Vorm en inhoud van de waterdoop

Menige doopdiscussie heeft zich afgespeeld in een sfeer van “hete hoofden en koude harten”. In zo’n klimaat maken ook degenen die ogenschijnlijk gelijk hebben zichzelf ongeloofwaardig door hun felle houding. Daardoor is de kernzaak van de doop, namelijk het gaan leven volgens Romeinen 6, wel eens in de schaduw komen te staan. Het met Christus gekruisigde leven is van het hoogste belang, evenals de openbaring van het nieuwe leven, dat met Christus is opgestaan.

Bijbelse waarheden zullen wij niet met geweld aan de mensen opdringen. Iedere gelovige mag de kosten berekenen, of hij of zij bereid is, om de prijs te betalen. Als medewerkers van God mogen wij de mensen verlokken, om de doopkwestie aan de hand van hun eigen Bijbel te toetsen, als een aanmoediging tot het zetten van de geloofsstap, om zich te laten dopen.

De buitenkant

De vorm van de doop is niet het allerbelangrijkste. Toch is ook dat een hulp om de binnenkant, de inhoud, van de doop te verstaan.

In Leviticus 14:15 en 16 worden drie woorden gebruikt: gieten, dopen en sprenkelen. Wij willen Gods Woord eenvoudig nemen zoals het is en daar verder niet over redeneren. Welk woord is in deze zaak het juiste?

Als wij afgaan op de kerkelijke traditie, dan weten wij dat daar een predikant is, die zijn vingers doopt in een bakje water en vervolgens een kind besprenkelt. Uit de kerkgeschiedenis weten wij ook dat er een periode was in de vroege christenheid, waarin men de neiging had de doop almaar uit te stellen. Men sprak van een bejaardendoop en in die tijd gebeurde het dat bejaarde mensen op hun sterfbed werden begoten met water. Maar als het Woord van God in het nieuwe testament spreekt over de doop, dan is dat altijd onderdompeling. Dat is helemaal kopje onder!

Waarom doet God dat nu met zo’n teken? Omdat wij werkelijk van voetzool tot schedel gezondigd hebben (Jesaja 1:6). Dit feit roept om een radicaal symbool van reiniging van zonden. We zijn immers met onze voeten ingegaan op de verleidingen van de duivel als overste van deze wereld en we hebben ons hoofd gevuld met allerlei gedachten, die niet overeenstemmen met Gods gedachten volgens zijn Woord. Als wij dit gaan beseffen, dan begrijpen wij het beeld van de totale ondergang in het watergraf!

Degenen die nu door Gods genade tot een vast besluit komen, om te breken met de zonde en voortaan te leven naar de wil van God, die kunnen dit laten zien door zich helemaal over te geven aan het water van de doop. Zij worden helemaal, totaal ondergedompeld. Al het oude -het zondige verleden- wordt begraven en de nieuwe gezindheid is om Jezus voor 100% te volgen!

Toen eertijds Bonifatius de Friese stadhouder Radbout onderdompelde, hield deze voormalige vechtersbaas één vuist opgeheven boven water. Bonifatius nam daar geen genoegen mee en doopte hem nogmaals, maar nu compleet met dat element, dat in het oude leven zo’n grote rol gespeeld had.

In het nieuwe testament lezen we dat Jezus zijn discipelen liet dopen (Joh.3:22 en 4:1,2). Maar ook Johannes doopte in de Jordaan. Dit deed hij bij Enon bij Salim. Waarom op die plek? Wel, omdat daar VEEL water was (Joh.3:23) Nu zijn er sommigen die beweren, dat er in Enon bronnen en spuitende fonteinen waren. Dit argument doet een beetje flauw aan. Alsof wij in onze tijd ook wel een doopdienst zouden kunnen houden met behulp van een sproeiinstallatie, of door middel van het inhuren van de plaatselijke brandweer.

In de Bijbel lezen we echter over een (water)bad der wedergeboorte (Tit.3:5) en over mensen die IN het water gaan en UIT het water opstijgen. Dat is heerlijk radicaal!

Wanneer wij in onze vertalingen lezen dat Johannes kwam om te dopen MET water en dat Jezus kwam om te dopen MET de heilige Geest en MET vuur, dan is het opmerkelijk hoe de vertalingen op dit punt zijn aangepast aan de kerkelijke traditie. In de kanttekeningen bij de Statenvertaling staat evenwel: het Grieks zegt “in”. In de oorspronkelijke versie staat er dus: IN water, IN heilige Geest en IN vuur (Matth.3:11). “Dopen met” is een veel te zwakke uitdrukking -op de keper beschouwd zelfs geen goed Nederlands- maar het sluit beter aan bij de kerkelijke besprengingspraktijk. Misschien zou je nog als het gaat om de bewuste vergeving van zonden van een gelovige dit enigszins kunnen uitbeelden door besprenging. Maar als wij de doop in Jezus’ dood en opstanding naar Romeinen 6 zien als ‘opstart’ naar een volkomen overwinningsleven -van hoofd tot voeten- dan kiezen wij voor de bijbelse onderdompeling. Daar is de Schrift zonneklaar over. Het woord ‘baptizein’ met de afleidingen daarvan betekent immers indopen of onderdompelen.

Gaat het om een ceremonie of ritueel?

In hetzelfde Johannes 3, maar dan in vers 25 lezen we: “Er rees dan geschil tussen de discipelen van Johannes met een Jood over de reiniging”. Op soortgelijke wijze hebben velen getwist over de doopvorm. Dan wordt een religieus ritueel belangrijker dan de inhoud van de doop. De doop verwordt op die wijze tot een plechtig, ceremonieel gebeuren, of ook wel tot een luchtige, oppervlakkige ‘happening’, terwijl de diepe betekenis naar de achtergrond verdwijnt. ‘Doop’ en ‘diep’ komen echter juist van hetzelfde grondwoord.

We noemen eens iets van deze geschillen. Er bestaan groepen, die drie keer onderdompelen (blijkbaar op grond van een doorgevoerde drie-eenheidsleer) en er zijn er die eenmaal onderdompelen. Die “drie-plonzers” zijn niet zaliger dan de “één-plonzers”! Allerlei poespas en uiterlijk vertoon heeft geen waarde voor God en helpt je in de geestelijke wereld niets verder, al kan het voor vleselijke ogen nog zo indrukwekkend lijken. Drie keer onderdompelen brengt je niet tot een grondiger overwinningsleven. Er zit geen hulp in, om tot overwinning te komen en dit soort zaken hebben dan ook niets met het leven te maken.

Een ander voorbeeld is dat van “The Old Order River Baptists”. Deze oude Baptistengroep wil uitsluitend dopen in het stromende water van een rivier. Dopen in stilstaand water beschouwen ze als een surrogaat. Om nog maar niet te spreken van die christenen, die persé in het water van de Jordaan gedoopt willen worden, alsof dit een heiligende of magische werking zou hebben…..

Innerlijke overtuiging

Johannes de Doper geeft in het gedeelte Joh.3:22-36 enkele antwoorden. Als de mensen Johannes wijzen op Jezus met: “zie die doopt en allen gaan tot Hem”, dan antwoordt Johannes: “Geen mens kan iets aannemen of het moet hem uit de hemel gegeven zijn” (Joh.3:26b,27). De gevolgtrekking van bekering, om tot de doop in water te komen -voor ons de doop in Christus Jezus- berust op een innerlijke overtuiging van Gods Geest. Het heeft geen zin, om iemand geforceerd -als het ware met een touwtje- mee te nemen naar het waterbad. Zo werkt dat niet! De doop is van binnenuit een geloofskeuze van de persoon zelf, op grond van de ware besnijdenis van het hart, naar de Geest (Rom.2:28,29). Deze innerlijke besnijdenis is geen werk van mensenhanden, maar geschiedt door Gods hand, dat is door zijn Geest. Dit toon je door het lichaam des vleses (de oude mens) te begraven in de doop (Col.2:11,12).

Levensvernieuwing

In Joh.3:30 spreekt Johannes over: “Hij moet wassen, ik moet minder worden”. Dit betreft allereerst Johannes’ eigen leven: zijn bediening zou steeds meer op de achtergrond raken en verdwijnen en de dienst van Jezus zou op de voorgrond komen en opbloeien.

Wij kunnen echter dit woord ook goed toepassen op dopelingen. Hebben zij het verlangen dat het leven van Jezus zich in hen zal gaan ontwikkelen? Zijn zij erop ingesteld dat Jezus’ karaktertrekken in toenemende mate in hen gestalte zullen gaan krijgen? De wezenskenmerken van Jezus zijn zachtmoedigheid en nederigheid van hart (Matth.11:29) Met deze edele mentaliteit mogen de dopelingen in het leven dat op de doop volgt zich meer en meer gaan bekleden. Dit is een heel andere gezindheid dan die van: “wij flinke christenen, wij zullen wel eens even laten zien….” Zo’n instelling mist de diepe afhankelijkheid zonder Hem niets te kunnen doen (Joh.15:5b) en in een dergelijke houding van menselijke sterkte proef je een ego dat minder en minder mag worden. Niet dat onze persoonlijkheid eraan moet, maar deze mag herstellen naar de gelijkenis Gods, waarin Hij de mensen schiep (Jac.3:9b) Met een sterke “ik”-gerichte persoonlijkheid bouwt God geen nieuwe schepping op. Wij worden vernieuwde persoonlijkheden in Christus, in afhankelijkheid van Hem. Daarbij hoort tevens het afleggen van de oude mens, de oude levensinstelling, met zijn praktijken of leefwijze. De mens Gods mag echter helemaal uit de verf gaan komen!

Wat een man was die Johannes de Doper! Hij was nota bene de grootste van het oude verbond (Matth.11:11) en hij had een gestalte onder de mensen, maar hij wist dat hij slechts wegbereider was en trad daarom langzamerhand terug. “De vriend van de bruidegom, die erbij staat en naar hem luistert, verblijdt zich met blijdschap over de stem van de Bruidegom. Zo is dan deze mijn blijdschap vervuld” (Joh.3:29). Hij verheugde zich kolossaal over de komst van de Christus.

Voor dopelingen geldt ook dat hun intelligentie, hun beroep, hun geld en hun afkomst naar het vlees voor het Koninkrijk Gods niet van belang is. Eén ding is nodig: de stem van de Meester volgen! Eveneens is het van grote betekenis voor dopelingen in te zien, dat eigengereidheid, heerszucht, een sterke mening, het menselijk gelijk en hun wil naar het vlees ‘kopje onder’ kan: met Christus gekruisigd, gestorven en begraven! Als de Here Jezus oproept Hem te volgen brengt Hij dit vaak in verband met zelfverloochening! In een gemeente komen er altijd problemen met mensen die hun eigen haan nog koning willen laten kraaien en die hun geldingsdrang willen doordrukken. Met in Christus gestorven mensen krijg je geen trammelant in de gemeente! Wat een goddelijke rust gaat er van hen uit en zij laten zich niet meer ophitsen vanuit het rijk der duisternis. Zij zijn finaal opgehouden met hun eigen manier van leven, dat voorheen gevoed werd door de inspiraties van de geesten in de lucht. Voortaan is hun getuigenis: “Met Christus ben ik gekruisigd, en toch leef ik, (dat is) niet meer mijn ik, maar Christus leeft in mij” (Gal.2:20). In geloof en gehoorzaamheid kiezen zij ervoor om nu Gods wil te doen en Gods meningen -Zijn gedachten in zijn Woord- te laten prevaleren boven al het menselijke en natuurlijke.

In Joh.3:36 lezen we: “Wie de Zoon gelooft, heeft eeuwig leven, doch wie aan de Zoon ongehoorzaam is, zal het leven niet zien, maar de toorn Gods blijft op hem”. De laatstgenoemde categorie geeft God over aan de boze geesten, die werken in de kinderen der ongehoorzaamheid (Efeze 2:2). Als wij het leven willen zien én willen zien toenemen, dan gaat het om pure geloofsgehoorzaamheid. Daarom is een vastberaden besluit belangrijk: laat je dopen! Het teken van onderdompeling toont die gezindheid van volledige gehoorzaamheid. Daarbij hoort: helemaal het oude wegdoen voor zover je je dat nu bewust bent. Het teken van de doop en het geloofsfeit dat je je mag identificeren met Christus, geeft je een wapen in de strijd in je latere christenleven. De doop markeert de breuk, de scheidslijn tussen het oude en het nieuwe leven. Het is nu immers afgelopen in je leven met zondigen en de collaboratie met het rijk der duisternis. De doop is de dood aan het oude, zondige leven en biedt het perspektief in nieuwheid des levens te gaan wandelen (Rom.6:3,4). De doophandeling op zichzelf genomen is een kwestie van luttele seconden, maar heeft een verstrekkende betekenis in de geestelijke wereld. Al betreft de doop slechts een kort moment ónder houden, daarna komt het leven vanuit de doop en leer je te onderhóuden AL wat Jezus ons bevolen heeft (Matth.28:19).

De vernieuwing van denken en leven komt op gang en een aansporing tot verdere ontwikkeling vinden we bijvoorbeeld in 1 Corinthe 14:20: “Broeders, weest geen kinderen in het verstand, maar in de boosheid; wordt in het verstand volwassen”. Met andere woorden: verzamel geestelijke kennis, pas die in je leven toe en bouw daar de gemeente mee op tot volwassenheid, tot volle wasdom in Christus. Maar wat de boosheid betreft: die mag kleiner en kleiner, minder en minder worden! God heeft voor u zijn knecht doen opstaan en Hem tot u gezonden, om u te zegenen, door een ieder uwer áf te brengen van zijn boosheden (Hand.3:26).

Een goed geweten

In 1 Petr.3:21 lezen we: “Als tegenbeeld daarvan (namelijk van de zondvloed met een enorme watermassa) redt u thans de doop, die niet is een afleggen van lichamelijke onreinheid, maar een bede van een goed geweten tot God, door de opstanding van Jezus Christus”. De doop is geen douche aan de buitenkant, niet alleen een teken voor de daadzonde die buiten het lichaam komt, maar een verbond (Lutherse vertaling) van een goed geweten tot God. Bij baby’s is er uiteraard nog geen sprake van een geweten.

Een rein geweten funktioneert van binnen. Als wij in Christus zijn, dan worden wij innerlijk gereinigd in zijn bloed. De reinen van hart zullen God zien (Matth.5:8) Wij hoeven niet langer te zondigen, maar kunnen overwinnen in de kracht van de heilige Geest. Door de kracht van Jezus Christus’ opstandingsleven kunnen engelen, machten en krachten ook óns onderworpen zijn (1 Petr.3:22) en zullen ze ons leven niet langer ringeloren, om ons tot zonde te verleiden.

Waar ben je thuis?

Noach veroordeelde een hele oude wereld! Hij bereidde eerbiedig de ark toe en bouwde nauwkeurig volgens de aanwijzingen van God (Hebr.11:6; Gen.6:22). Hoe is het met onze eindtijdark? Is die ook van binnen en van buiten met pek bestreken (Gen.6:14), zodat de golven van de stromingen en de wereldmassa niet binnendringen in de gemeenten en in onze christelijke gezinnen? Dopelingen behoren mensen van sta-vast te zijn, pal in hun beslissing om Jezus trouw te zijn en de wereld met haar begeerten op te geven.

Zijn wij onberispelijk onder onze tijdgenoten? Zijn wij bereid elke wereldsgezindheid los te laten, teneinde onze kinderen en jonge mensen te redden in de zondvloed van demonie die opkomt? Laten wij de duif van nieuw leven, van de Geest Gods over ons leven uit?

Dan worden wij vreemdelingen op aarde, maar thuis in het Koninkrijk van God en treden daar op onze hoogten.

Bij sommige christenen heb je het idee dat ze zich prima thuis voelen op de aarde, maar dat het funktioneren in de hemelse gewesten vreemd voor hen is. Geestelijke aktiviteiten, zoals het opbouwen van een gebedsleven in geest en waarheid, het je eigen maken van de gedachten Gods, het gericht strijden tegen de machten der duisternis en het je bewust worden van een meedienende goede engelenwereld, zijn zaken die een vleselijk christen vrij weinig zeggen.

De christen, die werkelijk geestelijk wil worden, beseft dat de zichtbare waterdoop een uitbeelding is van een geestelijke realiteit. Hij is zich bewust van een getrokken zijn uit uit de macht der duisternis naar het Koninkrijk van het licht, het Koninkrijk van de Zoon van Gods liefde (Col.1:13). Dit gegeven wil hij met Gods hulp concreet en praktisch in zijn leven verder uitwerken naar Gods bedoeling, opdat de mens Gods volkomen zij, tot alle goed werk volkomen toegerust (2 Tim.3:17).

Rechtens vrij

De doop is geen vrijblijvende zaak! Het is volle ernst, om niet alleen af te rekenen met het oude leven, maar tevens konsekwent het nieuwe leven uit te leven.

“Wie gestorven is, is rechtens vrij van de zonde” (Rom.6:7). Vroeger waren we dood voor God en levend voor de zonde, maar nu zijn we dood voor de zonde en levend voor God in Christus Jezus en dit moet voor ons vaststaan (Rom.6:11). Nu zullen wij onze leden -van top tot teen- in dienst van God stellen en de zonde niet langer als koning laten heersen (Rom.6:12,13). Kortom: een reine blik in je ogen, geen halsstarrige, maar een buigzame nek, een positief belijdende tong, een zacht en warm hart, een goede spijsvertering van het Woord tot omzetting in leven Gods, handen om te dienen en voeten die de bereidvaardigheid van het evangelie hebben. En als er figuurlijk gesproken iemand op je tenen gaat staan, wat voor reaktie geef je dan? Merk je dan nog iets van het sissen van de slang, of veeleer van de stromen van levend water vanuit je binnenste? Groeit het leven van Christus in je? Zulke dingen behoren tot de lessen die je na je doop mag leren.

Vooreerst gaat het om de geloofsstap zelf: je ‘terstond’ laten dopen (Hand.16:33) en je door geen mens of macht -koste wat het kost- meer tegen te laten houden, om God te gehoorzamen!

Wat een vreugde om de Heer geheel te behagen en alles wat daar niet mee strookt aan het watergraf prijs te geven! Kom binnen in deze blijdschap door je leven over te geven aan Jezus de Heer en daarvan getuigenis af te leggen in de doop! Ga van harte de nieuwe en levende weg van Jezus en de Here zal je krachtig daarin sterken!

Jildert de Boer

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.