Opname voor de grote verdrukking? deel 2

Kan de Heer vannacht al komen?

De Heer en de leer

Wij zien niet zoveel in organisatorische eenwording, maar als men werkelijk elkaars hart en instelling voor de Heer wil leren kennen, dan is dat beslist verblijdend. Op die wijze kunnen er relaties worden gelegd, die soms verrassend  zijn. Dwarsverbindingen, die gelegd worden om elkaar te ontmoeten, zijn daarom zeker positief te waarderen. Het motto mag daarbij zijn: “Jaag naar gerechtigheid, naar liefde en vrede met hen die de Here aanroepen uit een REIN hart” (2 Tim.2:22). We zouden dit het proces van de letter A willen noemen: de benen neigen naar elkaar en er ontstaat een dwarsverbinding.
Hoewel wij het positieve oogmerk van toenadering van de stromingen naar elkaar willen honoreren, vragen wij ons echter wel in gemoede af hoe men wil omgaan met de totaal verschillende en in flagrante tegenspraak zijnde gedachten over de opname (voor, tijdens of na de verdrukking). Hetzelfde geldt ook voor de tegengestelde visies op Israël (en daarmee ook op het door de Heer beoogde doel met de gemeente!). De slogan “niet de leer, maar de Heer”, of de leuze “we zijn samen gered, om anderen te redden” (het op zichzelf genomen goede accent op evangelisatie en zending) zijn vanzelfsprekend ontoereikend om dit probleem van visieverschillen wezenlijk op te lossen. Schuift men dit probleem vooruit? Of is men bezig alle verschillen maar te verdoezelen en te verzwijgen, omwille van de lieve vrede? Het gaat immers niet alleen om de liefde, maar ook om ons aan de waarheid te houden!

Het is buitengewoon jammer dat in kringen, die dicht bij ons liggen, de aardse, natuurlijke Israelvisie weer omarmd wordt. Dit is een leer die een ongelijk span wil vormen met Joden, die niet in Christus en niet in God als Vader van Jezus Christus geloven en deze vormt daarom een blok aan het been als men de tempel Gods wil bouwen zonder zich los te willen maken van Belial, de ontkenner van het grote, machtige doel van God met de mens en de gemeente (2 Cor.6:14-16). Zijn parool is: “NEE, het lukt toch niet”! De besmetting met het Israel-virus bewerkt dat de gemeente losgewrikt wordt van haar hemelse roeping, om nota bene een aardse, ongelovige natie draagster te maken van het herstelplan van God in de eindtijd. Dit herstel wil God nu juist via Zijn gemeente ten uitvoer brengen door middel van mensen die Hem gehoorzaam zijn in de kracht van de Geest, ongeacht hun aardse afkomst. Daartoe gebruikt Hij in Christus zijnde Joden, Arabieren, Nederlanders, Amerikanen, Koreanen, enz. enz.

De Geest als tegenwind voor het Woord?

Een ander item dat ook steeds terugkeert in de Pinksteroecumene is “dat het niet uitmaakt of je Rooms-Katholiek bent”, als je maar weet dat Jezus voor je zonden gestorven is en je de Geestesdoop-ervaring kunt krijgen (of deze zelfs reeds in het vormsel hebt ontvangen). Bekering van afgoderij (zoals de Paus- en de Mariacultus!) en de discipel-waterdoop door onderdompeling worden wijselijk (?) weggelaten in de boodschap, want dat vindt men zo hard. De Bijbel spreekt niettemin voortdurend over de liefde tot de waarheid! Leugenleringen dienen daarom op grond van het Woord afgewezen te worden, zoals bijvoorbeeld de leer dat men door de kinderdoop automatisch een kind van God wordt, of de gedachte dat men in tongen ook wel tot Maria kan bidden.

Nu willen wij niet tegen mensen vechten over leerstellingen, maar wel de achtergronden van de diverse in omloop zijnde leringen aan het Woord van God toetsen. Gods Geest wordt in de Bijbel wel vergeleken met een wind. Nu beroepen sommigen zich wel op “de Geest waait waarheen Hij wil”, maar daar zouden wij dan nadrukkelijk aan toe willen voegen: “De Geest vormt nooit en te nimmer een TEGENWIND ten opzichte van Gods Woord”! Woord en Geest zijn als de twee rails van een spoorbaan, ze horen bijeen! De Geest van God kan niet uit de voeten met allerlei “wind van leer” (Efeze 4:14,15), maar alleen met de gezonde leer! De gezonde leer leidt tot godsvrucht in de dagelijkse levenspraktijk!

Gods Geest beoogt evenmin mensen omver te blazen of ter aarde te laten vallen, maar wil deze veeleer oprichten, om hen recht op hun voeten te laten staan, zodat zij sterke strijders in Gods leger worden en op kunnen groeien tot zonen Gods! Uiteraard kan deze heerlijke ontwikkeling rekenen op fel verzet vanuit het rijk der duisternis!


Op welk niveau beleven of zoeken wij eenheid?

Het is goed allereerst te bouwen aan onze persoonlijke relatie met de Heer en aan het leven door, met en in Hem. Daarbij mogen we niet vergeten, om een bewogen hart te hebben of te krijgen voor hen die de Heer nog niet kennen.

Hoewel men in breder verband tot op zekere hoogte herkenning kan smaken in de zogenaamde “oecumene van het hart” (een uitdrukking van ds. van der Veer van de Evangelische Omroep), moge het duidelijk zijn dat een werkelijke eenheid van Geest (Efeze 4:3) en het diepere één zijn van zin en gevoelen (1 Cor.1:10), of zelfs een één zijn, gelijk de Vader en de Zoon één zijn (Joh. 17:20-23) alles te maken heeft met een eenheid in de waarheid (Joh.17:17), dus een in ons denken overnemen van de gedachten van God (Col.3:1,2) en in ons leven een deelkrijgen aan de goddelijke natuur (2 Petr.1:4).

 

De verkondiging van Jezus en de apostelen
De geestelijke tempel kan dan ook niet gebouwd worden op een conglomeraat van allerlei leringen, die velen meenemen uit Babel (=de religieuze verwarring en vermenging in denken), maar zij wordt gebouwd op het fundament van de apostelen en profeten, waarvan Jezus Christus Zelf de hoeksteen is (Efeze 2:21,22). Bij enerzijds een Babylonische ontwikkeling en anderzijds een ontwikkeling richting het hemelse Jeruzalem gaan de benen van de letter V gaandeweg uit elkaar.

De gezonde, levensvernieuwende leer, die Jezus Zelf gebracht heeft, is de boodschap van het Koninkrijk der hemelen. Paulus vertolkte dit in de Efezebrief met het begrip dat wij medegeplaatst zijn in de “hemelse gewesten” in Christus Jezus (Efeze 2:6).

Daardoor gaan we van boven -van God uit- denken, leven en handelen en krijgen we zicht op de geestelijke wereld, waarin de goede engelen ten dienste van ons functioneren (Hebr.1:14) en de kwade geesten der duisternis  bestreden, aangepakt en overwonnen kunnen worden (Efeze 6:10-13), daar waar zij zich in ons eigen leven en in de gemeente aandienen.


Opname middenin…

Wat we terloops nog willen vermelden is de opmerkelijke visie, die wat minder bekend is, die de opname halverwege de verdrukking aanneemt. We kunnen in dit verband o.a. de heiligingsbeweging van de zogenaamde “Noorse Broeders” noemen. De Bruid zou dan de eerste helft van de nacht meemaken en midden in de nacht klinkt dan een geroep: “De Bruidegom komt, zie, gaat uit Hem tegemoet” (Matth.25:6).

Ontstaan van de idee van de opname voor de grote verdrukking

Ondanks de doop in de heilige Geest, die als tweede ervaring in de bovengenoemde Vergadering- en Maranathakringen niet werd geaccepteerd, werd daar wel de geestesuiting(!) van Margareth MacDonald in 1830 over de opname van de gemeente vóór de grote verdrukking voor waar gehouden en kreeg het natuurlijke volk Israël de hoofdrol toebedeeld in de eindtijdvisie, uiteraard met reductie op de gemeentevisie. Veeleer is het echter John Nelson Darby -grondlegger van de Vergadering van Gelovigen- geweest die de gedachte van de “pre-tribulational rapture” (opname vóór de grote verdrukking) ontwikkelde en nader onderbouwde. De verbreiding van deze opnamevisie nam een hoge vlucht, al is zij -voor zover wij weten- voor 1830 nooit eerder naar voren gebracht. Grote verspreiding kreeg zij bovenal door de Scofield Reference Bible met haar voetnoten.

Kan Jezus vannacht komen?

Kenmerkend in de gedachtengang van de opname voor de grote verdrukking is onder andere dat men gelooft dat “Jezus vannacht kan komen”, met andere woorden: dat niets Zijn (geheime) komst voor de gelovigen nog in de weg zou staan…

Wij vragen ons daarbij af hoe het dan zit met het volledige groeiproces in de gemeente naar de mannelijke rijpheid (Efeze 4:13). Neemt God zomaar een niet toebereide gemeente van “onrijpe kasplantjes” op? Is het God niet te doen om het VOLLE koren in de aar? Slaat Hij niet pas terstond de sikkel erin als de vrucht RIJP is (Marc.4:28,29). Het moet duidelijk zijn dat het nodig is geduld te hebben tot de komst des Heren! Zo heeft God het immers ook: “Gods molens malen langzaam, Gods molens malen fijn”! “Zie de landman wacht op de KOSTELIJKE VRUCHT des lands (of: der aarde!) en heeft geduld, totdat(!) de vroege en de LATE REGEN erop gevallen is. Oefent ook gij geduld, sterkt uw harten, want de komst des Heren is nabij” (Jac.5:7,8).


Eerst de afval…

Tevens zegt de apostel: “laat niemand u misleiden, op welke wijze ook, want EERST moet de afval komen en de mens der wetteloosheid zich openbaren…” (2 Thess.2:3). Daarvoor had hij al aangegeven: “Maar wij verzoeken u, broeders, met betrekking tot de komt van onze Here Jezus Christus en onze vereniging met hem, dat gij niet spoedig uw bezinning verliest of in onrust verkeert, hetzij door een geestesuiting, hetzij door een prediking, hetzij door een brief, die van ons afkomstig zou zijn, alsof de dag des Heren (reeds) aanbrak” (2 Thess.2:1,2).

Gods voornemen is geen rampenplan, maar een herstelplan

De voorstelling van zaken van de opname als verdwijning uit het verkeer, wat de nodige(?) ongelukken veroorzaakt, doet ons vreemd en bizar aan in het plan van onze enkel goede God.
De duivel is de dief, die komt om te stelen, te slachten en te verdelgen (Joh.10:10a). Hij is de verwoester en degene die met zijn geestesmachten geweld aanricht op de aarde en als zodanig willen we hem scherp identificeren. Uiteraard maskeert en camoufleert hij zich graag achter allerlei “vrome” leringen, die echter een aantasting (trachten te) vormen voor het eeuwige voornemen van God met de mens en met de gemeente van Jezus Christus.

Het herstelplan van God in en door middel van de gemeente, die zonen Gods als vrucht zal opleveren ten dienste van de ganse zuchtende schepping (Rom.8:19), mag niet geloochend worden. Dit gebeurt met “escapism”-acties, waarbij de gemeente van het (strijd!)toneel verdwenen is. Men geeft veelal aardsgerichte – volgens het natuurlijke denken  beschreven – rampscenario’s, die angst en paniek zaaien en weinig hoopvolle gedachten bieden.

Hal Lindsey’s eerste bestseller was “The Late Great Planet Earth”, letterlijk vertaald: Wijlen de planeet aarde. Met andere woorden: alles van de door God goed geschapen schepping zou verwoest worden.

Onze verwachting is echter dat God alle dingen nieuw zal maken en wij te maken zullen krijgen met een vernieuwde hemel en aarde, die gezuiverd is van alle machten der duisternis! Hoe heerlijk is het dat wij daarbij een werkzaam aandeel mogen leveren als zijn dienstknechten!

 

Jildert de Boer

© Verdieping en Aansporing

 

 

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *