ZUIVER MONOTHEISME: er is één God

Kanttekeningen bij de zogenoemde ‘drie-eenheid’

De ‘enige God’ uit Deuteronomium 6:4 wordt bevestigd in het nieuwe testament

De Joden gaan sterk uit van de eenheid van God, oftewel van één wezen. Dat is verwoord in hun geloofsbelijdenis: “Hoor Israël! De HEERE, onze God, de HEERE is één.”[1] Dat betekent zowel dat Hij onverdeeld is als dat Hij enig in Zijn soort is (geen polytheïsme of veelgodendom of een tritheïsme van drie goden).

Geeft het nieuwe testament ons daar een andere voorstelling van? Dat is niet het geval. Jezus nam dit zogenoemde shema ongewijzigd uit het oude testament van Mozes over. Een Schriftgeleerde vroeg Jezus eens: wat is het eerste van alle geboden? “Jezus antwoordde hem: Het eerste van alle geboden is: Hoor Israël, de Heere, onze God, de Heere is één.[2] Hij vulde dit met het oog op het nieuwe verbond niet aan door bijvoorbeeld te zeggen dat Hijzelf en de Heilige Geest ook God zijn. De Schriftgeleerde die hem de vraag naar de eerste van alle geboden gesteld had, concludeerde daaruit: “Juist, Meester, U hebt naar waarheid gezegd dat God één is, en er is geen ander dan Hij.”[3]

Niet alleen Jezus nam dit over, maar ook Paulus deed dat: “Het is toch één en dezelfde God, Die besnedenen rechtvaardigen zal uit het geloof en onbesnedenen door het geloof?”[4] Jakobus haalde dit eveneens aan: “U gelooft dat God één is en daar doet u goed aan. Maar ook de demonen geloven dit en zij sidderen.”[5] God bestaat uit één, ongedeeld wezen: “God is één.”[6] Dit alles pleit zonneklaar voor een enkelvoudige God.  Mozes, Jezus, Paulus en Jakobus zitten hierin allemaal op dezelfde golflengte.

Voor Joden en Moslims is de drie-eenheidsleer een enorm obstakel om tot geloof te komen en christen te worden. Een deel van de Messiasbelijdende Joden en ook sommige Messiaanse gemeenten in Nederland wijzen de drie-eenheid (trinitarisme) af en zijn dus unitarisch. Er heerst hierbij wel een misverstand, omdat er ook een vrijzinnig unitarisch universalisme bestaat, maar waar ik het over heb, dat is bijbels unitarisme.

De Bijbel leert zonneklaar dat er slechts één God is. Er is geen sprake van polytheïsme, zoals dat veelvuldig voorkomt (buiten het christendom, het jodendom en de islam) in de andere wereldgodsdiensten. De christelijke traditie heeft voor het overgrote deel ervoor gekozen dat er binnen die ene God meerdere personen zouden zijn, namelijk Vader, Zoon en Heilige Geest die alle drie God zijn. Dat is een onbegrijpelijk iets. De vraag rijst nu of er inderdaad een meervoudige of multi-God is of dat God enkelvoud is en slechts God de Vader werkelijk GOD is, de Allerhoogste. Dus niet één wezen, bestaande uit drie personen. Het verschil tussen een ‘wezen’ en een ‘persoon’ is heel lastig uit te leggen. Meestal moet men een verklaring schuldig blijven, om het ‘onbegrepen’ aan te nemen.

De een-voudige God

We willen nu nagaan aan de hand van teksten uit het oude testament of God een enkele God is of dat er aanwijzingen zijn dat er in God meervoudigheid is:

  • “…opdat u zou weten dat de Heere God is, niemand anders dan Hij alleen.[7]
  • “Daarom moet u weten en ter harte nemen dat de Heere God is, boven in de hemel en beneden op de aarde, niemand anders![8]
  • “Zie nu in dat Ik, Ik Die ben. Er is geen God naast Mij.”[9]
  • “U bent Mijn getuigen, spreekt de Heere, en Mijn dienaar die Ik verkozen heb, opdat u het weet en Mij gelooft, en begrijpt dat Ik Dezelfde ben: vóór Mij is er geen God geformeerd en na Mij zal er geen zijn.[10]
  • “Zo zegt de Heere, de Koning van Israël, zijn Verlosser, de Heere van de legermachten: Ik ben de Eerste en de Laatste, en buiten Mij is er geen God.”[11]
  • “Want u bent Mijn getuigen; is er ook een God buiten Mij. Er is geen andere Rots, Ik ken er geen.[12]
  • “Ik ben de Heere, en niemand anders, buiten Mij is er geen God…[13]
  • “Ben Ik het niet, de Heere? Buiten Mij is er geen andere God, een rechtvaardig God, een Heiland; er is niemand behalve Ik.”[14]
  • “Een God behalve Mij mag u daarom niet erkennen, en buiten Mij is er geen Heiland.”[15]
  • “”..dat Ik de Heere, uw God ben, en niemand anders.”[16]
  • “Hebben wij allen niet één Vader? Heeft niet één God ons geschapen?”[17]

God is enkelvoudig, niet meervoudig

Al deze verzen uit het oude testament getuigen niet van een tweevoudige of een drievuldige God, maar van een enkele God. Zoals gezegd, het shema getuigt: “Luister Israël! de HEERE, onze God, de HEERE is één!”[18] Hij is de enige God! Hij is de unieke God. 

Hoe dacht Jezus erover? Bouwde Jezus deze uitspraak uit? Nee, het shema werd door hem herhaald in de meest letterlijke zin en daarna citeerde Hij de twee grootste geboden.[19] De Schriftgeleerde die hem de vraag naar de eerste van alle geboden gesteld had, concludeerde daaruit: “Juist, Meester, U hebt naar waarheid gezegd dat God één is, en er is geen ander dan Hij.”[20] In het nieuwe testament is Hij de “God en Vader van onze Heere Jezus Christus.”[21] Nergens noemt Jezus Zichzelf God en van de heilige Geest wordt dat evenmin gezegd. De conclusie luidt: Er is geen andere God dan Jahweh.

Men wil geen tritheïsme (driegodendom), maar als je in de praktijk drie personen aanroept als God (waarbij voor de heilige Geest een bijbels voorbeeld tot aanbidding ontbreekt) kom je daar toch dichtbij in de buurt, al belijdt men officieel één God, bestaande uit drie personen, de ‘drie-eenheid’, een begrip dat niet voorkomt in de Bijbel.

Dat is in wezen geen zuiver monotheïsme. De uitdrukking “de enige God” staat op vier plaatsen.[22] In het Grieks staat er in die verzen mono theo waar ons woord ‘monotheïsme’ vandaan komt.


De ‘drie-eenheid’ terugprojecteren in het oude testament?

Het komt voor dat men Jezus of de ‘drie-eenheid’ terug projecteert als aanwezig zijnde in het oude testament. Bij Christus zien sommigen de ‘engel des HEEREN’ en de ‘engel des verbonds’ als een oudtestamentische openbaring van de zogenaamde ‘eeuwige Zoon’ (geen bijbelse uitdrukking). Dat is moeilijk aan te tonen, al zijn er diverse situaties waarin de Engel des HEEREN, dus de engel van Jahweh namens Jahwe optreedt. Ook in het nieuwe testament gebeurt het dat Jezus optreedt als God, namens God, zonder God Zelf te zijn.

Een voorbeeld van de ‘drie-eenheid’ meent men te zien in het verhaal uit Genesis 18 dat drie mannen aan Abraham verschijnen. Wanneer men het verhaal echter goed leest, dat ziet men dat het de HEERE betrof met twee engelen.[23]

Elohim, welke betekenissen kan dit woord hebben?

Zijn er in het oude testament geen verwijzingen of aanwijzingen naar een meervoudigheid in God? Er wordt gesteld dat er meerdere personen van de Godheid verantwoordelijk waren voor de schepping. Dat baseert men op: “En God zei: Laten Wij mensen maken naar Ons beeld, naar Onze gelijkenis.”[24] Het woord ‘Elohim’ heeft een meervoudsvorm en kan duiden op ‘goden’. Men meent bij dit ‘Ons’ dat de Vader hier spreekt tegen de Zoon en de Heilige Geest in een soort goddelijk overleg, om samen te beraadslagen. Joodse uitleggers zijn nooit tot deze conclusie gekomen en het oude testament komt niet tot deze drievoudigheid.

In het volgende vers staat een enkelvoud: “En God schiep de mens naar Zijn beeld; naar het beeld van God schiep Hij hem; mannelijk en vrouwelijk schiep Hij hen.”[25] Het begrip ‘Ons’ wordt op nog drie andere plaatsen in het oude testament gebezigd.[26] De uitleg of verklaring van het woord ‘Ons’ op deze vier Schriftplaatsen kan men zien als een verwijzing naar engelen, Gods boodschappers. Er staat geschreven dat de engelen betrokken waren bij de schepping: “Waar was u toen Ik de aarde grondvestte… Waarop zijn haar pijlers neergezonken? Of wie heeft haar hoeksteen gelegd, toen de morgensterren samen vrolijk zongen, en al de kinderen (zonen, NBG-vert.) van God juichten?”[27] De morgensterren en de zonen van God wijzen hier op de engelen. Ook in andere Schriftplaatsen wordt met ‘elohim’ engelen bedoeld.[28] In Jesaja wordt met ‘Ons’ naar God en de serafs verwezen.[29] In een ander gedeelte lezen we: “Ik zag de Heere op Zijn troon zitten, en heel het hemelse leger stond bij hem, aan Zijn rechterzijde en aan Zijn  linkerzijde.”[30] Uit dit leger trad een geest naar voren die een leugengeest was, zoals blijkt uit het vervolg. Behalve de goede engelen is er sprake van gevallen engelen die als ‘goden’ aangeduid kunnen worden. In het verhaal van Saul bij de waarzegster van Endor wordt ‘elohim’ gebruikt, om geesten van doden aan te duiden.  In een psalm wordt ‘elohim’ vertaald met goden, zonen van de Allerhoogste[31]en daar slaat het op mensen. In Exodus vinden we een toepassing van ‘elohim’ op Mozes: “Toen ze de Heer tegen Mozes: Zie, Ik heb  u voor de farao tot een god gemaakt en uw broer Aäron zal uw profeet zijn.”[32] De heidense goden Dagon en Kamos worden ook als ‘elohim’, als ‘god’ aangeduid.[33]

“Want al de goden van de volken zijn afgoden.”[34]


De Messias wordt ook als ‘elohim’ aangeduid en bij de Messias denk je toch zeker aan één persoon.[35]

Daarom doet het gekunsteld aan het woord ‘elohim’ bij de Schepping in Gen. 1 toe te passen op een drie-eenheid, terwijl het volk Israël het woord ‘elohim’ anders gebruikte, doorgaans in een enkelvoudige betekenis. Het is een geforceerd inpassen van een in de nabijbelse tijd ontwikkelde dogmatische term in de woorden van het oude testament. Het is daarom mogelijk het woord ‘Ons’ in het scheppingsverhaal van Genesis 1 te interpreteren als de engelen, de hemelse legermachten die door God betrokken werden in Zijn scheppingswerk. Dat neemt niet weg dat we lezen: “Door het Woord van de HEERE is de hemel gemaakt, door de Geest van Zijn mond heel hun legermacht.”[36] “Want Hij (God) spreekt (= Woord) en het is er, Hij gebiedt en het staat er.”[37] De Christus was als Woord reeds in de gedachten van God die Hij uitte door te spreken. Van de Geest staat bij de schepping dat Hij over de wateren zweefde (broedde). De Geest van Zijn mond was eveneens scheppend bezig.

Laat Ons mensen maken … (in meerdere opzichten)

Met het ‘laat Ons mensen maken’ schiep God allereerst Adam en schakelde hem in als medearbeider en partner. Met de bedoeling dat de mens(heid) zich zou gaan ontwikkelen, niet alleen als natuurlijk mens, maar ook als geestelijk mens met Wie God gemeenschap kon hebben. Toen Adam en Eva in zonde vielen en er een breuk kwam in de verhouding tussen God en mens en de mensen onder de heerschappij van boze engelen kwamen te staan, was toch in Gods gedachten het verlossings- en herstelplan gereed:  “het Lam, dat geslacht is, van de grondlegging van de wereld af.”[38] God hield -ondanks de kink in de kabel door de zonde – vast aan zijn hoge plan met de mens: Hij had hem “met eer en heerlijkheid gekroond. God doet hem heersen over de werken van Zijn handen. God heeft alles onder zijn voeten gelegd.”[39] God hield vast aan Zijn voornemen, ondanks de ontstane situatie waarbij de duivel tijdelijk vorst van deze wereld werd.

Dit goddelijke voornemen kreeg als eerste helemaal zijn beslag in het leven van Jezus Christus, de laatste Adam, de levendmakende Geest, de hemelse of tweede mens: de Heere uit de hemel (van goddelijke komaf).[40] In Maria werd het ‘laat Ons mensen maken’ voortgezet in de herschepping, toen God Zijn Zoon verwekte in de schoot van Maria, die zich daartoe geheel ter beschikking had gesteld en volledig inging op de woorden van de engel Gabriël “laat met mij geschieden overeenkomstig uw woord.”[41] Het Woord werd vlees[42] en Jezus droeg “de gestalte van God”, was ”het beeld van de onzichtbare God.”[43] Die ene mens, Jezus Christus, heeft ons voor God losgekocht uit de macht van de satan.[44] Wie Jezus hebben aangenomen hen heeft God macht gegeven kinderen van God te worden.[45] Jezus Christus was de eerste onder vele broeders, want God had gesproken over ‘mensen’. Zij  zijn bestemd tot gelijkvormigheid aan het beeld van de Zoon.[46]

In het spoor van Jezus is de Heer bezig om vele zonen tot dezelfde heerlijkheid – Gods beeld en gelijkenis – te brengen.[47] De weg gaat door strijd tegen de demonen heen[48], maar daarbij zijn we ons tevens bewust dat naast de kracht van de Geest in ons de goede engelen ons van buitenaf ondersteunen en dienen.[49] Gods doel is en blijft: “opdat de mens Gods volkomen zij, tot alle goed werk volkomen toegerust.”[50] Naast de Eersteling, Jezus Christus, komt langs de weg van een ontwikkelingsproces de volheid van ‘144.000’ eerstelingen, die het Lam volgen waar Hij ook heengaat.[51] Daartoe hebben zij door de Geest het heiligingsproces doorgemaakt.[52] Besef dat wij deelgenoten kunnen zijn van deze hemelse roeping![53] De vrouw, beeld van de gemeente, baart een mannelijk wezen, dat symbool staat voor de mannelijke rijpheid van de volwassen zonen van God.[54] Zo gaat God door middel van Zijn Zoon en de zonen van God de zuchtende schepping bevrijden en herstellen in het vrederijk en op de nieuwe aarde naar het beoogde doel van de volmaaktheid.

Hoe een goed begrip te krijgen van de Godheid

Wat wij willen bevestigen met Gods Woord is dat God de Vader is, Jezus Gods Zoon en de heilige Geest de Geest van God. Jahweh, God de Vader, is de Allerhoogste. In Gen. 14:18-22 wordt God al 4x als Allerhoogste aangeduid.

Jezus is de Zoon van de Allerhoogste.[55] Jezus steeg niet uit het graf door eigen kracht (volgens de originele versie van het lied ‘Daar juicht een toon’), maar door – ‘s Vaders kracht. Het was God die Hem uit de dood opwekte. [56]


Aan Jezus Christus heeft God alle macht gegeven in hemel en op aarde.[57] Hij heeft niets uitgezonderd dat Hem niet onderworpen is.[58] “Wanneer Hij echter zegt dat aan Hem alle dingen onderworpen zijn, is het duidelijk dat Hij die Zelf alles aan Hem onderworpen heeft, hiervan is uitgezonderd. En wanneer alle dingen aan Hem onderworpen zijn, dan zal ook de Zoon Zichzelf onderwerpen aan Hem (de Vader) Die alle dingen aan Hem onderworpen heeft, opdat God zij alles in allen.”[59] De Zoon is onderworpen aan de Vader.

De Geest is de kracht van de Allerhoogste.[60] De Geest is geen onpersoonlijke kracht of invloed, maar de persoonlijke kracht van God, Zijn geestelijke lichaam dat werkzaam is en van Hem uitgaat. Achter Zijn Geest staat de persoon van de Vader Zelf. Gods Geest is geen aparte, ‘derde’ persoon naast de Vader en de Zoon, net zomin als de menselijke geest geen aparte persoon naast ons is.[61] De heilige Geest wordt dan ook genoemd “de Geest van uw Vader”[62]en “de Geest van Zijn Zoon.”[63]

De toets van het Woord

Het is belangrijk om een goed begrip van deze dingen te krijgen. Zuiver monotheïsme is het bestaan van één God, niet van drie personen die men alle drie God noemt, dat toch ergens de geur ademt van verkapt tritheïsme (drie goden). Men betitelt immers iedere Persoon afzonderlijk met God of Heere.

Daarbij moet men volgens artikel 25 tot en met 29 van de Geloofsbelijdenis van Athanasius geloven: “En in deze Drieheid is niet eerst, of laatst; niet meest, of minst, maar de ganse drie Personen hebben gelijke eeuwigheid, en zijn elkander alleszins gelijk, zodat in alle opzichten, gelijk gezegd is, de Eenheid in de Drieheid en de Drieheid in de Eenheid te eren zij. Daarom zo iemand zalig wil worden, die moet aldus van de Drievuldigheid gevoelen.”

Daarbij spreekt men toch van een eerste Persoon, een tweede Persoon en een derde Persoon in de Godheid, maar dat zijn geen aan de Bijbel ontleende uitspraken. Het begrip ‘God de Vader’ komt vaak voor in de Bijbel, maar de theologische termen ‘God de Zoon’ en ‘God de Heilige Geest’ worden 0 x in Gods Woord gevonden. Waarom wordt het dan door velen bijna verplicht geacht die uitdrukkingen te gebruiken? Het zijn buiten-bijbelse begrippen. Het is wijs en veilig alleen bijbelse uitdrukkingen te gebruiken. Er is een scala aan Schriftplaatsen waar Jezus Christus zowel Zoon van God als Zoon van de mensen wordt genoemd. De heilige Geest wordt als Geest van God, Geest van de Heere, Geest van uw Vader, Geest van Zijn Zoon, Geest van Christus en Geest van Jezus vermeld.

Wie het concept van de Godheid als ‘drie-eenheid’ niet volgens Gods Woord en in zijn geweten kan verantwoorden en die term daarom niet gebruikt, wordt veroordeeld: “Dit is het algemeen geloof, hetwelk, indien iemand dit niet getrouw en vast gelooft, die zal niet kunnen zalig worden” (artikel 44). Deze menselijke geloofsbelijdenis riekt naar Griekse filosofie. Omdat er niet op bijbelse gronden gebouwd wordt, kunnen we haar van de hand wijzen. De hele redenering om tot de officiële vaststelling van de ‘drie-eenheid’ te komen op de concilies van Nicea en Constantinopel (325 en 381 na Christus) is een ontwikkeling geweest die pas in de derde en vierde eeuw zijn beslag kreeg. Worden wij behouden door in deze formuleringen van de ‘drie-eenheid’ te geloven? Of staat Jezus Christus in het ‘zalig worden’ centraal? Wat zegt Gods Woord? We reiken slechts drie teksten aan:

  • “Deze Jezus is de steen die door u, de bouwers, veracht werd, maar Die de hoeksteen geworden is. En de zaligheid is in geen ander, want er is onder de hemel geen andere Naam onder de mensen gegeven waardoor wij zalig moeten worden.”[64]
  • “Maar wij geloven door de genade van de Heere Jezus Christus op dezelfde wijze zalig te worden als ook zij.”[65]
  • “Als u met uw mond de Heere Jezus belijdt en met uw hart gelooft dat God Hem uit de doden heeft opgewekt, zult u zalig worden.”[66]

Je moet het lef maar hebben, om integere christenen die niet met het ‘drie-eenheids’-principe uit de voeten kunnen als verloren te beschouwen, zelfs als zij zo wijs en verstandig zijn dat zij geen strijd willen voeren, maar “uit hun goede levenswandel hun werken laten zien, in zachtmoedige wijsheid”.[67] Toch komt het voor dat men zulke mensen niet meer als broeder of zuster kan/wil (h)erkennen. Ook al belijden zij Jezus Christus duidelijk als Zoon van God en als Zoon des mensen. Wie durft het voor zijn rekening te nemen, om zo’n opstelling voor Gods aangezicht te verantwoorden?

Jildert de Boer


[1] Deut. 6:4

[2] Marc. 12:29

[3] Marc. 12:32

[4] Rom. 3:30

[5] Jak. 2:19

[6] Gal. 3:20

[7] Deut. 4:35

[8] Deut. 4:39

[9] Deut. 32:39a

[10] Jes. 43:10

[11] Jes. 44:6

[12] Jes. 44:8b

[13] Jes. 45:5a; vergelijk ook Jes. 45:6,12,14,18

[14] Jes. 45:21; vergelijk Jes. 45:22

[15] Hos. 13:4

[16] Joël 2:27

[17] Mal. 2:10a; vergelijk 1 Kron. 29:10

[18] Deut. 6:4

[19] Marc. 12:29-31

[20] Marc. 12:32

[21] Rom. 15:6; 2 Kor. 1:3; 2 Kor. 11:31; 1 Petr. 1:3

[22] Joh. 5:44, Joh. 17:3, 1 Tim. 1:7 en Jud. 25

[23] Gen. 18:2,16,22,33 en Gen. 19:1

[24] Gen. 1:26a

[25] Gen. 1:27

[26] Gen. 3:22; Gen. 11:7; Jes. 6:8

[27] Job 38:4-7

[28] Ps. 8:6; Hebr. 2:7

[29] Jes. 6:8-9

[30] 1 Kon. 22:19

[31] Ps. 82:6

[32] Ex. 7:1

[33] 1 Sam. 5:7; Richt. 11:24

[34] Ps. 96:5

[35] Ps. 45:6: Hebr. 1:8

[36] Ps. 33:6

[37] Ps. 33:9

[38] Openb. 13:8

[39] Ps. 8:6-7; vergelijk Hebr. 2:5-7.

[40] 1 Kor. 15:45-47

[41] Luk. 1:38

[42] Joh. 1:14

[43] Fil. 2:6; Kol. 1:15

44 1 Kor. 6:20; Openb. 5:9; Kol. 1:13

45 Joh. 1:12

46 Rom. 8:29

47 Hebr. 2:10, NBG en Telos-vert.

48 Ef. 6:12 

[49] Hebr. 1:14

[50] 2 Tim. 3:17

[51] Openb. 14:4

[52] 1 Petr. 1:2; 2 Thess. 2:13; Hebr. 12:14; vergelijk 1 Thess. 4:8; 1 Petr. 1:15

[53] Hebr. 3:1; vergelijk Hebr. 1:9
54 Open. 12:1,5; vergelijk Ef. 4:13

55 Luk. 1:32

[56] O.a. Hand. 2:32

57 Matth. 28:18

58 Hebr. 2:8

59 1 Kor. 15:27-28

60 Luk. 1:35

61 1 Kor. 2:11

62 Matth. 10:20

63 Gal. 4:6 

[64] Hand. 4:11-12

[65] Hand. 15:11

[66] Rom. 10:9

[67] Jak. 3:13

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.