Vooraankondiging: In het huis Mijns Vaders….

Een fascinerende ontmoeting

 met vijf onbekende geloofsgemeenschappen

Tekst omslag

In dit boek worden vijf christelijke stromingen belicht. De gemeenschappen, die we in de schijnwerper willen zetten, zijn vrij onbekend. Dit komt mede, omdat ze qua omvang niet groot zijn en niet zo aan de weg timmeren. In de behoefte aan informatie over deze bewegingen wordt door middel van deze publicatie voorzien. De schrijver beoogt een eerlijk verslag te bieden van de pluspunten en de min(dere) punten van elke beweging. Waar nodig wijst hij op sektarische trekjes. Deze groeperingen in de christenheid hebben hun ‘eigen-aardigheden’. De auteur wil de fascinerende ontmoeting met deze vijf geloofsgemeenschappen benutten, om er ook lessen uit te halen.

  • De ‘Noorse Broeders’, of tegenwoordig Christelijke Gemeente Nederland (CGN), vormen een heiligingsbeweging. Zij is rond 1900 begonnen met Johan O. Smith. Deze broederschap heeft als bakermat Noorwegen met als hoofdkwartier ‘Brunstad Conference Center’.
    • De Gemeente des Heeren is een zijvertakking van de Pinksterbeweging in ons land, die rond 1925 onder Johannes Orsel als zelfstandige groepering verder ging door middel van evangelisatie via schepen. Na 1935 zijn ze naar binnen gekeerd tot hun eigen gemeenten.
    • De uit Zuid-Afrika afkomstige Spade Regen Gemeente (1927), ontstaan door middel van Maria Fraser in Zuid-Afrika, is een loot uit de Pinksterbeweging met het geloofshuis ‘Hefsibah’ te Wenum/Wiesel bij Apeldoorn.
    • De zogenoemde ‘Branham-boodschapsbeweging’ oriënteert zich op ‘de boodschap’ van de boodschapper-profeet van het laatste tijdperk van Laodicea, de Amerikaanse genezingsevangelist William Marrion Branham († 1965).
    • De zogenaamde ‘Twee aan Twee-gemeenschap’ (of ‘de weg’ genoemd) heeft haar ‘roots’ in Ierland waar ze kort voor 1900 ontstond door de eerste evangelist William Irvine. Essentieel zijn de ‘twee aan twee’ uitgezonden werkers, die ondersteund worden door de vrienden.

WOORD VOORAF

Persoonlijk ben ik altijd positief geboeid door de beweegredenen en motieven waarom mensen en christelijke bewegingen leren en leven zoals zij dit menen te moeten doen op het christelijk erf. Het interesseert mij wat mensen beweegt om te proeven hoe zij met God willen leven en waarom op die wijze. Terloops leer je daarvan en kom je daarbij soms minder gezonde leringen of praktijken tegen. Dat betreft zaken die ‘sektarische tintjes’ in zich dragen die sommige mensen negatief geboeid kunnen doen raken, waarbij het voorkomt dat zij zich in hun persoonlijkheid aangetast voelen (innerlijke verwonding, emotionele beschadiging). Dat zijn geen geringe dingen, maar ze kunnen een forse impact hebben op een kostbaar mensenleven. Daarbij heb ik altijd geprobeerd het een en ander te toetsen aan de Bijbel.

Waar ik tijd kan vinden of vrijmaken – soms 1x per jaar – probeer ik zo nu en dan eens een minder bekende groepering te bezoeken met soms een opmerkelijk positieve, leerzame ervaring en een andere maal een wat minder gelukkige belevenis. Zo hebben we wel eens een keer de ‘Broeders in Christus’ (‘Christadelphians’) en de ‘Hersteld Apostolischen’ bezocht op hun resp. jaarlijkse studiedag en ontmoetingsdag om enkele voorbeelden te noemen. Dit als we daar kans voor zagen gelet op gezin, afstand en lichaamsgrenzen.

Binnen de christenheid wordt naar mijn smaak en begrip te veel gekeken naar grote kerken en grote bewegingen en veel te weinig naar kleine, serieuze gemeenschappen. Van ‘smalstromers’ kan soms meer geleerd worden dan van ‘breedstromers’. Kleine groeperingen kunnen soms veelzeggender en diepgaander zijn, al zullen we opmerkzaam moeten blijven waar eventuele ‘sektarische trekken’ zich aandienen. Een van de meest in het oog lopende kenmerken van ‘sektarische tendensen’ is een exclusieve opstelling ten opzichte van anderen.

Over de in dit boek behandelde vijf christelijke stromingen, die stuk voor stuk tevens enkele of meerdere ‘sektarische trekjes’ meedragen, is tamelijk weinig geschreven, althans in onze taal. Vaak worden ze gezien als ‘vreemde eenden in de christelijke bijt’ of luidt het ‘onbekend maakt onbemind’. Toch zijn ze stuk voor stuk boeiend. Al deze bewegingen hebben de intentie helemaal met de Here te leven. Ik had het op mijn hart over hen eerlijk verslag te doen om deze leemte te vullen met evenwichtige informatie. Graag willen wij deze ‘vijf in één’ in dit geschrift integer belichten, zowel om erpositieve lessen uit te leren, als ook – waar nodig – deze van pittige, kritische kanttekeningen te voorzien.

Wanneer er sprake was van vermoedens of het krijgen van een bepaalde indruk, ben ik in de regel voorzichtig gebleven en heb ik, waar dit enigszins kon, de betreffende geloofsgemeenschap ‘het voordeel van de twijfel’ gegeven. Daarmee hebben we getracht de in dit boek behandelde geloofsgemeenschappen optimaal recht te doen. Kortom: een benadering die welwillend is als het kan, maar scherp als het moet.

Menig lauwe christen zou best een poosje het nodige kunnen leren van zulke radicale gemeenschappen. Traditionele kerken en pinkster- en evangelische gemeenten zouden zeker het nodige in hun zak kunnen steken van deze vijf bepaald niet oppervlakkige christelijke groeperingen.

Ons gebed is dat deze handreiking tot nut mag zijn voor degenen die met een of meerdere van deze vijf bewegingen in aanraking komen en er op onderdelen door bekoord worden. Daarom hebben we hier en daar getracht deze bewegingen zelf vanuit de Bijbel een spiegel voor te houden door hun plussen en minnen tegen het licht van Gods Woord te houden. Kortom: oog te hebben voor de ‘eigen-aardigheden’ van deze groeperingen die enclaves vormen in de christenheid.

De persoonlijke ontmoetingen met christenen in deze geloofsgemeenschappen en het bezoeken van hun samenkomsten waren fascinerend. In deze ontmoetingen voelde ik mij meer een betrokken gelovige dan een onderzoeker, hoewel het allebei speelde. Daarbij hebben we als richtsnoer de liefde tot de mensen in deze heiligingsbewegingen en de liefde tot het Woord der waarheid voor ogen gehad. We wensen u Gods zegen toe bij het lezen!
Harderwijk, 2014                                                                                                                 De schrijver

TER INLEIDING

Algemene noties

In het eerste hoofdstuk komen elf algemene kenmerken van ‘sektarisch denken’ aan de orde.
Als we daarna in het bijzonder vijf gemeenschappen bespreken, is het goed deze kenmerken of ‘sektarische neigingen’ in het achterhoofd te houden zonder deze stromingen alle elf kenmerken als etiket op te willen plakken. Sommige kenmerken – bij de ene beweging meer dan bij de andere – zullen zeker herkenbaar zijn.

De vijf interessante christelijke bewegingen, die in dit geschrift naar voren komen, hebben geen onderling verband met elkaar. Toch hebben zij bij nadere beschouwing bepaalde raakvlakken met elkaar, al zullen ze dat zelf niet of slechts met grote moeite willen inzien.

