De positie van kinderen in christelijk perspectief

DE POSITIE VAN KINDEREN IN CHRISTELIJK PERSPECTIEF

Tegen de achtergrond van de zogenoemde ‘erfzonde’ of van ‘het gif van de slang’

Heiliging en zegening van kinderen

De kinderen zijn geheiligd in de gelovige ouder(s).[1] Dit betekent niets minder dan: afgezonderd, in een aparte positie gesteld tot heil. Zij komen in de invloedssfeer van het evangelie terecht en dat is een geweldig voorrecht! Met een besprengen van baby’s heeft deze tekst niets te maken.

In het oude testament hebben we al voorbeelden van praktische, daadwerkelijke heiliging van kinderen. We denken aan Hanna ten opzichte van Samuël[2] en aan Job tegenover zijn kinderen.[3]

Er rust op ons als ouders een enorme taak, om onze kinderen op te voeden in de vreze des Heren.[4] We lezen bijvoorbeeld: “Neemt al de woorden ter harte, waarmee ik u heden vermaan, opdat gij daarmee uw kinderen zult opdragen al de woorden dezer wet nauwgezet te onderhouden”.[5]

Bij het opgroeien van onze kinderen is een kerntekst: “Kinderen, weest uw ouders gehoorzaam [in de Here], want dat is recht”.[6]

Voor de kleine kinderen hebben we een geweldige troost in het voorbeeld van Jezus.[7] Hij omarmde ze en hun de handen opleggende, zegende Hij ze.[8] Zijn belofte was: “voor zodanigen is het Koninkrijk Gods”.

Deze zinvolle zegen is ons voldoende! Op die wijze handelde Jezus met kinderen en zo mogen wij vanuit Sion, de gemeente van de levende God, de kinderen omarmen en zegenen in Jezus’ naam door oplegging van handen. Jezus Zelf werd ook eenmaal naar de tempel gebracht, om Hem aan de Here voor te stellen (op te dragen, andere vertalingen) en de oude Simeon nam het kind in zijn armen, hij loofde God en hij zegende hen.[9]

Eenvoudigweg, zonder allerlei plechtige rituelen om er een soort ‘verkapte kinderdoop’ van te maken, mogen ook wij de kinderen een bijbels verantwoorde zegen door middel van handoplegging in de gemeente meegeven. We bidden of onze God hen wil bewaren voor de boze en voor de wereld en we vragen voor de ouders goddelijke wijsheid in de opvoeding.

Evenals Jezus deed voor zijn discipelen willen ook wij onze kinderen heiligen. Hij sprak: “Ik heilig Mijzelf voor hen, opdat ook zij geheiligd mogen zijn in waarheid”.[10]

Als de kinderen later tot de “jaren des onderscheids” komen en bekering en wedergeboorte vindt plaats en zij ontvangen de heilige Geest, zou iemand het water kunnen weren om dezen te dopen?[11]

Erfschuld of inwerking van het gif van de slang?

In plaats van de besnijdenis heeft men een besprenging met water niet alleen van jongens, maar ook van meisjes ingevoerd.

De kinderdoop beoogt de zogenaamde erfzonde af te wassen, al zegt een kerkelijk belijdenisgeschrift (Nederlandse Geloofsbelijdenis, artikel 15) “dat deze ook zelfs daarmee niet ganselijk teniet gedaan kan worden, noch geheel uitgeroeid…” De leer van de kinderdoop en de afwassing van erfzonde gaan hand in hand en zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. Ze staan of vallen met elkaar.

Kleine kinderen hebben echter niet gezondigd.[12] Zij zijn onschuldig en zich van geen zonde bewust! Waarom doopt men hen dan? Kennelijk vanuit de gedachte dat ze schuldig staan aan de zonde van Adam, de zogeheten erfschuld.

De Bijbel leert echter dat ieder persoonlijk verantwoordelijk is voor zijn eigen zonden en niet dat de kinderen mede de ongerechtigheid van hun vader dragen zien we uit diverse Schriftplaatsen.[13] De conclusie die we kunnen trekken: er is geen sprake van erfschuld. In het Nieuwe Verbond lezen we: “Zo zal dan nu ieder van ons voor zichzelf rekenschap geven aan God.”[14]

Uit andere gedeelten blijkt eveneens dat overtreding en trouweloos handelen een persoonlijke zaak is en niet een toerekening van de schuld van Adam.[15] Dat ieder mens de schuld van Adam als collectieve schuld wordt toegerekend is een erfenis of nalatenschap die strijdt met het rechtsgevoel. Hoe kun je aansprakelijk gesteld worden voor de zonde van Adam, die je niet deed? Of, zoals een andere mistige, theologische uitspraak het stelt: “we deden in het paradijs allemaal mee, al weten we niet hoe.” Adam is niet de vader van de leugen, maar de duivel[16] en door diens verleiding tuinde de mens erin en kwam tot zonde.

Onze kinderen staan niet schuldig aan Adam’s overtreding, maar kunnen er niets aan doen, dat ook zij deel gaan krijgen aan de resultaten van de tweede zondeval. De eerste zondeval is die van satan in de engelenwereld. De boze zegt over de wereld: “zij is mij overgeven”[17] Door wie? Adam heeft haar overgegeven en onderworpen aan de duivel als overste dezer wereld, waardoor heel de schepping gezamenlijk zucht.[18]

De gehele wereld ligt in het boze[19], onder de pressie van het rijk der duisternis. Daarom is er geen mens die aan de ernstige gevolgen van de zondeval ontkomt. “Allen zijn afgeweken, tezamen zijn zij onnut geworden: er is niemand, die doet wat goed is, zelfs niet één”.[20] De oorsprong of bron daarvan is gelegen in het addergif, het venijn van de slang.[21] “Wie de zonde doet is uit de duivel, want de duivel zondigt van den beginne”.[22] Hier hebben we de ‘original sin’, de oorspronkelijke zonde die ligt bij de duivel. Bij mensen is zonde een vrucht, die in de geestelijke wereld ontstaat door gemeenschap van de menselijke geest met een boze macht.[23] De zonde is wetteloosheid[24], dus het overtreden van Gods wetten. Want allen hebben gezondigd en derven (= missen) de heerlijkheid van God.[25] Je mist daardoor het doel van God in je leven. Het loon (= gevolg of resultaat) dat de zonde geeft is de dood.[26]

Tegen Kaïn sprak God ter waarschuwing: “Is het niet zo dat u, ALS U HET GOEDE DOET, uw hoofd kunt opheffen? Maar als u niet het goede doet, ligt de zonde aan de deur. Naar u gaat zijn begeerte uit, maar ú moet over hem heersen.”[27] Hier zien we dat de zonde niet bij Kaïn door overerving van Adam en Eva was geïncorporeerd. We weten dat Kaïn de geestelijke belager binnen liet en daarna zijn broer Abel aanviel en hem doodde. De conclusie uit dit verhaal wordt getrokken in het Nieuwe Testament is: “hij was uit de boze.”[28] Er was bij hem geen sprake van aangeboren zonde, maar van de boze zondemacht die hem van buitenaf belaagde en zich indrong, waardoor er een proces van degeneratie op gang kwam.

In de periode vóór de zondvloed haalden de mensen nog hoge leeftijden[29], die pas in het vrederijk terugkeren: “als de levensduur der bomen zal de leeftijd van mijn volk zijn.”[30] Vlak voor de zondvloed lezen we onder meer: “En God zag de aarde aan, en zie, zij was verdorven, want al wat leeft had zijn weg op aarde verdorven[31] (Gen. 6:12).

Van origine zijn de mensen naar de gelijkenis Gods geschapen.[32]

Sinds de mens ongehoorzaam werd en luisterde naar de oude slang, dat is de duivel en de satan[33], is het verwordingsproces van de mensheid begonnen.[34] Het voortbrengsel van des mensen hart werd boos van zijn jeugd aan.[35] Hier zien wij het proces dat elk mens een zondaar is geworden.

We lezen daarvan het ontstaan en de uitwerking: “Ook u heeft Hij met Hem levend gemaakt, u die dood was door de overtredingen en de zonden, waarin u voorheen gewandeld hebt, overeenkomstig het tijdperk van deze wereld, overeenkomstig de wil van de aanvoerder van de macht der lucht (= satan), van de geest die nu werkzaam is in de kinderen van de ongehoorzaamheid, onder wie ook wij allen voorheen verkeerden, in de begeerten van ons vlees, door de wil van het vlees en de gedachten te doen; en wij waren van nature kinderen des toorns, evenals de anderen.”[36] Doelt ‘van nature’ hier op aangeboren zonde? Nee, hier gaat het over een natuurlijke ontwikkeling, omdat de wereld onder de heerschappij van de boze is gekomen en wij allen gezondigd hebben. “Er is immers geen mens die niet zondigt”.[37] Wij leven immers in bezet gebied. Of met een vergelijkend voorbeeld: als je met een wit pak in een kolenmijn afdaalt, word je vanzelf zwart.

Daarom is de natuurlijke mens dood in zonden en misdaden. Het begrip ‘toorn van God’ wordt in de Bijbel gebruikt als mensen onder het beslag komen van boze geesten en de gerechtigheid in ongehoorzaamheid ten onder houden.[38] Dat is het gevolg van zondige daden.

Van de mens na de zondeval kan niet gezegd worden dat die door en door verdorven is en alle goede door God ingeschapen wetten kwijt geraakt is door de zondeval. Het geweten kan nog goed functioneren. We lezen zelfs: “Wanneer toch heidenen, die de wet niet hebben, van nature doen wat de wet gebiedt, dan zijn dezen, ofschoon zonder wet zichzelf tot wet; immers zij tonen dat het werk der wet in hun hart geschreven is, terwijl hun geweten mede getuigt en hun gedachten elkander onderling aanklagen of ook verontschuldigen, ten dage, dat God het in de mensen verborgene oordeelt volgens mijn evangelie, door Christus Jezus.”[39]

De duivel is door en door slecht en verdorven

De duivel en zijn boze geesten zijn echter totaal slecht, door en door verdorven, dus “onbekwaam tot enig goed en geneigd tot alle kwaad”! De antichrist wordt straks in zijn ontwikkeling de door en door ‘zwarte’ door het rijk der duisternis bezeten mens, die als “mens der wetteloosheid” (=“mensch der zonde”, St.Vert), verbonden met Belial[40] en als “zoon des verderfs”[41] (=zoon van de verderver Apollyon, uit de afgrond[42]) wordt aangeduid. In Openbaring 13 zien wij dit in de verbondenheid van het beest uit de aarde (de antichrist) met het beest uit de zee (de geest van de antichrist).

Van de mens in het algemeen kunnen zulke ‘beestachtige’ dingen toch niet gezegd worden? Deze kent immers nog goede dingen, wat men wel betiteld heeft als ‘gemene gratie’ of ‘algemene genade’. Een natuurlijk mensen doet zowel goede als kwade of verkeerde dingen. Een sollicitant die zegt: “ik ben onbekwaam tot enig goed en geneigd tot alle kwaad” zal niet worden aangenomen voor een baan.

Vrijgekocht

Uit de claim of aanspraak van de duivel, die doorgegaan is, omdat alle mensen gezondigd hebben[43], kan de mens alleen losgekocht worden door Jezus Christus, Gods Zoon, die tevens mensenzoon werd. Daarvoor betaalde Hij de losprijs[44], om ons als zondeslaven vrij te kopen uit de handen van de overste dezer wereld. In diepere zin zei Jezus: “Indien gij dan Mij zoekt, laat dezen heengaan”.[45] Hij heeft ons duur gekocht en betaald.[46] Waarmee? Met zijn kostbare bloed, dat wil zeggen met zijn leven!

Nu hoeven wij geen slaven der zonde meer te zijn.[47] Dat is een heel andere gedachte dan dat wij en onze kinderen gedoemd zouden zijn een zondaar tot de dood te blijven…

De doop in Christus Jezus, zoals deze beschreven wordt in Romeinen 6, toont ons juist de mogelijkheden van een overwinningsleven over de zonde! De opwaartse kracht van de heilige Geest is sterker dan de neerwaartse kracht van de zonde. Wij willen immers niet alleen weten hoe we aan de zonde gekomen zijn, maar bovenal de weg zien om van de zonde af te kunnen worden gebracht.

De ene hoofdpijler: Rom. 5:12

“Daarom, gelijk door één mens de zonde de wereld is binnen gekomen en door de zonde de dood, zo is ook de dood tot alle mensen doorgegaan, omdat allen gezondigd hebben.[48] De vertaling Brouwer heeft: “Zo heeft de dood zijn weg tot alle mensen gevonden, aangezien allen gezondigd hebben”. De NBV heeft bij dat laatste: “want ieder mens heeft gezondigd”. Als lezing heeft alleen de Statenvertaling (evenals de Vulgata) het afwijkende: “in welke allen gezondigd hebben” en dit werd een grond om erfschuld te veronderstellen, omdat “in welke” een directe koppeling naar Adam maakt.

Ik noem nog twee teksten:

“Maar zij hebben als Adam het verbond overtreden; daar hebben zij Mij trouweloos bejegend”.[49] Het gaat daar om bedreven wandaden.[50]

“Want reeds voor de wet was er zonde in de wereld. Maar zonde wordt niet toegerekend, als er geen wet is. Toch heeft de dood als koning geheerst van Adam tot Mozes, ook over hen, die niet op een gelijke wijze als Adam overtrad, die een beeld is van de komende”.[51]

Als men in het voorafgaande Rom. 5:12 uitgaat van een veronderstelde erfzonde, dan kan men deze verzen nooit van toepassing verklaren op zuigelingen, die soms ook kunnen sterven, vanwege de vloek die op de zuchtende schepping is gaan heersen vanwege de eerste Adam.[52] Het gaat hier in Rom. 5:13-14 om overtredingen die minder zwaar zijn dan die van Adam. Denkt men in termen van erfschuld, dan zou men toch verwachten dat deze mensen de aangeboren zonde van Adam geërfd én hun werkelijke, eigen overtredingen samen zouden hebben. In het oude testament lezen wij dat God nooit de zonde der vaderen toerekende aan de kinderen.[53]

In Romeinen 5 gaat het over Adam en Christus en over hoe je zondaar en rechtvaardige wordt. Adam bracht als hoofd van de oude schepping de mensheid onder de heerschappij van de zonde met als gevolg de dood en Christus bracht als hoofd van de nieuwe schepping allen die geloven door genade tot vrijspraak, rechtvaardiging en eeuwig leven.

Uit de parallel die Romeinen 5 trekt, kan men de erfzondedogmatiek niet baseren. Ook een veel gebruikte uitdrukking als ‘zondige natuur’ kom je in de Bijbel niet tegen. Juist het tegennatuurlijke is zondig.[54] (Wij willen ervoor pleiten er steeds naar te streven bijbelse terminologie te gebruiken, omdat afgeleide begrippen gemakkelijk tot afdwalingen leiden).

Zondaar worden vindt niet vanzelfsprekend plaats bij de natuurlijke geboorte, of nauwkeuriger gezegd bij de conceptie, maar men wordt zondaar door te (gaan) zondigen. De zonde en de dood zijn doorgedrongen in heel de zuchtende schepping, zodat iedereen ermee in contact komt.

In het apocriefe boek De Wijsheid van Salomo lezen we een interessante variant op Rom. 5:12: “Maar door des duivels nijdigheid is de dood in de wereld gekomen, en die van zijn deel zijn, die proeven deze”, of in de versie van de NBV: “Maar de duivel heeft uit jaloezie de dood in de wereld gebracht; ieder die hem toebehoort, roept de dood over zich af”.[55] Of: “God schiep de mens tot onvergankelijkheid en vormde hem tot een beeld van zijn eigen wezen; maar door de afgunst van de duivel is de dood de wereld binnen gekomen, en deze dood ervaren zij die de duivel toebehoren”.[56]

Tot rechtvaardigen worden vindt evenmin automatisch plaats, maar door het aannemen van en het geloven in het offer van Jezus Christus voor onze zonden en daarna in geloof te belijden: “ik ben door Gods genade een rechtvaardige”, mogen we in die rechte verhouding tot Hem gaan staan om daarna ook als een rechtvaardige te gaan leven!

God wil die in zonde gevallen mens door het werk van Jezus Christus en de kracht van de heilige Geest juist herscheppen en hem tot de oorspronkelijke bedoeling brengen! Over een positieve erfenis valt dan dit heerlijke te zeggen: dat wij erfgenamen zijn van God en mede-erfgenamen van Christus.[57]  Dat is heel wat anders dan opgezadeld te zijn met een vreemde, negatieve erfschuld, waar wij niets aan konden doen.

De andere hoofdpijler Ps. 51:7

“Zie in ongerechtigheid ben ik geboren, in zonde heeft mijn moeder mij ontvangen”[58] past men vaak direct toe op de gehele mensheid, terwijl David hier spreekt in een concrete, persoonlijke situatie toen de profeet Nathan bij hem gekomen was, nadat hij tot Bathseba was gekomen.

Het merkwaardige is dat artikel 15 in de Nederlandse geloofsbelijdenis stelt over de erfzonde: “zij is ook zelfs door de (kinder)doop niet ganselijk teniet gedaan, noch uitgeroeid…”, terwijl David na zijn zware zonde en schuld van overspel met Bathseba en moord op Uria zelfs in een complete reiniging van Godswege gelooft: “Ontzondig mij met hysop, dan ben ik rein, was mij, dan ben ik witter dan sneeuw…[59]

Een duidelijke vertaling geeft de Naardense Bijbel: “Wel was mijn begin omgeven door onrecht en heeft in zonde mijn moeder mij ontvangen”. Het woord “ontvangen” is in het Hebreeuws jaham, dat is vertaald met “verhit worden” (St.Vert.) of “bronstig worden” in de NBG en NBV.[60]

Zoals David door overspel met Bathseba een kind verwekte, dat moest sterven, zo was hij waarschijnlijk ook zelf door overspel van zijn moeder verwekt, dus een onwettig kind, en was hijzelf blijven leven!

Wat valt er af te leiden over de afkomst van David?

Saul vroeg aan Abner: “Wiens zoon is toch deze jongeling”? en deze moest zeggen: “ik weet het niet.”[61] Merkwaardig, omdat de identiteit van David toch al eerder[62] is medegedeeld.

Van David wordt vermeld dat hij “rossig” was.[63] David was waarschijnlijk van een andere afkomst: hij had vreemd bloed! In tegenstelling tot de meeste andere koningen wordt de naam van zijn moeder nergens vermeld.

In het gezin van Isaï hoorde David er niet echt bij en werd hij veracht[64]. Toen Samuël David tot koning over Israël moest zalven, werd hij pas bijgehaald van achter de schapen toen de profeet dit nadrukkelijk aan Isaï vroeg.[65]

Wij komen op het spoor van de afstamming van David als wij zien dat hij Zeruja en Abigal of Abigaïl als (oudere) halfzusters had, van wie we lezen dat zij dochters van Nahas of Nachas waren.[66] Zij waren stiefzusters van David, dochters van David’s moeder en Nahas/Nachas, niet van Isaï, zoals ook de Christelijke Encyclopedie opmerkt. De bekende Joab bijvoorbeeld was eveneens een zoon van Zeruja.

Nahas was de koning der Ammonieten.[67] Deze (bij)vrouw van Nahas, de moeder van Zeruja en Abigal, pleegde later overspel met Isaï, waaruit David werd geboren. Vandaar dat David wel door zijn vader, maar niet door zijn broers erkend werd, die een andere moeder hadden. Nadien zien we hoe in het gezin en het geslacht van David de machten van onreinheid keer op keer hebben doorgewerkt.

De tekst uit Ps. 51:7 kan men niet toepassen als fundament voor de erfzondeleer als men de context en de situatie in acht neemt. Die gaat over David zelf en zijn moeder, niet over ieder willekeurig mens op aarde! Wat hier concreet met David’s moeder in verband staat, kan niet verdraaid worden tot: ik ontving zonde bij mijn verwekking.

Zonde is niet biologisch van aard, maar een geestelijke zaak

Het Joodse denken kent het begrip ‘erfzonde’ niet. Bij de blindgeborene vroegen de discipelen naar schuld: “Rabbi, wie heeft gezondigd, deze of zijn ouders, dat hij blind geboren is”? Jezus antwoordde: “Noch deze heeft gezondigd, noch zijn ouders, maar de werken van God moesten in hem openbaar worden.”[68]De Farizeeën zeiden dan wel na de genezing van de blindgeborene dat Jezus een zondaar is.[69] De blindgeborene diende hen van repliek en zeide tot hen: “Hierin is toch iets wonderlijks, dat gij niet weet vanwaar Hij komt, maar mijn ogen heeft Hij geopend. Wij weten dat God naar zondaars niet hoort, maar is iemand godvruchtig en doet hij Zijn wil, die verhoort Hij.”[70] “Als deze niet van God was gekomen, Hij had niets kunnen doen. Zij antwoordden en zeiden: gij zijt geheel in zonden geboren en wilt gij ons leren?”[71] Dit specifieke verwijt van de Farizeeën aan de blindgeborene kan niet zonder meer voor alle mensen gelden.

Zonde is geen biologische zaak van overerving, maar een geestelijke zaak die in de hemelse gewesten begint en in eerste instantie wordt veroorzaakt door boze geesten. In tweede instantie krijgen mensen deel aan de zonde en worden medeaansprakelijk voor het kwaad in deze wereld.

Volgens de kerkvader Augustinus gebeurt de overdracht van de zonde fysiek in de geslachtsdaad. Je kunt afvragen wie de erfschuld en/of de verwerping tot de hel en zeker die van zuigelingen en heidenen die nog nooit van Jezus hebben gehoord, zonder meer als consequentie zou willen aanvaarden, doorvoeren en er ‘amen’ op zou durven zeggen. Toch zijn dat de lijnrechte gevolgen van het denken in ‘erfschuld’. Een baby in de wieg is onschuldig! Wat men als uiting van zonde meent te zien, als een baby krijst, zijn veeleer onlustgevoelens als het bijvoorbeeld honger heeft, of juist krampjes na de voeding.

Vier fasen of betekenissen in het ontstaan van zonde

  •  de satan als oorsprong der zonde, als overste dezer wereld en als aanstichter van alle kwaad.
  • de zonde tussen bevruchting en geboorte in begintoestand in de gedachten van de inwendige mens. Hier begint de medeplichtigheid van de mens, zijn heler of handlanger zijn van de duivel, die de dief is.[72] Het is het stadium van de zondige gedachten die gekoesterd worden.
  • De zonde als daad (zonde doen of zondigen) in de zichtbare wereld.
  • De zondeschuld die achterblijft na de zondedaad (het ophopen van “schatten des toorns”[73], in tegenstelling tot de “schatten in de hemel” die de christen verzamelt[74]).

Twee visies op zonde

Hieronder geven we in punten door ons samengevat weer waar de gebruikelijke visie op zonde onder (1) en de alternatieve visie op zonde onder (2) qua benadering verschillen:

  • De mens zondigt, omdat hij zondaar is. Of: Omdat hij zondaar is, zondigt de mens (1).
  • De mens wordt zondaar, omdat hij zondigt. Of: omdat hij zondigt, wordt de mens zondaar (2).
  • De mens heeft aangeboren zonde (door overerving van schuld en smet van Adam: dat wordt “erfzonde” genoemd) (1).
  • De mens wordt onschuldig geboren, maar zondigt onvermijdelijk van zijn jeugd aan (door inwerking van de boze en op grond van persoonlijke verantwoordelijkheid en aansprakelijkheid) (2).
  • Zonde is de macht der zonde, zondig in wezen zijn, een zondige natuur hebben (1).
  • Zonde is een belager, een koning, een aanstichter, een verzoeker en bevruchter, ofwel de duivel die zondigt van den beginne (2).
  • Zonde zit de mensen in het bloed: het is een biologische, natuurlijke zaak (1).
  • Zonde vindt zijn oorsprong in de geestelijke wereld, vanuit het rijk der duisternis, en is daarom een geestelijk proces (2).
  • Zonden zijn verkeerde daden van de mens, waardoor hij Gods doel mist (1).
  • Zonden zijn vrucht van de gemeenschap tussen de mens en boze geesten, wat leidt tot wetteloosheid (2).

Ieder kan voor zichzelf beide visies vergelijken over hoe de zonde is ontstaan en hoe deze is in haar uitwerking.

Erfsmet?

Wij weren ons vooral tegen het begrip ‘erfschuld’. De andere theologische term ‘erfsmet’ vinden we evenmin direct in de Bijbel. Als men deze leest als het voor de natuurlijke mens onontkoombare en het totale en universele van de zonde, dan stemmen wij met die bedoeling in.

De ernstige gevolgen van de overtreding van Adam, waardoor de duivel de overste van deze wereld werd, zijn helaas maar al te goed merkbaar in het menselijke geslacht, bij onszelf en in heel de schepping. Dat zien we in de plantenwereld, de dierenwereld, in misvormingen en beschadigingen ook bij de mens. Dat kunnen, willen en mogen we niet bagatelliseren!

Vaak vergeet men echter bij de typering ‘erfsmet’ de eerste oorzaak van de zonde in de geestenwereld hierin te verdisconteren en zo pleegt satan zijn camouflagetactiek door zich te maskeren en schuilevinkje te spelen door alle schuld op de mensenkinderen te schuiven, waar hij als boze mede debet aan is. Natuurlijk zal de boze altijd trachten de mens de ‘zwarte piet’ toe te spelen. Uiteindelijk blijft die mens wel 100% verantwoordelijk of hij al dan niet ingaat op de insinuaties van de boze.

Daarbij typeert men ‘erfsmet’ weer als de totale geestelijke verdorvenheid als wezenlijk bestandsdeel van het menselijke geslacht, waardoor deze gedoemd zou zijn een zondaar te blijven tot de dood. Dan spreekt men over “de boosheid die ons altijd aanhangt” (zondag 51, Heidelbergse Catechismus), of “aankleeft” (berijming Gebed des Heeren), terwijl de Bijbel zegt: “Leg daarom af ALLE verdorvenheid en ELKE uitwas van slechtheid en ontvang met zachtmoedigheid het in u geplante Woord, dat uw zielen kan zalig maken”.[75] God heeft Jezus Christus doen opstaan en Hem gezonden die u tot zegen is, DAARIN, dat een ieder zich afkeert van zijn boosheden![76] Of sterker uitgedrukt in andere vertalingen: “om u te zegenen door een ieder uwer AF TE BRENGEN van zijn boosheden”.

De erfzondeleer tast daarom de mogelijkheid tot levensheiliging aan, omdat de mens gedoemd zou zijn zondaar tot de dood te blijven. Deze negatieve gedachtegang aanvaardt niet dat God zijn Woord en Geest heeft geschonken met als doel: “opdat de mens Gods volkomen zij, tot alle goed werk volkomen toegerust.”[77]. Daarom is het een blokkade op de weg en het proces van geestelijke groei. Dit gebeurt met als excuus “we zijn en blijven maar mensen en we zondigen toch allemaal”, maar zo’n uitspraak doet geen recht aan het doel wat God met de mens voor ogen heeft.

Zonde is onnatuurlijk, want het is iets vijandigs en God haat zonde absoluut. Echter, van mensen die zijn gaan zondigen, is God  blijven houden en Zijn verlossingsplan lag al klaar: het Lam dat geslacht is sedert de grondlegging dezer wereld[78]. Zonde is niet onvermijdelijk, want goddelijke, onzelfzuchtige liefde uitleven is Gods norm en bedoeling voor ons en Hij geeft Zijn Geest aan ons om het waar te maken, om zo te delen in de aard en natuur van God.

De zonde ernstig nemen

De Bijbel gebruikt de term ‘zondige natuur’ nooit en veel mensen denken dat de mens zondigt, omdat hij als zondaar is geboren. Het is andersom: omdat de mens door te (gaan) zondigen zondaar is geworden, heeft hij de genade en de redding in Jezus Christus zo nodig door wederom geboren te worden als een nieuwe schepping! Zonde is absoluut geen zaak, die onderschat of gebagatelliseerd moet worden, want God haat alle zonde en het vraagt levensernst dit in te zien, dat wil zeggen: totdat men zijn ongerechtigheid ontdekt en haat. [79]

Leerlingen van Jezus leven meesterlijk, als zij diens voetsporen drukken: “gerechtigheid liefhebben en ongerechtigheid haten” en dit leidde en leidt tot zalving met vreugdeolie.[80]

In het heel lezenswaardige apocriefe boek Jezus Sirach lezen we de rake tekst: “Mijn kind, als je gezondigd hebt, ga er niet mee door, bid om vergeving voor je zonden. Vlucht voor de zonden als voor een slang, want als de zonde naderbij komt grijpt ze je. Haar tanden zijn als die van een leeuw, ze rukken mensenlevens weg”.[81] Let wel, in dit verband zijn “slang” en “leeuw” beelden van de duivel!

Het herstelplan van God

Gelukkig heeft de Here ook voorzien in een werkelijke oplossing van het zondeprobleem door het Lam, dat de zonde der wereld wegneemt: Jezus Christus.[82]

Daarbij wil Jezus tevens de Doper in heilige Geest zijn[83], die ons de kracht geeft tot een overwinningsleven, om het doel dat God met de mens voor ogen heeft te bereiken, namelijk dat er zonen Gods geopenbaard worden, die aan het beeld van de eerstgeboren Zoon gaan beantwoorden![84] (Rom. 8:19,29). De erfzondetheorie is een sta-in-de-weg, die terzijde gelegd moet worden, opdat de mens weer tot deze heerlijke bestemming kan komen! Daarbij hoort de boodschap van bevrijding door de Zoon en de zonen Gods, zoals we lezen: “Van Jezus van Nazaret, hoe God Hem met de heilige Geest en met kracht heeft gezalfd. Hij is rondgegaan, weldoende en genezende allen, die door de duivel overweldigd waren; want God was met Hem.”[85]

In het begin is het met ons zó: “met hun tong plegen zij bedrog, addergif (slangenvenijn, St. Vert.) is onder hun lippen.”[86] Zo was het toen wij onder de macht van de duivel, als vader der leugen[87], leefden. In het Oude Testament lezen we: “Zie wie met ongerechtigheid bevrucht werd, is zwanger van onheil en baart leugen”.[88] De weg van de slang leidde ons op kronkelwegen, waardoor wij een krom en verdraaid geslacht werden.

Als wij dan echter door Gods genade tot Christus zijn gekomen en in de voetstappen van Jezus gaan treden, is Hij Degene, die geen zonde gedaan heeft en in wiens mond geen bedrog (of leugen) is gevonden.[89] Van de eerstelingen, die het Lam op de voet volgen, ofwel de zonen Gods staat ten slotte hetzelfde geschreven: “En in hun mond is geen leugen (of bedrog) gevonden; zij zijn onberispelijk.”[90]

Zo hebben wij in kort bestek hoe de zonde is ontstaan en begonnen bij de duivel en vervolgens bij de mens, maar ook hoe het mogelijk is door het werk van Jezus Christus en de kracht van de heilige Geest dat de zonde overwonnen wordt. Om te beginnen in eigen leven, in de gemeente van de levende God en dat de ganse schepping wordt bevrijd van de heerschappij van zonde en ziekte tot en met de dood als laatste vijand toe!

Tegen dit plan van herstel van de schepping zal geen enkele zondemacht, dan wel grootvorst der duisternis of dood, of welke andere macht ook uiteindelijk op kunnen tegen de kracht en de heerlijkheid van God, die zich meer en meer zal gaan openbaren in en door mensenlevens tot het doel dat alle volheid van God bereikt is!

Het behoud van kinderen en wat er tijdens het opgroeien aan de orde is

We keren ten slotte nog eens terug naar de positie van kinderen in christelijk perspectief vanaf het begin van hun aardse leven.

Velen denken dat met de doop van hun kind het behoud van dat kind gegarandeerd is. Bij ongedoopte kinderen van gelovige ouders (Baptisten, Vergadering van Gelovigen, Pinkstermensen, Evangelischen, enz.) zou dat dan minder zeker zijn volgens sommigen (omdat die dan niet in ‘het verbond’ zouden zijn). Kinderen die besprenkeld zijn, hebben niets meer dan andere kinderen van gelovige ouders.

Niet allen gaan zo ver dat ze de nog onbewust levende kinderen van ongelovige ouders voor verloren verklaren op grond van de overtreding van Adam in de hof van Eden.

Zelfs in het huis van de goddeloze koning Jerobeam werd er in diens zoon Abia, die ziek was en stierf, iets goeds bevonden voor de Here, de God van Israël.[91]

Jezus sprak eenvoudig over de kinderen: “voor zodanigen is het Koninkrijk der hemelen”.[92] Hij merkte ook op: “Ziet toe, dat gij niet één dezer kleinen veracht. Want Ik zeg u, dat hun engelen in de hemelen voortdurend het aangezicht zien van mijn Vader, die in de hemelen is”.[93] Op een geboortekaartje stond:

Je hebt iets uit de hemel meegenomen
Je hebt iets van dat stralend witte licht
Je draagt iets van Zijn warmte in je ogen
Je leest iets van Zijn glans op je gezicht 

(naar een liedje van Reni en Elisa Krijgsman)

Het kleine, schattige kindje in de wieg is geen ‘zwart duiveltje’, maar is te vergelijken met de onschuld van het ‘groene gras.’ Het weet nog van geen onderscheid tussen goed en kwaad.[94] In de eindtijd en wij zien dat deze ontwikkeling in volle gang is, wordt het ‘groene gras’ aangestoken door het vuur van de demonen,[95]maar waar ouders verzegeld met de Geest en vernieuwd in denken hun kinderen heiligen wordt het ‘groene gras’ niet beschadigd door de geesten die opkomen uit de afgrond.[96]

De ouders verlangen ernaar het kind zoveel mogelijk te omtuinen, om het kind op zijn hemelse hoogte te bewaren met hulp van de goede engelen.[97] Daar is nog sprake van ongeschonden contact met de hemel! Opnieuw zouden we kunnen roepen: “Ja; hebt gij nooit gelezen: Uit de mond van kleine kinderen en zuigelingen hebt Gij lof bereid”?[98] Onder hun lippen was nog geen addergif, maar de lof tot hun hemelse Schepper!

Al hebben christenouders de taak om hun kinderen te heiligen[99], zoals God de Vader Zijn Zoon heiligde in deze wereld[100], toch kunnen zij met de beste wil ter wereld niet verhinderen dat hun kinderen deel zullen gaan krijgen aan het proces van zonde en het komen tot zondige daden te midden van deze wereld, die onder de heerschappij van de boze ligt.[101] Het kleine kind is als een ‘knop’, waarin God al het mooie en goede van zijn schepping heeft gelegd. Als de ouders deel gekregen hebben aan de goddelijke natuur[102], zullen zij zorgen voor de liefdezon thuis, zodat de ‘knop’ zich kan ontwikkelen en het kind kan gedijen. De ‘knop’ van het jonge, zich ontwikkelende kinderleven wordt echter ook aangetast door de ‘worm’, dat wil zeggen in dit beeld: door de vijand der mensen. In de strijd voor hun leven zullen wij zonder dat we iets kunnen forceren of fabriceren als ouders onze kinderen helpen tegenover hun geestelijke vijanden en zoeken wij een ontspannen harteband met hen op te bouwen. Want al te spoedig komt er bij het opgroeien van kinderen ‘ruis’ op de lijn met de hemel en treden de ‘stoorzenders’ uit het rijk der duisternis op. Daarom is de van oorsprong goede, naar Gods beeld en gelijkenis geschapen mens na zijn goede begin afgeweken en ontaard en slecht gemaakt onder invloed van het rijk der duisternis. Hij is ontspoord door af te wijken van de weg en het doel van God. Ook de ouders bevinden zich nog in het leerproces van de opvoeding en de ontwikkeling van heiliging, waarbij zij fouten maken, maar God steeds om wijsheid kunnen vragen, die Hij eenvoudigweg geeft en zonder verwijt[103].

Kleine kinderen hebben geen woorden of werken op grond waarvan zij verloren zouden kunnen gaan.

Jezus stelde het heel duidelijk: “Zó bestaat bij uw Vader, die in de hemelen is, de wil niet, dat één dezer kleinen verloren gaat”.[104] Als een kind jong sterft, hoeven wij daarom niet te twijfelen aan het behoud van dat kind! God is goed! Het is veilig in Jezus’ armen!

Jildert de Boer

[1] 1 Cor.7:14.

[2] 1 Sam.1:19-28.

[3] Job.1:5.

[4] Deut.6:6,7.

[5] Deut.32:46.

[6] Efeze 6:1; zie ook Col.3:20.

[7] Luc.18:15-17.

[8] Marc.10:13-16.

[9] Luc.2:22-35.

[10] Joh.17:18.

[11] Hand.10:47.

[12] Jona 4:11; Deut. 1:39; vergelijk Rom. 9:11a.

[13] Deut. 24:16; 2 Kon. 14:6; 2 Kron. 25:4; Ezech. 18:1-4;

Ezech. 18:19,20; Jer. 31:19,20.

[14] Rom. 14:12

[15] Hos. 6:7; Job 31:33; Rom. 5:14.

[16] Joh. 8:44.

[17] Luc. 4:6.

[18] Rom. 8:20-22.

[19] 1 Joh. 5:19b.

[20] Rom. 3:12.

[21] Rom. 3:13.

[22] 1 Joh. 3:8a.

[23] Vergelijk Ps. 7:15; Jes. 59:5; Jac. 1:14-15.

[24] 1 Joh. 3:4.

[25] Rom. 3:23.

[26] Rom. 6:23.

[27] Gen. 4:7,8.

[28] 1 Joh. 3:12.

[29] Gen. 5.

[30] Jes. 65:22.

[31] Gen. 6:12.

[32] Jac. 3:9b; Gen. 1:26; Gen. 5:1.

[33] Openb.12:9; Openb. 20:2.

[34] Gen. 6:5,12.

[35] Gen. 8:21; Jer. 3:25.

[36] Ef. 2:1-3.

[37] 1 Kon. 8:46.

[38] Rom. 1:18; vergelijk Joh. 3:36.

[39] Rom. 2:14-16.

[40] 2 Kor. 6:14-15.

[41] 2 Thess. 2:3.

[42] Openb. 9:11.

[43] Rom. 5:12.

[44] Matth. 20:28.

[45] Joh. 18:8b.

[46] 1 Cor.6:20, Statenvertaling.

[47] Joh.8:34-36; Rom.6:16-18.

[48] Rom. 5:12.

[49] Hosea 6:7.

[50] Hosea 6:9.

[51] Rom. 5:13-14.

[52] Rom. 8:20-22.

[53] Deut. 7:10; Deut. 24:16; 2 Kon. 14:5-6; 2 Kron. 25:4; Jer. 31:29-30 en de al aangehaalde
tekst Ezech. 18:19-20, vergelijk ook Rom. 14:12.

[54] Rom. 1:26.

[55] Wijsheid van Salomo 2:24.

[56] Wijsheid van Salomo 2:23,24.

[57] Rom. 8:17.

[58] Ps. 51:7.

[59] Ps. 51:9.

[60] Gen. 30:38-39,41 en Gen. 31:10

[61] 1 Sam.17:55.

[62] 1 Sam.16:18-19.

[63] 1 Sam.16:12 en 1 Sam. 17:42

[64] 1 Sam.17:28.

[65] 1 Sam.16:11.

[66] 2 Sam.17:25, vergelijk 1 Kron.2:16.

[67] 1 Sam.11; 2 Sam.10:2.

[68] Joh. 9:2,3.

[69] Joh. 9:24.

[70] Joh. 9:30-31.

[71] Joh. 9:33-34.

[72] Joh. 10:10a.

[73] Rom. 2:5, St. Vert.

[74] Matth. 6:20.

[75] Jac. 1:21.

[76] Hand. 3:26.

[77] 2 Tim. 3:17.

[78] Openb. 13:8.

[79] Ps. 36:3b.

[80] Hebr. 1:9.

[81] Jezus Sirach 21:1-2 (NBV).

[82] Joh. 1:29.

[83] Joh. 1:33.

[84] Rom. 8:19,29.

[85] Hand. 10:38.

[86] Rom. 3:13.

[87] Joh. 8:44.

[88] Ps. 7:15.

[89] 1 Petr. 2:21-22.

[90] Openb. 14:4-5.

[91] 1 Kon.14:13.

[92] Matth.19:14.

[93] Matth.18:10.

[94] Deut. 1:39; Jona 4:11; Rom. 9:11.

[95] Openb. 8:7.

[96] Openb. 9:4.

[97] Matth. 18:1-6,10.

[98] Matth.21:16; vergelijk Ps.8:3.

[99] 1 Kor. 7:14.

[100] Joh. 10:36.

[101] 1 Joh. 5:19.

[102] 2 Petr. 1:4.

[103] Jac. 1:5.

[104] Matth.18:14.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.