De doop in vuur

DE DOOP IN VUUR

Luk. 3:15-22; Luk. 4:1-2; Luk. 12:49-53 en 1 Petr. 4:12-13

Vuur kan soms beeld zijn van de heilige Geest

We hebben erover gesproken dat ‘vuur’ in zijn positieve betekenis van warmte en licht kan duiden op de heilige Geest. We denken aan het liedje van Herman Boon: “Wilt u een fikkie bij me steken, misschien een beetje ’n rare vraag. Fikkie, fikkie bij me steken, ja dat wil ik o zo graag! Dat diep bij mij van binnen het vuur weer gaat branden. Dichtbij en in verre landen”. Zo iemand wordt door de lichtglans van Gods Geest laaiend enthousiast!

Nu is het christenleven niet altijd genieten en een rustig ‘luilekkerland’, waar alles automatisch goed en prettig gaat en je altijd licht en warmte ervaart. Het christenleven is een avontuur, een uitdaging en interessant en boeiend tot en met. Soms wordt het ook spannend hoe wij het eraf brengen als het er werkelijk om gaat en toe doet bij het terecht komen in allerlei situaties van het leven. Wij mogen dan door de kracht van de heilige Geest reageren en te midden van alle dingen de rust en vrede van God bewaren.

Alert blijven op het vuur van de boze

Daarbij is het dom om aan struisvogelpolitiek te doen door onze kop in het zand te steken en te denken dat de aanvallen van satan onderschat kunnen worden. Zijn gedachten moeten ons niet onbekend zijn (2 Kor. 2:11). De duivel is erop uit ons te verslinden. Het vuur wordt ons na aan de schenen gelegd. Hij komt immers als een dief om te stelen, te slachten en te verdelgen (Joh. 10:10a). Wanneer wij het geheel overzien in de Bijbel dat merken wij dat ‘vuur’ in zijn negatieve uitingsvormen een beeld is van de werkingen van de boze. We denken aan eigenschappen als hitte, verschroeiing, verzenging, vertering en verbranding.

Wat is de vuurdoop?

Wanneer wij op een zeker moment gedoopt zijn in water en op een gegeven ogenblik ook in de heilige Geest, dan volgt op die Geestesdoop iets anders, namelijk de doop in vuur. De doop in de heilige Geest is een heerlijke ervaring van kracht die je ten deel valt als een genadedoop, maar daarop volgt een doop die niet in een moment over een heen komt, maar telkens opnieuw een proces vormt. De doop in vuur kunnen we een lijdensdoop, een doop in het lijden noemen. Die voelt dus niet aangenaam aan voor ons gevoel. Bij deze vuurgloed van de beproeving lijkt het erop dat je iets vreemds overkomt, maar verblijd je integendeel naarmate je deel hebt aan het lijden van Christus, opdat zul je je ook met vreugde zult verblijden bij de openbaring van Zijn heerlijkheid (1 Petr.4:12-13).

Jezus kreeg bij de verzoeking in de woestijn, toen Hij net was toegerust voor Zijn openbare bediening door de heilige Geest daarna de testcase in de vuurdoop. Toen probeerde de duivel Hem het vuur na aan de schenen te leggen. Jezus werd gedoopt in water en op zijn gebed ontving Hij de Geestesdoop en vervolgens ontmoette Hij ogenblikkelijk de tegenstand in de vuurdoop die Hij in de woestijn onderging. Toen Jezus honger kreeg nadat Hij veertig dagen en veertig nachten gevast had (Matt. 4:2-3) werd dat voor de duivel aanleiding om Hem  te verzoeken en Hij moest de vuurdoop doorstaan toen de boze tot drie keer zijn brandende pijlen (Ef. 6:16) op Hem afvuurde. Jezus hief het schild van Zijn geloof tot drie keer toe tegen de boze die halve Schriftteksten gebruikte (Ps. 91:11-12 zonder vers 13 waar het over zijn eigen nederlaag gaat). Met andere woorden: ‘halve waarheden die erger zijn dan hele leugens’ en Hij sprak: “Er staat OOK geschreven”. Hij gebruikte het zwaard van de Geest, Gods Woord, eveneens tot drie keer toe en overwon op die manier. Dat was geen automatische zaak, want Hij leerde de gehoorzaamheid uit hetgeen Hij geleden heeft in de verzoekingen (Hebr. 5:7-8; Hebr. 2:17-18) en nu kan Hij ons in onze zwakheden te hulp komen. Jezus begrijpt onze strijd zo goed, want Hij heeft die aan den lijve meegevoeld, omdat Hij in alle dingen op gelijke wijze als ons verzocht is geweest, maar zonder te zondigen (Hebr. 4:15-16).

De vuurproef

Ook wij zullen de vuurproef moeten ondergaan, opdat de echtheid van ons geloof door vuur beproefd worden en wij als goud tevoorschijn komen (1 Petr. 1:6-7, vergelijk Openb. 3:18). Het vuur loutert en zuivert ons (Mal. 3:3). In zwakheid kunnen we kracht ontvangen en in de oorlog kunnen we sterk worden (Hebr. 11:34). Kan God mede door middel van ons de oorlog winnen? Ik heb het niet over een natuurlijke oorlog in het Midden Oosten, maar over de geestelijke oorlog, zoals in Openb. 12:7 beschreven staat: “En er kwam oorlog in de hemel; Michaël en zijn engelen hadden oorlog te voeren tegen de draak; ook de draak en zijn engelen voerden oorlog, maar hij kon geen standhouden en zijn plaats werd in de hemel niet meer gevonden. En de grote draak werd op de aarde geworpen, de oude slang, die genaamd wordt duivel en de satan, die de gehele wereld verleidt; hij werd op de aarde geworpen en zijn engelen met hem”.

Christen zijn is oorlog voeren. Het is de boze overwinnen in eigen leven, in de gemeente en straks wereldwijd. Christen zijn is geen pretpark, waar je alleen maar zit te genieten en waar je van alles van de aarde en van de wereld maar naar je toehaalt. Het is oorlog en het gaat om jouw leven! Hier helpt alleen radicaal zijn en geen toegeeflijkheid aan allerlei films via TV en DVD met allerlei losse moraal buiten het huwelijk om die haaks staat op wat Gods Woord ons aanreikt. De Bijbel is radicaal: Als je hand je tot zonde verleidt: houw hem af. Als je oog je tot zonde verleidt, ruk het uit. Beide zijn beter dan met beide handen of ogen in de hel geworpen te worden (Matt. 5:29-30). Verklaar jouw zonde de oorlog en breek ermee! Speel niet met vuur! Brand je er niet aan!

Geestelijke strijd

Ga de strijd aan om vrij te zijn, bijv. tegen de lust van het oog, niet alleen op seksueel gebied, maar ook wat bijv. reclame en T.V. betreft. Christen zijn behelst een keiharde strijd tegen de boze geesten. We willen en zullen nooit en te nimmer vechten tegen mensen – dus geen vuur op mensen gooien, zoals de discipelen eens aan Jezus vroegen over een Samaritaans dorp dat Hem niet ontving (Luk. 9:52-56, HSV) – maar wel strijden en worstelen tegen de boze geesten die hun brandende pijlen op ons afvuren  (Ef. 6:12,16). Als de boze ons niet erin kan laten tuinen om ons van God af te brengen, dan slaat hij ons als het ware, hoe vreemd het ook klinkt, naar God toe. Want ten dage van de benauwdheid – veroorzaakt door de boze – roepen wij de Here aan en Hij redt ons uit en wij eren Hem daarvoor (Ps. 50:15). Te midden van alle verzoekingen van de duivel wil de Here ons sterk maken en vormen naar Zijn beeld.

Jezus’ komst veroorzaakte ‘vuurwerk’ op de aarde

Bij Zijn komst op de aarde – velen willen van dit aspect weinig weten – kwam Jezus om vuur op aarde te werpen (Luk. 12:49-50). In Zijn dagen was dat vuur al ontstoken bij de Joden. Dat was bepaald geen siervuurwerk. Jezus kwam om scheiding, dat is oordeel te brengen in een huisgezin. Ieder wordt persoonlijk voor de keuze gesteld: als je 100% voor Jezus en het vol zijn van de heilige Geest kiest, vallen lijden, verzoeking, tegenstand, verdrukking, verdeeldheid en vervolging je ten deel. We menen vaak dat Jezus is gekomen om vrede op aarde te brengen en daarvan wordt dan zoet gezongen op het kerstfeest, maar Jezus zegt hier: “nee, veeleer verdeeldheid”. Dit zijn geen dingen we uitlokken door te willen provoceren of door fanatiek te zijn op ons werk of thuis. We lezen hier echter wanneer je Jezus door dik en door dun volgt dat je huisgenoten je vijanden kunnen worden en heus niet alleen schoonmoeder tegenover schoondochter, hoe problematisch dat soms ook kan zijn. Als je een keuze hebt gemaakt om je in water te laten dopen en vervuld te worden van de heilige Geest om Jezus radicaal te gaan volgen in een overwinningsleven, dan krijg je, vroeg of laat, te maken met tegenstand en oppositie via mensen en de tegenstander zal je altijd beentje willen lichten. Na het pootje haken, roept hij dan ook nog honend: “zie je wel, het lukt je toch niet, ben jij nou een goede christen thuis en beweer jij nou een overwinningsleven te willen leiden? Laat me niet lachen”!

Pinksteren en de confrontatie met demonie

Te vaak is Pinksteren als een gezellig haardvuur beschouwd waar we knusjes omheen zitten, maar het gevolg is een confrontatie met het rijk der duisternis. De kracht van de heilige Geest hebben we ook ter beschikking gekregen om in te zetten tegenover de machten der duisternis. Het heerlijke is: het profeteren, gezichten zien, dromen dromen en wonderen in de hemel boven, maar daarnaast tekenen op de aarde: bloed, vuur en rookzuilen. Daarbij denken wij niet aan de gevolgen van het vallen van een atoombom in de natuurlijke wereld, maar aan het beven van de geestelijke wereld, die zijn weerslag op aarde heeft. Het bloed wijst op het natuurlijke leven, het vuur op de demonie en de rook op de verstikking die daarvan het gevolg is, in het bijzonder wanneer in de eindtijd de put van de afgrond geopend wordt (Openb. 9:1-11). Er komt een invasie van demonen tevoorschijn op de aarde als het deksel van de put afgehaald is door de ster die uit de hemel op de aarde valt, een beeld van de antichrist met zijn charismatische gaven (die van ons is uitgegaan, maar uit ons niet was, 1 Joh. 2:18-19). Deze ontwikkelingen die als een zondvloed van vuur, dus van demonie, over de aarde gaan, lopen bij onze almachtige God nooit uit de hand.

En wij dan? Omdat al deze dingen zo vergaan: hoedanig horen wij dan te zijn in heilige wandel en godsvrucht. Laten wij ons spoeden naar de komst van de dag van God en ons beijveren in deze verwachting, om onbevlekt en onberispelijk te blijken voor Hem in vrede (2 Petr. 3:11-14). De wereld zal deze vuurdoop, deze grote verdrukking, niet kunnen doorstaan. De overheid biedt nu nog een bepaalde menselijke rechtvaardigheid en veel kwaad wordt nog bestraft (Hoewel, dat wordt steeds minder: bijv. abortus, euthanasie, afschaffen bordeelverbod, acceptatie van homohuwelijk en bijna geen ruimte voor de gewetensbezwaarde ambtenaar van de burgerlijke stand, legalisering van drugsgebruik, enz. ). Als de antichrist de wereldregering krijgt, zullen deze zwakke en armelijke, nu nog ordenende en samenbindende wereldgeesten die de aardse overheden vormen door het vuur worden aangetast tot ontbinding en niet bestand blijken tegen de antichristelijke, demonische overmacht. Voor ons staalt de strijd onze moed! Wij gaan niet onder! Waarom niet? Eenvoudigweg, omdat als je met God leeft, je nooit onder gaat! “Wanneer deze dingen beginnen te geschieden richt u op en heft uw hoofden omhoog (kop op!), want uw verlossing is nabij” (Luk. 21:28). Te midden van de tegendruk van de boze, neemt de Geesteskracht in ons toe, zijn wij krachtig in de Here en in de sterkte van Zijn macht en kunnen wij in de hele wapenrusting van God standhouden in de boze dag (Ef. 6:10-13). Dwars door het vuur, maakt Hij mij rein en puur en kunnen wij ons uitstrekken naar meer van Gods geest en Zijn heiligheid, zegt lied 427 ‘Maak mij rein voor U’ uit Opwekking (vergelijk Mal. 3:2-3). Zo worden wij gelouterd als goud en zuiver zilver en krijgen we deel aan Gods natuur.

In de brandende oven onaangetast door de engel

Al stookt de boze door middel van de antichrist het vuur hoog op net als Nebukadnezar destijds deed bij de drie vrienden van Daniël, die weigerden te buigen voor de valse aanbidding en pal bleven staan door niet te knielen voor dat gouden beeld van 66 el (Daniël 3). Hij liet Sadrach, Mesach en Abednego binden met touwen en de mannen die ze naar boven brachten vielen dood neer. Zij werden niet door het vuur dat zevenmaal zo heet opgestookt was, aangetast en bleven bewaard door de verschijning van de vierde man, de engel die verscheen in het vuur en de drie vrienden van Daniël wandelden vrij in het vuur. Het vuur had geen macht gehad over lichamen van de mannen, hun hoofdhaar was niet geschroeid, hun mantels waren ongeschonden gebleven, ja er was zelfs geen brandlucht aan hen gekomen. Toen was het een letterlijk vuur, nu allereerst een geestelijk vuur van de boze dat ons niet zal verteren.

De afgang van satan in fases

Bij de strijd van de gemeente in de eindtijd staat de aartsengel Michaël ons strijdend terzijde tegen de draak en zijn engelen (Openb. 12:7-9). De duivel wordt vanuit de hemelse gewesten op aarde gegooid en dan klinkt het “verheugt u gij hemelen en wie daarin wonen (dat zijn wij als het goed is). Wee de aarde en de zee, want de duivel is tot u nedergedaald in grote grimmigheid, wetende dat hij weinig tijd heeft” (Openb.12:9,12 ). Dit is het begin van zijn verdere afgang naar de afgrond, dat is: het diepste en duisterste deel van de zee of het dodenrijk, en ten slotte naar zijn definitieve oordeel in de poel van vuur.

De duivel brult tot zijn ondergang, maar wij zullen overwinnen

De duivel geeft het nooit op. Hij gaat door tot het einde, ook al weet hij dat hij verloren heeft. Dat is typische iets demonisch. Na de invasie van de geallieerden op Normandië in juni 1994 wist Hitler dat hij aan de verliezende hand was, maar wat deed hij als een kat in het nauw? Hij zette toch nog een Ardennenoffensief  dat vele levens kostte en waardoor de oorlog nog bijna een jaar vertraagde tot hij definitief onderging in Berlijn. Bij Farao zien we dat hij tegen beter weten in na de uittocht probeerde de Israëlieten te achterhalen toen ze de Schelfzee doorgingen en dat werd zijn ondergang. In de eindtijd staan de overwinnaars van het beest aan de glazen zee met de citers van God in het hand, zoals Mirjam in Exodus de overwinning vierde met de tamboerijn in haar hand.  Zij waren door (iets) als een zee van glas met vuur vermengd getrokken, beeld van de harde demonie door middel van het beest, dat wil zeggen: de antichristelijke macht. Wij mogen daar staan vol van de goede Geest van God die ons de kracht gaf om er dwars doorheen te gaan.

Jezus te midden van het spervuur van het rijk der duisternis

Jezus Zelf stond fier in Gods kracht – de heilige Geest – tijdens Zijn leven op aarde altijd in het spervuur van demonen. Zij vielen hem direct aan of indirect via mensen, vaak Farizeeën, die Hem wilde vangen met hun strikvragen of hem van de steilte wilden gooien. Dan lees je zo mooi: Hij ging midden tussen hen door! Ze konden geen grip op Hem krijgen. Jezus identificeerde hen als “adderengebroed” en wees daarmee op hun gebondenheid door de oude slang, want zij hadden de duivel tot vader. Jezus’ komst activeerde het rijk der duisternis, vandaar dat Zijn taak zo vaak boze geesten uitdrijven was. Jezus heeft gezegd: “Ik moet gedoopt worden met een doop en hoe beklemt het Mij (hoe word ik geprest) totdat het volbracht is” (Luk. 12:50). Hij moest immers ten slotte aan het kruis en toen Hij van God verlaten werd, liepen de machten der duisternis op Hem aan en omringden en omsingelden Hem. In de zichtbare wereld had Jezus al gezegd: “dit is uw ure en de macht der duisternis” (Luk. 22:53). Deze demonen worden in Ps. 22 uitgebeeld door de kenmerken van bepaalde dieren: stieren, buffels van Basan, een verscheurende leeuw, honden en woudossen. Toen Jezus stierf en naar het dodenrijk ging, dacht satan ‘nu heb ik Hem in mijn gevangenis’, maar dat was zijn geweldige misrekening en als hij dat geweten had, dan zouden de beheersers van deze eeuw, de demonen, nooit via mensen de Here der heerlijkheid gekruisigd hebben (1 Kor. 2:8). God heeft Hem evenwel opgewekt, want Hij verbrak de weeën (banden) van de dood, omdat het niet mogelijk was dat Jezus door hem wed vastgehouden (Hand. 2:24). Jezus wandelde tussen alle doodsmachten door en liep de gevangenis van het dodenrijk uit. Geen enkele macht der duisternis kon grip op Hem krijgen, omdat Hij immers nooit gezondigd had. Zoals eens in de zichtbare wereld, zo liep Hij nu in de onzichtbare wereld midden tussen hen door en vertrok uit het dodenrijk.

De prijs willen betalen

De doop in vuur is niet de gemakkelijkste weg, maar de lijdensweg. Het is niet de brede weg waar het zo druk is, maar het is de smalle en hoge weg voor hen die de willen berekenen voor discipelschap, die er alles voor over hebben om Jezus te volgen, zelfs al kost dat hen misschien de martelaarsdood. “Trouwens allen die godvruchtig willen leven, zullen vervolgd worden” (2 Tim. 3:12). Dat begint soms met plagen, pesten of een cynische opmerking als je ervoor uitkomt dat je christen bent. Onze Meester ging ons de weg voor en wij moeten de weg ook gaan ten einde toe. Het is dezelfde beker en dezelfde doop die wij drinken en ondergaan (Marc. 10:38-39). De doop in de Geest, velen willen die heerlijke ervaring wel en velen willen wel genezen worden en in tongen spreken ook. De doop in vuur is geen lolletje, maar daagt ons uit of wij bereid zijn met Hem en voor Hem door het vuur te gaan, hoe de boze ons ook aanvalt en verzoekt. De vraag is: Zijn wij vuurbestendig of zijn wij brandbaar? Dat ligt aan het soort materiaal waarmee we gebouwd hebben: met edelmetaal of met hout, hooi of stro (1 Kor. 3:12-15). Het vuur zal uitmaken hoe we gebouwd hebben. Een vleselijk christendom dat niet werkelijk de volheid van de heilige Geest als krachtige toerusting voor de demonie in de eindtijd heeft gezocht, zal het niet redden. De voorhof wordt prijsgegeven en het christelijke Babel van verwarring is een prooi voor de antichrist. Weten wij niet dat wij Gods tempel zijn en dat de Geest van God in ons woont? (1 Kor. 3:16). Laten we zorgen dat die tempel heilig is! Er is een geweldige belofte: “Als gij door het vuur gaat, zult gij niet verteren en zal de vlam u niet verbranden. Want Ik, de Here, ben Uw God, de heilige Israëls, Uw Verlosser” (Jes. 43:2b, 3a).

Ja, zeg je misschien, als dat vuur erbij hoort in het christenleven, daar houd ik niet zo van en dan hoeft het niet voor mij hoor. Ja, het voelt vreemd aan. Toch is het nodig. Hoezo? Tegenstand vuurt ons aan om door te gaan! Zo worden we sterk, groeien we en wordt ons karakter in kleine en grote verzoekingen geslepen naar het beeld van Jezus. Op die manier volharden we tot het einde. Als wij op Jezus willen gaan lijken, is het duidelijk dat de geestelijke vijand met zijn vuurgloed ons wil trachten te beschadigen en aan te tasten, maar in de kracht van de Geest kunnen we overwinnen.

Het vuur: zuivering, scheiding en oordeel

Als Lukas spreekt over de doop in vuur staat er: “De wan is in zijn hand en Hij zal zijn dorsvloer geheel te zuiveren en het graan in zijn schuur bijeen te brengen” (Luk. 3:17a). God heeft als doel: het volle koren in de aar (Marc. 4:26-29), het rijpe graan, een volgroeide en kostelijke vrucht in ons met een goddelijk kwaliteitsleven. Wat doet die wan? Een wan is een grote mand, een soort zeef, waarin je door te schudden gedorst graan reinigt en zuivert van het kaf. Zo vindt er een schifting plaats. De wind blaast het kaf dat het graan omhult weg. Hier worden dus kaf en koren gescheiden. Daarachter staat dan ook: “maar het kaf wordt verbrand met onuitblusbaar vuur” (Luk. 3:17b). Dit zien we ook in Joh. 15:6, waar we lezen: “Wie in Mij niet blijft, is buitengeworpen als de rank en is verdord en men verzamelt ze en werpt ze in het vuur en zij worden verbrand”. Het vuur wijst hier op de hel of poel van vuur, de concentratie van de duivel en zijn engelen samen met mensen, voor wie de poel van vuur niet was bestemd (Matt. 25:41), maar die er terecht komen als ze willen en wetens verbonden blijven met de machten der duisternis die hen het verderf in slepen. Dat is zo ernstig dat we hierbij onszelf moeten onderzoeken: “Stel jezelf op de proef, of je wel in het geloof bent, onderzoek jezelf. Of ben je er niet zo zeker van jezelf dat Jezus Christus in je is. Anders ben je verwerpelijk” (2 Kor. 13:5). Dat houdt in: Anders ben je een prooi van het eeuwige vuur. De Bijbel waarschuwt ons dat we hier niet oppervlakkig en lichtzinnig mee om moeten gaan. Het oordeel scheidt vaneen wie werkelijk bij Jezus horen en wie Hem niet toebehoren. Is Jezus je echt ALLES?

De gelijkenis van de tarwe en het onkruid en de scheiding in de oogsttijd

Onkruid en tarwe groeien samen op: “Toen het graan opkwam en vrucht zette , toen kwam ook het onkruid te voorschijn”, sprak Jezus in een gelijkenis (Matt. 13:26). Dit onkruid was de zogenaamde dolle tarwe of dolik. Alleen in de kiem van het zaad en in het eindresultaat is het verschil goed te zien, maar tijdens het opgroeien lijkt het sprekend op elkaar. Daarom moeten wij niet voor de oogsttijd voortijdig proberen het onkruid uit te rukken (Matt. 13:29). Jezus zei: “Laat beide samen opgroeien tot de oogst. En in de oogsttijd zal Ik tot de maaiers zeggen: Haal EERST het onkruid bijeen en bindt het in bossen, om het te verbranden, maar brengt het koren bijeen in mijn schuur”(Matt. 13:30). Hier zie je dat niet EERST het koren wordt opgenomen naar de hemelse schuur, zoals velen goedbedoeld menen. In het hogepriesterlijke gebed sprak Jezus: “Ik bid niet dat Gij hen uit de wereld wegneemt, maar dat Gij hen bewaart voor de boze” (Joh. 17:15). Jezus bracht geen ontsnappingstheorie die de gemeente in de eindtijd laat verdwijnen, want het is juist Gods bedoeling dat de gemeente gaat verschijnen, tot Zijn doel komt en dwars door het vuur heen de zonen van God worden geopenbaard.

Bij de uitleg van deze gelijkenis zegt Jezus onder meer: “De oogst is de voleinding der eeuw; de maaiers zijn de engelen. Zoals nu het onkruid verzameld wordt en met vuur verbrand, zo zal het gaan bij de voleinding van de eeuw. De Zoon des Mensen zal zijn engelen uitzenden en zal zullen UIT Zijn Koninkrijk verzamelen al wat tot zonde verleid (demonen) en hen die ongerechtigheid bedrijven (mensen) en zij zullen hen in de vurige oven werpen; daar zal het geween zijn en het tandengeknars. Dan zullen de rechtvaardigen stralen als de zon in het Koninkrijk van hun Vader. Wie ore heeft die hore”! (Matt. 13:39b-43).

De vurige oven wijst op de poel van vuur. Wie nog een naamchristen is, kan zich bekeren. Hij komt van de duisternis tot het licht. Wie nog een vleselijke en lauwe christen is en denkt zo de zondvloed van het vuur van demonie door te kunnen komen in de eindtijd, kan zijn gezindheid veranderen naar 100% om een geestelijk christen vol van de heilige Geest te worden, die tegenkracht bezit tegenover de demonie. Hij gaat van het aardsgerichte naar het hemels gezinde leven. Laat het vuur maar wegbranden alles wat niet bij Jezus past. Wees niet tevreden als je als door vuur heen behouden wordt (1 Kor. 3:15) en ‘naakt en kaal’ (2 Kor. 5:3; Openb. 16:15, vergelijk Openb. 19:8) behouden wordt? Al je kleren (beeld van de werken) verbranden, maar zelf red je net je vege, lege lijf. Zo op het nippertje, kantje boord, behouden worden is feitelijk niet God bedoeling. De Heer wil met ons gaan voor goud, door vuur beproefd, zodat er goddelijke natuur (2 Petr. 1:4) in ons wordt bewerkt!

Jildert de Boer

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *