DE WERKINGEN VAN DEMONEN DEEL 1

De werkingen van demonen deel 1

Marc. 3:14-15; Luk. 9:1-1-2; Luk. 10:1,17-20

Zijn demonen voor de Middeleeuwen of bestaan ze alleen in sprookjes?

Misschien hebt u wel eens gehoord van de heksenwaag in Oudewater die dateert uit 1482. Daar werden heksen gewogen en te licht bevonden. Men beschouwde heksen als van de duivel bezeten personen. Dat heksen zogenaamd op een bezemsteel konden vliegen was, omdat ze zo licht waren. Men liet een vermeende heks te water om de proef op de som te nemen. Als de persoon zonk, was het geen heks, maar als de zogenaamde heks bleef drijven, dan was dat de lakmoesproef om iemand tot heks te verklaren. Zo zijn er in de Middeleeuwen vele heksen op de brandstapel terecht gekomen.

In de Middeleeuwen meende men boze geesten te kunnen verdrijven door hard kerkkloklawaai vanuit de toren. Boze geesten komen in sprookjes voor als heksen of boze feeën, evenals engelen wel worden beschouwd als elfjes in sprookjes.

In de Bijbel geloofden de Sadduceeën niet dat er een opstanding is en evenmin geloofden zij in engelen en geesten (Hand. 23:8). Zo is het nu nog steeds onder moderne theologen die niet in opstanding, engelen en demonen geloven.

Demonen bestaan echt

Voor ons die in de Bijbel geloven zijn boze geesten een realiteit. Zij bestaan echt. Jak. 2:19 zegt: “u gelooft dat God één is en daar doet u goed aan, maar ook de demonen geloven en zij sidderen.” In plaats van boze geesten spreken we ook wel van demonen, van gevallen engelen en van machten van de duisternis. Het zijn engelen die aan hun oorsprong ontrouw geworden zijn, zegt de Bijbel. Het zijn de trawanten van satan in zijn demonenleger. Je kan zeggen dat de lucht bezwangerd is van demonen, al kunnen we hen niet zien. Het wemelt ervan in de onzichtbare wereld. Toch zijn alle demonen bij elkaar niet alomtegenwoordig, zoals God dat is.

God blijft altijd boven satan en zijn demonen staan en als wij in Christus zijn en gedoopt in Gods Geest, dan kunnen wij ons ook geestelijk verheffen boven hen en hoeven wij geen angst of vrees voor demonen te koesteren of ons door hun geweld te laten intimideren. Maar demonen zijn er wel en het is verstandig rekening met deze boze geesten te houden. Daarbij is het wel belangrijk om te weten dat de staart van de draak het derde deel van de sterren van de hemel veegde – dat zijn de engelen – en wierp die op de aarde  (Openb. 12:4). Dat betekent dat twee derde van de engelen goede engelen zijn en dat moeten we goed in de gaten hebben en onthouden. Houd ook rekening met de goede kant in de geesteswereld. Wij zijn genaderd tot tienduizendtallen van engelen zegt Hebr. 12:22-23.

De activiteit van demonen toen Jezus op aarde was en nu in de eindtijd

Toen Jezus als mens en als Zoon van God op aarde wandelde, was er een sterk verhoogde activiteit van satan en zijn boze geesten. Hoe vaak immers dreef Jezus de demonen uit. Hij is gekomen om voor gevangenen vrijlating uit te roepen en voor gebondenen opening van de gevangenis (Jes. 61:1c). Jezus sprak: “De dief komt alleen maar om te stelen, te slachten en verloren te laten gaan, maar Ik ben gekomen, opdat zij leven hebben en overvloed hebben” (Joh. 10:10). We lezen “hoe God Jezus van Nazareth gezalfd heeft met de Heilige Geest en met kracht en hoe Hij het land doorgegaan is, terwijl Hij goeddeed en allen die door de duivel overweldigd waren, genas, want God was met Hem” (Hand. 10:38).

We moeten goed op onze qui-vive zijn dat in de eindtijd de demonische activiteit ook zeer hoog zal zijn. Er staat: “wee hun die de aarde en de zee bewonen, want de duivel is naar beneden gekomen, naar u toe, in grote woede, omdat hij weet dat hij nog maar weinig tijd heeft” (Openb. 12:12). Voor ons in het dus zaak dat wij geestelijk in de hemel wonen en in Christus gezet zijn boven alle overheid en macht en kracht en heerschappij en elke naam (Ef. 1:20-21). Maar op aarde heerst nu nog steeds de vorst van deze wereld.

Jezus heeft in principe de duivel overwonnen, maar wij moeten strijden tegen demonen die ons belagen

Er is een leer die zegt dat Jezus alle demonen heeft overwonnen en dat wij dat niet meer hoeven te doen.. Het gevaar van die uitspraak is dat het een halve waarheid is. Inderdaad zijn het vijanden die in principe al verslagen vijanden door het werk van Christus, zoals we lezen: “Hij heeft de overheden en de machten ontwapend, die openlijk te schande gemaakt en daardoor over hen getriomfeerd” (Kol. 2:15). Echter, ook al heeft Jezus op Golgotha de kop van de slang vermorzeld, hij kan altijd nog in onze hiel bijten om onze geestelijk groei te belemmeren of in elk geval te stagneren (Gen. 3:15). Wij moeten dus rekenen houden met onze geestelijke vijanden. Iemand zei eens: “satan is maar een gevallen engel”, maar met zo’n uitspraak onderschatten we de macht die hij nog heeft en kan uitoefenen en er is een gevaar om demonenblind te zijn. Wij moeten waakzaam zijn, niet om overal achter elke boom een demon te zien – dan overschatten we hem – maar wel dat wij beslist de hele wapenrusting van God aan moeten trekken om stand te houden tegen de boze machten die ons in de geestelijke wereld aanvallen.

Een voorbeeld: machten van onreinheid

Ik denk alleen maar aan die mannen en vrouwen die als christenen voor de bijl gingen door toe te geven aan onreine geesten, waardoor ze in overspel terecht zijn gekomen. Zij hadden op dit gebied een gat in hun wapenrusting en waren niet oplettend genoeg in de verzoekingen, waardoor ze erin tuinden en zo zichzelf en hun huwelijk beschadigden. Laten wij ook op dit terrein altijd alert blijven, dat onze gevoelens niet met ons op de loop gaan, waardoor wij misleid en betoverd kunnen worden door het zogenaamd ‘groenere gras’ bij een andere vrouw of man en in gevaar kunnen komen om een scheve schaats rijden. Is dit toch gebeurd, dan kan God bij een eerlijke belijdenis van zonde vergeven en herstellen, maar ontrouw in het huwelijk richt veel schade aan voor jezelf en je omgeving.

Wij moeten nog steeds strijden tegen de demonen die ons belagen, al heeft Jezus de duivel in principe op Golgotha overwonnen. Dat strijden is om te leren overwinningen te boeken op onze geestelijke vijanden en meer en meer verlost te worden van de boze.

Gezag en macht over demonen en de grote opdracht

In Marc. 3:14-15 lezen we: En Hij stelde er twaalf aan om:

  • Bij Hem te zijn en
  • Om hen uit te zenden om te prediken, en
  • Macht te hebben om de zieken te genezen en
  • De demonen uit te drijven.

Hier staat: en prediken en zieken genezen en boze geesten uit te drijven en dit staat ook op verschillende andere plaatsen in het Woord (Matth. 10:1,8; Marc. 6:7; Luk. 9:1-2; Luk. 10:1, 17-26).

Wat Jezus deed, mogen en kunnen ook wij doen. In Luk. 10:18-19 zegt Jezus: “Ik zag de satan als een bliksem (lichtflits, NBV) uit de hemel vallen. Zie, Ik geeft u macht (= gezag, autoriteit) om op slangen en schorpioenen te trappen en macht en over alle kracht van de vijand; en niets zal u schade toebrengen.” Dus over de geesten in de lucht, maar ook over de doodsmachten en verderfengelen in het dodenrijk. Die zullen namelijk als sprinkhanen en schorpioenen los komen als de put van de afgrond bij de vijfde bazuin geopend worden (Openb. 9).

In Marc. 16:17 lezen we over de tekenen die de gelovigen zullen volgen en als eerste wordt genoemd: “in Mijn Naam zullen zij demonen uitdrijven… en verder “slangen zullen zij oppakken.” Niet de slangen of adders in het bos om die vanmiddag op te gaan zoeken en ook niet dat we gaan handelen zoals extreme pinkstergroepen hebben gedaan. Zij zetten bij de ingang van de samenkomst een bak met slangen neer, waarin je even een geloofstest mag doen door je hand erin te steken. Wij gaan ook vanmiddag niet naar het bos om adders te zoeken. Nee, we verstaan dat het gaat om geestelijke slangen, om demonen, en om geestelijke schorpioenen en dan gaat het over occult-weerspannige machten die in de afgrond gezeten hebben, zoals Openb. 9:4-5 ons leert. Over hen mogen wij macht, gezag en autoriteit uitoefenen. Als het in een zendingssituatie nodig is, dan kan God ook letterlijke slangen niet doeltreffend laten zijn wat hun gif betreft. Dit maakte Paulus mee toen hij met zijn medepassagiers op Malta was gestrand. Toen Paulus een bos takken op het vuur gelegd had, kwam er door de hitte een adder uit en die beet zich vast in zijn hand. Hij schudde het beest echter af in het vuur en leed geen enkel kwaad (Hand. 28:1-6).

Het uitdrijven van demonen gaat verder dan tegen iets bidden. Bidden is altijd goed, maar het verbreken van de werken van de duivel in mensen tot bevrijding van een binding is vaak nodig. Deze dingen zijn in de kerkgeschiedenis door ongeloof verdwenen en er is nog steeds onder christenen veel onkunde op dit gebied. Maar het uitwerpen van demonen is nog steeds een actuele opdracht aan ons. Want Jezus Christus is gisteren en heden Dezelfde en tot in eeuwigheid (Hebr. 13:8). God is niet veranderd. We mogen zingen: “Hij is de Dezelfde nu, bij Hem is geen verandering, Hij is Dezelfde nu” (Joh. De Heer 485). Of andere liederen zoals: “Daar zijn geen grenzen aan Jezus’ macht voor elk die wond’ren van Hem verwacht” en “Geloven alleen, alles is moog’lijk, geloven alleen” en “Ja, ‘t is Jezus, halleluja, ‘t is de kracht van Jezus en Jezus. Ja ’t Is Jezus, halleluja, ’t is de kracht van God en Jezus.” Zijn wij ons nog bewust dat ons die macht, dat gezag, die autoriteit gegeven en verleend is om te heersen over de demonen? Wij mogen werkelijk in Jezus’ naam het werk van de boze in mensen verbreken!

Het gaat altijd om bevrijding van mensen in Jezus’ naam, nooit door eigen kracht. De discipelen of de apostelen (=gezondenen) deden hetzelfde als de Meester. Jezus kwam en bracht “een nieuwe leer met gezag” (Marc. 1:27). Er staat geschreven: “Indien u iets vraagt in Mijn naam, Ik zal het doen” (Joh. 14:14). Wij moeten begrijpen dat dan alle twijfel en klein geloof weg, aan de kant, moet!

Welke middelen zijn er om demonen uit te werpen?

Jezus dreef de geesten uit door Zijn Woord (Matth. 8:16). Het Woord is het zwaard van de Geest. Dat Woord mogen we hanteren tegenover de vijand, vooropgesteld dat we dan wel het Woord moeten kennen. Anders kun je het geestelijke zwaard niet gebruiken.

Het gebeurde ook in de kracht van de Geest. “Als u door de Geest de demonen uitwerpt, dan is het Koninkrijk van God over u gekomen” (Matth. 12:28).

De machten werden gebonden en in de afgrond geworpen (Luk. 8:31). Dat is het verhaal van de bezetene van Gadara. Dat betekende pijniging, want het legioen demonen dat Jezus zou uitdrijven bij de bezetene te Gadara riepen: “Jezus, Zoon van God, wat hebben wij met U te maken? Bent U hier gekomen om ons te pijnen vóór de tijd?” (Matth. 8:29). Denk alleen maar aan de inactiviteit en werkeloos-zijn, om niet meer in en op mensen en desnoods dieren te kunnen parasiteren. Dat is een kwelling voor hen. Dat is in deze tijd de situatie in de duistere zijde van het dodenrijk waar demonen in kunnen worden geworpen en zij in de gevangenis van de afgrond opgesloten kunnen worden, daar waar Apollyon heerst en verderft.

Jezus zei een keer tegen de discipelen die zij vanwege hun ongeloof een demon niet uit een gebondene konden krijgen. Daarbij merkte Hij op dat dit geslacht of soort van demonen niet uitvaart tenzij door gebed en vasten (Matth. 17:19-21; Marc. 9:28-29). Op zo’n strijd tegen sterke en taaie demonen moet er daarom een goede voorbereiding zijn, omdat bevrijding van de gebonden mens anders niet tot stand komt. Sowieso is het goed minimaal met twee Geestvervulde christenen zo’n strijd aan te gaan. Daarbij is gebed, handoplegging en onderscheiden (1 Kor. 12:10) welke geesten er een rol spelen nodig.

Een hamvraag: wie zijn wij?

Je moet daarbij je identiteit en positie in Christus kennen en innemen en zelf geen onbeleden zonden vasthouden. Zorg dat je zelf alles in het licht hebt in je leven.

In Hand. 19:13-17 zien we de zeven zonen van Sceva als Joodse duivelbezweerders. Zij trachtten geesten te bezweren met een beroep op Jezus en Paulus met de formule “Wij bezweren u bij Jezus Die door Paulus gepredikt wordt.” De boze geest antwoordde en zei: “Jezus ken ik en van Paulus weet ik, maar WIE ZIJT GIJ?” Daarna sprong de boze geest via de man op hen af en overmeesterde hen en bleek sterker dan zij, zodat zij naakt en gewond uit dat huis vluchtten.

We zien hier dat bezweringsformules niet helpen, niet werken, maar de vraag is welke identiteit heb je? Onder wiens naam en onder wiens gezag treed je op? Ben je volledig in Jezus’ bloed gereinigd, zodat je in vrijheid met Gods kracht de boze aankunt? Jezus is gekomen om de werken van de duivel te verbreken (1 Joh. 3:8) en daarin mogen wij Gods medewerkers zijn om het werk van Jezus voort te zetten. In Dan. 11:32 (NBG-vert.) lezen we al: “Het volk dat Zijn God kent, zal sterk zijn en daden doen.”

De oorzaak achter de dingen: demonen zitten op het vinkentouw

Achter ziekte, last, druk, binding, beperking, vervorming en afremming zit veelal de werking van demonen. Denk aan het voorbeeld van een fietser wiens vooruit rijden bemoeilijkt wordt, omdat er een remblokje deels op de band zit, waardoor het fietsen belemmerd wordt. Je wordt afgeremd en zo kom je geestelijk maar moeizaam vooruit.

We denken ook aan het volgende voorbeeld (van J.E. van den Brink): Chinese vrouwen werden vroeger in hun jeugd aan hun voeten gebonden en zij meenden dat het voor het vrouw-zijn normaal was zich strompelend voort te bewegen.

Net zo menen vele christen dat zij maar moeten zien te leven met hun afwijkingen, onhebbelijkheden en gebondenheden en dit aan zichzelf te wijten hebben. Zij leven niet, maar slepen een bestaan voort. Hun innerlijke vergroeiingen hebben zich zo vervlecht met machten der duisternis, dat zij denken dat zij zelf zo zijn. Zij voelen zij er onlosmakelijk mee verbonden en denken dat zij zondaar tot de dood moeten blijven. Hoe heerlijk is het te weten en mee te maken dat zij er in de naam van Jezus van losgemaakt kunnen worden. Hoe goed is het om – in plaats van in deze gebondenheden vast te blijven zitten – bevrijd te worden van demonen die het normale christelijke leven afremmen, beperken of zelfs insnoeren.

Gradaties

Bij de inwerking en doorwerking van demonen op ons zouden we het volgende kunnen onderscheiden:

  • Beïnvloeding (van buitenaf) in het algemeen (sfeer)
  • Belagen: (de verleiding die mikt op jou en mij): de vurige pijlen van de boze (Ef. 6:16).
  • Besmetting (dat vreet al meer in)
  • Druk of pressie (van buiten je kwellend, zoals bij Paulus die een doorn in het vlees had, een engel van satan in 2 Kor. 12).
  • Belasting (dan is er een demon binnengedrongen).
  • Binding (dan houdt een demon je op één of meer sectoren vast), Ook een kind van God kan gebonden zijn. De leer die zegt dat een kind van God niet gebonden kan zijn klopt niet met de praktijk. Je komt gebondenheid op een bepaald vlak of gebied tegen bij kinderen van God. Het gaat om een geest en die kan er zijn op een bepaald terrein in je leven, terwijl Gods Geest ook in je woont. Kan dat samen voorkomen? Ja, vergelijk geesten met gassen die kleurloos en reukloos zijn en zich onderling kunnen mengen. Je ziet ze niet, maar ze zijn er wel.
  • Bezetenheid (dan is de wil van de mens voor 80%-100% bezet gebied van demonen die verwoesting in zo’n mens aanrichten). Dam zit de mens zelf in de kelder van zijn levenshuis opgesloten.

Welke benamingen worden er voor de duivel in de Bijbel gebruikt?

  1. Duivel=diabolos=door elkaar werper/gooier. Bijv. Matth. 4:1
  2. Satan=tegenstander. Bijv. Luk. 10:18.
  3. Boze, bijv. Joh. 17:15; Matth. 13:19,38; 1 Joh. 2:13.
  4. Beëlzebul (de aanvoer van de demonen. Het betekent: heer der woning). Zie: Matth. 12:24. In het OT lees je wel van Beëzebub= heer der vliegen. Denk aan demonen die als vliegen om je heen kunnen zwermen.
  5. Aanklager van de broeders. Zie: Openb. 12:10.
  6. Vader van de leugen. Zie: Joh. 8:44.
  7. Mensenmoorder van den beginne. Zie: Joh. 8:44.
  8. Verzoeker. Bijv. Luk. 4:2; 1 Thess. 3:5.
  9. Verleider/Misleider. Zie: Openb. 12:9; Openb. 20:8.
  10. God van deze eeuw. Zie 2 Kor. 4:4.
  11. Als een engel van het licht. Zie: 2 Kor. 11:14.
  12. Overste of vorst van deze wereld. Bijv. Joh. 14:30.
  13. Overste of vorst van de macht der lucht. Zie: Ef. 2:2.
  14. Morgenster (Lucifer (uit het Latijn)=lichtdrager). Zie: Jes. 14:12. Hij is gevallen door:
  15. Hoogmoed/trots tegen God.
  16. Jaloezie/afgunst op de mens en de plaats die God hem gaf.
  17. Rebellie/verzet/weerspannigheid tegenover God.
  18. Ontrouw/ongehoorzaamheid aan God.
  19. Slang. Zie: Jes. 27:1; 2 Kor. 11:3; Openb. 12:9,14; Openb. 20:2.
  20. Draak. Zie: Openb. 12:3,7,9; Openb. 20:2.
  21. Brullende leeuw. Zie: 1 Petr. 5:8.
  22. Leviathan. Zie Jes. 27:1.

Satan is in de hemel begonnen. Zijn afgang gaat steeds verder naar beneden: hemelse gewesten – aarde – afgrond – poel van vuur.

Hoe is het met onze strijd als satan ons aanklaagt? Als satan ons wil herinneren aan ons verleden met “toen deed je dat verkeerd en toen heb je daar gezondigd”, herinner hem dan aan zijn toekomst! Dat is het eeuwige vuur dat voor de duivel en zijn engelen bereid is (Matth. 25:41 en Openb. 20:10).

Jildert de Boer © Verdieping en Aansporing.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.