De hoop van het nieuwe verbond

Hoe men in het algemeen over hoop spreekt

Het woordje “hoop” heeft voor veel mensen een onzekere factor. We denken aan een uitspraak als: “ik hoop dat het mooi weer wordt” of “laten we maar hopen dat het goed afloopt”, dan wel: “nou, laten we het beste er maar van hopen”. Hopen betekent dan dat je maar moet afwachten hoe het zal gaan.

Bij rouwadvertenties met daarboven “in de hope des eeuwigen levens” is het de vraag of men de zekere overtuiging van de bijbelse hoop bedoelt, of eerder het twijfelen aan de zekerheid van het eeuwige leven van de overledene.

Het gezegde “hoop doet leven” klinkt veel positiever. Bijbelse hoop beziet het verwachten van de toekomst positief. “Maar hoop die gezien wordt, is geen hoop, want hoe zal men hopen op hetgeen men ziet. Indien wij echter hopen op hetgeen wij niet zien, verwachten wij het met volharding” (Rom.8:24-25).

Oud-testamentische hoop

Welke hoop kende men in het Oude Verbond? Daar was geen hoop om grondig van binnen verlost te worden, geen bevrijding van de innerlijke begeerte in het gedachteleven en evenmin van machten der duisternis, die niet openlijk tentoon werden gesteld en niet ontmaskerd. Er was daar nog een versluiering van de geestelijke wereld en satan wordt in het Oude Verbond maar enkele keren bij name genoemd, maar achter de coulissen opereerde hij wel degelijk.

Ondanks de veelvuldige offers was er geen werkelijke verandering, geen wegnemen van zonden (Hebr.9:9; Hebr.10:1-4, 11). De offers konden hoogstens de zonden bedekken, maar boden nog geen wezenlijke oplossing voor het zondeprobleem zelf. Het was een uiterlijke reiniging met meestal als gevolg een spoedig weer zondigen en dus opnieuw offeren, enzovoort. De wet wees op de zonden, bracht ze in herinnering, maar bood geen hoop dat het met zonde doen op zou kunnen houden, laat staan dat de zonde uitgeroeid zou kunnen worden.

Johannes de Doper, de laatste en grootste van het Oude Verbond, had deze hoop te verkondigen: “om aan zijn volk te geven kennis van heil in de vergeving hunner zonden” (Luk.1:77).
Helaas verkondigt ook de huidige christenheid vaak niet meer dan de hoop op vergeving van zonden en in sommige sectoren van het christendom is het met de persoonlijke beléving van dat heil ook nog droevig gesteld. Dit is qua inhoud in wezen niet meer dan het Oude Verbond reeds aanreikte, want ook Jezus’ bloed ziet men veelal slechts als bedekking en veiligstelling, in plaats van er zich innerlijk mee te reinigen van dode werken, om de levende God te dienen (Hebr.9:14) en daarmee verlossing van het dienen van de zonde! Zo gezien zou het bloed van Jezus nauwelijks meer betekenen dan het bloed van bokken en stieren, die – althans voorlopig – de zonden bedekten. Zij het dan dat men doorgaans wel belijdt dat de vervulling van alle schaduwachtige offers van dieren zijn vervulling vindt in het ene offer van het ware Lam van God, Jezus Christus, dat wegdraagt de zonde der wereld (Joh.1:29, Naardense Bijbel). Men past vaak de uiterlijke vergeving van zonden toe door het bloed van Christus, om achter te schuilen, maar niet deinnerlijke reiniging van zonde in het bloed van Jezus, Gods Zoon, waardoor je van binnen verlost wordt en jezelf gaat reinigen, gelijk Hij rein is (1 Joh.1:7; 1 Joh.3:3).

Het meerdere en betere van het Nieuwe Verbond

Het evangelie, het werk van Jezus Christus en van de heilige Geest, gaat VEEL verder dan wat onder de wet van het Oude Verbond mogelijk was. Wie op oud-testamentisch niveau blijft leven en spreken, geeft daarmee te kennen het evangelie van het Koninkrijk der hemelen – het Nieuwe Verbond – nog niet verstaan te hebben, ook al heeft hij wellicht WEET van de vergeving van zonden, maar toch blijft het leven van vleselijke christenen op het aardse en zichtbare georiënteerd. Geestelijke christenen zijn deelgenoten van een hemelse roeping! (Hebr.3:1). Zij hebben er een radar voor wat er zich in de geestelijke wereld afspeelt.

Het Nieuwe Verbond schenkt ons de BETERE hoop van de zonde vrijgemaakt te worden (Joh.8:36). “Zo zij u dan bekend, mannenbroeders, dat door Hem u vergeving verkondigd wordt; OOK VAN ALLES, waarvan gij niet gerechtvaardigd (bevrijd, Amplified Bible) kondt worden door de wet van Mozes (zoals “gij zult niet begeren”, het tiende gebod dat over de binnenkant van ons leven gaat), wordt ieder die gelooft, gerechtvaardigd door Hem”  (Hand.13:38-39). Christus Jezus maakt ons vrij van ALLE ongerechtigheid (Tit.2:14), opdat wij aan de zonden afgestorven voor de gerechtigheid zouden leven (1 Petr.2:24). “En daarom is Hij de middelaar van een Nieuw Verbond, opdat nu Hij de dood had ondergaan om te BEVRIJDEN VAN DE OVERTREDINGEN ONDER HET EERSTE VERBOND, de geroepenen de belofte der eeuwige erfenis zouden ontvangen” (Hebr.9:15).

In het Oude Verbond liep de oude weg dood tegen de scheidsmuur van het nog niet gescheurde voorhangsel en was de weg tot herstel nog niet gebaand en ingewijd door Jezus Christus.

Het Nieuwe Verbond is ingewijd langs de nieuwe en levende weg door het voorhangsel, dat is Zijn vlees (Hebr.10:19-22). Jezus is deze weg door het vlees gegaan tot al de volheid der godheid lichamelijk in Hem (Kol.2:9) en wij hebben de volheid verkregen in Hem (Kol.2:10), wat niet betekent dat wij Hem niet stap voor stap zullen volgen op Zijn weg. Dit cadeau van geschonken, toegerekende volheid in Hem zullen we uit mogen pakken en ons gaandeweg, geleidelijk persoonlijk deel laten worden in de praktijk van ons leven.

Het evangelie: een betere hoop!

“Immers de wet heeft ons in geen enkel opzicht het VOLMAAKTE gebracht, maar THANS wordt ons een BETERE hoop gewekt, waardoor wij NADER tot God komen” (Hebr.7:19). Waarom is deze hoop beter? Omdat deze ons wel voert richting het volkomene (Hebr.6:1) en dan kom je nader tot God. Onze hoop in het Nieuwe Verbond is: volmaakt te kunnen worden! Wij lezen en geloven immers: “Gij dan zult volmaakt zijn, gelijk uw hemelse Vader volmaakt is” (Matth.5:48). Dat is geen holle frase, maar daar mogen wij naar streven en ons bewust ernaar uitstrekken! Als opvoedingsdoel van Gods Woord wordt gesteld: “Elk van God ingegeven Schriftwoord is ook nuttig om te onderrichten, te weerleggen, te verbeteren en op te voeden in de gerechtigheid, opdat de mens Gods volkomen zij tot alle goed werk volkomen toegerust “ (2 Tim.3:16-17). Ook al roepen vele christenen met een oud-testamentische hoop dan: “houd je nu maar bij de vergeving, meer kan toch niet, die wens moet je maar bewaren voor het hiernamaals”.

Wij geloven immers dat Jezus BORG is geworden van een ZOVEEL BETER VERBOND (Hebr.7:22, St.Vert.). Hijzelf staat er garant voor dat de hoop op overwinning over de zonde WERKELIJKHEID WORDT! Van meet af aan zullen wij de vergeving van onze zonden belijden op basis van het werk van Jezus Christus voor ons MET de hoop dat we ook overwinning over de zonde zullen krijgen door de werking van Christus in ons door de Geest. Dit is de boodschap van het evangelie! Het onmogelijke – van de mens uit – wordt mogelijk door de God der hope! Jezus staat er borg voor dat het zal lukken! De heilige Geest geeft er de kracht toe!

De vraag is: willen wij ons helemaal geven? Willen wij ons tot gehoorzaamheid stellen? (1 Petr.1:2). Zijn wij bereid Gods wil te doen? (Hebr.10:5-7). Willen wij onze lichamen inzetten als een offer? (Rom.12:1).

Hoe heerlijk de hoop is!

De hoop, die in het Nieuwe Verbond gewekt wordt, is geweldig vérgaand en vérstrekkend! Het kan op meerdere wijzen worden uitgedrukt en daarom zullen we een aantal teksten de revue laten passeren:

  • Rom.5:2-4 spreekt over roemen in de hoop op de
    HEERLIJKHEID GODS (vgl. Rom.8:18), dat is Gods
    leven, Zijn natuur die in ons geopenbaard zal worden
    met Zijn  eigenschappen, zoals liefde, trouw, vrede,
    geduld, enzovoort.
  • Rom.8:23-25,29 heeft het over de hoop van de
    verwachting van het zoonschap, dat is:
    gelijkvormigheid aan het beeld van Christus, de
    eerstgeboren Zoon!
  • 2 Kor.1:10 geeft een getuigenis van Paulus weer dat
    de Here hen uit zo’n groot doodsgevaar verlost
    heeft; op Hem hebben wij onze HOOP gevestigd dat
    Hij ons ook VERDER zal verlossen”.
    Uiteraard gaat dit vers dan niet alleen over de
    redding uit natuurlijke omstandigheden, maar om
    verdere, meerdere verlossing geestelijk gesproken.
  • 2 Kor.3:11-12,18 komt met: “Nu wij zulk een
    verwachting (hoop, St.Vert.) hebben, treden wij met
    VOLLE vrijmoedigheid op”.
    Welke hoop? Het Oude,  verdwijnende Verbond ging
    wel met heerlijkheid gepaard, veel meer is de
    bediening van de Geest IN  heerlijkheid (2 Kor.3:7-
    8,11). Het Nieuwe Verbond biedt de hoop op
    BLIJVENDE heerlijkheid, op het veranderen naar
    hetzelfde beeld (de heerlijkheid van de Heer)van
    heerlijkheid tot heerlijkheid
    naar Zijn beeld, immers
    door de Here die Geest is”!
  • Efeze 1:18-19 zegt: “verlichte ogen uws harten,
    zodat gij WEET WELKE HOOP ZIJN ROEPING
    WEKT, hoe RIJK de heerlijkheid is Zijner erfenis bij
    (“in”, St.Vert.) de heiligen en hoe OVERWELDIGEND
    GROOT Zijn kracht is aan ons die geloven…”.
  • Kol.1:21-23 duidt de hoop van het evangelie, waarvan
    we ons niet moeten laten afbrengen (!), aan met: “om
    u heilig en onbesmet en onberispelijk vóór Zich te
    stellen”.
  • Kol.1:27 noemt: “Christus onder u (Can. Vert. en
    Herz. Voorhoeve Vert.: “in u”), de hoop der
    heerlijkheid”, dat wil zeggen: de hoop op Zijn
    heerlijke leven in mij in de volle doorwerking ervan.
  • Hebr.6:11,18-20 handelt over: “dezelfde ijver blijven
    betonen tot de VERWEZENLIJKING DER HOOP ten
    einde toe… en: “wij een krachtige aansporing zouden
    hebben om de hoop te grijpen die VOOR ONS LIGT.
    Haar hebben wij als een anker der ziel, dat vast en
    zeker is en dat reikt tot binnen het voorhangsel,
    waarheen Jezus voor ons als Voorloper is
    binnengegaan…  Als Zijn “nalopers” mogen wij de
    ankerketting binnen gaan halen, om ook deel te
    krijgen aan de heerlijkheid van de volheid van God
    achter het voorhangsel!
  • Jak.1:4 spreekt over het volkomen doorwerken van
    de volharding in verzoekingen met deze hoop: “zodat
    gij volkomen en onberispelijk zijt en in niets te kort
    schiet”. Uitzonderlijk heerlijk!
  • 1 Petr.1:3-5 geeft de levende hoop als volgt weer:
    “De God en Vader van onze Here Jezus
    Christus……heeft ons doen wedergeboren worden
    TOT EEN LEVENDE HOOP (zelfs als ons leven
    voordien een puinhoop was!), tot een
    onvergankelijke, onbevlekte en onverwelkelijke
    erfenis, die in de hemelen is weggelegd voor u, die
    IN DE KRACHT GODS  BEWAARD wordt door het
    geloof tot de zaligheid (der zielen, vers 9, dat wil
    zeggen: de verlossing van onze hele  persoonlijkheid,
    als einddoel van het geloof), welke gereed ligt  om
    GEOPENBAARD TE WORDEN in de laatste tijd”.
  • 2 Petr.3:14 zegt het zo: “Geliefden, beijvert u in
    deze verwachting (hoop), onbevlekt en onberispelijk
    te blijken voor Hem in vrede”.
  • 1 Joh.3:2-3 spreekt over de reiniging van ieder die
    deze hoop op Hem heeft. Welke hoop is dat blijkens
    dit gedeelte? Het is de hoop om HEM GELIJK TE
    ZULLEN WEZEN en Hem te zien gelijk Hij is.

Nu hebben we een twaalftal van de krachtigste “hoop”-teksten opgesomd. Dit niet met de bedoeling een beschouwend, theoretisch verhaal te houden, maar opdat deze hooplevend en werkzaam wordt in jouw leven! Wees gegrepen en gefascineerd van deze “ene hoop van uw roeping” (Efeze.4:4), die het Nieuwe Verbond biedt en ga er in gehoorzaamheid op in! Dat geeft een vaste koers in ons leven! Dat is een wapen als je verzocht wordt door de boze om de hoop op te geven, of de moed te laten zakken en down te worden.

De belijdenis van de hoop onwankelbaar vasthouden

“Verblijdt u in de hoop” zegt Rom.12:2. Een levende, werkzame hoop maakt blij en vreugde geeft kracht! Hoop gaat altijd over dingen, die je nog niet ziet (Hebr.11:1), maar die je met zekerheid VOLHARDEND verwacht (Rom.8:25). In de hoop zit het verlangen om te groeien, je hoofd op te heffen en verder verlost te worden. Die hoop moet BELEDEN worden, bijvoorbeeld: “ik word vrij van ongeduld”, of: “ik zal altijd vol van liefde zijn”. Zoals lied 461 uit Opwekking zegt: “laat ELK moment, Al wat ik denk, VOL zijn van uw liefde, Heer”!

“Zijn huis zijn wij, indien wij de vrijmoedigheid en de HOOP waarin wij roemen tot het einde onverwrikt vasthouden (Hebr.3:6). Abraham heeft tegen hoop op hoop geloofd. Hij geloofde in de belofte van God, dat Hij – de Almachtige – bij machte was hetgeen Hij beloofd had ook te volbrengen (Rom.4:18-22). Zo moeten ook wij de volle zekerheid der hoop hebben dat God het niet-zijnde in ons leven tot aanzijn (tot werkelijkheid) roept (Rom.4:17). We roemen in de hoop op de heerlijkheid van God (Rom.5:2) en die hoop maakt niet beschaamd (Rom.5:5). Laten we de belijdenis van hetgeen we hopen ONWANKELBAAR vasthouden, want Hij die beloofd heeft, is getrouw (Hebr.10:23). Hij zal Zijn beloften aan mij waarmaken! Zoals de Psalmist sprak: “En nu, wat verwacht ik, Here? Mijn hoop, die is op U” (Ps.39:8). Dan slaan wij ons anker der hoop in vaste, betrouwbare bodem, om onwankelbaar te blijven, ook al wil de vijand niets liever dan dat wij gaan wankelen.

Hoop en geloof, ook als het om ons heen stormt

Paulus had ook de ervaring van zware storm en schipbreuk in de buurt van Kreta (Hand.27:14-44). “En toen zich verscheidene dagen noch zon noch sterren vertoonden, en zwaar noodweer ons bedreigde, werd ons tenslotte ALLE HOOP OP REDDING ONTNOMEN” (Hand.27:20). Paulus sprak vervolgens: “Maar ook nu wek ik u op MOED te houden, want het leven van niemand van u zal verloren gaan, alleen maar  het schip” (Hand.27:22). God had tegen hem via een engel gezegd: “Wees niet bevreesd, Paulus, want gij moet voor de keizer staan; en zie, allen, die met u varen, heeft God u geschonken” (Hand.27:24). Zij zwalkten al voor  de veertiende nacht op de Adriatische Zee (Hand.27:27) en moesten ook tegen hoop op hoop tot redding geloven op het woord van Paulus. Na veertien dagen spoorde Paulus hen allen aan om voedsel te nemen, want dit is goed voor uw redding; want niemand zal ook maar een haar van zijn hoofd gekrenkt worden. En terwijl hij dit zei, nam hij brood, dankte God in aller tegenwoordigheid, brak het en begon te eten. En allen werden GOEDSMOEDS en nuttigden eveneens voedsel. Tweehonderd zesenzeventig man kwam behouden aan land en dat bleek Malta te zijn! (Hand.27:33-44 en Hand.28:1).

Volharding in de hoop

Door een val, door een mislukking, zijn we gemakkelijk geneigd de moed en de hoop te verliezen en de belijdenis daarvan na te laten. Hier geldt: “Geef dan uw vrijmoedigheid niet prijs, die een ruime vergelding heeft te wachten. Want gij hebt VOLHARDING nodig, om, de wil van God doende, te VERKRIJGEN hetgeen beloofd is (Hebr.10:35-36). Bij God bestaan geen hopeloze gevallen! Gods hoop is dat de mens weer tot zijn oorspronkelijke doel komt: vernieuwd worden tot volle kennis naar het beeld van Zijn Schepper (Kol.3:10), dus tot volledig herstel!

De hoop is dus geen zoethoudertje tot het hiernamaals, maar er is ijver voor nodig om tot de verwezenlijking van de hoop te komen EN geloof en geduld om de beloften te beërven (Hebr.6:11-12). Dat is een groeiproces! Wees niet ontmoedigd, teleurgesteld of wanhopig als je een nederlaag lijdt, maar belijd dan je geloof en hoop in overwinning door de kracht van God! Als je wanhopig bent, wees dan maar “wanhopig afhankelijk” van God! Om vervolgens “wanhopig ijverig” te worden in dat ene ding: – vergetende hetgeen achter je ligt – ernaar jagen om Gods doel in je leven tot realisatie te laten komen! (Fil.3:12-14).

Hopen is zeker weten

Hoop is GELOVEN WAT DOD ZEGT, in plaats van wat mijn verstand, mijn gevoel, mijn theologische opvattingen, enz. zeggen. “Het geloof nu is de zekerheid der dingen die men HOOPT en het bewijs der dingen, die men niet ziet” (Hebr.11:1). Geloof is geen twijfel en hoop is geen flauw vermoeden of een soort misschien! In Hebr. 11 zien we door geloof en hoop het onzichtbare (de dingen die je niet ziet) zichtbare werkelijkheid worden, namelijk door de eruit volgende geloofswerken!

Van deze geloofshelden onder het Oude verbond gold echter: “Ook deze allen, hoewel door het geloof een getuigenis aan hen gegeven is, hebben het beloofde NIET VERKREGEN, daar God iets BETERS MET ONS VOOR HAD, zodat zij niet zonder ons tot de VOLMAAKTHEID (dat is onze hoop!) konden komen” (Hebr.11:39-40).

Om de hoop van het Nieuwe Verbond – dat is het volle, rijke evangelie van het onwankelbare Koninkrijk – verkondigd te krijgen zijn er bijeenkomsten nodig, om elkaar aan te vuren, elkaars hoop te belijden, de hoop om in te gaan langs de nieuwe en levende weg, die Hij ons ingewijd heeft door het voorhangsel, dat is Zijn vlees (Hebr.10:19-25). Dat is een weg van ontwikkeling en zo heeft men geen hulp meer aan een prediking, die – net als bij Johannes de Doper – niet meer brengt dan vergeving van zonden en de doop als beeld van de afwassing van die zonden.

Geloof in de betere hoop voor jouw leven! “De God nu der HOPE, vervulle u met louter vreugde en vrede in uw geloof, om OVERVLOEDIG te zijn IN DE HOOP, door de kracht des Geestes” (Rom.15:13).

Beschouw jezelf in de spiegel van Gods Woord hoe je eruit ziet of zag van binnen naar het vlees gerekend, naar de zonde(macht) die in je woont en je roept gedeprimeerd: “Ik ellendig mens” (Rom.7:24). Belijd vervolgens blij de levende hoop, die werkzaam in je is: “Maar God zal mij helemaal gaan veranderen, zodat ik Zijn heerlijke beeld ga WEERSPIEGELEN”! “Ik gelukkig mens”, want ik heb de VASTE HOOP dat ik helemaal kan veranderen door de kracht van de Geest van God!

Jildert de Boer

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *