SLEUTELS TOT EENHEID deel 5

SLEUTELS TOT WARE EENHEID IN DE CHRISTELIJKE GEMEENTE deel 5

Het verwarren, verdelen en vermengen van Babel tot een surrogaateenheid of valse oecumene

Twee diametraal tegenovergestelde processen

Weet u wanneer het eerste “halleluja” klinkt in het Nieuwe Testament? Dat gebeurt uitgerekend bij de val van en het oordeel over de grote hoer, Babylon (Openb. 19:1-4), waar wij nader op in willen gaan.

Het gaat om de twee ontwikkelingsprocessen die getypeerd worden in het bijbelboek de Openbaring van Jezus Christus aan Johannes. Daarin ligt de grote lijn van ontwikkeling richting het geestelijke, aardse Babylon enerzijds EN het hemelse, nieuwe Jeruzalem anderzijds.

Hoe paradoxaal (=schijnbaar tegenstrijdig) het ook klinkt, toch zullen we tot het inzicht en begrip komen dat de weg naar eenheid en de weg van scheiding beide aan de orde zijn. Er is in het laatste bijbelboek niet alleen een scheiding tussen “licht” en “duisternis”, maar ook tussen hen “die in de hemel wonen” en “hen die op de aarde wonen”: de hemels- en geestelijk gezinde en de aards- en vleselijk gerichte mensen. In principe komen we deze twee scheidingen al tegen in Gen. 1:4 (scheiding tussen duisternis en licht) en in Gen. 1:6-7 (scheiding tussen wateren onder het uitspansel en wateren boven het uitspansel: tussen het hemelse en het aardse).

Het thema Babel of Babylon vinden wij vanaf de torenbouw in Babel in Genesis 11 tot in het boek Openbaring door de hele Bijbel heen. De toren typeert het hoge, trotse en stoere, het zich een naam willen maken. “Waarvan de top tot in de hemel reikt”, geeft meer aan dan alleen in de natuurlijke wereld. Vanuit de oudheid is bekend, dat men zich daar in Babel bezig hield met de geestenwereld door astrologie of sterrenwichelarij te bedrijven.

Het begrip Babylonische ballingschap is uiteraard ook een centraal gegeven in de geschiedenis van het tweestammenrijk met daarbij de terugkeer van een rest uit Babel naar het land Israël van sommigen, zoals dit beschreven is in Ezra en Nehemia.

Babel kan de toets niet doorstaan

We zien de verbastering van en de afval binnen het christendom, of wat daar voor door gaat, uitgedrukt in de geestelijke stad Babylon (Openb. 17 en 18). Vandaar de roep die tot ALLE ware christenen uitgaat om uit te trekken uit Babylon!

Babel betekent zowel ‘poort van God’ als de ‘verwarring’ van het schijn-, het namaak- en het naamchristendom, waar men NAAST de dienst aan God allerlei tradities, vormen en vermenging van waarheid en leugen, dus dwaalleringen of huichelachtigheid, vasthoudt. Het is een ‘babbelstad’ (naar de taalkundige afleiding), waar veel ruimte is om over van alles te discussiëren, maar als het op gehoorzamen van Gods woorden aankomt, is men doorgaans niet thuis. In Babel is sprake van verstrooiing en vermaak naast het religieuze aspect. En er heerst een enorme verwarring!

God wil geen gemeente die bestaat uit trouwe christenen EN trouwelozen. Wie trouw willen leven naar Woord en Geest worden opgeroepen: “Gaat uit van haar MIJN volk, opdat gij GEEN gemeenschap hebt aan haar zonden en NIET ontvangt van haar plagen” (Openb. 18:4).

‘Voorhofschristendom’ of ‘tempelchristendom’?

In het licht van de tabernakel en de tempel in het Oude Verbond (Hebr. 9:1-10), die de geestelijke realiteiten in het Nieuwe Verbond van ons geloofsleven en van de gemeente als tempel van God in de geestelijke wereld voorafschaduwen, trekken we enkele parallellen, die in verband staan met ons onderwerp.

In Babel is er sprake van ‘voorhofschristendom’, waar men mogelijk zondenvergeving heeft, of in elk geval daarvan heeft gehoord. Het type daarvan is het brandofferaltaar bij de tabernakel die het volk van Israël bouwde in de woestijn, als beeld van het Zoenoffer van Christus, waar velen rondjes omheen draaien: steeds maar weer zondigen en altijd weer vergeving vragen. Men gaat de weg van Christus niet, maar men doet aan ‘rotonde’-christendom. Er ontstaat geen werkelijk in Christus vernieuwd leven. Dan blijft er verderf en lijdt men schade, want de gedane werken zijn niet bruikbaar voor God en verbranden, al wordt de geest als door vuur heen behouden (1 Kor. 3:15).

Het kenmerk ervan is dat het aardsgezind en aardsgericht is. Men wil roemen in het kruis van Christus voor ons en zingt daarvan, maar leeft ondertussen vleselijk als (onveranderde) mensen in partijschappen op het terrein van de voorhof (1 Kor. 3:1-3). Er wordt vaak gesproken over de liefde en de genade van God, maar volledige overgave aan Christus, van harte gehoorzaam zijn aan het Woord van God en zuivere toewijding aan het Koninkrijk van God zijn onderdelen die gemakshalve worden weggelaten, omdat zij de vleselijk en menselijk ingestelde christen irriteren en aanstoot geven. Het werkt geestelijk allergisch op hen! Al gauw zegt men: “ho, stop, dat gaat me te ver”!

“Wie uit de aarde is, is uit de aarde en spreekt uit de aarde” (Joh. 3:31). Je kunt horen dat hun interesses veel meer uitgaan naar de aardse zaken. Toch hoopt men veelal EENS naar de hemel te gaan (in plaats van NU AL zich – geestelijk denkend – te verheffen naar een hoger niveau van leven, dat Paulus schilderde met de woorden “onze wandel is in de hemelen”, Fil. 3:20, St.Vert.). De strijd tegen de boze geesten in de hemelse gewesten wordt door de vleselijke christen niet opgenomen en deze zal zich doorgaans veel zorgen maken in allerlei aardse situaties, de ander beschuldigen, of aan zelfbeklag doen, in plaats van de strijd aan te binden met de machten der duisternis in Gods kracht en wapenrusting (Ef.  6:10-12) en daardoor meer in de ruimte van God te komen.

Het is een oppervlakkig christendom met een aards ingestelde levenswandel, waarbij God in wezen op een afstand blijft. Daarbij gaat men niet naar de mogelijkheden van het Nieuwe Verbond leven, maar blijft men hooguit op oud-testamentisch niveau hangen. Zichtbare rituelen, ceremonies en plichtplegingen zijn in het Babylonische-religieuze denken van groot belang.

Daarbij willen we aantekenen dat iedere gelovige in de geestelijke werkelijkheid weliswaar door de voorhof heen moet gaan, om in het heiligdom (de geestelijke tempel) te kunnen komen. Zo leven onze kinderen binnen de beschermende omheining van de voorhof, geheiligd (=afgezonderd) door de ouders (1 Kor. 7:14) en genieten daar veel van het goede van God. In de psalmen lezen we ook over de zegeningen van de voorhof (Ps. 65:5; Ps. 84:3; Ps. 100:4) en verder kon het gewone volk van het Oude Verbond niet komen. Het heilige was immers voor de priesters gereserveerd en het heilige der heiligen vormde de plaats waar slechts de hogepriester éénmaal per jaar toegang had op Grote Verzoendag (Lev. 16).

In de laatste fase van de eindtijd valt het aardsgerichte (niet Geestvervulde) ‘voorhofschristendom’ pas helemaal ten prooi aan de vijand (Openb. 11:1-2). Zij wordt vertreden, vertrapt en platgewalst door de antichrist. Daaraan voorafgaand is er sprake geweest van een langdurig ontwikkelingsproces van vermenging, van geestelijk overspel met de wereld, dat in het laatste deel van de eindtijd zijn climax bereikt.

De geestelijke stap van het brandofferaltaar naar het wasvat, dat nog in de voorhof staat, gaat velen al te ver. Het wasvat, gemaakt van de spiegels der vrouwen (Ex. 38:8), duidt op de praktische reiniging van de priesters (Ex. 30:17-21). Zij konden hun leven spiegelen in het waterbad van het Woord (Ef. 5:26), om na zichzelf gereinigd te hebben het heilige in te kunnen gaan en daar dienst te verrichten.

In Hebr. 10:22 wordt ook gesproken over “en met een lichaam dat gewassen is met zuiver water”, waarbij het wasvat parallel loopt met de waterdoop. Dit is een stap van gehoorzaamheid aan God op grond van Gods Woord, die vaak op grond van traditie en overlevering van mensen fel betwist wordt door het handhaven van en vasthouden aan de kinderdoop, waarvoor een gedegen, bijbelse onderbouwing bij nader inzien ontbreekt. Hier zal de christen de beslissing moeten nemen, als hij vergelijkt. Handelt hij dan naar het Woord van God, of blijft hij vastzitten aan de leer der vaderen? Dat vraagt om een duidelijke keuze!

De meesten, die de buitenste, brede poort naar de voorhof weliswaar doorgingen, komen jammer genoeg niet tot dat radicale, volledige aan de Here overgegeven leven, dat het geloofsstandpunt inneemt: “Met Christus ben ik gekruisigd, en toch leef ik, (dat is) niet meer mijn ik, maar Christus leeft in mij” (Gal. 2:20). Aan het kruis hangt dat lichaam van Christus -“de tempel Zijns lichaams” (Joh. 2:21)- met Zijn leden, geestelijk verstaan, en dat geeft eenheid, omdat het leven van Christus er vervolgens uit tevoorschijn komt! Hier gaat het om CHRISTUS IN ONS en de ontwikkeling van Zijn leven in ons.

Om tot dit discipelleven in de geestelijke tempel te komen is het nodig door de enge poort het heiligdom (de tempel) in te gaan door alles prijs te willen geven, zelfs je eigen leven, om Jezus helemaal te volgen (Luk. 14:26-27).

Helaas blijven velen hangen in de voorhof, of met een ander beeld: dolen rond als vroeger het volk Israël in de woestijn zonder het beloofde land binnen te gaan.

Uit de aardse oppervlakkigheid naar geestelijke inhoud als ‘tempelchristen’

In het heilige is er honger naar en voeding met woorden van God, want om met Jer. 15:16 te spreken “zo vaak uw woorden gevonden werden, at ik ze op, uw woord was mij tot blijdschap en vreugde mijns harten” (de tafel der toonbroden) en er is het volle licht van de heilige Geest (de gouden zevenarmige kandelaar), om zicht te krijgen op het voorhangsel (de scheidsmuur van het lichaam der zonde EN de nieuwe en levende weg die Jezus daar doorheen gebaand heeft, Hebr. 10:19-20) EN als lichtende kandelaar te schijnen in deze duistere wereld.

Velen hebben God niet willen aanbidden in het heilige bij het reukofferaltaar, in geest en waarheid als ‘tempelchristen’, heilig voor de Here! (vergelijk Openb.  8:1-4: de opening van het zevende zegel). Daar is sprake van inhoud en diepgang en kan men dicht NADEREN tot de troon, waarvan de ark in het allerheiligste een afbeelding was in het oude verbond. Daar is intieme gemeenschap met de levende God mogelijk! Daar zijn mensen bezig met bidstonden tot de Heer, zowel tot lofprijs en aanbidding, als met hun persoonlijke noden en voorbede voor anderen.

In de ark van het verbond in het allerheiligste lagen de stenen tafelen, die de wet in ons binnenste verbeelden! (“ik heb lust om Uw wil te doen, mijn God, uw wet is in mijn binnenste” – Ps. 40:9). Verder: de bloeiende staf van Aäron als type van de blijvende vrucht van de Geest in alle wisselende levensomstandigheden, wat anderen ook doen of je aandoen. Jouw staf kan blijven bloeien! En: het verborgen manna, een symbool van het met Christus verborgen leven voor Gods aangezicht, waar de overwinnaars deel aan krijgen (Kol. 3:3; Openb. 2:17).

In Openb. 11:19 zien wij het eindresultaat bij de zevende bazuin: “En de tempel Gods, die in de hemel is ging open en de ark van zijn verbond werd zichtbaar in zijn tempel…”. Jezus Christus wordt verheerlijkt in Zijn heiligen (2 Thess .1:10), specifiek in de zonen Gods!

De vermenging van Babel

Babel heeft nooit goddelijke eenheid kunnen openbaren, want het was uit de mensen: groot, trots en hoog, maar het voerde tot het elkaar niet verstaan, dus tot spraakverwarring en verdeeldheid (Genesis 11).

De voorhof bestaat uit aarde, waar niets te meten valt. Er ontstaat geen weg van nieuwe levensontwikkeling en groei – hoogstens is daar de basis van vergeving en verzoening van zonden – maar er blijft verderf door vele tweedrachten, partijschappen en scheuringen, die het grote, algemene, vleselijke christendom tot een aanfluiting in deze wereld maken. Het ‘denominatie-sektarisme’ viert welig hoogtij in Babel, maar al dit gekibbel voert ons niet de geestelijke tempel in de Geest binnen, waar de werkelijke eenheid wel mogelijk wordt. Hooguit bereikt men een uiterlijke valse oecumene, een surrogaateenheid waar waarheid en leugen, gerechtigheid en zonde, door elkaar worden gemengd.

In de voorhoven kan men naast het brandofferaltaar (beeld van Jezus’ offer voor ons) andere altaren (afgoden, die medium of tussenstof zijn tot contact met boze geesten, vergelijk 1 Kor. 10:18-21) oprichten, om die tevens te bewieroken. Dat is typisch de vermenging van Babel. In zijn leven heeft Jezus tweemaal de voorhof gereinigd van de handel van geldwisselaars, waardoor de functie van gebedshuis tot een rovershol werd gemaakt. Een handelsgeest, die uit is op winst, is een kenmerk. Veel religieuze koopwaar wordt door deze stad Babylon op de markt gebracht. Bezig zijn met koopwaar, weelde, welvaart en al wat kostelijk en schitterend was op aarde is de lust en het leven van Babel (Openb. 18:9-16).

Babel is de grote hoer

Een hoer heeft altijd gemeenschap met twee of meer mannen. Babylon, de grote hoer, wil genieten en van diverse walletjes eten, maar ontvlucht graag het lijden en de gezindheid om – met een beroep op Gods barmhartigheden – je lichaam te stellen tot een levend, heilig en Gode welgevallig offer (Rom. 12:1).

Er zijn altijd wel valse profeten die de weg van Jezus graag breed voorstellen, maar waarvoor we ons moeten wachten (Matth. 7:15). Zij roepen bijvoorbeeld: “Dat moet toch kunnen, ook al ben je christelijk” en: “doe niet overal zo moeilijk over, denk je soms dat je heiliger bent”? Zij worden (roofgierige) wolven in schaapskleren genoemd die de smalle weg met zoetgevooisd klinkende woorden over Gods liefde en genade breed voorstellen, maar die aan hun vruchten, dat wil zeggen: hun levensopenbaring, te herkennen zijn (Matth. 7:15-22). Gods heiligheid en onze gehoorzaamheid wordt door deze valse profeten niet verkondigd. Een ander kenmerk van leraren, die als grimmige wolven de kudde binnendringen, is dat ze de discipelen achter zich (hun menselijke persoonlijkheid) aantrekken, in plaats van hen aan het hoofd, Christus, te binden (Hand. 20:28-31).

In Babel hoor je een wirwar van stemmen en geluiden, die tegengesteld zijn aan bijbels gemeente-zijn. Kenmerkend zijn:

  • Niet wedergeborenen worden er beschouwd als kerklid.
  • Bepaalde openbare zonden worden er getolereerd en ernstige dwaalleraars verdraagt men er.
  • Geboden en leringen van mensen worden gehandhaafd.

Geestelijke ontwikkeling: het gaan van de weg van Jezus

Slechts wanneer je door de enge poort (Matth. 7:14) het heiligdom (de tempel) binnengaat, kun je komen tot overwinningsleven in het heilige. Dat is een serieus en nauwkeurig leven met God gaan leiden en Zijn Koninkrijk EERST zoeken (Matth. 6:33), waarbij Gods Woord, Gods Geest en verlangen naar gebed en aanbidding een grote rol spelen (in het Oude Testament zinnebeeldig aangeduid door de tafel der toonbroden, de gouden kandelaar en het gouden reukofferaltaar).

Als wij dan ‘geen zin’ tegen komen in ons leven of ons gevoel, dan mogen we bedenken: “wij hebben de zin of de gezindheid van Christus” (1 Kor. 2:16). De menselijke oplossing: ‘dan maak je maar zin’ helpt slechts tijdelijk. Dan krik je jezelf op menselijke wijze op. ‘Geen zin’ hebben om te bidden of Bijbel te lezen is naar het vlees gesproken begrijpelijk, maar kan gemakkelijk tot zelfbeschuldiging leiden. Naar de geest verstaan, kan het een macht van verzet en weerspannigheid zijn, die we mogen weerstaan, om in de ruimte van God met deze (geestelijk) levensnoodzakelijke dingen bezig te zijn. Ook aardse verstrooiingen – die op zichzelf genomen niet zondig zijn – kunnen ons afhouden of remmen in ons gebedsleven of bezig-zijn met de Bijbel.

Vervolgens is het mogelijk, om voorwaarts de smalle weg van heiligmaking door het vlees heen (door de aardse natuur heen, Vertaling Brouwer) (Hebr. 10:20) te gaan tot de hoop binnen het voorhangsel, Jezus onze Voorloper achterna (Hebr. 6:20) naar het doel: goddelijke natuur (2 Petr. 1:4), ofwel de openbaring van volwassen zonen Gods (Rom. 8:19), gelijkvormig aan de eerstgeboren Zoon van God (Rom. 8:29). Het doel luidt immers: “opdat de mens Gods volkomen zij, tot alle goed werk volkomen toegerust” (2 Tim. 3:17). Dat is geen hersenschim of luchtspiegeling, maar het heerlijke doel waartoe God ons wil opvoeren. Alzo zal ook het Woord, dat uit Mijn mond uitgaat, ook zijn; het zal niet ledig tot Mij wederkeren, maar het zal doen wat Mij behaagt en dat volbrengen, waartoe Ik het zend” (Jes. 55:11).

De brief aan de Hebreeën schetst deze ontwikkeling, waarbij de Zoon vele zonen tot heerlijkheid brengt (Hebr. 2:10). “Thans wordt ons een betere hoop gewekt, waardoor wij NADER tot God komen” (Hebr. 7:19). Jezus is van een beter verbond borg geworden (Hebr. 7:22). Hij waarborgt onze overwinning! “Daarom kan Hij ook VOLKOMEN behouden wie door Hem tot God gaan, daar Hij altijd leeft om voor hen te pleiten” (Hebr. 7:25).

‘Tempelchristenen’

Alleen ‘tempelchristendom’, waar de smalle weg van Jezus gevolgd wordt in Zijn voetstappen (1 Petr. 2:21-22), leidt tot de eenheid van het geloof en de mannelijke rijpheid. Daar valt iets te meten naar de maat van de wasdom der volheid in Christus (Ef. 4:13; Openb.11:1). Jezus sprak over “de tempel Zijns lichaams” (Joh. 2:19-22), waarbij hij behalve Zijn aardse lichaam en het lichaam van de christen als tempel van de heilige Geest, zeker ook doelde op Zijn geestelijke lichaam, de gemeente! (Ef. 5:30; 1 Kor. 6:15). “Welke gemeenschappelijke grondslag heeft de tempel Gods met afgoden? Wij toch zijn de tempel van de levende God… “ (2 Kor. 6:16). In dat verband lezen we ook: “Gaat weg uit hun midden en scheidt u af en houdt niet vast aan het onreine” (2 Kor. 6:17).

Daartoe moet men uittrekken uit het rumoer, de religieuze chaos en de discussies van Babel, waar men Gods Woorden relativeert, afvlakt of tussen haakjes plaatst voor het praktische dagelijkse leven, terwijl men openbare zonden gedoogt, die God haat en als een gruwel in Zijn ogen beschouwt. De hoer heeft de gouden beker in haar hand (zij gebruikt ook wel de Bijbel), maar de inhoud van die beker geeft niet de vrucht van de Geest, maar is vol gruwelen en de onreinheden van haar hoererij (Openb. 17:4).

Typerende zaken in een Babylonische verkondiging

Zonder uitputtend te zijn, geven we hier een aantal kenmerkende zaken, waaruit een Babylonische geest van verwarring en compromis blijkt:

  • God als Schepper en een evolutionair proces van miljarden jaren worden aan elkaar gekoppeld
  • De goddelijke inspiratie van de Bijbel wordt in twijfel getrokken of gerelativeerd
  • De historische zondeval wordt ontkend, of haar gevolgen afgezwakt
  • Het bestaan van satan wordt geloochend, of gezien als een algemene term voor het kwade
  • Bijbelse wonderen en bijbelse toekomst wordt betwijfeld, zoals de wonderen van Jezus op aarde en Zijn wederkomst
  • Zijn geboorte uit de maagd Maria en de lichamelijke opstanding van Christus, evenals Zijn hemelvaart worden als niet werkelijk gebeurd beschouwd
  • De unieke positie van Christus als ene Middelaar tussen God en mensen wordt aangetast
  • Met de liefde en de genade van God wordt getoverd, terwijl de waarheid van God, de heiligheid van God en de gehoorzaamheid aan God praktisch buiten beschouwing gelaten worden
  • De kracht van en de vervulling met de heilige Geest wordt afgevlakt en daarmee wordt ook het doel om aan het beeld van de Zoon gelijkvormig te worden onhaalbaar
  • Visie ontbreekt op het genezen van zieken onder handoplegging en het bevrijden van door boze geesten gebonden mensen in Jezus’ naam
  • De wandel in de hemelen  (Fil.3:20, St.Vert.) wordt niet gekend, maar er heerst een materialistische, wereldgelijkvormige kijk op het leven, of men staat open voor New Age, occultisme en oosterse godsdiensten (de verkeerde kant van de geestelijke wereld)
  • Uiterlijk vertoon, ceremoniën en rituelen zijn zo belangrijk geworden, dat geestelijke waarden als bekering, wedergeboorte, geestelijke groei en heiliging verbleekt zijn
  • De uitwisseling met de koningen der aarde, de vooraanstaanden in maatschappij, cultuur en wetenschap geeft een aardse invloed en macht aan de valse kerk, die religie verbindt met wereldzin
  • Er heerst tolerantie ten aanzien van de huwelijksmoraal en alternatieve samenlevingsvormen, ook als die haaks op de Bijbel staan, maar onder het mom van liefde worden gedoogd.

De schuilplaats die Babel biedt

Babylon is de grote hoer, die ZOWEL gemeenschap wil hebben met Gods Geest, ALS zich openstelt als schuilplaats voor allerlei boze geesten met hun dwaalleringen. Zij staat open voor allerlei soorten zaad! Het is geworden tot een woonplaats van duivelen, een schuilplaats van alle onreine geesten en een schuilplaats van alle onrein en verfoeilijk gevogelte (Openb. 18:2). Babel ontwikkelt zich onder invloed van de geest van de antichrist tot een occult, spiritueel gebeuren, waar allerlei geesten plaats krijgen. “Schuilplaats”, dat wil zeggen: het gebeurt gemaskeerd en gecamoufleerd, zodat de ware aard niet meteen duidelijk is, omdat de machten der duisternis zich voordoende als engelen des lichts schuilevinkje spelen via mensen, die doen alsof ze dienaren van de gerechtigheid zijn (2 Kor. 11:14-15).

“Vertrekt, vertrekt, gaat uit vandaar; raakt het onreine niet aan, gaat weg uit haar midden, reinigt u, gij die de vaten des Heren draagt” (Jes. 52:11). “Wij hebben getracht Babel te genezen, maar het is niet te genezen, verlaat het en laten wij gaan…” (Jer. 51:9). Hoevelen hebben niet geprobeerd hun verworden kerkelijke instituut te verbeteren zonder resultaat?

Velen menen uit Babel getrokken te zijn door een kerk of gemeenschap te verlaten die op bepaalde onderdelen afboog van de Schriften, of in levenspraktijken die zich niet konden verdragen met de klare lijnen van de woorden van God. Vaak is dat geboden en velen zijn hier gehoorzaam geweest, om uit te trekken!

Babylon is groot

Toch gebeurt het niet zelden dat men later ontdekt opnieuw in een buitenwijk beland te zijn van dezelfde grote stad Babylon, maar dan in een subtielere vorm.

Babylon, de grote hoer, is niet slechts de moederkerk Rome, maar heeft ook in de Protestantse dochters haar werk gedaan (Openb. 17:5) en het evangelische en charismatische erf is er evenmin van gevrijwaard. Het algemene christendom is doorzuurd van het Babylonisch-religieuze denken. Zij heeft meer liefde voor genot dan voor God en met een schijn van godsvrucht verloochent zij de kracht daarvan (2 Tim. 3:5). “En ik zag de vrouw dronken van het bloed der heiligen en het bloed der getuigen van Jezus” (Openb. 17:6). Men denke slechts aan de vervolging van de Protestantse ketters door de Roomse inquisitie, maar ook aan de vervolging van de Wederdopers niet alleen door de Roomse kerk, maar evenzeer door Protestanten.

Babylon is als een octopus

George R. Hawtin, pionier in de Late Regen Beweging (Canada, 1948), vergeleek het geheimenis Babylon met een inktvis met grijparmen, die alle richtingen uitkunnen. “Als zij u niet grijpen kan met de ene arm, doet zij het met een andere”, schreef hij.

Wanneer wij dit beeld van deze inktvis omzetten naar de gebieden die we (ten dele) beschreven hebben, dan kunnen we het volgende ervan opmerken, dat deze octopus in alle richtingen zijn tentakels of werkingen van “zeven boze geesten” uitslaat. Dat kan zijn naar “sektarisme” of “brede, valse oecumene”, naar “rationalisme”/verstandelijk denken of “emotionalisme”/het extreem charismatische, dan wel “wetticisme/uiterlijke regels” versus “valse vrijheid/valse genade”, of is er de richting “New Age” en “occultisme”, ofwel afgoderij en toverij. Zodra je vrijgekomen bent van zo’n vangarm, ben je gewaarschuwd en in gevaar om niet een prooi te worden van een andere grijparm van deze duivelse inktvis! Het gaat dan om meer subtiele of geraffineerde vormen van het geheimenis van het grote Babylon.

Babel begint in je denken

Het geheimenis Babylon is een naam die op het voorhoofd van de hoer is geschreven (Openb. 17:5), daarom zullen wij allereerst los moeten komen van het verwarde denken bij onszelf, om de gezindheid van Christus aan te doen en ongedeeld te worden. Wij zullen niet allereerst rondom moeten kijken wat andere christenen, of andere christelijke kerken en groeperingen ervan maken, maar persoonlijk erop toe moeten zien dat wij zodanig met de Here leven, dat ons leven niet bestempeld zal worden als het leven van een hoer (God en de wereld tegelijk willen dienen).

Dit om vernieuwing van denken van God uit te ondergaan en vervolgens vernieuwd te leven en te handelen vanuit de gezindheid van de Geest van God: “dat gij verjongd door de geest van uw denken de nieuwe mens aandoet…” (Ef. 4:23). Weg uit de ‘modderstromen’ en het ‘in troebel water vissen’ van Babel naar de Godsstad, het nieuwe Jeruzalem en “een rivier van water des levens, helder als kristal”! (Openb. 22:1). “En zij zingen bij reidans: AL mijn bronnen zijn in u”! (Ps. 87:7).

Alleen vernieuwing van denken, gevoelen, leven en doen brengt ons naar de eenheid van zin en gevoelen (vergelijk 1 Kor. 1:10).

Scheiding en schifting

In 1 Kor. 11:19 lezen we: “want scheuringen moeten er wel onder u zijn, zal het blijken wie de toets kan doorstaan”. De Statenvertaling heeft: “opdat de oprechten openbaar mogen komen onder u”. De NBV heeft: “zodat duidelijk wordt wie van u betrouwbaar is”.

Deze toets leidt tot schifting van hen die de toets doorstaan en oprecht en betrouwbaar blijken EN hen bij wie dit niet het geval is. Het gevolg is: een scheiding van geesten!

Twee ontwikkelingsprocessen

Er kan geen eenheid tot stand komen in geest en waarheid met halfhartigen en lauw-ingestelden, die niet 100% de gezindheid hebben om Gods wil te doen als discipel tegen elke prijs, om te komen tot het doel van de geestelijke volwassenheid, ofwel het volle zoonschap.

Hier zien we de twee soorten ontwikkeling, die de bekende – zowel verguisde als geliefde – Nederlandse volle evangelie-pionier J.E. van den Brink (‘Kracht van Omhoog’) aanduidde als de wet van de letter V (de benen beginnen bij elkaar, maar lopen steeds verder uit elkaar en vinden elkaar niet meer). Denk aan de waarschuwing: “Kinderen het is de laatste ure; en gelijk gij gehoord hebt, dat er een antichrist komt, zijn er ook nu vele antichristen opgestaan, en daaraan onderkennen wij dat het de laatste ure is. Zij zijn van ons uitgegaan, maar ze waren uit ons niet. Indien ze uit ons geweest waren, zouden zij bij ons gebleven zijn; maar aan hen moest openbaar worden, dat niet allen uit ons zijn” (1 Joh. 2:18-19). Voorts lezen we: “Wie rechtvaardig is, hij bewijze nog meer rechtvaardigheid; wie heilig is, hij worde nog meer geheiligd”, dat is het positieve groeiproces en het negatieve ontwikkelingsproces heeft eveneens zijn loop: “wie onrecht doet, hij doe nog meer onrecht; wie vuil is, hij worde nog vuiler” (Openb. 22:11).

Dit gaat door totdat de climax is bereikt: enerzijds het definitieve oordeel over het bedrog van Babel (Openb. 14:8; Openb. 18:10-23) en anderzijds de getoonde heerlijkheid Gods van het nieuwe Jeruzalem (Openb. 21:10-11,23). Halleluja!

Jildert de Boer

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.