De verhouding tussen vrucht en gaven van de Geest

DE VERHOUDING TUSSEN VRUCHT EN GAVEN VAN DE GEEST

Geestesvrucht en Geestesgaven

Rom. 1:11-12; 1 Kor. 12:1-11; Gal. 5:13-23

Ter inleiding

Het onderwerp ligt gevoelig in veel kringen. Er heerst op dit gebied soms een behoorlijke verwarring en er zijn bovendien heel wat misverstanden over. Over vrucht en/of gaven van de Geest wordt soms stevig gediscussieerd. Daarbij mag je je wel afvragen of dit niet schril afsteekt bij de o zo nodige praktische beléving en doorwerking van het een en ander. Er wordt nogal eens een contrast geschilderd tussen vrucht en gaven. Beide zaken worden dan tegenover elkaar geplaatst of naast elkaar gezet. In de vrucht openbaart Jezus Zichzelf meer als een Lam en in de gaven zien we Jezus meer als een Leeuw optreden. In de Korinthe-gemeente schoten ze in geen enkele genadegave tekort, het ontbrak hen aan geen enkele genadegave ( 1 Kor. 1:7), maar toch was er veel loos in die gemeente.

Lijstjes

De gaven in 1 Kor. 12:8-10 zijn:

  • Met wijsheid te spreken/ een woord van wijsheid
  • Met kennis te spreken/een woord van kennis
  • (Bijzonder) geloof
  • Gaven van genezingen
  • Werking van krachten/kracht om wonderen te verrichten
  • Profetie
  • Onderscheiden van geesten
  • Allerlei tongen
  • Vertolking van tongen/uitleg van talen

De vrucht in Gal. 5:22 bestaat uit:

  • Liefde
  • Blijdschap
  • Vrede
  • Lankmoedigheid of geduld
  • Vriendelijkheid
  • Goedheid
  • Trouw
  • Zachtmoedigheid
  • Zelfbeheersing/matigheid

Eenzijdigheden aan beide kanten

Men kan hierover verschillende geluiden beluisteren: “De vrucht van de Geest, de liefde, is toch het allerbelangrijkste en de gaven zijn eigenlijk maar bijzaken”. Of: “alles draait immers om de liefde; al die bijzondere gaven waren voor vroeger en die hebben we niet meer nodig nu we de Bijbel op schrift hebben”.
Maar ook kun je signalen opvangen van mensen die prat gaan op hun tongentaal, maar de liefde (b)lijken te missen voor christenen, die deze gave niet hebben ontvangen of wel hebben ontvangen, maar in de praktijk niet uitoefenen. De NBG-vert. heeft het over spreken in tongen, de HSV over spreken in talen en de NBV over klanktaal. En: er zijn mensen die bidden voor goddelijke genezing van anderen op het gebed, maar niet blaken van liefde voor de niet-genezenen. Of: mensen die demonen uitdrijven, maar in hun bediening erg fors en knap arrogant tekeer gaan. Dan wel: mensen die een profetie of een beeld (visioen of gezicht) uitspreken, maar zich weinig toeleggen op de kennis van de Bijbel. De Geest is ‘on line’ met het Woord! Dat blijkt wel uit het onderdeel van de geestelijke wapenrusting dat zegt: “Het zwaard des Geestes, dat is het Woord van God” (Ef.  6:17). Woord en Geest kun je vergelijken met de twee vleugels van een vliegtuig of met de trein die over twee railzen gaat. De vrucht van de Geest beoogt onze karaktervorming. De gaven zijn het instrumentarium of de bekwaamheden om de gemeente als geestelijk huis te bouwen. De Here zal jou en mij bekwaam maken wanneer wij het nodig hebben.

Gewoon of buitengewoon; natuurlijk of bovennatuurlijk

  • Er zijn twee uitersten: OF het gaat alleen om de liefde en de zogenaamde bijzondere gaven zijn er niet meer, of hoeven we niet of men is er bang voor en daarom is men hier wel erg voorzichtig, misschien omdat men wel eens extreme dingen heeft meegemaakt vanuit hyper-charismatische kringen. OF het omgekeerde: gaven van genezing, tongentaal, e.d. voeren de boventoon en de zogenaamde gewone gaven zijn van veel minder belang. Echter, in de Bijbel zelf vinden we helemaal geen strakke indeling tussen ‘gewone’ en ‘bijzondere’ gaven. In Romeinen 12:1-8 vinden we ook een rijtje met zeven Geestesgaven, waarbij profetie opnieuw wordt genoemd. Daar worden achtereenvolgens vermeld:
  • profetie al naar gelang van ons geloof (naar de mate van ons geloof, HSV),
  • wie dient in het dienen (of: bijstand verlenen),
  • wie onderwijst in het onderwijzen,
  • wie vermaant in het vermanen (of: wie vertroost/bemoedigt in het vertroosten/bemoedigen),
  • wie mededeelt (of: weggeeft, uitdeelt) in eenvoud,
  • wie leiding geeft in ijver,
  • wie barmhartigheid bewijst in blijmoedigheid.”

Samengevat komen daar dus de volgende gaven aan de orde: profetie, dienen, onderwijzen, vermanen, weggeven of uitdelen, leiding geven en barmhartigheid of ontferming bewijzen.

Door bepaalde GENADEgaven van God voor deze tijd niet op prijs te stellen, lopen we de kans de Gever te bedroeven! Aan de andere kant: wie slechts meer opzienbarend lijkende gaven zoekt, houdt de VOLHEID – het complete pakket – van gaven die de Heer wil schenken niet in het oog!

Vrucht en gaven in combinatie met elkaar

In 1 Kor. 12 gaat het eerst over de gaven van de Geest. In 1 Kor. 12:28-30 gaat het over de acht bedieningen waarin sommigen zijn aangesteld in de gemeente. Het is leerzaam in de rij bedieningen van 1 Kor. 12:28 te zien dat (bekwaamheid) om te helpen, om te besturen juist tussen gaven van genezing en verscheidenheid van tongen in staat! Daarom is het heel onverstandig deze dingen tegen elkaar uit te spelen. Waar deze houding wordt losgelaten wordt, hoeft het probleem met Geestesgaven niet langer een lastige of heikele kwestie te blijven. Dan kan de vermeende concurrentie tussen vrucht en gaven opgeheven worden. Het gaat om de combinatie van beiden. We hebben ze namelijk allebei echt nodig! De OF-OF gedachte is totaal fout! Gods mening over de zaak luidt: “Jaag de liefde na EN streeft naar de gaven des Geestes” (1 Kor. 14:1). Het is dus EN-EN! Het ene vult het andere aan.

Liefde als een scharnier

In het midden van 1 Kor. 12 en 1 Kor. 14, de hoofdstukken over de Geestesgaven, staat 1 Kor. 13, het hoofdstuk der liefde. Dat is niet toevallig! Iemand schreef eens raak getypeerd: “1 Kor. 13 is het scharnier door middel waarvan 1 Kor.12 en 1 Kor.14 draaien.” Zonder dit liefdesscharnier hangt alles uit het lood! Ook al heb je de allermooiste en allerbeste gaven, maar als je de liefde niet hebt, dan ben je niets (1 Kor.13:1-3). Je kunt 1 Kor. 13 over de liefde vergelijken met het hart en 1 Kor. 12 en 1 Kor. 14 met de longen. Om te ademen in het lichaam van Christus zijn daarom vrucht en gaven van de Geest nodig. In zekere zin zou je 1 Kor. 12,13 en 14 een trilogie kunnen noemen.

Samenspel tussen liefde en gaven

Het is echter pertinent niet Gods wil, dat we onkundig gelaten worden wat betreft de gaven, de uitingen des Geestes (1 Kor. 12:1).  Het is dus niet verstandig onwetend te blijven als God graag wil dat we ervan op de hoogte zijn. Het juiste evenwicht  is een innige relatie tussen liefde en gaven! Deze les zien we precies zo in Rom.12. In Rom. 12:6-8 wordt gesproken over de gaven, zoals we hebben gezien, ogenblikkelijk gevolgd door “de liefde zij ongeveinsd” en “weest in broederliefde elkander genegen” (Rom. 12:9-10). Het samenspel tussen liefde en gaven is Gods heerlijke bedoeling: “dient elkander door de liefde” (Gal. 5:13) EN “dient elkander, een ieder naar de genadegave die hij ontvangen heeft” (1 Petr. 4:10).

Liefde en gaven in harmonische samenhang

Zonder de gaven mist de liefde haar volle uitwerking. De gaven zijn gereedschappen om de anderen in liefde te dienen. De liefde UIT zich in de gaven. Zijn we vol liefde, dan verlangen we vanzelfsprekend ook naar de gaven. Los van de liefde zijn de gaven slechts een holle vertoning, een hoop lawaai zonder inhoud. Een schallende gong en een rinkelende cimbaal. Het gaat om geloof door liefde WERKENDE (Gal.5:6). De liefde komt openbaar door het uitoefenen van de gaven! Een voorbeeld: een poes zit met zijn pootje in de klem. Dan is liefde nodig samen met daadkracht om hem te bevrijden. Zo is het ook met mensen. Liefde verlangt ernaar een ander te bevrijden en daarvoor moet je soms als een leeuw optreden. Maar je doet dat in de gezindheid en de bewogenheid van Christus in de liefde.  Liefde zonder de gaven maken je vleugellam. Anderzijds kunnen gaven zonder liefde hard overkomen.

De vrucht van de Geest bestaat als het ware uit negen sinaasappelpartjes die één geheel vormen. Je wilt vruchten voortbrengen die aan de bekering beantwoorden. Dat is een opdracht, maar de vrucht is tegelijkertijd iets dat God bewerkt. De vrucht van de Geest rijpt door gemeenschap met God en geestelijke groei in Hem. De gaven van de Geest zijn genadegiften van God, die we willen aanvaarden en waar je naar mag verlangen. Zij worden door de Here toegedeeld, terwijl men ernaar streeft en zich ernaar uitstrekt. Laten we dat in een gezond klimaat stimuleren.

Het spreken in tongen en de uitleg

Met tongentaal bouw je vooral jezelf op in het geloof, maar met de andere gaven ben je tot opbouw en zegen voor de ander. Paulus zegt: “Ik wilde wel, dat gij allen in tongen spraakt…” (1 Kor. 14:5a) en “ik dank God dat ik meer dan gij allen in tongen spreek” (1 Kor. 14:18). Deze gave is vooral voor je eigen opbouw in de binnenkamer en in principe is dat voor allen bedoeld. Maar in de gemeente ziet Paulus liever dat er geprofeteerd wordt, zodat allen het verstaan. “Wie profeteert is meer dan wie in tongen spreekt, tenzij hij het ook uitlegt, zodat de gemeente opbouw ontvangt” (1 Kor. 14:5b). Aan het eind van 1 Kor. 12:30 als Paulus het over de bedieningen heeft zegt hij: “Spreken soms allen in tongen? Vertolken zij soms allen?” Het antwoord op die vragen is natuurlijk ‘nee’. In de gemeente heeft God er maar een paar nodig die in tongen spreken en uitleg geven.

Liefde als doel en gaven als middel

Het beeld van Jezus gelijkvormig worden is het DOEL van het christenleven (Zijn karaktertrekken of eigenschappen, dat is de vrucht van de Geest. Je kunt ook zeggen de Lamsgestalte). De kracht van de heilige Geest is het MIDDEL (de gaven van de Geest, gebruikt met Leeuwenmoed). We hebben de gaven als middel nodig met het oog op het doel: de volkomen liefde of goddelijke natuur! Goddelijke natuur is bijv. geduldig zijn zoals God geduldig is en goddelijke liefde die onvernietigbaar leven geworden is: je bent niet meer uit de liefde te krijgen. We verstaan dat dit alleen zo kan worden langs de weg van een groeiproces, een ontwikkeling. De Here Jezus Zelf, de liefde in eigen persoon, moet hierbij al ons handelen beHEERsen. De Here moet het Middelpunt zijn en in het centrum staan. Zijn leven wil Hij delen met ons en in ons tot uiting laten komen, zodat het tevoorschijn en openbaar komt tot heil van anderen. De liefde is niet alleen doel, maar ook uitgangspunt bij het gebruiken van de gaven. Dit is een wonderlijke, goddelijke harmonie tussen beide! De vrucht heeft te maken met wat wij zijn en de gaven met wat wij doen. In beide gevallen: in Christus en door de Geest.

Liefde doet iets

“Al wat gedaan wordt uit liefde tot Jezus, dat houdt zijn waarde en zal blijven bestaan” zegt een oud Johannes de Heer – lied terecht. Al geef je iemand maar een beker koud water of koop je een straatnieuw van een dak- en thuisloze. Waarachtig christendom is een LEEFWIJZE! Christenleven is niet liefhebben met het woord of met de tong, maar liefhebben met de daad en in waarheid (1 Joh.3:18). Wij kregen in een vorige gemeente als groot gezin eens 2x f 1000,- van twee verschillende mensen. Het werd ons zomaar toegeworpen. Goddelijke liefde offert zich zonder voorbehoud en zonder zelfbehagen voor de ander (Rom. 15:2-3; 1 Kor. 10:24; Fil. 2:2-5).

De gaven mogen niet tot eigen roem aangewend worden, maar ten bate van de ander. Eigen roem stinkt. Bij de gaven gaat het vooreerst om het welzijn van allen (1 Kor. 12:7), om de stichting/opbouw van de gemeente (1 Kor. 14:12). Daarin moeten we trachten uit te munten, in plaats van helemaal op te gaan in een privé-liefhebberij, zoals dat bij de Korinthiërs bijvoorbeeld het spreken in tongen was. Zij maakten van de tongengave een doel op zichzelf, in plaats van de eigen waarde van deze gave te benutten tot zelfopbouw en bij gebruik in de samenkomst de tong uit te leggen tot stichting van de gemeente. Hun tongengave was wel goed (1 Kor. 14:17), maar door een verkeerde toepassing – in de gemeentesamenkomsten zonder enige vertolking – werd de ander er niet door opgebouwd en dat is niet zo liefdevol. Men dient op die manier het eigen belang en niet het algemeen belang van de gemeente! Een vertolking of uitlegging van een tong kan als zalfolie zijn in een droge samenkomst die opgefrist wordt door de uitleg, de gegeven interpretatie van een tong die uitgesproken werd. Soms werkt de vertolking van tongen als een bevestiging en onderstreping van een krachtige boodschap die doorgegeven werd.

Misbruik

Het komt helaas voor dat Geestesgaven, vooral profetieën, worden misbruikt of voorgewend tot het uitoefenen van macht op gelovigen. Er waren eens twee zusters: de ene sprak in tongen, de ander vertolkte. Samen lieten ze de Heer zeggen wat de voorganger moest doen. Dat is manipulatie door middel van de uitleg van tongentaal. Dit is volledig in strijd met het ‘leidmotief’ van de liefde. De liefde praalt niet met de gaven, ze schept er niet over op en zij is niet afgunstig of jaloers op een ander die misschien veel gaven bezit. Er is NIETS om over te pochen, of mee te pronken of over te ‘patsen’, omdat er sprake is van GENADEgaven, die gegeven zijn tot DIENSTbetoon. Liefde dient en krijgt via een verscheidenheid aan gaven, die gewerkt worden door dezelfde God, DAADWERKELIJK gestalte!

Broederschap

Gaat dit functioneren, dan kan een gemeente die zich naar Christus noemt geen ‘los zand’ zijn, maar zo wordt er een broederschap opgebouwd! Daar ‘doe je wat’, ben je elkaar heel praktisch tot een hand en een voet. “Wie zijn broeder liefheeft, blijft in het licht en in hem is niets aanstotelijks” (1 Joh.2:10). Langs elkaar heen leven gaat niet meer en ook de ‘stootblokken’ tussen elkaar gaan aan de kant. De liefde stoot zich niet, raakt niet beledigd, maar wij mogen wel behoorlijk erkennen, dat we dit spoor slechts door de Geest kunnen houden, want heel licht schieten de ergernissen vanuit het vlees, gevoed door boze machten, omhoog. Ben jij al vrij van de geest van ergernis? Ik merk soms de subtiele werkingen ervan, al is het maar de opmerking ‘waar heb JIJ die schaar die ik nodig heb nou weer gelaten? ‘ Je hoort de ondertoon. Alleen een levende verbinding met God, de Bron van liefde, maakt dat er liefdewerkingen van ons leven (zullen) uitgaan. Dan wordt de onderstroom van ons leven naar de ander goedheid en zegen. Laten we altijd deze liefde najagen en dan streven naar de geestelijke gaven!

Gaven in liefde gebruikt

De liefde van God is in ons hart uitgestort door de heilige Geest (Rom. 5:5). De liefde vervangt de gaven niet, maar is de MOTOR tot volle ontplooiing van de gaven. Geestesgaven moeten als klankbord de liefde hebben, anders klinken ze als zinloos rinkelende gongen. Sommige christenen streven in het geheel niet naar de gaven, laat staan naar de HOOGSTE gaven, of de hogere uitingen in de gaven (1 Kor. 12:31a). Zo verwaarlozen zij op dit terrein Gods roeping en opdracht uit vrees zich te branden aan iets dat de Here juist stimuleert.

Streef VOORAL naar het profeteren (1 Kor. 14:1b), dat is buitengewoon belangrijk, omdat profetie voor de mensen stichtend, vermanend en bemoedigend is (1 Kor. 14:3). De Here heeft dit voor ALLEN bedoeld en er gaan heerlijke werkingen vanuit tot ontdekking, lering en opwekking (1 Kor.14:24-25,31). “Gij kunt ALLEN 1 voor 1 profeteren, opdat allen lering en allen opwekking (bemoediging, HSV) erdoor  ontvangen” (1 Kor. 14:31).

De vrije uitwerking in de gemeente

Hier is men over het algemeen door menselijke tradities flink de geestelijke mist ingegaan. Waar is het Woord “vrij” in de christelijke samenkomst? Dat is vaak sporadisch te vinden in de christenheid. Goddelijke liefde vraagt om de dienst van ALLE geledingen (veel meer dan de dienst van één voorganger, die zijn dienst vervult!), naar de kracht die ELK lid op ZIJN wijze oefent (Ef. 4:16). Zo krijg je pas werkelijk de groei van het lichaam zonder de belemmeringen die door kerkordes en vastliggende liturgieën met menselijke regeltjes zijn aangebracht. God beoogt geen statische stilstand, maar geeft in Zijn Woord de dynamische impuls om de weg te betreden, die nog VEEL VERDER OMHOOG voert (1 Kor. 12:31b).

Deze weg is die van de liefde MET gaven, die van de gaven in liefde gebruikt! De liefde veracht de profetieën niet (1 Thess. 5:20). De liefde belemmert het spreken in tongen niet (1 Kor. 14:39). De liefde hunkert naar de genezing van zieken en de bevrijding van door boze geesten gebonden mensen. De liefde wil de gave van het vermanen praktiseren, want het doel van alle vermaning is liefde (Rom. 12:8; 1 Tim. 1:5). De liefde en de gave van wijsheid werken zeer nauw samen. De liefde verlangt naar de gave van onderscheiding van geesten, want zij wil iemand niet in dwalingen van boze geesten verstrikt laten. De liefde oefent tucht (=opvoeding) uit tot heil van de mensen en tot het heersen van Gods bestuur in de gemeente. De zuurstof van het Koninkrijk van God is de liefde. Dat mag onze levensatmosfeer zijn of worden. Daardoor kunnen allen geestelijk ademen! De liefde is niet blij over ongerechtigheid, maar zij is blij met de waarheid (1 Kor. 13:6). De weg, die nog veel verder omhoog voert, is die van het zuchten naar het volkomene (1 Kor. 13:12).

In balans

De vrucht van de Geest mag niet minder geacht worden dan de gaven. Wie alleen maar gaven van de Geest begeert, valt in een strik. Zij die extra veel over de Geestesgaven spreken, mogen wel bedenken of zij vrij zijn van de werken van het vlees, bijvoorbeeld  ruzie, partijschappen, heerszucht, haat, nijd, enzovoort, die immers tegenover de vrucht van de Geest staan (Gal. 5:19-23). Streven zij naar de versierende verschijnselen van de gaven alleen, of hongeren zij echt naar de God als Gever Zelf en de GEHOORZAAMHEID AAN HEM? Dat laatste is van wezensbelang zonder dat we overigens de gaven willen kleineren.

Gereserveerde of ontvankelijke houding

Anderzijds zijn al te gemakkelijk enkele genadegaven van God, zoals profetie, genezing, het uitdrijven van boze geesten en tongentaal op ‘sterk water’ gezet. Ze beschouwen deze speciale gaven als museumstukken van de eerste christengemeenten. In Marc. 16:17-18 wordt er gesproken over de tekenen die de gelovigen volgen: “in mijn naam zullen zij boze geesten uitdrijven, in nieuwe tongen zullen zij spreken, slangen zullen zij opnemen, zelfs wanneer zij iets dodelijks drinken, zal het hun geen schade doen; op zieken zullen zij de handen leggen en zij zullen genezen worden” (Marc. 16:17-18). Dat is het volle evangelie in een notedop. Wie in een tong spreekt, spreekt niet tot mensen, maar tot God. Hij bouw zichzelf op en spreekt door de Geest geheimenissen (1 Kor. 14:2,4). Hij balk dus niet als een ezel. God Zelf wekt ons ertoe op de gaven te zoeken en aan te wakkeren (2 Tim. 1:6) in geloofsvertrouwen. Hij wil om Zijn gaven gebeden zijn. Laten we ons met heel ons hart uitstrekken tot Hem in de volle verwachting, dat Hij toedeelt naar de mate van het geloof. Zijn wij er open en ontvankelijk voor?

Aansporing

Streef jij – zonder reserves tegenover sommige gaven des Geestes – naar de geestelijke gaven? En: hoe staat het met je liefde? Als het volmaakte komt, zullen de gaven afgedaan hebben, maar de liefde vergaat nimmermeer (1 Kor.13:8-10). Zo blijven dan: geloof, hoop en liefde, maar de meeste van deze is de liefde (1 Kor.13:13). Laat de liefde brandend zijn, want Jezus komt spoedig en daartoe zullen we ons gereed maken! (Matth. 25:10; Openb. 19:7-8).  AMEN.

Jildert de Boer

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *