Twee aan Twee-Gemeenschap of De Weg: geen erkenning van andere christenen

Een korte impressie (15)

Uit het boek: ‘In het huis Mijns Vaders…’    door Jildert de Boer

Persoonlijk getuigenis

Als je beweert tijdens het lezen van je Bijbel, bijvoorbeeld in je eentje op je zolderkamer, aangeraakt te zijn door Gods Geest om je te buigen en je hart en leven aan Christus te geven en zo de wedergeboorte uit God hebt beleefd, dan is dat getuigenis voor de twee aan twee-werkers onaanvaardbaar, omdat de ‘levende getuigen’ – door God gezonden – ontbraken.

Zelf gaf ik een dergelijk getuigenis, want God heeft mij destijds in mijn oude, zondige leven aangesproken door de woorden uit 1 Joh. 5:11-13: “Wie de Zoon heeft, heeft het leven; wie de Zoon van God niet heeft, heeft het leven niet. Dit heb ik u geschreven, die gelooft in de naam van de Zoon Gods, opdat gij WEET, dat gij eeuwig leven HEBT”. Dit gedeelte trof mij diep en bracht mij tot ZEKERHEID van het eeuwige leven door middel van het geloof in Jezus Christus!

Toen ik hiervan getuigde, glimlachten de werkers ietwat meewarig en antwoordden dat de ‘levende getuigen’ door God gezonden ontbraken.

Niet wedergeboren zoeker?

Ik maakte mee dat men op een dergelijk getuigenis durft te zeggen: “je bent nog niet wedergeboren en niet in het Koninkrijk.” Het was niet de eerste de beste die dat zei, maar Piet Blokker, destijds de hoofdwerker in Nederland.

Daarvoor had ik diverse sprekers gehoord, voornamelijk in de gereformeerde kerk en in de pinksterbeweging, maar nog nooit de twee aan twee-‘go-preachers’. Ik had mij echter al jaren voor de kennismaking met de zgn. ‘Twee aan Twee-gemeenschap’ bewust bekeerd tot God en mijn leven overgegeven aan de Heer Jezus Christus!

Hooguit beschouwt men je vanuit de ‘Twee aan Twee-beweging’ als een zoekende ziel, zoals eens Cornelius was, de hoofdman in Handelingen 10, voordat hij Petrus ontmoette en zoals de kamerling uit Ethiopië zoekende was in Jeruzalem en een boekrol van Jesaja kocht, maar dan op de terugweg Filippus op zijn pad krijgt, die hem tot Jezus leidt.

Als je oprecht bent, zul je op een gegeven moment bij de werkers terecht komen, menen zij. Het gaat erom dat je het woord van de werkers niet alleen hoort, maar ook openlijk belijdt als de waarheid en dat je deze bediening van de werkers als de enig juiste accepteert en je eraan onderwerpt.

Zij ondersteunen dit in de gemeenschap bijvoorbeeld met het woord “gehoorzaamt uw voorgangers” (Heb. 13:17-19). Dit kan en mag natuurlijk nooit onvoorwaardelijke, blindelingse gehoorzaamheid zijn, maar deze tekst mag tevens in het licht bezien worden van passages als: “Mijn schapen horen naar Mijn stem en Ik ken ze en zij volgen Mij” (Joh. 10:27) en: “Want allen die door de Geest Gods geleid worden, zijn zonen Gods” (Rom. 8:14).

Geen erkenning van andere christenen

De twee aan twee-werkers willen in de regel niet erkennen, dat een IEDER die de rechtvaardigheid doet uit God geboren is (1 Joh. 2:29). Toen ik werker Kees Mansvelt schreef of hij mij op grond van dit Bijbelvers als broeder in Christus wilde erkennen, reageerde hij in de aanhef van zijn retourbrief met “Geachte broeder” (Hand. 23:1). Dat was een slimme, om niet te zeggen sluwe streek, want in dat vers heeft Paulus het over zijn broeders naar het vlees! Deze werker erkende mij als mede Nederlander naar het vlees, maar niet als medebroeder in Christus naar de geest. Als je hen aanspreekt op de roeping tot eenheid tussen christenen en op hun ogenschijnlijke verwantschap met andere heiligingsbewegingen, dan reageren ze met: “eerst is er de ene ware bediening, daarna is er het ene ware lichaam.” Met deze starre, exclusieve opstelling isoleren zij zich helaas van alle andere oprechte christenen die met hun hele hart God willen dienen.

In een gesprek met oud-hoofdwerker Piet Blokker bij mij thuis in 2008 zei hij: “Het lichaam komt voort uit die ene bediening” (twee aan twee). Hij noemde als voorbeeld de ark: “daar is één deur, één venster, geen naam, geen vlag, geen (menselijk) roer.” Ik verstond: de deur wijst op Christus. Door die deur kom je in de ene kudde. Duidelijk was dat Piet Blokker de ark van het behoud ziet in hun gemeenschap van ‘de weg’ als enige, ware kudde.

Ooit kwam een buitenstaander naar het conferentieterrein in Putten. Hij werd verwelkomd door Piet Blokker. De gast zei: “Ik kom hier om Gods Woord te horen.” Het antwoord van Piet daarop was: “De waarheid.” Hoe moet je dat interpreteren? Natuurlijk is Gods Woord de waarheid, maar Piet Blokker bedoelde impliciet dat de waarheid van het woord (uit de Bijbel), zoals dat wordt uitgesproken door de bediening van de twee aan twee uitgezonden werkers.

Dat is een kernfout die de werkers maken in hun denken. Het gaat in de evangelieprediking niet om een manier of vaste methode. Je wordt niet zalig, behouden of gered door een manier of werkwijze. Je wordt behouden door een persoon, Jezus Christus: “En de behoudenis is in NIEMAND ANDERS, want er is ook onder de hemel GEEN ANDERE NAAM aan de mensen gegeven, waardoor wij behouden MOETEN worden” (Hand. 4:12).

Laten we ons houden aan de duidelijke Schriften, die de cirkel ruimer trekken, zoals:

 

  • “Want al wie op Hem zijn geloof bouwt, zal niet beschaamd uitkomen. Want er is geen onderscheid tussen Jood en Griek. Immers één en dezelfde is Heer over allen die Hem aanroepen, want al wie de naam des Heren aanroept zal behouden worden” (Rom. 10:11-13).
  • “Doch allen, die Hem aangenomen hebben, hun heeft Hij macht gegeven om kinderen Gods te worden, hun die in Zijn naam geloven” (Joh. 1:12).
  • “Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u: Wie gelooft, heeft eeuwig leven” (Joh. 6:47).
  • “Een ieder, die gelooft, dat Jezus de Christus is, is uit God geboren; en ieder, die Hem liefheeft, die deed geboren worden, heeft (ook) degene lief, die uit Hem geboren is” (1 Joh. 5:1).

 

Beste broeder- en zusterwerkers, wat doen jullie met deze klare taal uit de Schrift? Kunnen jullie mij met het Woord van God uit 1 Johannes 5:1 de broederhand reiken?

Deze vraag heb ik in eerdere versies van afzonderlijke publicaties over de ‘Twee aan Twee-beweging’ gesteld en als antwoord daarop volgde ‘oorverdovende stilte’ van de kant van de werkers.

Geheimzinnig gebeuren

Een evangelistenduo liet in begin 2008 in een krant in Landsmeer (N-H) schrijven “dat zij niet een bepaalde geestelijke stroming vertegenwoordigen”. De betrokken zusterwerkers waren Heleen Oskam en haar metgezel José Stoutjesdijk, die daar evangeliediensten belegden.

Dat is bepaald niet met open vizier strijden door tevoorschijn te komen! Dit is ‘verstoppertje spelen.’ Een dergelijke zin is typerend voor de versluierende manier van werken van meerdere werkers en hoofdwerkers, terwijl het duidelijk is dat hier een wereldwijde beweging achter zit! Het is werken met ‘halve waarheden’ en met een ‘verborgen agenda.’ Zo handel je niet ‘recht door zee!’ Wordt het doel geheiligd door misleidende middelen?

Als er door de prediking van beide zusters in Landsmeer of omgeving een huisgemeente ontstaan zou zijn, dan is die toch van de signatuur ‘de weg’, van ‘de gemeenschap van werkers en vrienden’, of van de ‘Twee aan Twee-gemeenschap’, of welk ander hulpbegrip je voor deze beweging of geestelijke stroming wilt gebruiken ter aanduiding? Wat voor zin heeft het dit te ontkennen? Deze groepering heeft immers een duidelijke, eigen identiteit, die in het kort omschreven kan worden met: ‘De werkersbediening ZONDER huis en de gemeente IN huis.’

Wij hebben het zelf meermaals meegemaakt en ook regelmatig van vrienden in deze gemeenschap vernomen dat veel werkers over het algemeen om de ‘hete brei’ heen draaien. Dat is toch niet “rechtevoren trekken bij het brengen van het Woord der waarheid?” (2 Tim. 2:15). De beweging kruipt graag in de anonimiteit en ik heb emails ontvangen van vrienden of ouderlingen (?) die zijn ondertekend met schuilnamen als ‘Cosvand’ of ‘C. de Jong’, waarbij men achterwege laat wie men in werkelijkheid is. Wat is er te verbergen als wij met Jezus in het licht wandelen?

Iets anders is als vrienden mij vertrouwelijk schrijven en mij vragen hun naam niet naar de werkers of in een geschrift te noemen, omdat zij anders binnen ‘de weg’-gemeenschap in moeilijkheden zouden raken. Hun wens wordt door mij gerespecteerd. Daarbij denk ik dan maar aan ‘geheimagenten’, die toch discipelen van Jezus waren, als Nicodemus en Jozef van Arimathea (Joh. 19:38-40).

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *