Opname voor de grote verdrukking? deel 3

Kan Jezus vannacht al komen?

Natuurlijke of geestelijke eindtijdvisie

Jammer genoeg worden velen in hun eindtijdvisie afgeleid met aardse zaken (bijvoorbeeld door wat de krant of internet zegt) die het doel niet raken en het deelgenoot zijn van een hemelse roeping (Hebr. 3:1; Kol. 3:1-2) vertroebelen.

Kijken naar je voeding kan gezond zijn, maar als je constant bezig bent met een voedingsleer voor je uiterlijke mens, trekt je dat naar de aarde, in plaats van in je innerlijke mens van dag tot dag vernieuwd te worden.

Anderen zijn continu bezig met het natuurlijke Israël in het Midden-Oosten en dat leidt hen af van het doel dat Hij met de gemeente van Christus (uit Jood en heiden) heeft. In een natuurlijk gerichte eindtijdvisie speelt de gedachte aan een opname of wegvoering van de gemeente vóór de grote verdrukking een grote rol, waarbij daarna het ‘stokje’ weer zou worden overgenomen door het volk Israël. Dit is een foutieve gedachtegang op basis van de bedelingenleer die van Israël en de Gemeente twee aparte volken van God maakt. Er is maar één volk van God, dat zijn zij die besneden van hart zijn als een nieuwe schepping in Christus (Gal. 6:15-16) en die de geestelijke sabbatsrust in Christus zijn ingegaan (Hebr. 4:1-11). Hoevele beloften van God er ook zijn: in Hem is het ja (2 Kor. 1:20). Er worden in het Nieuwe Verbond geen beloften vervuld buiten Christus om.

Er zou sprake zijn van een falende gemeente die door de opname zelfs samen met de heilige Geest gaat verdwijnen van de aarde. Dit in plaats van de bijbelse gedachte van een overwinnende gemeente die door de kracht van de heilige Geest in de demonie van de grote verdrukking standhoudt, om meer en meer te gaan verschijnen door het einddoel te bereiken van volwassen zoonschap, waar de zuchtende schepping met reikhalzend verlangen op wacht tot haar herstel (Rom. 8:19).

Is er een opname vóór de grote verdrukking?

De Maranathavisie heeft de spoedige komst van de Heer gepredikt, maar veel mensen laten geloven dat ze voor de grote verdrukking worden opgenomen. Helaas heeft men de nodige toebereiding daarvoor in het openstaan voor en ontvangen van de late regen van de Geest ontkend of terzijde geschoven. Deze opnameleer met de gedachte: ‘de Heer kan vannacht al komen’ was daarbij funest, evenals de rampenscenario’s daarna, waarbij men de bijbelse beelden in het boek Openbaring op natuurlijk en aards niveau inkleurde, in plaats van te trachten deze symbolen geestelijk te verstaan. De genoemde opnametheorie meent dat de gemeente er bij Openb. 4:1 (‘Klim hierheen op’, gesproken tot Johannes persoonlijk) al ‘tussenuit’ gaat, waardoor zij dit boek aan de gemeente onthoudt, zoals in het begin en aan het eind geschreven wordt (Openb. 1:1-8; Openb. 22:10-21).

Daarom  nu een beknopte bespreking van de meest aangehaalde teksten over de leer van de opname voor de grote verdrukking:

 

Teksten met korte uitleg

 

In het bekende gedeelte 1 Tess. 4:13-18 gaat het ons vooral om de passage: “weggevoerd worden, de Here tegemoet in de lucht en zo zullen wij altijd met de Here wezen” (1 Tess. 4:17). De algemeen verbreide opvatting is dat de Here ons in een ‘geheime opname’ in een oogwenk zal wegvoeren naar de hemel. In de Studiebijbel lezen we dat het Griekse eis apantesin letterlijk betekent ‘naar de ontmoeting’. Het was de vaste uitdrukking voor het buiten de stad tegemoet gaan en verwelkomen van een belangrijke bezoeker (vergelijk Matt. 25:6; Hand. 28:15), meestal een vorst, om hem een geleide te geven bij zijn aankomst. Het woordgebruik pleit voor de gedachte dat de Heer de gemeente begeleidt naar de aarde. Kortom: de gemeente gaat Jezus tegemoet om Hem in te halen bij Zijn komst naar de aarde.

 

Luk. 21:36 zegt: “Waakt te allen tijde, biddende dat gij in staat moogt wezen (“waardig geacht worden”, St. Vert.) te ontkomen aan alles wat geschieden zal, en gesteld te worden (“te staan”, St. Vert.) voor de Zoon des mensen”. Hier gaat het om de instelling waarmee de gelovigen de gebeurtenissen van de laatste dagen zullen moeten ondergaan en waarin zij de Geestkracht moeten hebben om te blijven staan tegenover het demonische geweld. Waakzaamheid is daarbij nodig, opdat die dag niet plotseling over hen zal komen als een strik (Luk. 21:34).

 

Openb. 3:10 is een vaak gebruikte tekst om de opnamevisie te ondersteunen dat wij aan de ‘ure der verzoeking die over de gehele wereld komen zal’ zonder meer zullen ontkomen. We lezen: “Omdat gij het bevel bewaard hebt om Mij te blijven verwachten, zal Ik ook u bewaren voor (Grieks: tereso ek) de ure der verzoeking die over de gehele wereld komen zal, om te verzoeken hen, die op de aarde wonen”. Het woordje ek kan ‘uit’ betekenen en daar leidt men dan de opname uit af. Wij zien in dit ‘bewaren voor’ de bescherming van de Heer te midden van de ure der verzoeking die over de gehele wereld komt. Bovendien is het onze roeping naar de inwendige mens nu al ‘in de hemel te wandelen’ (Fil. 3:20, St. Vert. ; Ef. 2:6; Openb. 12:2; Openb. 13:6; Openb. 19:14), waardoor wij bestand zullen blijken en onaantastbaar worden voor de boze.

 

Dezelfde woorden lezen we in Joh. 17:15: “Ik bid niet dat gij hen uit de wereld wegneemt, maar dat Gij hen bewaart voor (Grieks: tereseis ek) de boze (vergelijk 2 Tess. 3:3; 1 Joh. 5:18 en Luk. 22:31v.). Er is hier geen sprake van een ‘wegname’ of ‘opname’, maar veel meer de gedachte dat de Heer, hoe fel de boze ons ook kan aanvallen, ons erdoor heen zal halen.

 

In Mat. 24:21 wordt gesproken over “een grote verdrukking”. In Mat. 24:29 heeft het over: “Terstond NA de verdrukking dier dagen” en wijst voorts op enkele tekenen, waarna we lezen: “En DAN zal het teken van de Zoon des mensen verschijnen aan de hemel en dan zullen alle stammen der aarde zich op de borst slaan en zij zullen de Zoon des mensen zien komen op de wolken des hemels, met grote macht en heerlijkheid. En Hij zal zijn engelen uitzenden met luid bazuingeschal en zij zullen zijn uitverkorenen verzamelen uit de vier windstreken, van het ene uiterste der hemelen tot het andere” (Mat. 24:30-31).

 

In 2 Tess. 1:1-3 staat: “Maar wij verzoeken u, broeders, met betrekking tot de komst van [onze] Here Jezus Christus en onze vereniging met Hem, dat gij niet spoedig uw bezinning verliest of in onrust verkeert…. Daarna zien we in vers 3: “Laat niemand u misleiden, op welke wijze ook, want EERST moet de afval komen en de mens der wetteloosheid zich openbaren, de zoon des verderfs”… Het gaat hier over de openbaring van de antichrist die eerst moet komen.

 

In Ef. 6:13 lezen we: “Neemt daarom de wapenrusting Gods, om weerstand te bieden in de boze dag en om, uw taak geheel vervuld hebbende, stand te houden.”

Deze boze dag of kwade tijd is er telkens wanneer boze geesten op diverse manieren aanvallen en steeds gaat het erom weerstand te bieden. In het bijzonder kunnen wij bij de ‘boze dag’ (‘dag der verschrikking’, Willibrord Vertaling) ook denken aan “de ure der verzoeking die over de gehele wereld komen zal“ (Op. 3:10). In die tijdsperiode van de grote verdrukking is het niet Gods bedoeling dat we daar van te voren aan ontsnappen door een opname, maar wil dit veel meer zeggen dat we onze taak geheel zullen vervullen en standhouden! Te midden van dat alles mogen we de overhand behouden op de machten van de duisternis die nu tekeer gaan en in het bijzonder in de tijd kort voor de komst van de Here.

 

In de gelijkenis over het tarwe en het onkruid (de valse tarwe of dolik) lezen we kenmerkend: “Laat beide samen opgroeien tot de oogst. En in de oogsttijd zal ik tot de maaiers zeggen: Haal EERST het onkruid bijeen en bindt het in bossen om het te verbranden, maar brengt het koren bijeen in mijn schuur” (Mat. 13:30). Merk op dat er niet geschreven wordt: “Brengt EERST het koren bijeen (door eenopname, JdB) in mijn (hemelse, JdB) schuur en haal daarna het onkruid bijeen.”

 

Gedeeltelijke opnamevisie

 

Wat betreft groepen die niet geloven in een opname van alle gelovigen moeten we een kanttekening maken. Zij prediken een gedeeltelijke opname, namelijk de opname van de Bruid of eerstelingen voor (of halverwege) de grote verdrukking. We denken hier bijvoorbeeld aan groepen als de Hersteld-Apostolischen of stromingen als de ‘Noorse Broeders’, de ‘Spade Regen Zending’ of de ‘Branham-beweging’ (enkele van deze relatief onbekende christelijke stromingen heb ik beschreven in mijn boek ‘In het huis Mijns Vaders…’). Zij zijn zeker bezig met het zich gereed maken in heiliging.

 

De gemeente van de eindtijd bereikt het einddoel: de volkomenheid

 

De Heer wil en zal geen ongeheiligde, zondige gemeente vol vlekken en rimpels plotseling wegrukken om haar als bij toverslag in een punt des tijds volmaakt te doen zijn. Hij wil via een innerlijk groeiproces een heilige gemeente vormen en deze langs een weg door veel strijd, lijden en verdrukkingen heen toebereiden naar de volkomenheid om deze stralend en onberispelijk voor Zich te kunnen stellen zonder vlek of rimpel of iets dergelijks (Ef. 5:27). Dit wordt door de intense doorwerking van de late regen van de Geest in de gemeente van de eindtijd mogelijk en realiseerbaar.

We denken ook aan een vers als Fil. 1:9-11, waar we lezen: “En dit bid ik, dat uw liefde nog steeds meer overvloedig moge zijn in helder inzicht en alle fijngevoeligheid, om te onderscheiden waarop het aankomt. Dan zult gij rein en onberispelijk zijn TEGEN de dag van Christus, vervuld van de vrucht der gerechtigheid, welke door Jezus Christus is, tot eer en prijs van God”.

Hoe de gemeente de volkomenheid bereikt, is nog een geheimenis. Petrus spreekt over “u die in de kracht Gods bewaard wordt door het geloof in de zaligheid die gereed ligt om geopenbaard te worden in de laatste tijd. Verheugt u daarin…” (1 Petr. 1:5). In Openbaring 10 wordt gesproken over de zeven

donderslagen die gesproken hadden. Johannes kreeg een opdracht uit de hemel dat hij moest verzegelen wat de donderslagen gesproken hadden en hij mocht het niet opschrijven (Openb. 10:3-6). In dit verband wordt gesproken over de ‘voleindiging van het geheimenis van God’ (Openb. 10:7). Hoe de Heer de gemeente tot volkomenheid leidt en bewerkt is nog verborgen, maar dat Hij het zal doen is zeker! Naar de openbaring van dit heerlijke doel mogen wij ons uitstrekken!

 

Jildert de Boer

© Verdieping en Aansporing

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *