SLEUTELS TOT EENHEID deel 6

SLEUTELS TOT WARE EENHEID IN DE CHRISTELIJKE GEMEENTE deel 6

Gods verzamelingswerk in de eindtijd tot eenheid

Het verzamelen van de oprechten: de verstrooiden bijeenvergaderd

In de eindtijd zien we eveneens een ander positief proces, dat we zou willen aanduiden als de wet van de letter A (de benen vinden elkaar en krijgen een dwarsverbinding!). Dat wordt gerealiseerd onder de oprechten van hart, die helemaal hun Heer dienen en uit diverse “christelijke stromingen” afkomstig zijn, maar elkaar gaandeweg zullen gaan vinden.

“Want des Heren ogen gaan over de gehele aarde, om krachtig bij te staan, hen wier hart VOLKOMEN naar Hem uitgaat” (2 Kron. 16:9). Zulke mensen zoeken God ernstig en die bekrachtigt Hij! Gods ‘magneet’ trekt zulke mensen aaneen tot eenheid in de eindtijd en zij stoten anderzijds de zonde af en de demonen verliezen elke grip op hen, omdat zij zich volkomen op God richten en Hij hen kan vervullen met kracht!

Complete vernieuwing in denken en leven

In hun denken en leven heeft zich een vernieuwing voortgezet van Godswege. Als knechten van God zijn zij verzegeld aan hun voorhoofden (Openb. 7:3) en staat de naam of de gezindheid van Jezus Christus en van de naam of het wezen van Zijn vader op hun voorhoofden (Openb. 14:1). Zij hebben de goddelijke manier van denken overgenomen en omgezet in hun leven. In Openb. 22:4 lezen we opnieuw: “en zij zullen zijn aangezicht zien en Zijn naam zal op hun voorhoofden zijn”.

De belofte: via bevingen tot onwankelbaarheid!

Het is duidelijk: wat we nu zien in de verstrooide christenheid, dat kan niet Gods bedoeling zijn! In de eindtijd is er sprake van geestelijke bevingen en wordt alles wat christendom heet, in kerk, groep, beweging of kring, geschud. Het doel daarvan is: “opdat blijve wat niet wankel is” (Hebr. 12:26-27). Hoe groots is het te midden van het eindtijdgeweld van de bevingen in de hemel onbeweeglijk en standvastig te mogen staan, om een onwankelbaar Koninkrijk te ontvangen (Hebr. 12:28).

De ene kudde onder de ene Herder

Gods verlangen zal voltooid worden in het leiden en verzamelen van de schapen (van Joodse of heidense, of van welke denominatie – afkomst ook) dat zij naar zijn stem zullen horen en dat het zal worden één kudde en één herder, dat is Jezus Christus (Joh. 10:16, vergelijk Micha 2:12-13 en Micha 5:6).

In zijn tijd had Jezus vaak geprobeerd de kinderen Israëls te vergaderen, zoals een hen haar kuikens onder haar vleugels vergadert, maar zijn conclusie luidde: “gij hebt niet gewild” (Matth. 23:37).

Toch blijft staan dat Jezus niet alleen zou sterven voor het volk, maar ook om de verstrooide kinderen Gods bijeen te vergaderen (Joh. 11:52). Dat Hij ten eerste is gestorven om onze zonden is uiterst bekend in de christenheid, maar wie gelooft werkelijk in het tweede: dat Hij erop uit is de verstrooide christenen bijeen te brengen?

Al op aarde sprak Hij: “Wie met Mij niet bijeenbrengt, die verstrooit” (Matth. 12:30b). In Ezech.34:1-10 lezen we over valse herders die zichzelf weiden en de wol van de schapen plukken, maar niet naar de schapen omzien, laat staan dat zij hen ter harte gaan. Dat leidde tot overal rond dwalen en tot verstrooiing (zie ook Jer. 10:21). Daarna lezen we: “Want zo zegt de Here Here: Zie Ik zal zelf naar mijn schapen vragen en naar hen omzien; zoals een herder naar zijn kudde omziet…” (Ezech. 34:11-12).

Profetisch lezen we daar ook over Jezus, de goede Herder, als zoon van David: “Dan zal Ik een herder over hen aanstellen, die hen weiden zal, mijn knecht David. Die zal hen weiden, die zal hun herder zijn. Ik zal hun tot een God zijn en mijn knecht David zal vorst wezen in hun midden. Ik, de Here, heb het gesproken” (Ezech. 34:23-24).

In Jer. 23:1-8 lezen we een soortgelijke profetie over de rechtvaardige Spruit, die aan David verwekt zal worden, waarmee Jezus Christus bedoeld wordt en het verzamelingswerk van God uit de verstrooiing.

Een tweeledige oogst wordt rijp

In de oogsttijd zal pas het onkruid, dat de vijand zaaide, van het koren gescheiden worden en vindt de volledige zuivering plaats. Dan krijgt de eenheid concreet gestalte: “Brengt het koren bijeen in mijn schuur” (=gemeente, die geestelijk volwassen geworden is) (Matth. 13:30c).

Daaraan voorafgaand voltrekt zich het proces van ontwikkeling en rijping naar “volkoren”, dat wil zeggen: het volle koren in de aar (Marc. 4:28-29) en tegelijkertijd is het onkruid eveneens volgroeid geworden. Dat is de dolik of dolle tarwe, die alleen in kiem (zaad) en eindresultaat (vrucht) goed onderscheiden kan worden van de echte tarwe, maar tijdens de ontwikkeling van de halmen aanzienlijke gelijkenis met de tarwe vertoont!

“Zie, de Landman wacht op de kostelijke vrucht des lands (of: der aarde) en heeft geduld, totdat de vroege en de late regen erop gevallen is” (Jak.5:7). Daardoor brengt de oogst de rijpe, volwassen vrucht voort, namelijk de heerlijkheid van de volgroeide zonen Gods (vergelijk Hebr. 2:10, 2 Thess. 1:10 en Rom. 8:19).

De oprechten vinden elkaar

Steeds geldt het principe: “voor de oprechte gaat het Licht in de duisternis op” (Ps. 112:4). Dat zijn zij die de Here vrezen en van harte lust hebben in Zijn geboden (Ps. 112:1). Deze oprechten ervaren Gods geboden en bevelen niet als een zware last of als een noodzakelijk kwaad, zoals lauw ingestelde mensen dat kunnen beleven. De koers van de oprechten is te wijken van het kwaad (Spreuk. 16:17). God bewaart hulp voor de oprechten (Spreuk. 2:7), krachtige bijstand. De oprechten van wandel zijn Hem welgevallig (Spreuk. 11:20). Er staat geschreven: “Hallelujah. Ik zal de Here van ganser harte loven in de kring der oprechten en in de vergadering” (Ps. 111:1).

Hoeveel temeer wenst God een gemeente van oprechten, van rechtvaardigen in het Nieuwe Verbond! De Bijbel zegt dat in de gemeente van de levende God de goede werken aanstonds duidelijk zijn, en die (mensen) waarmede het anders gesteld is, KUNNEN NIET VERBORGEN BLIJVEN (1 Tim. 5:25). De zondaars houden (op den duur) geen stand in de vergadering van de rechtvaardigen (Ps. 1:5, vergelijk Ps. 125:3-5).

Gods werk tot eenheid en onze betrokken inzet

Het is de roep van God, om zijn volk te richten: “Vergadert Mij mijn gunstgenoten, die met Mij het verbond sluiten met offers” (Ps. 50:5). Offers spreken van toewijding tot discipelschap door alles op te geven, om God te dienen en Jezus te volgen. (Luk. 14:26-27,33). Zulke oprechten en getrouwen roept Hij uit de verwarrende Babylonische ballingschap van de christenheid, om hen te vergaderen tot EENHEID. Gods oog en gunst is op hen, Zijn welgevallen rust op het leven van de getrouwen, die naar Zijn Geest wandelen (vergelijk Ps. 101:5-7), al zijn de getrouwen schaars onder de mensenkinderen (Ps. 12:2).

Het is niet Gods wil dat wij lijdzaam en passief afwachten en alleen de gebrokenheid op het christelijk erf betreuren. Wij mogen in afhankelijkheid van de Here, maar dan ook in de kracht van God aan de slag gaan, ieder naar zijn vermogen met de opdracht om deernis te hebben met het puin van Sion (Ps. 102:15).

Geestelijke tempelreiniging

Van onze kant geldt ook een immense opdracht, om te werken aan en te zoeken naar “dwarsverbindingen” onder het schitterende motief: “Jaag naar gerechtigheid, naar trouw, naar liefde en vrede met hen, die de Here aanroepen uit een REIN hart” (2 Tim. 2:22b). Zo mogen we wandelen met een rein én ruim hart op de smalle weg van Jezus! De poort is eng en nauw (Matth. 7:13-14), maar ons hart mag wijd openstaan om niet buiten te sluiten die God heeft binnen gelaten (2 Kor. 6:11-13; 2 Kor. 7:2). Paulus vermaande “gij moet ruimer worden”, maar natuurlijk niet in de verbinding met het kwade (2 Kor. 6:13-18).

Deze tekst in 2 Tim. 2:22b met een duidelijk appèl tot geestelijke eenheid staat in verband met 2 Tim. 2:19, het ongeschokt staan van het hechte fundament van God met dit merk: “de Here kent de zijnen” (dat is Gods kant van de zaak: Hij alleen kan werkelijk naar het hart beoordelen en weten wie de zijnen zijn. Zelfs als er slechts een getrouwe rest van 7000 overblijft, zoals in de dagen van Elia!), en: “Een ieder, die de naam des Heren noemt, breke met de ongerechtigheid” (dat is onze kant van de zaak: wij hebben de opdracht en verantwoordelijkheid, om af te staan van of ons te onttrekken aan de ongerechtigheid).

Twee soorten voorwerpen en twee soorten bouwmateriaal

Hij vergelijkt dan de algemene christenheid met een groot huis (2 Tim. 2:20). In dat huis zijn er voorwerpen van goud en van zilver, maar ook van hout en van aardewerk.

Wij kunnen dit vergelijken met 1 Kor. 3:12-15, waar gesproken wordt over het bouwen op het fundament met goud, zilver en edelgesteente (onvergankelijke materialen, die vuurbestendig zijn), of men bouwt met hout, hooi en stoppelen, waarover we lezen dat zij schade lijden, omdat hun werk verbrandt, al zullen zij zelf gered worden, maar als door vuur heen. Wij zien hier het grote onderscheid tussen geestelijke en vleselijke christenen (1 Kor. 3:1-4). Hoe belangrijk is het dat wij weten dat wij Gods tempel zijn, die heilig is en dat de Geest van God in ons woont (1 Kor. 3:16-17). Hoe zouden wij dan niet zuiver leven? “De heiligheid is Uw huis tot sieraad” (Ps. 93:5). Laten wij daarom kappen met elke (bewuste) ongerechtigheid!

Als wij dan weer lezen in 2 Tim. 2:20 (NBV en NBG), dan zien wij dat de gouden en zilveren voorwerpen zijn voor bijzondere gelegenheden (eervolle bestemming) en dat de houten en aarden voorwerpen in het grote huis zijn voor dagelijks gebruik (minder eervolle bestemming). Vervolgens zien wij waar het om gaat: ”indien iemand zich van alle kwaad gereinigd heeft, zal hij een voorwerp zijn met eervolle bestemming, geheiligd, bruikbaar voor de eigenaar, voor iedere goede taak gereed” (2 Tim. 2:21).

Daarna volgt dan: “schuw (mijd, ontvlucht) de begeerten der jeugd” (2 Tim. 2:22a). Daaronder kunnen gerekend worden onder meer de ongeremde seksuele lusten, de drang naar materialisme en rijkdom, de hang naar oeverloze pleziertjes en genot, de jacht naar een enorme, grootse carrière en openheid tot revolutionaire ideeën tegen maatschappelijk of gemeentelijk gezag in, dat tot een crisis kan leiden.

Men kan in het huis van God niet tegelijk God dienen EN het kwaad blijven verdragen. Het is belangrijk te weten hoe men zich behoort te gedragen in het huis van God, dat is de gemeente van de levende God, een pijler en fundament der waarheid (1 Tim. 3:15). Daar kan men geen valse leringen tolereren en evenmin mensen die leringen van boze geesten en dwaalgeesten vasthouden, dat is afval (1 Tim. 4:1). Het gaat er daarbij om ons met ernst en wel beproefd ten dienste van God te stellen, als een arbeider die zich niet behoeft te schamen, maar rechte voren trekt bij het brengen van het woord der waarheid (2 Tim. 2:15) en daarna zegt de apostel dat wij de onheilige, holle klanken moeten mijden van dwaalleraars als Hymeneüs en Filetus, die hij bij name noemt (2 Tim. 2:16-18, vergelijk 2 Tim. 3:5 en 2 Kor. 6:14-18).

Daarbij geeft hij aan: “Blijf dit in herinnering brengen en betuig in de tegenwoordigheid van God, dat men geen woordenstrijd moet voeren, die tot niets nut is, (ja) verderf brengt aan wie ernaar horen” (2 Tim. 2:14). Er worden helaas vele discussies over Gods Woord gevoerd, in plaats van er eenvoudigweg aan te gehoorzamen. Een dergelijke discussiesfeer – met argumentatiedrang en sterke meningen tot eigen gelijk – heeft een heel negatieve uitwerking op wie ernaar horen. Het gaat erom dat we voor Gods aangezicht staan en samen Zijn wil doen, in plaats van over Gods wil te redeneren en te discussiëren. In de gemeente van de levende God gaat het er nooit om je eigen, menselijke wil te laten prevaleren of door te drukken, om een discussie te winnen. Een vruchtbare gedachte(uit)wisseling is iets heel anders. Echter, zij die de wil van de hemelse Vader in hun leven gehoorzamen, worden één!

Het gaat in 2 Tim. 2 over twee soorten voorwerpen en in 1 Kor. 3 over twee soorten bouwmateriaal. Laten wij ons verenigen met hen die de Here aanroepen uit een rein en zuiver hart! Zij jagen immers naar gerechtigheid, naar trouw, naar liefde en vrede (2 Tim. 2:22b)! In de praktijk betekent dit een scheiding met het naamchristendom en met een natuurlijk, vleselijk en aardsgericht christendom, dat de kracht ervan verloochent (2 Tim.3:5). Er is veelvuldig getracht Babel te genezen, maar het is niet te genezen: verlaat het en laten wij gaan (Jer. 51:8-9, vergelijk Jes. 52:11; Openb. 18:4). Verbetering en verandering – door zo velen geprobeerd – is niet te bewerkstelligen!

Met hen die de zonde willen vasthouden of vergoelijken kunnen wij niet in geestelijke gemeenschap verkeren! Wanneer de grondslagen (fundamenten) zijn vernield, wat kan dan de rechtvaardige doen? (Ps. 11:3). Wij zullen moeten breken met een compromischristendom, dat niet al zijn wortels heeft uitgeslagen in Gods Woord, maar ook de wereld en haar begeren wil vasthouden, openbare zonden toestaat, vleselijke twisten gedoogt en aan leringen van de boze geen halt toeroept.

Geen halve waarheden

Wij moeten hierbij denken aan de woorden van de stichter van het Leger des Heils, William Booth:

Het grootste gevaar van de komende eeuw zal zijn:

  • een religie zonder de heilige Geest
  • een christendom zonder Christus
  • vergeving zonder bekering
  • verlossing zonder wedergeboorte
  • een hemel zonder hel.

Aan dit rijtje zouden we bijvoorbeeld toe kunnen voegen:

  • genade zonder waarheid
  • geloof zonder gehoorzaamheid
  • liefde zonder heiligheid
  • het bloed van Christus zonder Zijn weg te gaan.

Herstel van de gemeenschap tussen de oprechten

Nu willen we spreken tot de oprechten van hart, voor wie – naar de belofte in Ps. 112:4 – het licht opgaat! Zij hebben een hemelse roeping (Hebr. 3:1) en gezindheid en willen de geestelijke weg van God in de kracht van de Geest ten einde toe bewandelen! Zullen vinden elkaar tot gemeenschap!

Kent u iemand met wie – als u goed nadenkt – de gemeenschap is verstoord geraakt sinds korte of langere tijd, of dat het in elk geval niet soepel ligt: bel, schrijf of mail een dergelijk persoon, of maak daadwerkelijk een afspraak voor een bezoek!

Laten wij luisteren naar datgene waar de heilige Geest ons attent op maakt en praktisch daarnaar handelen. Dit om verhoudingen uit eigen initiatief in het reine te trekken door waar mogelijk op onderdelen vergeving te vragen tot verzoening, zoveel als in ons vermogen ligt!

Er wordt veel te vaak op de andere kant gewacht, maar dat is de verantwoordelijkheid van die ander! In vele gevallen was het niet nodig dat de gemeenschap teloor is gegaan. Hoe geweldig als er door Gods genade en Gods wijsheid iets opgelost en hersteld kan worden.

Wilt u moeite doen om een ‘ijsbreker’ te zijn? Als door een hernieuwd contact opnemen het ‘ijs’ gebroken kan worden, dan is de aanzet tot verder herstel aanwezig.

Het kan toch niet zo zijn dat er ‘doodleuk’ wordt gedacht of gezegd dat er om weer een gesprek aan te gaan met die ander, waarmee een verstoorde relatie is ontstaan, er “eerst nog heel veel water door de Rijn zou moeten gaan”? Daar kunnen we weloverwogen, maar spoedig actie ondernemen van onze kant, los van de bijgedachte dat die ander wel ‘onontvankelijk’ zal zijn, of iets dergelijks. Als God een deur (opnieuw) opent, laten wij dan daardoor naar binnen gaan en die ander, wat ons aangaat, tegemoet treden!

Als u een andere gemeente in uw woonplaats kent, die veel meer overeenkomt met die waar u komt, dan dat zij daarvan verschilt: zoek contact, maak concrete toenadering, om elkaar in Christus te vinden met als doel, om in elk geval samen te werken en waar mogelijk helemaal samen te gaan.

Neem het initiatief een brief vanuit uw gemeente naar een andere, om te beginnen nauw verwante gemeente in dezelfde plaats te schrijven met een gericht verzoek, om elkaar te ontmoeten. Uiteraard is het dan aan die andere gemeente, om positief te reageren en het verzoek te honoreren, of te besluiten er niet op in te gaan, om welke redenen ook.

Voorzichtigheid en zorgvuldigheid zijn ongetwijfeld nodig, om samen onder ogen te zien in hoeverre de overeenstemming en affiniteit tussen twee plaatselijke gemeenten reikt qua leer, leven en gemeenschap volgens Gods Woord. Merk desondanks scherp op dat de duivel altijd zal trachten allerhande onnodige vertragingen in te bouwen, om het op gang komen van een dergelijk proces op een laag pitje te houden, of dit te laten verzanden in eindeloze gesprekken.

Getuigenis naar de wereld

Broeders en zusters, die niet langer in gescheidenheid blijven hangen, maar elkaar gaan zoeken en ontmoeten, zijn een geweldige zegen. Het is heerlijk er zovelen als mogelijk enigermate te leren kennen met wie we dankzij Jezus Christus in alle eeuwigheid samen zullen leven! Deze gemeenschap willen we nu al zoveel als het mogelijk is en onze lichaamsgrenzen het toelaten met elkaar beoefenen! Wij kunnen en mogen niet het contact met oprechte broeders en zusters afhouden, of uitstellen met een bij wijze van spreken “tot ziens in de hemel”. Het is veel mooier elkaar op aarde als christenen te ontmoeten, want als men dat pertinent weigert, is het nog maar de vraag of men elkaar in de hemel wel treft. Dat is geen automatisme.

Gemeenten, die zich met elkaar gaan verenigen, zijn een enorm getuigenis in een stad of dorp naar de wereld toe!

Laten wij van deze in- en opstelling gegrepen zijn, om ware eenheid te zoeken en te vinden, die als basis reine harten heeft, die God kan doen samensmelten!

Volkomen eenheid

In Johannes 17, waar Jezus bidt om eenheid, is het treffend dat het daar niet gaat om een theoretisch leerstuk van de “drie-eenheid”. Het gaat daar om de praktische eenheid, die er is tussen de Vader en de Zoon, opdat diezelfde eenheid door middel van de volheid van (de) heilige Geest ook tot werkelijkheid zal komen tussen de zonen Gods, die delen in de goddelijke natuur (Joh. 17:21-24, vergelijk 2 Petr. 1:4; Hebr. 2:10; Rom. 8:29; 2 Thess. 1:10). De Vader en Zoon zijn twee personen, die volkomen één zijn in denken, streven en handelen. Deze volledige harmonie en heiliging mag ook geheel en al tot stand komen bij de volwassen zonen Gods! (1 Thess. 5:23).

Terecht noemde een mij bekende broeder dat eens een VEEL-EENHEID! Deze eenheid zal door Woord en Geest gerealiseerd worden! Wij denken aan de ‘144.000’ eerstelingen (een symbolisch getal van een volheid van 12x12x1000), de losgekochten van de aarde, die samen met het Lam op Sion staan, op wier voorhoofden zijn naam en de naam Zijn Vaders geschreven stonden (Openb. 14:1-5). Het wezen Gods is in hun denken en door “het Lam te volgen, waar Hij ook henengaat”, ook in hun leven en daden: “en in mond is geen leugen gevonden, zij zijn onberispelijk” (vergelijk Christus “in wiens mond geen bedrog is gevonden”, 1 Petr. 2:21-22). Zij verlangen niet alleen naar onberispelijkheid, maar worden in geest en waarheid onberispelijk!

Het ‘isolatiemateriaal’ van de zonde zal daarbij volledig weggereinigd en de machten der duisternis uitgebannen dienen te worden. Deze schare van overwinnaars zal zich verwijderd hebben van het ‘verdeel en heers-‘principe door de machten der duisternis. Dan geldt: de overste der wereld komt en heeft aan de zonen Gods niets (vergelijk Joh.14:30). Zij zijn niet meer te berispen!

Daarom: zal dit gebed van Jezus om eenheid in Johannes 17 verhoord worden? JA! “Zelf wist Ik dat Gij Mij ALTIJD verhoort…” had Jezus immers eerder gezegd (Joh. 11:42). Een machtige zaak om te geloven en er ons in het geloof naar uit te strekken!

Jildert de Boer

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.