De geestelijke werking van achterdocht

Waar te vinden en hoe is het vertaald?

In 1 Tim.6:4 kunnen we lezen over “kwade vermoedens”, zowel in de NBG en in de Telos of Herziene Voorhoeve Vert.

Andere vertalingen geven beschrijvingen als:

-“achterdocht” (Willibr. Vert.).

-“kwade nadenkingen” (St.Vert.).

-“boze verdachtmakingen” (Herziene Statenvert.)

-“kwaad vermoeden” (Luth. Vert.).

-“boze argwaan” (Leidse Vert., Vertaling Brouwer en Canisius Vert.).

-“kwaadaardige verdachtmakingen” (NBV).

-“boze vermoedens” (Naardense Bijbel).

-“verdachtmakingen” (Het Boek en Groot Nieuws Bijbel).

Alle woorden hebben te maken met wantrouwen door kwade vermoedens en achterdocht.

De strijd tegen de macht van achterdocht

We willen enkele gedachten aanreiken over de geestelijke werking van achterdocht, als die in levens van mensen en in de gemeente de kop opsteekt als een factor die openheid en eenheid belemmert.

Het is duidelijk dat we soms de werking van de geest van achterdocht kunnen opmerken in levens van anderen. Veel moeilijker is het echter de geest van achterdocht in “eigen hemel” -ons persoonlijke strijdgebied- in het vizier te krijgen. Toch kan deze macht met z’n infiltratie in ons denken zich ook daar gemakkelijk aandienen. Het is belangrijk op onze qui-vive te zijn, waar er aan onze vermoedens gesleuteld wordt door de vijand, teneinde deze om te buigen in de verkeerde richting. Dit is een macht, die probeert binnen te sluipen met soms schijnbaar redelijke, of zelfs misschien ware argumenten over anderen, maar het blijven vage vermoedens. Vandaar dat we de aandacht op de funeste werking van het vasthouden van achterdocht willen vestigen, temeer als wij verlangen naar openheid en eenheid in de gemeente. Hier geldt: “Vangt ons de vossen, de kleine vossen, die de wijngaard verderven, nu onze wijngaarden in bloei staan” (Hoogl.2:15). Achterdocht is zo’n kleine vos die voor veel ellende kan zorgen in een bloeiende gemeente.

Zich voegen naar de gezonde leer, of achterdochtige meningen erop na houden

Het gaat in het aangehaalde tekstgedeelte om het hebben van “een zwak voor geschillen en haarkloverijen, een bron van nijd, twist, lasteringen, kwade vermoedens en geharrewar bij mensen die niet meer helder zijn van denken en het spoor van de waarheid bijster geraakt zijn…” Dit is het gevolg van een zich niet voegen naar de gezonde leer van Jezus Christus en de leer der godsvrucht (1 Tim.6:3-5).

Achterdocht komt neer op negatief oordelen over de ander in het gedachteleven. Deze boze argwaangeest werkt als een voorloper op de geest van verwerping en afwijzing van de ander en bereidt de weg voor een leugenmacht, waardoor men het spoor der waarheid kwijt raakt. In plaats van helder te denken volgens de gezonde leer van de Heer, die godsvrucht als resultaat heeft, komt men terecht in troebel vaarwater, of in benauwd en bekrompen denken over de ander. “Zou die het op mij gemunt hebben”? “Ze zeggen wel wat goeds, maar ze bedoelen waarschijnlijk iets heel anders”. U kunt de insinuaties, de verdachtmakingen, horen in zulke uitspraken.

Zelf merkte ik onlangs op dat men ook door het aanvankelijk goedbedoelde stellen van vragen spoedig in troebel water kan gaan vissen, waardoor de ander naar wie men zo belangstellend informeert er niet beter op wordt als broeder of zuster. Met doorvragen komt men gauw op het terrein van de nieuwsgierigheid, of zelfs de bemoeizucht. Het heldere denken over die ander, die door God gegeven naaste van je, kan dan vertroebeld worden door vermoedens, die naar het negatieve neigen. Dit is de subtiele werking van de geest van achterdocht!

Hoe mooi wordt het echter als je je samen met die anderen kunt voegen naar de gezonde leer van Jezus Christus, die leidt tot een godvruchtige levenswandel en tot een open en transparant met elkaar optrekken!

De geest van achterdocht opereert met leugenachtige vermoedens

Deze geest van achterdocht tracht zijn ondermijnende werk in de gemeenten te verrichten. Achterdocht kan men immers hebben, voeden, koesteren, opvatten en krijgen. Meestal gaat het om geharrewar over onbenulligheden en een spitsvondig geredeneer dat men wel denkt te weten wat de anderen wel zullen denken. Door iets  kwaads van een broeder te vermoeden, vallen ze zichzelf en anderen in hun nabijheid lastig met iets, waarvan men niet zeker weet of het wel zo is (of dat het niet zo is!). Het is veeleer een bevroeden dat iets waar zou kunnen zijn zonder enig werkelijk bewijs daarvoor.

De geest van achterdocht voert ons over het kronkelige pad richting leugenmachten. Ze houdt zich bezig met speculaties over de gemeente, over de leiding van de gemeente en over de andere broeders en zusters. Mensen, bij wie de geest van achterdocht postgevat heeft, zien en rekenen andere broeders en zusters altijd “allerlei vijven en zessen” toe. Door kwade vermoedens over de motieven van wat andersdenkende broeders en zusters vast te houden, ontstaan er wrijvingen en spanningen, waarop cynische opmerkingen kunnen volgen. Eindeloze discussies en geharrewar kunnen daaruit voortkomen.

We zien dat hun gedachten worden verduisterd door de geest van achterdocht. Zij denken scherpzinnig te zijn, maar het is juist hun gebrek aan wijsheid dat zij lichtvaardig naar het aanzien oordelen. Ook als men zich beroept op vrouwelijke intuïtie, of op mannelijke argumentatiekracht begeeft men zich op glad ijs. In hun zogenaamde schrandere inbeelding en opgeblazenheid komen zij met hun verdenkingen, waarmee zij er juist grotendeels naast zitten. Dat wil zeggen: naast de waarheid! Achterdocht is daarom een geraffineerde leugengeest, die je leven uit het spoor van de waarheid trekt en waardoor je dit spoor bijster raakt. Je begint eng over anderen te denken, in plaats van een ruim hart te hebben waar allen in passen (2 Kor.6:11-13). Ook de Corinthiers waren helaas wantrouwend tegenover Paulus geworden. Door zich te vernederen waar hij kon, probeerde Paulus hartstochtelijk hun vertrouwen terug te winnen.

Van wantrouwen naar vertrouwen

Kernprobleem bij deze geest is dat de goede gezindheid van de anderen op grond van kwade vermoedens wordt betwijfeld. Aan de houding en de instelling van sommigen wordt dan gewantrouwd. Zelfs zijn zij die bevangen zijn door achterdocht veelal niet bereid te wachten op God en Hem te bidden bij onderlinge geschillen. Men meent al bij voorbaat de zaak op grond van (kwade) vermoedens ten aanzien van anderen te kunnen overzien. Anderen wordt dan zelfs het voordeel van de twijfel niet gegeven en dat is toch wel het minimale dat men mag verwachten in de christelijke gemeente.

Achterdocht is typisch iets van tribune – christendom, dat van daaruit alles wat op het “gemeenteveld” gebeurt, met verkeerde vermoedens beoordeelt. Het zijn de argwanende stuurlui, die zelf door opgeblazen denken menen dat ze de beste zijn, die aan wal staan.

De geest van achterdocht is erop uit een zuur en bitter spoor te trekken in gemeenten samen met zijn compagnons nijd (jaloezie of afgunst), twist (onenigheid of ruzie), lasteringen (roddel, achterklap) en geharrewar (verwarde discussies) . Hier zullen we alert zijn, om de kiem van deze geest -als deze zich meldt- in ons gedachtenleven aan te pakken, zodat hij bij ons de kans niet krijgt zijn fnuikende, sinistere duistere werk te verrichten. Laten wij wachtposten uitzetten in ons denken, zodat vermoedens die kunnen ontstaan niet met ons op de (boze) loop kunnen gaan, maar aan de Heer overgegeven kunnen worden, aan Hem die rechtvaardig oordeelt (1 Petr.2:23). Hij heeft als Opperherder alle overzicht en we mogen erop vertrouwen dat het goede werk dat Hij (ook!) in de anderen begonnen is, zal afmaken (Fil.1:6)!

Achterdocht – ergernis – kritiek – verwerping

De geest van achterdocht, aanvankelijk verholen en verstopt in kwade vermoedens in het gedachtenleven (en dat is de listige omleiding van de boze) gaat vaak gepaard met de geesten van ergernis enkritiek, die zich op een gegeven moment ook in het openbaar met woorden uit. Gedachten kunnen opstaan als: “deugt die oudste wel”? “waarom doen ze het zo, ze willen zeker…” Er ontstaat irritatie en kritiek, die al kan blijken in een houding en opstelling. Daarna wordt er iets uitgesproken dat helemaal niet zo zeker(!) is, maar slechts een negatief vermoeden, waardoor iemand in een verkeerd daglicht wordt gesteld. Zekerheid is namelijk waarheid en niet uitgaan van verdachtmakingen of ondeugdelijke motieven bij de ander.

Of er komt een gedachte als: “Waarom word ik gepasseerd, ze willen vast mij er buiten laten”? Let op het woordje “vast”, terwijl dit helemaal niet zeker is en merk op dat de geesten van achterdocht en verwerping (“ik hoor er zeker(?) niet bij en ze wijzen mij af”) hier samen te werk gaan, terwijl ook jaloezie een rol kan spelen. Vanuit het negatieve denken van verwerping en zich afgewezen voelen kan achterdocht gemakkelijk postvatten.

Bevrijding van de achterdochtgeest en het willen loslaten ervan leidt zeker niet tot ongezonde naïviteit, maar zij verlost ons van een ongefundeerd en oneerlijk oordeel over anderen. Je ogen open houden betekent immers niet dat je al bij voorbaat vermoedt dat het fout zit op enig punt bij die ander, maar je verlangt juist, dat het positieve bij die ander tevoorschijn zal (gaan) komen, dat het mooie van God bij de ander uit de verf gaat komen!

Opklaring van de lucht: veeg je hemel schoon van deze macht!

Het is nodig dat wij de werking van deze geest gaan onderkennen en herkennen. Hoe goed is het als wij van het “gedrocht achterdocht” bevrijd (willen) worden. Wat een ruimte komt er dan voor anderen! Wat een positieve gedachten tot opbouw en zegen van de anderen komen er dan naar voren! Wat een helderheid van denken en een gezonde uitwerking van de leer in Gods-vrucht, dat is vrucht uit God, die zich dan kan ontwikkelen. Dit bewerkt een omschepping in ons binnenste, waardoor wij onbekommerd en onbelemmerd, zelfs frank en vrij de anderen tegemoet beginnen te treden, vol van hoop en liefde. Het is heerlijk om elkaar zo recht in de ogen te kijken! Dat is compleet iets anders dan de geest van argwaan, die de dingen en de anderen voortdurend met argusogen bekijkt en altijd kritisch vanaf de zijlijn opereert.

Prachtig als de benauwde lucht van kwade vermoedens gezuiverd wordt in de gemeenten en allereerst in onze eigen levens. Wat een geestelijke opklaring geeft dat! Laten wij onze “eigen hemel” schoonvegen en zuiveren van de geest van achterdocht en van alles wat riekt naar kwade vermoedens!

Incidenteel of chronisch

Het maakt een groot verschil of deze macht zo nu en dan in eigen leven eens de kop op probeert te steken en weerstaan kan worden in Jezus’ Naam, of dat de geest van achterdocht in de loop der jaren zo diep heeft doorgevreten dat hij iemands denkpatronen verwrongen heeft. Zo iemands karakter is kromgegroeid door de werking van deze en verwante machten. Het is goed om met zich te laten bidden om bevrijding van deze geest en tevens de beslissing tot verantwoordelijkheid te nemen kwade vermoedens in eigen leven af te leggen en weg te doen. Vaak is er echter een tijd van genezing en herstel nodig. Als iemand traumatische ervaringen in vroeger tijd heeft meegemaakt, zoals bijv. incest, mishandeling, gepest en getreiter, grondige teleurstelling in mensen, manipulatie, enz. dan hecht men zich niet meer zo gemakkelijk en kost het tijd het geschonden vertrouwen in mensen te herwinnen, zodat men op termijn weer vrij en onbevangen kan gaan geven. Laten wij niet losjesweg omgaan met dit soort beschadigingen, die een enorme impact hebben op iemands persoonlijkheid. Het is begrijpelijk dat iemand dan voorzichtig wordt zich opnieuw niet alleen aan de Heer, maar ook aan Zijn kinderen te geven en in positieve zin te verbinden.

Het is schitterend als de Heer bezig is de sfeer van wantrouwen en achterdochtige vermoedens om te zetten in iemands leven, zodat de vertroebelde houding en opstelling gaat verdwijnen en de blik naar Hem en de ander weer rechtuit wordt!

Jezus, onze Voorspraak en wij als pleiters voor onze broeders

Onze Heer is onze voorspraak bij de Vader (1 Joh.2:1). Hij is het Die voor ons bidt en pleit ten goede (Hebr.7:25; Hebr.9:24). Als Hij nu onze advocaat, onze pleitbezorger en onze verdediger is, dan mogen wij Hem daarin navolgen door positief op te bres te gaan staan voor onze broeders en zusters. Dan gaan we uit van de beste bedoelingen van hen en we bekijken de dingen op de meest barmhartige manier ten gunste van onze broederschap.

De geest van achterdocht is echter een geest van tegenspraak en tegensputterende vermoedens. De Geest van Christus is een geest van voorspraak (Joh.14:16,26; Joh.15:26;Joh.16:7, Telosvert., die voor heiligen pleit (Rom.8:26,27). Daarom spreken wij VOOR onze broeders! Zo verdedigen wij onze vrienden tegen eventuele kwade vermoedens!

Stel je voor dat je broeder soms niet op de bijbelstudie/bidstond verschijnt, dan hebben wij de goede(!) vermoedens dat hij of zij een heel goed alibi of motief heeft, om zo nodig thuis te blijven, of ander werk te verrichten. Daarmee moedigen wij een lauw bezoek van deze belangrijke door de weekse bijeenkomsten niet aan, maar wij nemen het op voor onze broeder of zuster in wiens goede gezindheid tot God wij vertrouwen, dat hij/zij beslist een goede reden moet hebben gehad om deze keer niet te komen. Zulke positieve pleidooien mogen wij nu houden voor onze broeders en zusters en op deze wijze krijgt satan geen poot aan de grond in ons denken. Totaal anders dan de geest van achterdocht, die denkt: “zie je nu wel, waarom is hij er nu weer niet, hij zal wel…” (volgt iets negatiefs). U voelt wel dat in zulke gedachtenspinsels of uitingen geen opbouw en geen verlokking zit. Het is veel beter eens te zeggen -als iemand wellicht werkelijk teveel verzuimt-: “joh, de gemeente heeft jou nodig”! Misschien krijgt hij/zij dan ook wederkerige gedachte: “ik heb de gemeente nodig”! Laten wij op die wijze medewerkers van God zijn die het ALLERBESTE VOOR ALLEN HOPEN EN DIE ALLEN TRACHTEN TE WINNEN!

Al het goede dat in ons naar Christus uitgaat grondig kennen

Om te ontkomen aan de werking van achterdocht en kwade vermoedens tegenover de ander zijn enkele Schriftplaatsten een enorme hulp. We denken aan 2 Kor.5:16-19. Daar lezen we dat we de ander niet meer naar het vlees zullen kennen, maar als een nieuwe schepping zullen zien. Kortom: met heel nieuwe ogen vanuit Gods perspectief! Net als Christus leren we (eventuele) overtredingen van anderen niet meer toe te rekenen en ook niet als negatieve vermoedens voor de volgende keer in ons achterhoofd te houden.

Tenslotte willen we Filemon 4-6 vermelden als een krachtige hulp op dit gebied: “(biddende) dat uw gemeenschap in het geloof zich werkzaam tone in een GRONDIG KENNEN VAN AL HET GOEDE, DAT IN ONS NAAR CHRISTUS UITGAAT”. Me dunkt dat dit vers een scherpe zwieper is met het zwaard van het Woord naar de geest van achterdocht en het koesteren van kwade vermoedens!

Laten wij vertrouwen op al het goede dat in de anderen naar Christus uitgaat en dit grondig (leren) kennen! Wat een mooie geestelijke oefening! We beseffen dat dit tijd en ontwikkeling vergt, maar er zijn geweldige mogelijkheden om elkaar volop ruimte en krediet te (leren) geven in Jezus’ Naam tot opbouw en zegen voor Zijn lichaam!

Nu al een open en transparante wandel met elkaar in de gemeente

Het eindresultaat van dit bouwen is: “de stad was zuiver goud, gelijk zuiver glas” (Openb.21:18). “De straat der stad was zuiver goud, gelijk zuiver glas” ((0penb.21:21). In de wandel -uitgebeeld door de straat- in Gods heerlijkheid, waarvan zuiver goud het beeld is, blijkt openheid en transparantie – het zuivere glas – kenmerkend te zijn en wordt er daar geen achterdocht meer gevonden! Daarom is het zaak nu al gezuiverd te worden van alle kwade vermoedens ten opzichte van andere leden van het lichaam van Christus, die werkelijk in het licht met Hem wandelen. Daarmee sorteren we voor op de komende heerlijkheid in volheid van de stad van God, het nieuwe Jeruzalem!

Jildert de Boer

Laat een antwoord achter aan J.A. Antwoord annuleren

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *