HET GEBED ALS KRACHTBRON VAN ONS LEVEN

HET GEBED ALS KRACHTBRON VAN ONS LEVEN

Gewoontevorming

Voor velen is gebed een ritueel geworden, dat niet verder komt dan het ‘plafond’ en zich wellicht beperkt tot “Here zegen deze spijze, amen” en een ‘EHBO-gebed’ in nood. Op die manier wordt God een noodhulp in plaats van een hulp in nood.

Praten met God

Bij bidden denken wij aan een betrekking hebben op God, in een vertrouwelijke verhouding met Hem door Jezus Christus. Zoals Ps. 62:2 zo mooi weergeeft: “Waarlijk mijn ziel, keert zich stil tot God, van Hem is mijn heil”. Bidden is praten met God Het is contact hebben met God in een persoonlijke relatie en levende verbinding met Hem! Als Christus ons hoofd is en wij behoren tot Zijn lichaam, dan is – zei iemand eens – gebed de nek. Als wij niet bidden, dan draaien wij onszelf figuurlijk gesproken de nek om en plegen we een halsmisdaad.

Gebed is de motor van ons geestelijk leven

Als wij aangesloten zijn op de ‘Bovenleiding’ ervaren wij gebed als een motor die ons leven brandstof en energie geeft. Wij spreken dan immers tot de Bron van alle leven, alle goed en alle kracht, onze Vader, die in de hemelen is.

De ‘geestelijke elektriciteitscentrale’ van bidstonden

In een gemeente zijn de bidstonden en gebedskringen of gebedscellen het kloppende, centrale hart van het geheel. We kunnen ook zeggen: het is de geestelijke “elektriciteitscentrale”, waaruit we de kracht en wijsheid van God putten, om individueel als christen verder te gaan en als gemeente te bidden voor alle noden, te danken voor alle zegeningen en te vragen om Zijn wijze leiding.

De wacht- en spreekkamer van God

Satan is er altijd op uit ons van dat bidden af te houden en altijd zijn er excuses te bedenken, om niet tot ‘stille tijd’ te komen, of een reden te vinden, om de bidstond niet te bezoeken. We zijn dan zogenaamd te druk (met ‘ditjes’ en ‘datjes’) om te bidden en te danken. Iemand schreef eens een boek waarvan de titel zo opmerkelijk is: “Te druk om NIET te bidden”! God wil graag dat we in Zijn wachtkamer en spreekkamer zitten, waar we een consult en hulp voor onszelf zoeken en waar we een beroep doen op de allergrootste Arts voor anderen.

Bezig zijn in de geestelijke wereld

Gebed is topprioriteit, omdat zonder dat we biddend bezig zijn in de hemelse gewesten (de geestelijke wereld) ons geestelijk leven niet loopt en we vervlakken tot een voornamelijk invullen van ons natuurlijke leven. Dat betekent zowel het nemen van afgezonderde en afzonderlijke tijd, om te bidden, als het “bidden zonder ophouden” (1 Thess. 5:17), waarbij je steeds tussen je dagelijkse bezigheden door dat ‘lijntje naar boven’ hebt, om alles met God te bespreken, het Hem voor te leggen en de omstandigheden en situaties aan Zijn handen toe te vertrouwen. De trein rijdt alleen als deze is aangesloten op de bovenleiding. Zonder stroom van God in ons leven redden we het niet!

‘Stille tijd’

Een dag heeft 96 kwartieren, of als we er acht uur slaap vanaf trekken 64 kwartieren. Hoeveel tijd, of kwartiertjes, besteden we aan “lees je Bijbel, bid elke dag, als je groeien wilt”? Dat is niet maar een kinderlied, maar een koor voor christenen die geestelijk volwassen willen worden! Deze voor God gereserveerde tijd is een kostbaar kleinood in ons leven. Laten we beseffen dat intimiteit om tijd vraagt.

Bidstonden zijn een ‘must’

In de eerste gemeente zien we dat de krachtige openbaring van Gods aanwezigheid vooral te maken had met hun gebedsleven. “Deze allen bleven eendrachtig volharden in hun gebed” (Hand. 1:14). “En terwijl zij baden, werd de plaats, waar zij vergaderd waren bewogen, en zij werden ALLEN vervuld met de heilige Geest en spraken het woord Gods met vrijmoedigheid” (Hand.4:31). Als wij samen intens bidden beléven we: “God is tegenwoordig, God is in ons midden”!

Samen bidden zien we regelmatig in het boek Handelingen en deze samengebalde kracht van de gemeentebidstond tot God voerde er bijvoorbeeld toe dat God Petrus uit de gevangenis leidde, zodat zij het aanvankelijk zelfs nauwelijks konden geloven en meenden dat zijn engel voor de deur stond (Hand. 12:12-18).

Niet verslappen in gebed

Jezus sprak een gelijkenis tot zijn discipelen dat zij altijd moesten bidden en niet verslappen (Luk. 18:1). Er wordt een appèl op ons gedaan om “volhardend in het gebed” te zijn (Rom. 12:12, vergelijk Kol. 4:2). In de aanhef van zijn brieven dankt en bidt Paulus voortdurend en intensief voor de gemeenten. Naast zijn complimenten aan de gemeenten en dankzeggingen aan God vermaant hij de gemeenten ook, onder andere om de EENHEID te bewaren (1 Kor. 1:10-17). Of op een andere plaats: “dat gij vaststaat in één geest, één van ziel medestrijdende voor het geloof aan het evangelie, zonder dat gij u in enig opzicht door de tegenstanders laat beangstigen” (Fil. 1:27-28).

De nood van verdeeldheid en het gebed om eenheid

Het gebed is een enorme kracht, om eenparig God te zoeken en aan te roepen, om bijvoorbeeld samen van harte te bidden voor de plaats waar je woont. Dat geeft de herkenning van kinderen van God, die gezamenlijk de Here zoeken en bidden voor de intense nood van de verdrietige verdeeldheid en om geestelijke, maar ook praktische eenheid. Het bidden om ware eenheid heeft de Here Jezus Zelf ook gedaan in Zijn zogenaamd hogepriesterlijke gebed (Joh. 17) en Hij bad naar de wil van de Vader.

In ons verlangen naar echte eenheid, zoals de Heer het oorspronkelijk met Zijn gemeente heeft bedoeld, zullen wij bidden en werken, maar de resultaten bovenal van boven verwachten.

Jildert de Boer