Dan bedoel ik niet in de eerste plaats bepaalde uiterlijke kenmerken, zoals het gegeven dat de zusters in al deze vijf stromingen het haar lang dragen (op grond van 1 Kor. 11:6,15).

Het gaat ons vooral om de innerlijke levenshouding: ze nemen de heiligmaking en het zich onbesmet van de wereld bewaren serieus. De vijf gemeenschappen, die we in de schijnwerper willen zetten, zijn tamelijk onbekend. Dit komt mede, omdat ze wat hun omvang betreft niet zo groot zijn en doorgaans niet aan de weg timmeren. We hebben een poging gedaan bij onze beschrijving en waarnemingen verschillende aspecten van elke geloofsgemeenschap aan de orde te stellen, zoals:

 

  • De geschiedenis (de historische wortels)
  • De grondlegger en de leiders
  • De leer (welke opvattingen heeft men?)
  • Het leven (de praktijk)
  • De ontwikkeling (de voortgang)
  • De geografische en numerieke verspreiding in Nederland en wereldwijd.


‘Noorse Broeders’ of CGN

In 1981 maakten we voor het eerst kennis met de ‘Noorse heiligingsbeweging’ of ‘Noorse Broeders’ door een artikel in het Reformatorisch Dagblad over de ex-Chr. Geref. predikant W.J. van der Linden, die in 1961/1962 deze kerk verliet. Het is een gemeenschap die rond 1900 in Noorwegen is ontstaan, waarvan Johan O. Smith de grondlegger is. In onze tijd is deze broederschap in alle werelddelen vertegenwoordigd (met tegenwoordig ongeveer 40.000 betrokkenen in ruim 60 landen, waarvan in ons land ongeveer 2000 mensen).

Vanaf 1982/1983 kwamen we – na rijpe overwegingen – onder deze Noorse Broeders (een aanduiding door buitenstaanders aan hen gegeven. Tegenwoordig – sinds ongeveer 2002/2003- gebruiken zijzelf de naam Christelijke Gemeente Nederland of CGN) en leerden we hun hechte leven als broederschap kennen door middel van conferenties, gezinsdagen en samenkomsten.

Vanaf 1984 zijn we begonnen met huissamenkomsten in Harderwijk en nodigden de broeders W.J. Mensink en F. du Chatenier sr. uit Olst uit om te dienen met Woordverkondiging en opbouw. Het groeide uit tot een gemeente in onze woonplaats/regio en we hebben samen met anderen gewerkt aan de opbouw van de gemeenschap. Strijd en overwinning over de zonde in het dagelijks leven vormde het hart van de verkondiging. Het vaak optrekken met en luisteren naar de verkondiging van een broeder als Wim Mensink gaf mij naar de raad Gods in die tijd een opleiding met levenslessen waar ik in veel opzichten dankbaar voor blijf.

Het was een bijzondere en boeiende periode in ons leven met een groot, opgroeiend gezin die we niet graag hadden willen missen. Jarenlang koesterden we een grote genegenheid voor de broederschap in hun midden. We zijn dankbaar voor de vele lessen die we daar geleerd hebben. In veel opzichten hebben we geestelijke hulp ontvangen voor ons leven en de vorming daarvan.

In 1991/1992 ontstond er een opwekking onder hen, die nogal wat bijeffecten en uitwassen te zien gaf in het ‘doorslaan’ van veel jongeren met het gebruik van veel decibels in hun bidstonden en getuigenissen die veel ‘kretologie’ voortbrachten. Hoewel er ook echte doorbraken in levens te zien waren, was er veel bijruis in deze tijd. Dit leidde samen met het exclusieve denken in de broederschap over andere christenen tot onze heroriëntatie in 1994/1995. Dit leidde deels tot een bijstelling van onze inzichten in de Bijbel.

In januari 1996 trokken we ons terug uit deze beweging’ en voegden ons bij een Volle Evangeliegemeente (nu: ‘Perspectief’) te Amersfoort, die is voortgekomen uit de ‘Kracht van Omhoog’-vleugel van de Pinksterbeweging. Toen we ons terugtrokken gaf de leidinggevende broeder Wim van der Linden ons als advies mee: “kijk goed achter de schermen op de plek waar je nu heengaat”. Toen ik de landelijke leider, br. Jan Hein Staal, vroeg of hij ons terugtrekken als ‘zonde’ zag, was zijn respons: “Het is in elk geval een gebrek aan licht”.

In 2001 verlieten we de Volle Evangeliegemeente in Amersfoort en kozen we ervoor om naar een Evangelische gemeente te Harderwijk, onze woonplaats, te gaan.

De oorzaken voor ons vertrek uit de Noorse Broeders (nu CGN= Christelijke Gemeente Nederland) waren voornamelijk de sektarische trekken van exclusiviteit (‘wij zijn de Gemeente en alle andere christenen maken deel uit van religieuze partijen’), waar we ons niet langer mee konden verzoenen. Verder liepen we vast met de eenzijdige strijd tegen het vlees, in plaats van allereerst de boze geesten te zien, die aanknopingspunten zoeken in het vlees, om dat te bevruchten tot zonde.

De aanleiding voor ons terugtrekken lag vooral in de negatieve nevenwerkingen die mee vibreerden in de opwekking onder de Noorse Broeders – in 1994 op zijn hoogtepunt – die we moeilijk vanuit de Bijbel konden plaatsen. Een Bijbelvers dat ons in deze turbulente tijd heeft geholpen is bijvoorbeeld Zach. 4:6 “niet door kracht noch door geweld, maar door Mijn Geest! zegt de Here der heerscharen”.

Gemeente des Heeren

 

Met de tweede beweging, die we bespreken, maakten we voor het eerst kennis toen verscheidene mensen die oorspronkelijk afkomstig waren uit de Gemeente des Heeren – zowel uit Geesbrug (Dr.) als uit Amsterdam – de streekdagen en conferentiesamenkomsten onder de Noorse Broeders op hun conferentieoord ‘De Kroeze Danne’ te Ambt-Delden kwamen bezoeken. Dat was in de tachtiger jaren van de vorige eeuw. Ik ontmoette deze mensen en werd ertoe bewogen met hen in gesprek te gaan. Je kon bij hen een eenvoudig verlangen naar God proeven.

Nadien had ik in 1989 een gesprek met de toenmalige voorganger van de Gemeente des Heeren, Werner J. Disberg, te Apeldoorn en woonde ik eenmalig een samenkomst in Apeldoorn bij en nodigde hem ook uit om een keer met onze bijeenkomst (deel uitmakend van de Noorse Broeders) in Harderwijk kennis te maken. Verder contact lag toen moeizaam door zijn exclusieve opstelling.

In 2007 kwam ik een website tegen van een lid van de Gemeente des Heeren, die zich openhartig opstelde. Daarop heb ik gereageerd. Er ontwikkelde zich vriendschap en onderling vertrouwen. Sindsdien hebben we van tijd tot tijd wel eens een samenkomst van de Gemeente des Heeren meegemaakt en hen enigermate leren kennen.

Daarbij waren zeker positieve ervaringen, hoewel de exclusiviteit van deze gemeenschap in bijbels licht afgewezen dient te worden. Zij beschouwen zichzelf, althans in Nederland als ‘het volk des Heeren’ of ‘de ware kudde’. Het zou mooi zijn als deze nogal gesloten gemeenschap tot meer openheid zou komen. Van oorsprong (rond 1925) komt deze zelfstandige groepering uit de Pinksterbeweging voort, maar zij zijn geheel hun eigen weg gegaan die leidde tot isolatie. Informatie over de Gemeente des Heeren (plusminus 800 leden in Nederland en één Duitse gemeente) is moeilijk verkrijgbaar en zij hebben zelf behalve een summiere website en de liederenbundel (met grotendeels overgenomen, hooguit licht aangepaste liederen) verder niets uitgegeven.

Zij hebben naast te wettische elementen zeker veel goede dingen. Daaruit kan iets geleerd worden door andere christenen en voor henzelf zou het vruchtbaar zijn als zij andere, radicale christenen zouden leren (her)kennen én erkennen. Als zij de boot niet langer zouden afhouden, schept dat mogelijkheden dat zij van sektarische trekken vrij zouden kunnen komen.

Spade Regen Gemeente

De derde gemeenschap is de Spade Regen Gemeente met hun geloofshuis ‘Hefsibah’ te Wenum/Wiesel, vlak bij Apeldoorn. In ons land is de gemeenschap getalsmatig onbeduidend (plusminus 100 direct betrokkenen) en bij velen onbekend. Het is een uitvloeisel van een kleine Zuid-Afrikaanse Pinksteraftakking (wereldwijd naar schatting 10.000 leden), namelijk de Spade Regen Zending. Men legt sterke nadruk op zonden belijden met een getuige erbij, op de heilige Geest, heiligmaking, gebed en zich afzonderen van de wereld.

Ik kreeg een aantal brochures van hen te lezen met veel mooie dingen, maar zag daarnaast praktische verschijnselen in Spade Regen voorkomen, die vraagtekens oproepen. De gemeenschap werkt in diverse landen op ieder continent vanuit hun geloofshuizen waar sommigen van de gemeenschap wonen. Een ander deel van de beweging woont, werkt en leeft in de maatschappij. Zij komen voor samenkomsten, gemeenschap en opbouw regelmatig naar het dichtstbijzijnde geloofshuis. Bovendien ondersteunen zij de geloofsgenoten in het geloofshuis met geld en middelen.

Van deze vriendelijke mensen die een radicaal christenleven voorstaan en veel bidden, zijn zonder meer lessen te leren. Bij de eigenaardige gewoonten en manifestaties die zij erop nahouden in de praktijk mogen kritische kanttekeningen geplaatst worden. Het is een ervaring apart eens een kijkje in een dergelijk geloofshuis te nemen en er een samenkomst of conferentie mee te maken.

De Spade Regen Beweging wordt in eigen optiek zuiver en alleen door de heilige Geest geleid (vooral via profetie). Hoewel zij andere christenen zeker niet wil afwijzen, voert hun boodschap naar het inzicht van de Spade Regen Gemeente tot het hoogste platform van de Bruid. De laatste paar jaren beginnen zij dit inzicht enigszins te relativeren vanwege een vernieuwende tendens, waarbij de afvlakking van de exclusiviteit naar meer openheid opvalt.

‘Branham-boodschapsbeweging’

Als vierde nemen we de zgn. ‘Branham-boodschapsbeweging’ onder de loupe (dit is geen officiële naam, maar we gebruiken deze bijnaam ter aanduiding. Zelf willen zij geen denominatie zijn en de plaatselijke, autonome gemeenten dragen diverse benamingen. Zij schamen zich niet voor de boodschap van Branham, maar willen geen organisatie zijn. De aanduiding, die we gebruiken, is daarom slechts een hulpbegrip).

Medio 1976 las ik in het blad ‘Kracht van Omhoog’ een artikel ‘Uit de Pinksterbeweging’, waarin stond dat twee ‘Stromen van Kracht’-evangelisten, namelijk Klaas de Jong en Jaap Noordhuis, overgegaan waren naar de zogenaamde ‘Branham-beweging’ (zo drukte de hoofdredacteur, wijlen br. J.E. van den Brink, van dat tijdschrift zich uit).

Later las ik zelf het boek over de ‘Zeven Gemeentetijdperken’ van William Marrion Branham (opgetekend door Lee Vayle). In onze periode onder de Noorse Broeders kwam een echtpaar in 1989 in Harderwijk/Hierden deze gemeenschap binnen vanuit de ’boodschap van Branham’. Ongeveer tien jaar later zijn ze daar weer naar teruggekeerd. Ons was duidelijk geworden dat ook daar een radicale boodschap voor de toebereiding van de Bruid in de eindtijd wordt gebracht.

Ten slotte nodigde een goede, persoonlijke vriend mij uit, toen hij zich een paar jaar geleden in een ‘Branham-boodschapsgemeente’ voor de tweede keer als volwassene door onderdompeling dopen, maar nu in de naam van de Here Jezus Christus.

Deze gemeenschap is in ons land eveneens tamelijk onbekend, zeker nu het tussen de 45 en 50 jaar geleden is dat deze zogenoemde profeet-boodschapper heenging naar zijn Heer. Het zijn christenen die zich bewegen ‘in de boodschap’ van broeder William Marrion Branham, een bekende Amerikaanse genezingsevangelist, die al in 1965 overleed. Vooral in zijn laatste levensjaren verkondigde hij een eindtijdboodschap met een openbaring over de ‘zeven gemeentetijdperken’ (Openb. 2 en 3) en over de ‘zeven zegels’ (Openb. 6-8).

Branham wordt gezien als “de Elia die komen zou” (Mal. 4:5), als de engel of boodschapper van het laatste tijdperk Laodicea en de invulling van het geheimenis van Openb. 10:7: “maar in de dagen van de zevende engel, wanneer hij bazuinen zal, is ook voleindigd het geheimenis van God, gelijk Hij zijn knechten, de profeten, heeft verkondigd”.

Hoewel broeder Branham, die een opmerkelijke bediening heeft gehad tot zijn heengaan in 1965, ongetwijfeld goed begonnen is en zijn navolgers een grote ijver aan de dag leggen, was hij controversieel in sommige van zijn leerstellingen. We zien hier opnieuw de versmalling van visie, dat de Bruid voornamelijk uit ‘de boodschap van Branham’ tevoorschijn zal komen.

Overigens kan daarbij aangetekend worden dat er geen eenheid is binnen de zgn. ‘Branham-beweging’ als totaliteit. Dat neemt niet weg dat de beweging met haar onderlinge variaties en neventakken, duidelijker gezegd: interne verdeeldheid, wereldwijd actief is en verhoudingsgewijs veel aanhangers telt (waarschijnlijk ongeveer anderhalf miljoen wereldwijd), terwijl de profeet zelf al lang geleden (in december 1965) heengegaan is. Ook in deze beweging, die in ons land enkele honderden aanhangers telt, treft men bij kennismaking opvallend oprechte en godvruchtige mensen.

‘Twee aan Twee-gemeenschap’

Ten slotte komt de zgn. ‘Twee aan Twee-beweging’ aan bod, waarover we in 2007 een boekje publiceerden dat als ondertitel heeft: ‘een boekje open over de gemeenschap van werkers en vrienden’. In de tweede, digitale versie is de inhoud waar nodig aangevuld. Op mijn website is het een en ander uitvoerig toegelicht en nader onderbouwd in een twintigtal bijlagen, die ik voor deze uitgave niet heb toegevoegd, omdat dit niet paste binnen het totaalbestek van deze uitgave. Dit is de derde versie die verder is aangevuld.

Het gaat om een onbekende, maar wereldwijde beweging van huisgemeenten met naar een globale raming van 600.000 tot een miljoen leden. De wortels van de beweging liggen in Ierland en gaan terug tot William Irvine in 1897, hoewel velen in de ‘Twee aan Twee-gemeenschap’ dit hardnekkig blijven ontkennen. Deze groepering draagt geen naam, hoewel zij in vele landen bij de overheid geregistreerd staat.

In Nederland en Vlaanderen heeft deze groepering ongeveer 800 aanhangers. Onderling spreek men wel van ‘de weg’. Een belangrijk uitgangspunt is: ‘de gemeente in huis en de predikers zonder huis’. De predikers zijn als werkers of evangelisten naar het voorbeeld van Jezus’ discipelen twee aan twee uitgezonden zonder geld, zonder vast huis en ongehuwd. In de praktijk worden deze werkers onderhouden door de vrienden van deze gemeenschap die een baan in de samenleving hebben. De werkers zijn voor een bepaalde periode ondergebracht in sommige huizen van vrienden. De vrienden ondersteunen de werkers die evangeliediensten beleggen in hun levensonderhoud door hen regelmatig van een enveloppe met inhoud te voorzien. Hun onderlinge bijeenkomsten worden in huizen van vrienden belegd.

In 1984 zijn wijzelf in aanraking met deze behoorlijk verborgen gemeenschap gekomen en hebben enkele evangeliediensten, conferentiesamenkomsten en zelfs – feitelijk niet voor buitenstaanders bestemde – huisbijeenkomsten meegemaakt. Opvallend genoeg worden gestelde vragen vaak niet met open vizier beantwoord, waardoor er een mistige, geheimzinnige sfeer rond de beweging blijft hangen. Deze van de wereld afgescheiden groep blinkt beslist niet uit door transparantie. Al spoedig ontdekten we dat hun werkers zichzelf beschouwen als de enige ware gezanten van Christus. De nadruk in hun prediking ligt op de gewillige en gehoorzame navolging van de weg van Jezus, een accent dat soms bij andere christenen gemist wordt. Hun onopgesmukte samenkomsten, waarbij de Bijbel als enige leiddraad wordt gebruikt, kunnen soms heel puur overkomen.

Twintig jaar later kruisten onze wegen opnieuw deze ‘Twee aan Twee-beweging’ toen kennissen van ons geïntrigeerd waren door de eenvoud waarmee deze afgezonderde gemeenschap samenkomt rond een open Bijbel en de grote ruimte die men geeft aan getuigenissen. Een boekje open doen vanuit onze ervaringen en kennis van deze groepering kwam daarmee op ons pad en op ons hart. Daardoor kregen we van diverse kanten reacties op het geschrift: op de positieve punten die de ‘gemeenschap van werkers en vrienden’ heeft en op de sektarische elementen die er eveneens zijn. Sommige vrienden in de ‘Twee aan Twee-gemeenschap’ (h)erkennen dat er ook andere christenen zijn, maar de werkers zien zichzelf als de ultieme door God gezonden dienstknechten. Alleen door middel van hun prediking en ‘twee aan twee’-bediening is het mogelijk tot Christus te komen. In de Angelsaksische wereld is veel over de ‘Two by Two’s’ gepubliceerd in boekvorm en op websites waar we naar zullen verwijzen en waaraan we ook informatie ontleend hebben.

 

Insteek en doel van de bespreking van deze geloofsgemeenschappen

 

De insteek en het doel van deze publicatie over vijf fascinerende, kleinere christelijke geloofsgemeenschappen is drieledig:

 

  • We willen buitenstaanders en mensen die met hen in contact komen duidelijke informatie verschaffen over deze vijf groeperingen, omdat er weinig tot niets in het Nederlandse taalgebied over hen geschreven is.
  • Mensen in deze vijf bewegingen willen we ‘nadenkertjes’ geven om de minpunten in hun gemeenschap eerlijk onder ogen te zien (zelfreflectie) en waar nodig te waarschuwen voor sektarische trekjes.
  • Andere christenen willen we wijzen op positieve aspecten die er in elk van deze stromingen ook zijn en waar zij lessen uit kunnen trekken. 

Afsluiting

Na het bespreken van de genoemde christelijke stromingen wordt het boek afgerond met een nawoord en een oproep. Het gaat daarbij om de volgende facetten:

  •  De behandelde groeperingen hebben een bepaalde verwantschap met elkaar, maar tot dusverre desondanks geen onderling contact.
  • Het ‘im Frage’ durven stellen van het exclusivisme dat de beschreven bewegingen in meerdere of mindere mate kenmerkt.
  • Het jagen naar heiliging en integratie van goede zaken bij andere christelijke bewegingen door alle oprechte christenen, ook buiten deze vijf kleine geloofsgemeenschappen, waarbij het leven van God in ons openbaar mag komen.

 

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *