Van vergeving naar overwinning

Is zondevergeving vragen iets gemakkelijks?

Voor veel traditionele christenen is vergeving van zonden iets dat er automatisch bij hoort. Veelal vragen mensen om vergeving na het eten, of aan het eind van de dag. Meestal gebeurt dit niet al te bewust, maar is het verworden tot een religieus ritueel. Daar wordt dan clichématig om gebeden. In veel kerken wordt ook en masse om zondevergeving gebeden. Dat herhaalt zich talloze malen in de loop der jaren.

Het begrip “zondevergeving” wordt in veel christelijke kerken en kringen verbonden met de woorden gemakkelijk, gratis en goedkoop. Dit geeft genoeg aanleiding, om de bijbelse voorwaarden eens onder de loupe te nemen. Op die wijze zullen we zeker een dieper inzicht krijgen in de fundamentele praktijk van vergeving van zonden.

Een serieuze zaak

Onder ons mag van een slordig omgaan met een basisgegeven als de vergeving van zonden geen sprake zijn. Ook het eerste begin van ons christenleven is een blijde, maar tevens bloedserieuze zaak! Dat wil zeggen: wij zijn duur gekocht en betaald met Jezus’ bloed! (1 Kor.6:20, St.Vert.). Het was een hoge losprijs, waarmee Jezus Christus ons vrijkocht uit de handen van de boze. Hij bracht ons verzoening met God! Wij kunnen dus nooit lichtvaardig of luchthartig met zondevergeving omgaan, die al is het nog zo’n elementaire zaak toch een enorm grote impact heeft en een geweldige genade van Gods kant is.

Laten we bekijken welke condities Gods Woord ons aanreikt in verband met zondevergeving. Want het krijgen van vergeving van zonden heeft uitermate radicale consequenties.

Geloof

Zonder geloof is het onmogelijk God welgevallig te zijn (Hebr.11:6a). Zonder geloof krijgt met evenmin deel aan de vergeving van zijn zonden. Om zondevergeving te kunnen ontvangen is het nodig ons geloof te vestigen op Jezus Christus (Rom.4:5-8). Hem heeft God voorgesteld als zoenmiddel door het geloof, in Zijn bloed…. (Rom.3:23-26). Door een persoonlijk vertrouwen op het volkomen verzoeningswerk, dat Jezus Christus heeft volbracht, kunnen wij deel krijgen aan de vergeving van onze zonden. We worden dan om niet gerechtvaardigd uit zijn genade, door de verlossing in Christus Jezus.

Bekering

Velen denken “dat in zijn naam moest gepredikt worden…vergeving der zonden aan alle volken, te beginnen bij Jeruzalem” (Luk.24:47). Dat klopt niet, want als we preciezer lezen, staat er: “Bekering tot vergeving der zonden”. Zonder bekering is er geen vergeving van zonden. Zondevergeving is niet goedkoop en gaat niet op, als we gewoon ons oude leventje handhaven. Het routinematig bidden om vergeving van het verkeerde mist effect zonder duidelijke bekering, zonder die wezenlijke ommekeer naar God.

De boodschap van Paulus, gezonden tot de heidenen, was erop gericht “om hun ogen te openen ter bekering UIT de duisternis TOT het licht en VAN de macht van satan TOT God, opdat zij vergeving van zonden en een erfdeel onder de geheiligden zouden ontvangen door het geloof in Mij” (Hand.26:18). Het gaat wel degelijk om een draai van 180 graden!

Het gevolg is allereerst zondevergeving en de voortgang is het ontvangen van een erfdeel (zie ook Tit.3:7). Het erfdeel, of deel krijgen aan de erfenis staat, kort gezegd, in verband met het zoonschap (Rom.8:14-17; Gal.4:4-7)., of – anders uitgedrukt – met het deel krijgen aan de goddelijke natuur (2 Petr.1:4).

Belijdenis, erkenning, berouw

God kan onze zonden niet vergeven, als voor niet oprecht voor de dag komen met onze zonden. “Indien wij onze zonden belijden, Hij is getrouw en rechtvaardig, om ons de zonden te vergeven en ons te reinigen van alle ongerechtigheid. Indien wij zeggen, dat wij niet gezondigd hebben, maken wij Hem tot een leugenaar en zijn woord is in ons niet” (1 Joh.1:9-10).

Belangrijk is een eerlijke erkenning! Ontkenning is leugen, maar belijdenis doen is hetzelfde zeggen als God, dus de waarheid. Wat Hij zonden noemt, noem ik voor mijn leven ook zonden en ik belijd die zonden concreet. “Wie zijn overtredingen bedekt, zal niet voorspoedig zijn; maar wie ze belijdt EN nalaat, die vindt ontferming” (Spreuk.28:13). De heilzame weg is het belijden van zonden, dat wil zeggen: ze in het licht brengen. Een stap verder, die zelfs in het Oude Verbond al genoemd wordt, is ze ook NALATEN. Spreuken 28:14a zegt: “Welzalig de mens die gedurig vreest…”. Dat is de waakzame gezindheid, om niet weer in dezelfde zonde te tuinen!

Het gebed om vergeving van zonden, dat ze algemeen is in het christenheid, heeft geen inhoud, als dit niet gepaard gaat met een berouwvol hart. In Luk.7:37-38 vinden we daar een praktisch voorbeeld van. Een vrouw, die als zondares bekend stond, toonde haar nood en berouw over de door haar bedreven zonden metterdaad. Jezus zei: “Haar zonden zijn haar vergeven, al waren zij vele…” (Luk.7:47).

Dat het verkrijgen van zondevergeving dieper gaat, dan even een hand opsteken tijdens een massabijeenkomst, of ergens naar voren gaan en een zondaarsgebed meebidden, laat ook het boek Handelingen zien. Daar lezen we, dat Petrus zei: “Kom dan tot berouw en bekering, opdat uw zonden uitgedelgd worden, opdat er tijden van verademing mogen komen van het aangezicht des Heren” (Hand.3:19). Het is geen kwestie van oppervlakkig, losjesweg religieus zijn. Er dient sprake te zijn van een afschuw van het oude leven, teneinde een heel nieuw leven te beginnen. Zo verkondigde ook Paulus het evangelie aan de heidenen: “dat zij zich MET BEROUW zouden bekeren tot God en werken doen, met hun berouw in overeenstemming” (Hand.26:20). Dat beoogde vrucht, die aan de bekering zou beantwoorden! Deze goede werken hielden een innerlijke drang in zich, om de vergeven zonden voortaan te laten. Zo vragen wij aan onze kinderen ook wel: “Zul je dat nooit weer doen”? Helaas gaan veel volwassenen nogal oppervlakkig om met het –’s avonds om vergeving vragen, om niettemin de volgende dag weer door te gaan met zondigen. De meeste christenen denken dat dit toch onontkoombaar is…

In Psalm 130:4 lezen we: “Maar bij U is vergeving, opdat Gij gevreesd wordt”. Deze Godsvreze heeft natuurlijk niets te maken met angst voor God, maar is een gezond ontzag voor God en een gezonde vrees in het hart, dat die zonde niet weer zal gebeuren.

Door de doop in de heilige Geest en een gehoorzame wandel in de Geest krijgen we kracht en genade over ons leven, om met de nederlagen op te houden. Op die manier verliest satan elke macht over ons! Uiteraard gaat dit veel verder dan het valse begrip, dat zondigen niet te vermijden is en de slappe, bijna klakkeloze instelling, dat de genade toch alles wel weer zal bedekken…Dan mist het evangelie zijn resultaat in het praktische leven. Gods wil is vergeving van zonden en daarna het realiseren van overwinning op de zonden.

Zaken in orde maken

Bij het bouwen van een huis en het leggen van het fundament op de rots (Christus) wordt er gesproken over diep graven (Luk.6:48). Vaak is er nogal wat “oud zand”weg te ruimen. Dat wil zeggen: zaken in orde te maken, die in het oude leven hebben plaatsgevonden en die niet goed waren.

In de geschiedenis van Zacheüs (Luk.19:1-10) vinden we een goede illustratie hoe een zondig man, die zich bekeerde, schoon schip maakte met dingen, die nog verkeerd lagen vanuit zijn oude leven. Hij ging er niet vanuit, dat Jezus hem dat alles wel automatisch zou vergeven… Zacheüs zei tot de Here: “Zie, de helft van mijn bezit, Here, geef ik de armen, en indien ik iemand iets heb afgeperst, vergoed ik het viervoudig. En Jezus zei tot hem: Heden is aan dit huis redding geschonken, omdat ook deze een zoon van Abraham is” (Luk.19:8-9). Zacheüs ging niet te werk volgens verstandelijke berekening, maar legde een stevig fundament voor zijn christenleven. Jezus zwakte de radicale aanpak van Zacheüs geenszins af!

Als wij in ons oude leven dingen hebben uitgehaald (zoals bijvoorbeeld diefstal) en zij kunnen in orde gemaakt worden bij mensen, dan is het goed dat eenvoudig te doen. Zo’n grote schoonmaak werkt verootmoedigend, want het kost je trots en eerzucht. Het bewerkt een heerlijke, grondige reiniging! Daarna zullen we niet luisteren naar satan, die ongetwijfeld zal aanklagen, dat we onze zaken niet genoeg in orde hebben gebracht.

In Ezech.33-14-16 vinden we ook een duidelijke uiteenzetting van deze kant van de zaak: “En wanneer Ik tot de goddeloze zeg: Gij zult zeker sterven, maar hij bekeert zich van zijn zonde en handelt naar recht en gerechtigheid – de goddeloze geeft een pand terug, vergoedt het geroofde, wandelt naar de inzettingen die doen leven, zodat hij geen onrecht meer bedrijft – hij zal zeker leven, hij zal niet sterven. Geen der zonden die hij bedreven heeft, zal hem meer worden toegerekend; hij heeft naar recht en gerechtigheid gehandeld, hij zal zeker leven”.

De ander vergeven

In het bekende Onze Vader wordt gebeden: “Vergeef ons onze schulden, GELIJK ook wij vergeven onze schuldenaren” (Matth.6:12). Even verder lezen we: “Want indien gij de mensen hun overtredingen vergeeft, zal uw hemelse Vader ook u vergeven; maar indien  gij de mensen niet vergeeft, zal ook uw Vader uw overtredingen niet vergeven” (Matth.6:14-15). Iemand vergeven vergeven betekent beslist ook vergeten, wat deze persoon u heeft aangedaan. God gedenkt immers ook onze zonden niet meer! Met het woordje “indien” geeft Jezus helder aan, dat het hier een hoofdvoorwaarde betreft. Ben ik niet bereid de ander werkelijk te vergeven, dan vergeeft de Vader mij evenmin.

Er mag geen enkele bittere wortel blijven zitten jegens wie dan ook. Wie zelf vergeving nodig heeft van God en een christen wil zijn, die mag geen wrok tegenover anderen blijven koesteren. Wat een vreugde heeft degene, wiens hart door God is gereinigd en die tevens weet dat hij niets tegen iemand anders heeft! Nu kunnen we een gezond zelfonderzoek doen, of er soms vertroebelde relaties zijn, waar ik iets recht kan zetten voor mijn deel. Kan ik ergens “over de brug” komen, om iets dat verstoord is, te herstellen? Gaat er van mij liefde, waardering, vergevingsgezindheid en warmte uit? Wil ik de minste zijn?

Zeker, er werken machten der duisternis in intermenselijke relaties, maar hoe fantastisch heerlijk is het, als we altijd de mens van de macht weten te scheiden en onze verantwoordelijkheid verstaan tot het goede. Jozef vergaf zijn broers al wat zij hem hadden aangedaan. Er was geen spoortje van wraakgevoelens. Stefanus riep te midden van de stenengooiers: “Here, reken hun deze zonde niet toe” (Hand.7:60). Bij hem was er geen sprake van haat tegen mensen. Hier waren weerspannige, religieuze geweldgeesten in het spel.

De gelijkenis in Matth.18:21-35 is bijzonder lichtgevend op dit gebied. Jezus heeft het daar over zeventigmaal zevenmaal vergeven. Iemand merkte hier heel treffendover op: “dat is 490 maal per persoon, per geval, per dag”. Ofwel tot in het oneindige de ander blijven vergeven! De onbarmhartige slaaf was zo hard, dat hij het kleine beetje, dat zijn medeslaaf hem schuldig was, niet wilde kwijtschelden. Terwijl zijn heer hem een enorme schuld had kwijtgescholden, weigerde hij de kleinigheid, die hij nog van een ander tegoed had over het hoofd te zien en medelijden te tonen. Daarop gaf zijn meester hem in handen van de folteraars (beeld van de machten der duisternis). De les uit dit verhaal luidt: “Alzo zal ook mijn hemelse Vader u doen, indien gij niet, een ieder zijn broeder VAN HARTE vergeeft” (Matth.18:35). Laten wij nooit de reiniging van onze vroegere zonden vergeten (2 Petr.1:9), opdat we als vrucht daarvan met een ruim hart de ander kunnen vergeven en zelf bewaard blijven voor verblinding.

Aanklacht

Satan, de aanklager van onze broeders (Openb.12:10), zit niet stil, om te trachten ons mee te krijgen in aanklacht over broeders en zusters. Vaak werkt hij heel geniepig met vage beschuldigingen… Hij moet er wel een gloeiende hekel aan hebben, als wij bijvoorbeeld een vers als Efeze 4:32 gaan uitleven. Daar staat: “Maar weest jegens elkander vriendelijk, barmhartig, elkander vergevend ZOALS God in Christus u vergeving geschonken heeft”. Op die wijze kan de boze geen wig krijgen tussen broeders en/of zusters!

Satan probeert ons persoonlijk ook te pakken met het zaaien van twijfel. Laten wij dan vast staan met onze belijdenis: “Mijn schuld is vergeven. Ik ben een rechtvaardige door het bloed van het Lam”! Vaak probeert de duivel ons met schuld op te zadelen van vroegere zonden door middel van het gif van insinuerende gedachten. Een krachtig wapen is altijd: “Er staat geschreven”. Het woord in Micha 7:19 is bijvoorbeeld een sterk feit, om ons geen schuld te laten aanwrijven en te bedenken dat God al onze zonden heeft geworpen in de diepten der zee! In de natuurlijke wereld kunnen we via een atlas zien, dat er in de buurt van de Filippijnen diepzeetroggen bestaan van zo’n 10 kilometer. Laten wij noch zelf, noch door de boze, zonden (laten) optakelen, die God in Zijn liefde en goedheid voor eeuwig heeft weggedaan! Wij zijn door Hem verlost van de macht der duisternis en overgebracht in het Koninkrijk van de Zoon Zijner liefde, in wie wij de verlossing hebben, de vergeving der zonden (Kol.1:13).

Verbond en opdracht

“Want dit is het bloed van mijn verbond, dat voor velen vergoten wordt tot vergeving van zonden” (Matth.26:28). Wat een genade, dat God Zich in Jezus Christus met ons wil verbinden door – om te beginnen – onze zonden te vergeven. Het Nieuwe Verbond betekent voorts een complete scheiding van de duivel, een volledig loskomen uit diens macht. Een verbond is een verbintenis of overeenkomst tussen twee partijen met rechten en plichten tegenover elkaar. In het verbond, dat God met ons heeft gesloten en wij met Hem, gelden beloften en voorwaarden. In het Nieuwe Verbond hebben we de belofte van reiniging van ALLE zonde in Jezus’ bloed (1 Joh.1:7). Tevens geldt echter de opdracht ten bloede toe weerstand te bieden in onze worsteling tegen de zonde (Hebr.12:4).

God houdt van zijn kant de afspraken in dit verbond. Zijn beloften zijn onder meer zondevergeving, Geestesdoop, overwinning op de zonde, deel krijgen aan de goddelijke natuur, het volle zoonschap! Denk maar aan: “rechtens vrij zijn van de zonde” (Rom.6:7), “recht verschaffen tegenover mijn tegenpartij” (Luk.18:3,7) en “het recht van zonen verkrijgen” (Gal.4:5). Hij verlangt ernaar, dat ook wij van onze zijde trouw zijn aan het verbond. Hij vraagt ons hele leven van ons! Dat wij in Hem geloven, onze zonden afleggen, het vlees kruisigen, ons waar nodig verder laten bevrijden op deelgebieden van machten der duisternis, komen tot volledige overgave aan Hem en tot een van harte gehoorzaam zijn aan alle goede woorden van God. Hoe meer wij ons geven in gewilligheid, des te heerlijker zullen de beloften van God in vervulling gaan!

Geen automatisme

Met betrekking tot ons onderwerp “zondevergeving” is het ons zonneklaar geworden, dat dit niet als een automatisme werkt. Dat wij ons bij het vragen om vergeving van zonden moeten bedenken, dat het niet Gods bedoeling is, dat het een zich eindeloos repeterend verhaal blijft van voortdurende nederlagen. Gods kracht tot overwinning is absoluut toereikend!

Laten wij besluiten ons verbond met God te vernieuwen in de gezindheid en het verlangen om niet langer te zondigen (1 Kor.15:33-34). Gods machtige inbreng, om dit waar te doen worden in onze levens, is de vervulling met de heilige Geest. Dit zal voortaan onze nieuwe levensinstelling zijn: niet meer zondigen, maar door Gods kracht overwinnen!

Jildert de Boer

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *