De hemelse gewesten dichterbij deel 2

DE HEMELSE GEWESTEN DICHTERBIJ (deel 2)

De hemelse gewesten en het oude testament

In Ps. 115:16 staat: “De hemel, de hemel is van de Heere, maar de aarde heeft Hij aan de mensenkinderen gegeven.” De onzichtbare, geestelijke wereld was in het Oude Testament vaak nog een gesloten boek. Dat is typisch voor het Oude Testament als wij juist weten een plaats te hebben gekregen in de hemelsferen in Christus Jezus (Ef. 2:6). In het oude verbond zien wij bijv. in Prediker dat hij veel zegt over wat ‘onder de zon’ gebeurt, op aarde dus. Toch waren er mensen in het oude verbond die een doorkijkje kregen naar het hemelse. Ik noem een paar voorbeelden:

  • Hebr. 11:10-16: Abraham keek verder dan het beloofde aardse Kanaän. “Want Hij verwachtte de stad die fundamenten heeft, waarvan God de Bouwer en Ontwerper is.” Kortom: Hij zag het nieuwe Jeruzalem al. Hij heeft de vervulling van de beloften niet verkregen, maar die vanuit de verte gezien en geloofd en begroet en zij hebben beleden dat zij vreemdeling en bijwoners op de aarde waren. Zij verlangden naar een beter, dat is een hemels vaderland.
  • Ex. 17:8-16: Mozes legde daar de hand op de troon van de Heere en Aäron en Hur hielpen hem zijn slappe handen omhoog te houden. Als dat het geval was, dan was Jozua aan de winnende hand in de strijd tegen Amalek dat Israël aanviel in de achterhoede, op de zwakke plek waar de vrouwen en kinderen liepen (Deut. 25:17-19). Mozes had geleerd om standvastig te zijn, als zag Hij de onzichtbare (Hebr. 11:27).
  • 2 Kon. 6:8-23. De profeet Elisa was in Dothan en een leger van de Syriërs met paarden en strijdwagens omringde de stad. Zijn knecht was er verontrust over en riep: “ach mijn heer, wat moeten wij doen.” Elisa zei: “Wees niet bevreesd, want die bij ons zijn, zijn méér dan die bij hen zijn. En Elisa bad en zei: Heere, open toch zijn ogen, zodat hij ziet. En de Heere opende de ogen van de knecht, zodat hij zag; en zie, de berg was vol paarden en strijdwagens van vuur rondom Elisa.”
  • In Daniël 10 bad Daniël drie weken om inzicht in een visioen. Hij werd niet verhoord, omdat er in de hemelse gewesten een strijd gaande was tussen Michaël en de vorst van het koninkrijk Perzië die 21 dagen tegenover hem stond. Een engel, mogelijk Gabriël, kwam hem dat vertellen. En passant wordt er ook melding gemaakt van de vorst van Griekenland. Wij zien hier dat sterke demonen landen beheersen met hun geesteskracht. Het zijn grootvorsten in de hemelse gewesten en Paulus noemt ze in Ef. 6:12 wereldbeheersers van de duisternis van dit tijdperk.
  • In Jesaja 55:8-9 lezen we over Gods gedachten en onze gedachten: “Want Mijn gedachten zijn niet uw gedachten en uw wegen zijn niet Mijn wegen, spreekt de Heere. Want zoals de hemel hoger is dan de aarde, zo zijn Mijn wegen hoger dan uw wegen en Mijn gedachten dan uw gedachten.” Maar dezelfde Jesaja bad in hoofdstuk 64:2 niet voor niets: “Ach dat U de hemelen zou scheuren en nederdalen…” Dat is wat in Christus in het nieuwe verbond werkelijkheid geworden is. 1 Kor. 2:10 zegt: “Aan ons echter heeft God het geopenbaard door Zijn Geest. De Geest immers onderzoekt alle dingen, zelfs de diepten van God.” Dat wil zeggen: de diepste gedachten in het hart van God.

Van boven denken, kijken en leven

Het geheim van het nieuwe verbond is dat wij onze gedachten mogen laten opstijgen tot Gods gedachten. Als je leeft en je beweegt in de hemelse gewesten leer je Gods gedachten overnemen. Je leert denken zoals God over de dingen denkt. Je gaat alle dingen op aarde van bovenuit bekijken, vanuit Gods perspectief. Wij kunnen met onze geest in de hemelse gewesten zijn, want waar je schat is, daar zal ook je hart zijn (Matth. 6:21). Onze interesses zijn hemels (als het goed is). Wij raken thuis in de hemelsferen zonder zweverig te zijn en we willen die hemelsfeer concreet op aarde openbaren. Meer en meer zijn we vreemdelingen en bijwoners op aarde. Dat betekent niet dat we een rare snuiter worden of een zonderling, excentriek persoon. Nee, we hoeven geen vreemde snoeshaan te worden, want we kennen ook onze verantwoordelijkheid op aarde. Veel mensen, soms ook christenen, voelen zich thuis op aarde, maar zijn vreemd en onbekend met het hemelse, want dat zien ze als iets voor straks of later. Op aarde zijn we ambassadeurs van het hemelse Koninkrijk (merk op dat een ambassadeur nooit woont in zijn oorspronkelijke thuisland). Wij zijn getrokken uit de duisternis en overgezet in het Koninkrijk van de Zoon van Gods liefde (Kol. 1:13). We leven in dat spanningsveld van geestelijk al in het Koninkrijk zijn (Luk. 17:20-21) en het anderzijds ook in het nog niet waarbij we bidden “Uw Koninkrijk kome” (Matth. 6:10).

We wonen, werken en strijden in de hemelse gewesten, we mogen daar functioneren en door de heilige Geest een positie van gezag en autoriteit innemen. We bidden, dat is bezig zijn in de hemelse gewesten, ook in voorbede voor anderen, we vasten soms – dat is je stem in de hoge doen horen zegt (Jesaja 58:4) – we proclameren Gods beloften, we tellen onze geestelijke zegeningen, we verzamelen schatten in de hemel en we maken Gods veelkleurige wijsheid bekend aan de overheden en machten in de hemelse gewesten.

Metamorfose

Een rups leeft op aarde en vreet aarde. Op een gegeven moment wordt hij tot cocon en ontpopt hij zich als vlinder. Dat is het schitterende proces van metamorfose. Tevens een prachtig beeld van wedergeboorte en vernieuwing van denken. Een vlinder zit op aarde en wiekt op in de lucht, leeft dus in twee werelden tegelijk. Wij zijn van boven geboren, hebben een hemelse status gekregen in Hem en er is weerstand in de geestelijke wereld tegen wat wij doen. We leven natuurlijk ook op aarde in ons fysieke bestaan.

Helikopterview

Hebben wij al leren denken en zien vanuit een helikopterview? Dat is een term uit het bedrijfsleven om de hoofd- en bijzaken van elkaar te onderscheiden. ‘Hangen’ wij ook geestelijk boven onze problemen om ze vanuit Gods oogpunt te bezien? Als je in een vliegtuig zit, dan worden onder je de bergen kleiner en kleiner. Soms kunnen wij als een berg ergens tegenop zien. Dat komt omdat wij van beneden af tegen een probleem opkijken in plaats vanuit een helikopter die het van boven benadert. De Bijbel heeft het over een geloof dat bergen verzet (1 Kor. 13:2), zelfs over het opheffen van bergen door ze in de zee te gooien (o.a. Marc. 11:23). Dat is een beeld van het werpen van sterke demonen in de afgrond. Denk aan Jezus die de bezetene uit Gadara bevrijdde van zijn legioen demonen. Wij moeten leren eerst geconfronteerd te worden met kleinere demonen om die te overwinnen. Misschien heb je hardnekkige zonden in je leven waarvan je graag vrij zou willen worden, maar je kunt het niet, het lukt je niet. Denk eens aan bijv. macht van drift, of de geest van jaloersheid, of de geest van afwijzing, of een macht van onreinheid zaken die je leven behoorlijk kunnen beheersen en die je geestelijke ontwikkeling proberen af te remmen en te beperken. Al is het maar op 1 of 2 gebieden van je leven. In Jezus’ naam is bevrijding van zulke bindingen mogelijk als je het niet voor elkaar krijgt om er zelf van verlost te worden. (Bevrijding is overigens een onderwerp apart).

Val niet van je hoogte

Een vleselijk christen is met de zichtbare, natuurlijke, aardse zaken bezig. Het is belangrijk onszelf af te vragen of we niet teveel in beslag genomen worden door allerlei aardse zaken. Wij willen nog veel meer inhoud in ons leven dan alleen ‘huisje, boompje, beestje.’ Het is rechtvaardig tegenover je baas om je werk goed te doen, want hij betaalt je er loon voor. Maar het is niet nodig helemaal in ons werk op te gaan. De Bijbel zegt: “Zoekt eerst het koninkrijk en al het andere (het aardse) zal je bovendien toegeworpen worden” (Matth. 6:33). De duivel zoekt onze zwakke plekken. Je kunt misleid worden door aardse sterren op sport-, film- en muziekgebied en de betekenis van idolen is niets anders dan afgoden. Je kunt afgeleid worden van de wezenlijke dingen door steeds verstrooiing op je smartphone te zoeken. Dat zijn zaken die ons ongemerkt naar beneden kunnen trekken en ons bezig houden op de aarde. Er zijn in de maatschappij leuzen als: “iedereen doet het toch?” “’t Moet toch kunnen?” Loop nooit blindelings met de massa op aarde mee. Laten we nooit doen wat iedereen zegt, maar laten we de meerderheid niet volgen in het kwade. Bewaak je invalspoorten: vooral wat er door de oogpoort en de oorpoort je denken binnenkomt. Filter dat, zodat je niet door geestelijke, kwaadaardige virussen wordt besmet. Heb ook zelf een wacht voor je lippen en geef nooit door lasterpraat die door de gemeente kan gaan vat aan de tegenpartij. We zijn niet met spelletjes bezig, maar met ernstige, serieuze levenslessen. Merk op wat je geest naar omlaag kan trekken. Herinner je wat Jezus zei, de heilige Geest kan het je te binnen brengen in de situaties: “En Ik, als Ik van de aarde verhoogd ben, zal allen naar Mij toe trekken” (Joh. 12:32) en: “Vader, Ik wil dat waar Ik ben zij bij Mij zijn die U mij gegeven hebt, opdat zij Mijn heerlijkheid zien, die U Mij gegeven hebt” (Joh. 17:24). Helaas is de focus bij deze teksten verschoven naar dat dit bij de wederkomst zo zal zijn, in plaats van het al geestelijk toe te passen op de hemelse gewesten. Jezus wil je laten ontwaken voor je hemelse roeping om met Hem in de hemelse gewesten te vertoeven en gefascineerd te worden door de hemelse dingen. Neem over wat God denkt en zegt in Zijn Woord en kom weg uit een natuurlijk gedachtenpatroon. Openb. 14:3 spreekt over de losgekochten van de aarde. Het is vaak onze ballast in het leven die ons geestelijk aan de grond houdt, denk bijv. aan het overmatig bezig zijn met hobbies die je tijd verslinden. Als je die dingen aflegt, word je bij wijze van spreken zo licht als een ballon die op kan stijgen. Bij de wedloop achter Jezus aan gaat het namelijk niet alleen om het afleggen van je zonden, maar ook om het afleggen van alle last. Het zijn zaken die ons zo gemakkelijk kunnen verstrikken (Hebr. 12:1-2). In Openb. 2:4-5 spreekt over het verlaten van je eerste liefde tot Jezus. Bedenk dan van welke hoogte je gevallen bent en bekeer je en doe de eerste werken. Zij waren uit de hemelse gewesten op aarde gevallen en moesten zich weer bekeren. Dat kan net zo goed mij en ons gelden!

Opstijgen tot Gods gedachten

Wij willen opgevoerd worden, opstijgen naar de heerlijke gedachten van God over en met ons en die nemen we naar hartelust over. Ik moet leren mij boven mijn aardse omstandigheden te verheffen. Achter die moeilijke situatie die je neer wil drukken en beklemmen, achter die nare ziekte die je onrustig maakt, daar zit een geestelijke wereld achter die we kunnen bestrijden. Paulus wilde er bovenuit getild worden (2 Kor. 11 en 12). Wij mogen onze harten tot God verheffen en zo boven de machten der duisternis gaan staan. Door ‘op te stijgen’ overwinnen we de druk van de vijand. De Heere haalt ons niet uit de wereld weg, maar wil ons bewaren voor de boze (Joh. 17:15) die ons altijd wil ‘pootje haken’ om tot ongehoorzaamheid te verleiden. Al zijn we nog ver van de Heere in den vreemde (2 Kor. 5:6-8), in het domein van de slang, toch mogen we hier al overwinnaars worden. In de oorlog worden we sterk (Hebr. 11:34).

 Boven de omstandigheden staan

Vaak zijn het omstandigheden die ons willen beïnvloeden en die een zuigkracht naar beneden willen uitoefenen. De boze heeft daar alle belang bij om ons geestelijk uit te schakelen en als hem dat niet lukt ons op een laag pitje te houden, zodat hij weinig van ons te duchten heeft. We moeten scherp zien dat satan erop uit is ons te vloeren. Zijn gedachten zijn ons niet onbekend (2 Kor. 2:11). God geeft door Zijn Geest ons altijd mogelijkheden om boven de situatie uitgetild te worden en ons hoge positie in Hem in te nemen. Soms bidden we om verandering in onze omstandigheden, maar dat gebed wordt niet altijd verhoord. Wij mogen leren om middenin de situaties de benadering van boven te kiezen. Ook als zorgen of angsten of moedeloosheid of twijfel zich aan ons proberen op te dringen. Dan gaat het erom van boven beheerst te worden, waar Christus is, en om gezag uit te oefenen over de indringers uit de geestelijke wereld met onze volle wapenrusting aan. Kort samengevat: waarheid tegenover leugen, gerechtigheid tegenover ongerechtigheid, vrede tegenover angst, geloof tegenover de brandende pijlen die de boze afvuurt en de helm van het heil op om onze gedachten te behoeden, het Woord als een zwaard hanteren en altijd te bidden in de Geest. 1 Petr. 5:8 en Jak. 4:7 zijn essentiële teksten om vast in het geloof weerstand te bieden aan de duivel met de stellige belofte dat hij van ons zal vluchten. Het is duidelijk dat we niet passief mogen blijven of de situatie maar op zijn beloop te laten. We mogen ons opstellen en standhouden. Laat nooit de vrede en de blijdschap van het Koninkrijk van je roven. Je mag op je hoogten treden. Hij die in ons woont, is groter dan Hij die in de wereld is (1 Joh. 4:4). Met Hem kunnen we overwinnen in de strijd. Laten we daarom nooit de moed verliezen, maar alles hopen en verwachten van onze Heer! “Wie overwint, zal Ik geven met Mij te zitten op Mijn troon, zoals ook Ik overwonnen heb, en Mij met Mijn Vader op Zijn troon gezet ben” (Openb. 3:21).

Jildert de Boer

Tot slot een kostbaar lied op deze boodschap (Breekt uit in gejuich 6/ Opwekking 45).

Heer, ‘k wil U danken, U loven en prijzen voor alles wat U doet voor mij.
Heer, ik wil daag’lijks U hulde bewijzen
door te leven zoals Gij.
Ik wil de weg gaan, die U hebt gewezen.
U zult mij steeds weerde kracht daarvoor geven.
Dank Heer, dat ik in de hemel woon
en met U zitten mag op de troon.

Dank Heer,dat ik nu niet stil hoef te wachten
op alle dingen die komen gaan.
Maar strijden mag tegen duivelse machten
en overwinnen in uw naam.
Dank Heer, dat ik zo het doel mag bereiken.
Dat is: dat ik sprekend op U zal lijken,
dat ied’re vijand, die nu nog woedt,voetbank  zal zijn onder uwe voet.

Dank Heer, dat ondanks 
de listen van satan,
ondanks de nood van deze tijd,
ik deel mag hebben aan ’t machtige heilsplan,
dat mij leidt tot volkomenheid.
Vol van uw kracht, Heer,en zonder te beven,
wil ik getuigen:U geeft een nieuw leven.
Alles herstelt U wat is ontwricht.
U maakt het duister tot stralend licht.

Dank Heer, dat U boven bidden en denken
in alle dingen rijk voorziet.
Dank, dat U mij uw bescherming wilt schenken,
daartoe uw engelenwacht gebiedt.
Blijdschap en vrede hebt U mij gegeven.
Uw naam zij daarvoor geloofd en geprezen.
U wil ik geven steeds meer en meer.
Glorie en lofprijs, ja, dank en eer (2x).

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *