35 stellingen tot evenwicht en stabiliteit in de gemeente

Voor een goede balans in Woordverkonding in de gemeente en bij het leven als christen is het belangrijk niet uit te glijden in “greppels” links of rechts naast de weg. Laten we “wandelen midden op de wegen van het recht” (Spreuken 8:20). Dat is niet de “gulden middenweg”, maar balans kan ons bewaren voor eenzijdigheden in de prediking in de gemeente en in het dagelijks omzetten van Gods Woord in ons eigen leven. Het gaat er daarbij om het ene bij het andere te voegen, ofwel het ene te doen en het andere niet na te laten. Voor onze geestelijke gezondheidszorg wil ik “met twee woorden spreken” en in willekeurige volgorde een aantal dingen aanstippen, waarbij niet het OF-OF, maar het EN-EN-principe geldt:

  1. De gezonde, bijbelse leer lappen we niet aan onze laars, maar deze wil onze
    levensverandering in godsvrucht bewerken.
  2. Bij het streven naar de geestelijke gaven hoort de rijping van de vrucht van
    de Geest.
  3. Het geloof in God gaat onlosmakelijk samen met het verrichten van goede
    werken in God.
  4. Genade van God ontvangen hebben maakt ons gehoorzaam aan God in ons
    doen en laten.
  5. Wij verkondigen Jezus Christus niet alleen als Zoenoffer en Heiland, maar
    tevens als Heer en Koning.
  6. De toegerekende gerechtigheid van Christus aan ons zal als gevolg ook een
    persoonlijke gerechtigheid uitwerken door de heilige Geest, die zich uit in rechtvaardige daden.
  7. Dankbaar zijn voor Gods liefde tot ons zal gepaard gaan met ontzag voor
    Gods heiligheid.
  8. Blijdschap in de Here ervaren en ernst maken met Gods Woord is geen
    tegenstelling.
  9. Lofprijs en aanbidding enerzijds en eerbied en “vreze des Heren” anderzijds
    staan niet tegenover elkaar, maar vullen elkaar juist aan.
  10. Gods Woord en Gods Geest vormen beide de rails om op het goede spoor te
    blijven.
  11. In de gemeente hebben we melk (fundamenteel onderwijs) en vaste spijs
    (tot geestelijke volwassenheid) nodig.
  12. Met eigen inzet en in Gods kracht dingen voor Hem doen, sluiten elkaar niet
    uit, maar in.
  13. In de gemeentesamenkomst is zowel orde als vrijheid.
  14. Het is in de geestelijke strijd nodig zowel demonen als onszelf aan te pakken.
  15. Het gaat om ons persoonlijke leven met God en om gemeenschap met elkaar.
  16. In ons geloofsleven mogen we ons verstand inschakelen en hoeven we ons
    gevoel niet uit te schakelen, maar hebben deze beide hun van God gegeven
    functie samen met onze wil.
  17. Kennis van de Bijbel is nodig, het beléven en toepassen ervan evenzeer en
    des te meer.

    18. In ons leven zullen we leren de waarheid met de wijsheid van God te
    combineren.

    19. In de gemeente geldt Gods goedheid (barmhartigheid voor de mens) en Zijn
    gestrengheid (haten van zonde).

    20. Er mag een goede verhouding zijn tussen de bedieningen waarin God
    sommigen in de gemeente heeft aangesteld en het principe “ieder heeft iets”
    bij te dragen tot opbouw.

    21. Wij zijn niet van deze wereld in onze levensstijl, maar wij zijn wel als
    getuigen in deze wereld gezonden.

    22. Wij jagen naar persoonlijke levensheiliging en hebben een open hart voor
    evangelisatie.

    23. Wij richten ons op het openbaar worden als volwassen zonen van God tot
    herstel van de zuchtende schepping en hebben een warme visie voor
    zending onder de volken nu.

    24. Zondevergeving en overwinning op de zonde zullen beide verkondigd worden.

    25. Het kruis van Christus voor ons en het kruis van Christus in ons (“ik ben met
    Christus gekruisigd”) horen bijeen.

    26. In het evangelie gaat het om het doel van de heerlijkheid van God via de
    weg door lijden heen.

    27. Vrijheid zonder Gods geboden maakt wetteloos; menselijke inzettingen
    zonder goddelijke vrijheid leiden tot wetticisme.

    28. Het bloed van Jezus, Gods Zoon, toepassen, reinigt ons niet van excuses en
    “aanrommelen”, maar gaat gelijk op met het wandelen in het licht van Jezus.

    29. In de gemeente hebben we behoefte aan zowel bemoediging en troost als
    aan waarschuwing en correctie.

    30. Het is nodig om zowel over Gods vrede als over Gods oordeel te spreken.

    31. Als wij vergeving en verzoening verkondigen, laten we dan ook
    zelfverloochening en je kruis opnemen als discipelen prediken en uitleven.

    32. Het evangelie bestaat niet alleen uit beloften, maar ook uit voorwaarden,
    waardoor de beloften in vervulling kunnen gaan.

    33. Valse nederigheid/bescheidenheid geeft geen vrijmoedigheid; overmoed
    heeft geen ootmoed in zich. Ware nederigheid maakt vrijmoedig; hoogmoed
    maakt opgeblazen.

    34. Christen-zijn is nooit “toverij” (automatisch of vanzelfsprekend ons
    geestelijk iets inbeelden), maar het is een volhardend gaan van de weg van
    Jezus en een groeiproces van ons leven in Hem.

    35. Aanstoot nemen aan de ander in de gemeente is een valstrik van de duivel,
    waarin wij de geest van ergernis geen ruimte in onze reactie hoeven te
    geven; aanstoot of ergernis geven is iets waar we zelf waakzaam kunnen
    zijn, om dat naar de ander te vermijden waar mogelijk.

Sterkte met al deze opgaven!

Jildert de Boer

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *