De waarde van echte ernst

DE WAARDE VAN ECHTE ERNST

Godsvrucht of vreze des Heren

Wat is ‘ernst’ volgens Gods Woord? Het is niet met een somber gezicht terneer zitten. Ook niet een vroomheid door ernstig te kijken met een boekje in een hoekje. Diepe, bijbelse ernst kenmerkt zich evenmin door zich in het zwart te kleden.

Ware, innerlijke ernst vormt geen tegenstelling met ware blijdschap, maar gaat juist samen met een diepe vreugde in God!

Weg met oppervlakkigheid!

Er bestaat veel oppervlakkige religie, ook op het christelijke erf. Maar als we bij onszelf eens nagaan hoe wij omgaan met het evangelie, dan is het zeker mogelijk dat we sporen van oppervlakkigheid bij onszelf tegen komen.

Hoe wonderlijk is het als we echt gegrepen raken van het evangelie! Wanneer de Heere ons zo kan aanraken, dat we Hem vurig van geest gaan dienen. Dat impliceert dat we het Woord van God werkelijk serieus gaan nemen, hoe scherp het ook is, hoe diep het ook doordringt en de overleggingen en gedachten van het hart schift (Hebr. 4:12). Ongetwijfeld merken we dan iets van een tamelijk lichtzinnige manier van omgaan met Gods Woord voorheen. Het betekent ook anders omgaan met de moderne media en met de muziek die je draait (dat mag je zelf invullen met voorbeelden). Mag je leven naar het Woord van God radicaler worden omgezet in het praktische leven van alledag?

Hoe gemakkelijk is het als de samenkomsten worden vol gezongen met liederen, die niet een al te pittige inhoud hebben en de hoeveelheid aan levende woorden van God magertjes blijft. Laten we met elkaar zorgen voor een gedegen inhoud van de samenkomsten van de gemeente en dat kan alleen als we een echte ernst aan de dag leggen voor het Woord van God! Als de Bijbelkennis onder christenen over het algemeen achteruit gaat, dan is dit een teken aan de wand. Het is uitermate boeiend om bezig te blijven met het onderzoeken van het Woord, om inzicht te krijgen in Gods plan en opdat het bij onszelf levensverandering bewerkt! Opdat we niet oppervlakkig blijven hangen op het zielse, gevoelsmatige, menselijke niveau, maar ons mogen bezig houden met de diepte en hoogte van het geestelijke, hemelse, goddelijke niveau.

Taalgebruik

Denk eens aan wat er naar buiten komt aan zotte en losse taal, helaas ook onder gelovigen. Volgens het Woord geeft dat geen pas (Ef. 5:4). Hoe gemakkelijk leven we wat losjesweg en gaat de dag met aardse beslommeringen weer voorbij, terwijl we haast ‘bewusteloos’ (kunnen) leven ten aanzien van de dingen die eeuwigheidswaarde hebben. Het is wezenlijk om hier oog voor te krijgen, waarbij de heilige Geest ons waarschuwt en aanspoort om opmerkzaam te worden en bewust en waakzaam te gaan leven. Op die manier krijgt ons leven diepte en inhoud!

We leren de enorme ernst van Gods Woord te verstaan, ook wat ons taalgebruik betreft. Neem eens het doordringende, ernstige woord van Jezus Zelf hierover: “Maar Ik zeg u: van ELK ijdel woord dat de mensen zullen spreken, zullen zij rekenschap geven op de dag van het oordeel, want naar uw woorden zult gij gerechtvaardigd worden, en naar uw woorden zult gij veroordeeld worden” (Matth. 12:36-37).

Ernst maken met zo’n groot heil

Het komt erop aan het Woord van God nauwgezet te nemen. Er staat geschreven: “Daarom moeten we TEMEER aandacht schenken aan hetgeen wij gehoord hebben, opdat wij niet afdrijven. Want indien het Woord door bemiddeling van engelen gesproken (de wet, volgens Hand. 7:53) van kracht is gebleken, en ELKE overtreding en ongehoorzaamheid rechtmatige vergelding heeft ontvangen…” (Hebr. 2:1-2). Dit was onder het Oude Verbond.

Nu verwachten velen dat er voor ons zoiets zou staan als: “hoe gelukkig is het dat wij de genade hebben, die al onze ongehoorzaamheid zal bedekken”. Staat dat er? Nee, integendeel! Het Nieuwe Verbond is des te radicaler: “… hoe zullen wij dan ontkomen, indien wij geen ERNST maken met ZULK een heil” (Hebr. 2:3).

Hebr. 4:11 zegt: “Laten wij er dus ERNST mee maken (alles op alles zetten, NBV), om tot die rust in te gaan, opdat niemand ten val kome door dit voorbeeld van ongehoorzaamheid te volgen”. Van het volk dat uit Egypte was getrokken, gingen uiteindelijk alleen Jozua en Kaleb (Num. 14:24) het beloofde land in samen met de nieuwe generatie van 20 jaar en jonger, die in de woestijn geboren waren. De oude generatie gaf het slechte voorbeeld van ongeloof en ongehoorzaamheid en zij stierven zonder de beloofde erfenis in bezit te nemen. Een ernstige zaak! Laten wij gaan voor radicaliteit en de goede strijd niet schuwen tegen de reuzen of wereldbeheersers (grootvorsten) dezer duisternis, maar ook gegrepen zijn van de melk en honing (overwinning) in het geestelijk ons beloofde land (=een beeld van de hemelse gewesten met zijn zegeningen en worstelingen, Ef. 1:3; Ef. 6:12). Strijden en rusten zijn beide aan de orde voor ons!

Hebr. 11:6a zegt: “Maar zonder geloof is het onmogelijk Hem welgevallig te zijn”. Dit houdt omgekeerd ook in dat ALLES mogelijk is voor degene die gelooft. Tevens dat MET geloof het kan lukken de Hem niet welgevallige dingen weg te doen uit ons leven. Gods welbehagen kan immers niet op zonden rusten!

Vervolgens lezen we: “Want wie tot God komt, moet geloven dat Hij bestaat”. Dat is wel het allereerste dat God (er) IS, dat Hij existeert. God heeft Zich geopenbaard als de “Ik ben, die Ik ben” (Ex. 3:14). En God heeft gesproken: “Ik ben de Alpha en de Omega, zegt de Here God, die is en die was en die komt, de Almachtige” (Openb. 1:8).

Goddelijke ernst

Tot God komen en geloven dat Hij bestaat, is één ding, maar voorts lezen we: “…en een beloner is voor wie Hem ERNSTIG zoeken” (Hebr. 11:6b). Hen die dat doen, die beloont God! De ernstige zoekers ontvangen loon en niet degenen die oppervlakkig omgaan met zo’n groot heil! De goddelijke vermaning luidt: let op uzelf, zie toe op uzelf en in dit verband spreekt 2 Joh. 8 over een VOL loon! Wij verstaan dat dit heel iets anders is dan “als door vuur heen gered worden” (1 Kor. 3:15).

Menselijke ernst is er ernstig uitzien aan de buitenkant. God roept ons echter tot de ware, innerlijke ernst, om de prijs en de kroon niet te missen. Hebben wij werkelijk besef van God gekregen? Dan zijn wij in de nuchtere ernst om niet langer te zondigen (1 Kor. 15:34). Letterlijk lezen we daar: “Misleidt uzelf niet; slechte omgang (slecht gezelschap, NBV) bederft goede zeden. Komt tot de rechte nuchterheid (bezinning, zoals het u betaamt, NBV), want sommigen van u hebben geen besef van God. Tot uw beschaming moet ik dit zeggen”.

“Wij verstaan immers de tijd wel dat het nu voor ons het uur is om uit de slaap te ontwaken. Want het heil is ons nu meer nabij dan toen wij tot het geloof kwamen. De nacht is ver gevorderd, de dag is nabij. Laten wij dan de werken der duisternis afleggen en aandoen de wapenen van het licht” (Rom. 13:11-12). Op ten strijde dus in de geestelijke wereld!

Schijn van godsvrucht: meer liefde voor genot, dan voor God

In 2 Tim. 3:1-5 lezen we over de zware tijden in de laatste dagen. Hier wordt niet gesproken over vervolging en dergelijke, maar kern van alles is de zelfzuchtigheid en zelfgerichtheid van de mensen. Het is het ‘ik-tijdperk’, waarbij achttien dingen van egocentrisch gedrag worden opgesomd. Hier zien we het verval, en de verwording van de gemeente: het onkruid tussen de tarwe. Hierbij denken we ook aan wat Timotheüs eerder noemde: “Maar de Geest zegt nadrukkelijk, dat in later tijden sommigen zullen afvallen van het geloof, doordat zij dwaalgeesten en leringen van boze geesten volgen” (1 Tim. 4:1).

We moeten niet alleen denken aan die 60.000 mensen die jaarlijks de Protestantse kerk in Nederland verlaten, maar ook aan het verdwijnen van velen door de evangelische achterdeur, al komen er ook door de voordeur mensen binnen. In elke tijd gaat God toch door met een rest, een getrouw overblijfsel, zoals in de tijd van Elia er zevenduizend door de Here waren overgelaten, alle knieën die zich niet gebogen hadden voor de Baäl, en elke mond die hem niet gekust heeft (1 Kon. 19:18;  Rom. 11:4-5). Hoevelen zijn er niet in naam en voor de vorm christen, maar missen het wezen en de inhoud van het werkelijk christen-zijn?

De hoofdkenmerken, die hier genoemd worden, zijn: “met meer liefde voor genot, dan voor God” en “die met een schijn van godsvrucht de kracht daarvan verloochend hebben” (2 Tim. 3:4b, 5a). Door gedaante en vorm zullen zij een schijn van vroomheid ophouden, maar de kracht ervan miskennen. Welke kracht? Zij missen de kracht van het kruis over hun leven en het ontbreekt hen aan de kracht van de heilige Geest. Ze verloochenen de kracht van het Woord en de gehoorzaamheid daaraan. Het evangelie is geen spelletje, maar het is pure ernst! God kijkt dwars door uiterlijke, plechtige reformatorische vormen heen. God prikt ook dwars door vrolijke, oppervlakkige, evangelische maniertjes heen. Hij vraagt ook ons: leef je ECHT als christen? Is het leven met God je VOLLE ERNST?

Meer liefde voor genot is mogelijk: 51% liefde voor genot en 49% voor God! Ben ik nog een lekkerbek, in plaats van door de vrucht van de Geest, die zelfbeheersing of matigheid heet, mijn eetgedrag in toom te houden? Het gaat hier over mensen die zoveel mogelijk uit het natuurlijke leven willen halen in pleziertjes, uitjes en vertier. Zij hebben de gezindheid van het vlees, zijn aardsgezind en je hoort en ziet in hun spreken en leven dat ze vanuit aardsgerichtheid leven. Voor hen die in volle ernst geestelijk willen zijn of anders worden, geldt: “Houd dezen op een afstand” (2 Tim. 3:5b). Sluit geen compromis met schijnheiligheid!

Verwende oren en eigen begeerte

In 2 Tim. 4:3-4 lezen we: “Want er komt een tijd, dat (de mensen) de gezonde leer niet (meer) zullen verdragen, maar omdat hun gehoor verwend is, naar hun eigen begeerte zich (tal van) leraars zullen bijeenhalen, dat zij hun oor van de waarheid zullen afkeren en zich naar de verdichtsels keren”. Als je in onze tijd spreekt tegen samenwonen en homoseksuele praktijken dan wordt dat in religieus gezelschap niet meer verdragen en ben je hopeloos ouderwets. Het Woord van God wordt verdraaid, of tot een fabeltjeskrant gemaakt. Verdichtsels zijn immers mythen, sprookjes of fabeltjes. Van engelen maken moderne theologen bijvoorbeeld elfjes, zoals in de sprookjes.

Hun gehoor is verwend. Zij hebben geen honger naar Gods waarheid! Men hunkert naar wat het oor jeukt, kietelt en streelt: mooie verhaaltjes en zaken die passen in onze moderne tijd, die niet dwars tegen de tijdgeest ingaan, laat staan het woord ‘zonde’ gebruiken. Of: men wil nieuwe sensaties, nieuwe prikkels en hypes, waar de ultra-charismatische wereld vol van is. Ze verzamelen naar hun eigen begeerte leraars, die mensen naar de mond praten, die het moeten hebben van hun grapjes en entertainment en niet van goddelijke autoriteit. Ze kunnen je in een geestelijke roes brengen, maar niet tot de ware godsvrucht, die je leven verandert. In dezelfde brief schrijft Paulus: “Maak er ERNST mee u wel beproefd ten dienste van God te stellen, als een arbeider, die zich niet behoeft te schamen, doch rechte voren trekt bij het brengen van het Woord der waarheid” (2 Tim. 2:15).

De gezonde leer van de godsvrucht

De gezonde leer maakt het leven gezond en geeft Gods-vrucht, dat is vrucht uit God in je leven! In de Timotheüsbrieven en de Titusbrief komt de leer der godsvrucht verschillende keren nadrukkelijk aan de orde. Het begrip ‘godsvrucht’ komt alleen al in 1 Tim. tien keer voor (1 Tim. 2:2; 1 Tim. 2:10; 1 Tim. 3:16; 1 Tim. 4:7-8; 1 Tim. 5:4; 1 Tim. 6:3; 1 Tim. 6:5-6; 1 Tim. 6:11). Verder naast 2 Tim. 3:5 ook in 2 Tim. 3:12; Tit. 1:1 en Tit. 2:12.

Als wij de godsvrucht van Jezus willen leren, dan moeten we denken aan Hebr. 5:7-8, waar we lezen: “Tijdens Zijn dagen in het vlees heeft Hij gebeden en smekingen onder STERK geroep en tranen geofferd aan Hem, die Hem uit de dood kon redden en Hij is verhoord uit zijn angst, en zo heeft Hij, hoewel Hij de Zoon was, de gehoorzaamheid geleerd uit hetgeen Hij heeft geleden”.

Vreze des Heeren

Deze angst is niet een bang zijn voor God, maar een gezonde vrees om niet te zondigen. Hoe vaak spreekt de Bijbel niet bij een verkeerde vrees de woorden uit “vrees niet”! Jezus zei dit Zelf ook regelmatig. In andere vertalingen lezen we in plaats van “verhoord uit zijn angst” (NBG), waarbij we in het bijzonder aan de ernst van Zijn strijd in Gethsemane moeten denken:

  • “verhoord zijnde uit de vreeze” (St.Vert.).
  • “en is ook verhoord, omdat hij God in ere hield” (Luth.Vert.).
  • “en is verhoord en van zijn angst bevrijd” (Leidse Vert.).
  • “en is vanwege (om) zijn godsvrucht verhoord” (Vert. Brouwer; Herz. Voorhoeve Vert.).
  • “ofschoon Hij verhoord werd ter wille van zijn godvrezendheid” (Can. Vert.).
  • “werd verhoord vanwege zijn diep ontzag voor God” (NBV).
  • “na de doorstane angst is Hij verhoord” (Herz. Willibr. Vert.).
  • “werd Hij verhoord omwille van zijn vroomheid” (Vert. Van Tichelen).

Bij godsvrucht denken we aan het Duitse “Gottesfurcht”, godsvreze, ofwel vreze des Heeren.

In Ex. 20:20 lezen we over de verkeerde en de goede vrees in hetzelfde vers: “VREES NIET, want God is gekomen, om u op de proef te stellen, en opdat er VREES VOOR HEM over u kome, DAT GIJ NIET ZONDIGT”. De juiste vrees voor God is dus, om zo’n eerbied en ontzag voor Hem te hebben, dat je niet zondigt!

In Ps. 130:4 lezen we: “Maar bij U is vergeving, opdat gij gevreesd wordt”. De goede gezindheid na het ontvangen van vergeving is dus: niet opnieuw zondigen! Spreuk. 8:13 zegt: “De vreze des Heeren is het kwade te haten”. En: “Vrees de Heere en wijk van het kwaad” (Spreuk. 3:7), dat is: blijf er zover mogelijk bij vandaan! Dus: ga nooit op het randje lopen, of de grenzen verkennen. Dat geeft levensernst! “Welzalig de mens die gedurig vreest” (Spreuk. 28:14a) en dit staat in verband met het je zonden niet alleen belijden maar ook NALATEN! (Spreuk. 28:13).

Wat Gods Geest bewerkt

Het is oppervlakkig om te menen, dat men onvermijdelijk door moet gaan met zonde doen en weer vergeving vragen voor (vaak) dezelfde zonden… Op tientallen plaatsen leert het Nieuwe Testament ons dat de christen niet hoeft te zondigen. Jezus Christus heeft het BLOEDSERIEUS genomen, om ons te verlossen! Kunnen wij dan toe met een zelfgenoegzaam, gezapig, tevreden voortkabbelend christenleventje? NEE! Wij zullen ten bloede toe weerstand bieden in onze worsteling tegen de zonde (Hebr. 12:4). Want wij belijden toch: “Ik geloof in de heilige Geest?” Of is dat een theoretische geloofsbelijdenis geworden? Ofwel is dat bewustzijn nog veel te vaag en missen wij de beléving van kracht van de heilige Geest in ons leven? Daar heeft het alle schijn van weg als wij steeds nederlagen blijven lijden, waar God ons Zijn kracht tot overwinning ter beschikking wil stellen.

Daarom: waak op tot ernst en zie nauwlettend toe hoe u wandelt (Ef. 5:15). Laten wij alert zijn op God stem, op Zijn Geest, die graag onze waakzaamheid verhoogt, zodat wij niet tot het doen van zonde komen en de vrucht van de Geest in het dagelijkse leven meer en meer tevoorschijn gaat komen.

Wat een ernst, om zo een heilig, Hem helemaal toegewijd leven te leiden, maar ook: wat een diepe blijdschap en een machtige overwinningsvreugde, als het zo geworden is bij ons, of dat het veel meer zo gáát worden in ons leven! Alle ere aan de Heere!

Jildert de Boer

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *