De vrucht van de Geest

DE VRUCHT VAN DE GEEST

Liefde is je leven geven!

Het leven van Jezus bestond uit louter dienen en geven! In Zijn leven kwam de goddelijke liefde ten volle openbaar. Volkomen tegengesteld hieraan is de menselijke ik–gerichtheid die tevoorschijn komt in: hebben, halen en houden. God gaf het liefste wat Hij had weg: Zijn eniggeboren Zoon Jezus Christus, om verloren zondaren te redden. Jezus stierf niet alleen uit liefde om onze overtredingen, maar Hij stond op om ieder van ons af te brengen van zijn boosheden (Hand. 3:26), waaronder onze liefdeloosheid. Van nature zoeken wij onszelf en ons eigen belang, maar de goddelijke liefde zoekt zichzelf juist niet (1 Kor. 13:5). Zij rekent het kwade (van de ander) niet toe! Zij denkt geen kwaad, of zoals de Naardense Bijbel zo prachtig weergeeft: “zij is geen boekhoudster van het kwaad”. Je loopt dan nooit meer met een ‘zwartboek’ over de ander rond. Weg daarom met negatieve notitieboekjes, die de anderen hun overtredingen toerekenen, terwijl Christus de onze niet meer toerekent!

Nadat wij Gods liefde in ons leven aanvaard hebben en onze zonden uit genade vergeven zijn, wil Hij Zijn liefde in onze harten uitstorten door de heilige Geest (Rom. 5:5). Het gevolg daarvan is dat deze goddelijke liefde krachtig via ons doorwerkt naar anderen. “Dit is Mijn gebod, dat gij elkander liefhebt, gelijk Ik u heb liefgehad. Niemand heeft grotere liefde dan dat hij zijn leven inzet (= prijsgeeft) voor zijn vrienden” (Joh. 15:12-13). Dit wordt nog een keer gezegd met andere woorden in 1 Joh. 3:16: “Hieraan hebben wij de liefde leren kennen, dat Hij zijn leven voor ons heeft ingezet; ook wij behoren dan voor de broeders ons leven in te zetten”. Hebben wij Gods liefde door genade ontvangen en ervaren, dan resulteert dit in dienen, zich geven, zich inzetten en offeren naar anderen toe, zoals de Here Jezus Zich ook voor ons gaf. Zoals een oud lied zo mooi zegt: “Liefde is geven je leven, dat is juist ons pad. Want zo heeft de Heer van ’t leven ons eerst liefgehad”.

Vrij komen van zelfzucht en toenemen in liefde

Wanneer we ons leven spiegelen aan het hooglied der liefde (1 Kor. 13), kunnen we tot de ontdekking komen hoe vol zelfzucht we nog kunnen zitten. Dit zien we heel sterk als we in dit hoofdstuk alle woordjes ‘liefde’ vervangen door ‘ik’. Zo ingevuld krijgen we licht van God over ons zelf–leven. We kunnen ervan uitgaan dat slechts Christus’ werk in ons hier vaste hoop geeft op deze uitwerkingen van liefde in ons leven!

Wij mogen er niet vanuit gaan, dat we wel zelfzuchtig zullen blijven tot onze dood en dat Christus’ werk voor mij dit alles wel zal (blijven) bedekken. Nee, in ons mag en kan een geweldig werk plaatsvinden: het voortdurende afsterven aan de menselijke zelfzuchtigheid en ik– gerichtheid en de gestage ontwikkeling van de goddelijke liefdesnatuur, die voor Hem en voor anderen wil leven. Dan openbaart het leven en de liefde van Christus zich ook in ons tot lof van Zijn heerlijkheid. Zo werpt Gods arbeid vrucht af in ons leven, zodat de persoon van de Here Jezus met Zijn deugden (= karaktereigenschappen) meer en meer gestalte in ons krijgt (Gal. 4:19), tot zegen van anderen, want liefde gééft!

Werken van het vlees en vrucht van de Geest

De vrucht van Gods werk kunnen we eenvoudig godsvrucht noemen, of ook wel: vrucht van de Geest. In Gal. 5:22 lezen we: “De vrucht van de Geest is liefde…”, nadat in Gal.5:19-21 gesproken is over de werken van het vlees. Zij zijn duidelijk openbaar en er worden vijftien van die werken bij name genoemd plus nog “en dergelijke” met de waarschuwing dat wie dergelijke dingen bedrijft het Koninkrijk Gods niet zal beërven. Als wij ernaar verlangen de vrucht van de Geest voort te brengen, dan veronderstelt dit twee dingen:

  • Een grondig afleggen van de werken van het vlees, inclusief zelfzucht, tweedracht en partijschappen onder christenen.
  • Een vervuld worden met de heilige Geest, zodat de Geest van God van binnenuit de vernieuwing van ons leven kan bewerken.

In Gal. 5:22 worden negen eigenschappen van de natuur of het wezen van God genoemd, die samen met elkaar één geheel vormen. Hier kunnen we het bekende voorbeeld nemen van een sinaasappel, die samengesteld is uit negen partjes. Vandaar dat er staat: vrucht van de Geest, enkelvoud en niet vruchten. Er is dus één Geestesvrucht, bestaande uit negen deugden (eigenschappen), die onderling onlosmakelijk verbonden zijn. Het is Gods bedoeling dat deze nieuwe karaktertrekken in ons leven gaan rijpen. Hiertoe moeten de werken van het vlees worden afgelegd en zal Gods Geest de heerschappij over ons leven dienen te krijgen!

De werken van het vlees, ofwel de praktijken van de oude mens, worden vermeld in tegenstelling tot de vrucht van de Geest. Ze beginnen met: “Hoererij, onreinheid…” en dit zijn in feite verwrongen uitingen van wat God bedoelt met liefde. Deze lijst, waarin het leven naar het vlees getekend wordt en waarvoor Paulus zo scherp waarschuwt, is niet volledig. Er staat uitdrukkelijk bij “en dergelijke”, dat wil zeggen: zonden als bijvoorbeeld hebzucht, leugen en kwaadsprekerij worden hier niet genoemd, maar vallen er beslist onder.

Liefde is geen ‘zoetstof’

Liefde bestaat niet uit ‘zoete verhaaltjes’, die de ernst van de zonde verdoezelen! Er bestaat helaas veel van deze valse liefde in de christenheid. Er worden vele zonden bedekt met de zogenaamde ‘mantel der liefde’. Het roepen van ‘halleluja’ (hoe mooi ook, want dat betekent: ‘Loof de Heer’) kan zonden niet verbloemen. Wandelen in de liefde gaat gepaard met het niet meer deelnemen aan de onvruchtbare werken der duisternis, zoals onder meer helder blijkt uit Efeze 5:1-13. Daar staat dat van hebzucht onder christenen zelfs geen sprake mag zijn, zoals heiligen betaamt (Ef. 5:3). Een geldgierige, dat is een afgodendienaar, heeft in geen geval erfdeel in het Koninkrijk van Christus en God. Hiervan moeten we doordrongen zijn (Ef. 5:5). Deze praktijken staan namelijk haaks op de liefde. Het wezen van goddelijke liefde is immers geven! Om het met de meest bekende Bijbeltekst uit te drukken: “Want alzó lief heeft God de wereld gehad, dat Hij Zijn eniggeboren Zoon gegeven heeft…” (Joh. 3:16).

De liefde is niet ‘lieverig’ tegenover zonden

Wandelen we in de liefde, dan zijn we navolgers van God, kinderen van het licht en de vrucht van het licht bestaat uit louter goedheid en gerechtigheid en waarheid. Hierbij hoort een toetsen wat de Here welbehaaglijk is (Ef. 5:1, 8-10).

Velen sollen met het bijbelse begrip liefde, waar men dan een dergelijke slappe invulling aan geeft, dat dingen die de Bijbel onomwonden zonden noemt gedoogd en geduld worden, in plaats van ervoor te waarschuwen en ze af te leggen. Aan een ‘doe weg’, ‘leg af’ en ‘word bevrijd’-evangelie hebben sommigen een hekel, want het is zo radicaal! Het is nodig te wijzen op onze verantwoordelijkheid en onszelf en elkaar te durven confronteren met verkeerde daden en hun gevolgen in de ogen van God. God doorziet waar wij mee bezig zijn. Een goede toetssteen om te zien of je God werkelijk liefhebt is om jezelf af te vragen: Waar gaan mijn meeste gedachten heen? Waar geef ik mijn geld aan uit? Waar ben ik de meeste uren mee bezig? In Zijn grote verlangen om ons dichtbij Zijn hart te kunnen hebben, spreekt God met Zijn Woord de waarheid over ons leven. Willen wij Zijn waarheid verstaan en erkennen, die ons vrijmaakt? (Joh. 8:31-32). Wij zeggen dat wij God kennen, maar verheerlijken en danken wij Hem met ons leven? (Rom. 1:21-23). Hoe staat het met je hart? Hebben andere dingen de plaats van God zo langzamerhand ingenomen? Is het belangrijker hoe andere mensen over je denken? Ben je druk bezig met je carrière, of hoe je promotie kunt maken? Of gaat je grootste en hoogste liefde echt naar God uit?

Liefde en Gods geboden

Velen combineren ‘liefde’ met leven naar hun hartstochten (of: lusten) en begeerten, terwijl de Bijbel oproept die te kruisigen (Gal. 5:24), je lichaam te tuchtigen en het in bedwang te houden (1 Kor. 9:27). In het Oude Verbond lezen we al: “Een lankmoedig (= geduldig) mens overtreft een held, wie zijn geest beheerst, hem die een stad inneemt” (Spr. 16:32). Daarmee zijn we gekomen op het gebied van zelfbeheersing als vrucht van de Geest, die in Gal. 5:22 als laatste wordt genoemd. God heeft een plan met ons leven en Hij geeft ons ‘spelregels’ of geboden daarbij. Hij laat zien waar de grenzen en voorwaarden liggen, om een leven te leiden in vrijheid, vol van de vrucht van liefde, blijdschap en vrede. Wij denken aan: “Wanneer gij Mij liefhebt, zult gij Mijn geboden bewaren” (Joh. 14:15) en “Wie Mijn geboden bewaart, die is het die Mij liefheeft” (Joh. 14:21). Wij denken nog eens aan de structuur van de sinaasappel. De schil erom heen behoedt de partjes voor uitdrogen. Dat is het beeld van Gods geboden, van liefde die zich uit in gehoorzaamheid metterdaad! Zo komen de goddelijke levenssappen tevoorschijn! Door warmte, rust en wind kan de vrucht gedijen en er aantrekkelijk mooi uit gaan zien. Rijp om van te genieten!

De rijping van de vrucht van de Geest

De vrucht als één geheel is in verschillende graden, van zwak tot sterk(er), zichtbaar in de gelovigen. Er is groei en rijping nodig door de werking van de heilige Geest, een proces van heiligmaking, dat veel tijd vergt. Dan gaat Christus gestalte in ons aannemen (Gal. 4:19) en krijgen we meer en meer deel aan Zijn leven en Zijn wezen, Hij die zachtmoedig en nederig van hart was (Matth. 11:29). Onze zelfzucht en ik-gerichtheid moet opzij, zal wijken voor Gods kracht, al kost deze ontwikkeling in het nieuwe leven ook veel strijd. We denken aan de zuigkracht van de vleselijke lusten onder invloed van geesten der duisternis. De duivel zal niet nalaten ons te verzoeken, om het vlees te bevruchten en deze groei van de gestalte van het Lam in ons af te remmen, of zelfs helemaal te doen stoppen.

Door deze groei krijgen we gaandeweg deel aan de goddelijke natuur (2 Petr. 1:4-8), geworteld, gegrond en toenemend in de liefde (Ef. 3:17). Gods grandioze einddoel schittert ons tegemoet en dat fascineert en boeit ons mateloos: vervuld te worden tot alle volheid Gods! (Ef. 3:19). Dan verstaan we alle dimensies van de liefde samen met alle heiligen (Ef. 3:18).

Een deelgenoot aan goddelijke natuur

Wil ik zo’n ‘liefhebber’ worden? Eén wiens geluk niet op kan, die blijft geven en dienen van binnenuit, van harte en graag! Iemand in wiens binnenste de vrucht van de Geest zich niet alleen gesetteld heeft, maar zich zodanig ontplooit door Gods Geest dat het wordt in alle omstandigheden: ‘ik kan niet anders meer dan liefhebben, zoals ook God liefheeft’! Dat is het Nieuwe Verbond “krachtens een onvernietigbaar (of: onvergankelijk) leven” (Hebr. 7:16). Wat een heerlijke ontwikkeling heeft God voor ogen met ons leven, zodat de nieuwe schepping tastbaar wordt en onze omgeving de vrucht plukt van goddelijke liefde. Wij zijn er ook van tevoren toe bestemd om aan het beeld van Zijn Zoon gelijkvormig te zijn, opdat Hij de Eerstgeborene zou zijn onder vele broeders (Rom. 8:29). Hij blijft altijd de grootste en de eerste, zoals het 2 euromuntstuk groter is dan dat van 2 eurocent. Het heeft een gelijke vorm, maar is kleiner van omvang en inhoud.

We beginnen allemaal met ‘ik kan niet’, we ontdekken daarna ‘ik kan het door Christus die mij kracht geeft’ en het wordt ‘ik kan niet anders meer’ (omdat de goddelijke natuur mij tot ‘tweede natuur’ is geworden, die mijn leven vervult en beheerst, zodat goddelijke liefde van binnen naar buiten komt). Het is door de heilige Geest in onze geestelijke ontwikkeling zelfs mogelijk dat niet eerst het kwade meer opkomt, zoals we allemaal herkennen, maar dat we het kwade overwinnen door het goede (Rom. 12:21).

Volle vrucht

God wil de vrucht in ons bewerken! Wij zullen altijd Hem de eer geven, zoals al in het Oude Verbond te lezen valt: “Aan Mij is uw vrucht te danken” (Hos. 14:9). Toch hebben wij ook onze verantwoordelijkheid op te nemen: “Breng dan vrucht voort, die aan de bekering beantwoordt” (Matth.3:8). Jezus geeft het geheim prachtig weer: “Wie in Mij blijft, gelijk Ik in hem, die draagt veel vrucht, want zonder Mij kunt gij niets doen” (Joh. 15:5). “Hierin is Mijn Vader verheerlijkt, dat gij veel vrucht draagt en gij zult Mijn discipelen zijn” (Joh. 15:8). “De in goede aarde gezaaide is hij, die het woord hoort en verstaat, die dan ook vrucht draagt en oplevert, deels honderd -, deels zestig -, deels dertigvoudig” (Matth. 13:23). En die zijn leven neerlegt voor God en bereid is te sterven, brengt veel vrucht voort (Joh. 12:24). Wij geloven dat de eerstelingen voor God en het Lam de oogst vormen, die honderdvoudige vrucht oplevert (Openb. 14:3-5).

Late regen tot volle rijpheid

Van de groei van het Koninkrijk Gods staat dat het als een mens is, die zaad werpt in de aarde, en slaapt en opstaat, nacht en dag en het zaad komt op en groeit, zonder dat hij zelf weet hoe. De grond brengt vanzelf vrucht voort; eerst een halm, daarna een aar, daarna het volle koren in de aar. Wanneer dan de vrucht rijp is, laat hij er terstond de sikkel in slaan, omdat de oogsttijd is aangebroken is (Marc. 4:26-29). God wil geen onrijpe kasplantjes maaien, maar Hij verlangt naar de volgroeide vrucht! De periode van de halm en de aar zijn nodig in het proces van ontwikkeling. Het doel van God is het rijpe graan, het volle koren in de aar! God houdt om zo te zeggen van ‘volkoren’.

“Hebt dus geduld broeders tot de komst des Heren! Zie de landman wacht op de kostelijke (of: kostbare) vrucht des lands (of: “der aarde”, hetzelfde grondwoord) en heeft geduld tot de vroege en late regen erop gevallen is. Oefent ook gij geduld, sterkt uw harten, want de komst (parousia= tegenwoordigheid of aanwezigheid) des Heren is nabij” (Jak. 5:7-8; vergelijk Joël 2:23-24).
De vroege regen valt in de zaaitijd, waardoor het zaad zich begint te ontkiemen. Deze viel bij de uitstorting van de heilige Geest op de Pinksterdag als gedeeltelijke vervulling van de profetie uit Joël 2. Dit gebeuren in Handelingen 2 was het geweldige begin van de gemeente van God. In ons leven valt de vroege regen als wij in de heilige Geest gedoopt worden.

De late regen heeft te maken met het rijpingsproces in de oogsttijd. Door de late Geestesregen in de gemeente van de eindtijd (of: van het avondlicht) en in ons persoonlijke leven wordt de vrucht rijp in kwaliteit en komt als oogst gereed, dat wil zeggen: komen de zonen Gods in volwassenheid als eerstelingen openbaar!

Volledige toewijding

Laten wij ons leven geheel en al overgeven tot de eenvoudige en loutere toewijding aan Christus en niet onze gedachten door de sluwheid van de slang laten aftrekken of bederven (2 Kor. 11:3). Met Gods ijver waakte Paulus over de gemeente, om deze verbonden aan één Man als een reine maagd voor Christus te stellen (2 Kor. 11:2). Zo wil God in ons een goed werk beginnen en dit ten einde toe voortzetten tot de dag van Christus. Gods bedoeling is dat wij rein en onberispelijk zullen zijn tegen de dag van Christus, vervuld van de vrucht der gerechtigheid, welke door Jezus Christus is, tot eer en prijs van God (Fil. 1:6,10-11). Wees daartoe in heiliging door de Geest en strek je er met heel je hart naar uit!

Jildert de Boer

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *