wil te leven! Om dit mogelijk te maken hebben wij uit Zijn volheid genade op genade ontvangen! [31] Daarom kunnen wij ons uitstrekken naar zo’n hemels leven, terwijl we nog met ons lichaam ver van de Heere in den vreemde op aarde zijn.[32]

Jildert de Boer


[1] Matth. 5:44-45a

[2] Rom. 12:14

[3] Rom. 12:17-19a

[4] Vrij naar Rom. 12:20

[5] Rom. 12:21

[6] Matth. 5:22,27,32,34,39 en 44

[7] Matth. 5:21-22

[8] Matth. 5:23-25a

[9] Matth. 5:28

[10] Matth. 5:31-32

[11] Matth. 5:33-37

[12] Matth. 5:38-39

[13] Matth. 5:43-45

[14] Luk. 6:35c-36

[15] Matth. 5:47, NBG-vert.

[16] Matth. 5:41

[17] 2 Kor. 8:3-4

[18] 1 Kron. 29:2-3,9

[19] 2 Kor. 12:15

[20] 1 Thess. 1:3

[21] Gen. 24:10-28

[22] 2 Petr. 1:4

[23] 2 Petr. 1:10; vergelijk Jud. 24

[24] Matth. 5:48

[25] Matth. 5:47

[26] 1 Kor. 3:1-4; vergelijk Hebr. 5:11-15

[27] 1 Kor. 2:13-15

[28] Fil. 2:15-16, NBG-vert.

[29] Gal. 5:24

[30] 1 Joh. 3:3

[31] Joh. 1:16

[32] 2 Kor. 5:6-9, NBG-vert.


Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.