DRAAIT HET OM ISRAEL OF GAAT HET OM JEZUS?

DRAAIT HET OM ISRAEL OF GAAT HET OM JEZUS?

Het is Israël wat de klok slaat…

In veel christelijke bladen is het Israël wat de klok slaat en bij sommigen staat Gods klok al 50 jaar op vijf voor 12 of zelfs op twee voor twaalf. Hoe de situatie in het Midden-Oosten is, lijkt voor hen de graadmeter van Gods profetische eindtijdklok. Velen menen dat de terugkeer naar het land in het Midden-Oosten een vervulling van bijbelse profetie is, maar Deuteronomium 30:2-3,5,10 leert duidelijk dat een bijbelse terugkeer gepaard gaat met bekering. Daar is het parool: “wanneer u zich bekeert tot de Heere, uw God, dan zal de Heere een omkeer brengen in uw gevangenschap en Zich over u ontfermen. Hij zal u weer bijeenbrengen uit al de volken waarheen de Heere, uw God u verspreid had.” Het draait hier echter om een Israël naar het vlees, een aardse natie die sinds 1948 bestaat, maar die voor 70% atheïstisch is en waarbij over de hele linie gezien van bekering geen sprake is.

Israël naar het vlees of Israël naar de geest?

De Bijbel zei het al in Romeinen 9:6: “Niet alles wat van Israël afstamt, is Israël”. Paulus stelde in Galaten 4:24-25 dat het huidige Jeruzalem met zijn kinderen in slavernij is. Het komt overeen met Hagar, dat is de berg Sinaï in Arabië.

Paulus getuigde tegenover Joden en heidenen van de bekering tot God EN het geloof in onze Heere Jezus Christus, zegt Handelingen 20:21. Beide categorieën hebben Jezus Christus nodig en in Hand. 18:25 lezen we dat Paulus er in zijn tijd al toe werd aangezet tegenover de Joden te getuigen dat Jezus de Christus is. Uit Romeinen 2:28-29 leren we wat een ware Jood is: “Want niet hij is een Jood die het in het openbaar is, en niet dat is besnijdenis die in het openbaar in het vlees plaatsvindt, maar hij is Jood die het in het verborgene is, en dat is besnijdenis, die van het hart is, naar de geest, niet naar de letter. Zijn lof is niet uit mensen maar uit God.”

Christus staat centraal in het nieuwe verbond

Velen menen dat het bij het natuurlijke volk der Joden gaat om het volk van God, maar zij beseffen onvoldoende dat het gaat om een volk dat – Messiasbelijdende Joden gelukkig uitgezonderd – buiten Jezus Christus staat. Zonder Christus staat men buiten het volk van God in het nieuwe verbond. Er zijn geen twee volken van God, zoals sommigen beweren.

Er zijn christenen die met de orthodoxe Joden meebidden bij de Klaagmuur. Zij vergeten dat de God van het nieuwe verbond de Vader van onze Jezus Christus is. Van Jezus wordt in Johannes 14:6 gezegd dat Hij de weg, de waarheid en het leven is en dat niemand tot de Vader komt dan door Hem. Dat geldt zowel voor Joden als voor heidenen. Het hart van de Bijbel als Woord van God gaat erom hoe men tegenover Jezus Christus staat. Erkent men Hem als Zoon van God en als Zoon des Mensen? Heeft iemand Jezus aangenomen als persoonlijke Verlosser in eigen leven is daarbij de cruciale vraag. Tegen de Joden zegt Jezus eens: “Als God uw Vader was, zou u Mij liefhebben: want Ik ben van God uitgegaan en gekomen” stelt Johannes 8:42. Daarna zegt Jezus in Johannes 8:54 en 55: “Als Ik mijzelf eer, betekent Mijn eer niets. Mijn Vader is het die Mij eert, van Wie u zegt dat Hij uw God is. En u kent Hem niet, maar Ik ken Hem…” In Johannes 8:44 is door Jezus de conclusie getrokken dat zij de duivel tot vader hebben.

Het volk Israël als schaduw in het oude verbond

De Bijbel beschrijft in het oude testament de geschiedenis van de aartsvaders Abraham, Isaäk en Jacob uit welke het volk Israël is voortgekomen. Uit dat volk van het oude verbond is Jezus Christus, de Messias, voortgekomen. Het oude testament wierp al vele schaduwbeelden vooruit die een heenwijzing waren naar de beloofde Christus, de Redder en Verlosser van de wereld. Hij kwam door God gezonden als middelaar of mediator tussen God en mensen (1 Tim. 2:5) om de zonden der mensen te verzoenen.

Het zaad van Abraham is Christus en allen die in Christus zijn

Het volk Israël was een natuurlijk volk op aarde dat bewaard moest worden onder Gods wet en geroepen was het zaad voort te brengen waarop de belofte rustte. Het zaad van Abraham is Christus zegt Galaten 3:16. “En als u van Christus bent, dan bent u Abrahams nageslacht en overeenkomstig de belofte erfgenamen” stelt Galaten 3:29.

Deel aan het nieuwe verbond in het bloed van Christus door wedergeboorte

God sloot het nieuwe verbond in het bloed van Christus (zegt onder meer 1 Korinthe 11:25), dat vergeving van zonden bracht, met de gemeente die zowel uit Joden als uit heidenen was samengesteld. Voortaan draait het niet meer om een enkele natie, maar het evangelie – de blijde boodschap – moet verkondigd worden aan alle volken. God verzamelt Zich een geestelijk volk dat door geloof in Christus, een wedergeboorte in Hem, op individuele, persoonlijke basis aan de gemeente wordt toegevoegd. Uit welke natie ieder afkomstig is, is daarbij niet van geestelijk belang. Het gaat om alle volken, stammen, talen en natiën.

Wie Christus als Redder en Heer heeft aangenomen behoort tot het geestelijke volk van God. Buiten Christus is er geen volk van God dat de beloften draagt, maar zijn Gods beloften alleen in Hem ja en amen, zoals 2 Korinthe 1:20 aangeeft. De profeten van het oude verbond doelden op Christus en op ons die onder de genade van God in de openbaring van Jezus Christus gekomen zijn, zegt 1 Petrus 1:12-13. “Want alles wat eertijds geschreven is, is tot onze onderwijzing eerder geschreven, opdat wij in de weg van volharding en vertroosting door de Schriften de hoop zouden behouden” vertelt ons Romeinen 15:4.

Het nieuwe verbond kent een innerlijke besnijdenis en een sabbatsrust van binnen

De Bijbel is een geestelijk boek, vol met geestelijke werkelijkheden. Het nieuwe verbond richt zich niet op een natuurlijk en aards volk in het Midden-Oosten. De schaduw heeft plaats gemaakt voor de werkelijkheid die van Christus is: eerst voor de Jood, en ook voor de Griek. Dat nieuwe verbondsvolk kent Christus, ziet op Christus en richt zich in manier van leven in gehoorzaamheid naar Hem en Zijn woorden.

Er heeft een besnijdenis van het hart plaatsgevonden, waarvan de zogenaamde besnijdenis die het werk van mensenhanden is, slechts een beeld was. Door het geloof in Christus is er van binnen een sabbatsrust gekomen van de vroegere boze werken en in het hart wordt zeven dagen per week de vrede met God en gaandeweg ook de vrede van God ervaren. De sabbat van het oude verbond was een schaduwbeeld van deze geestelijke werkelijkheid in het nieuwe verbond. Er heeft immers een rechtvaardiging door het geloof plaatsgevonden en er is een groei in heiliging.

Lezen wat er staat of verstaan wat men leest?

Er wordt vaak gezegd dat we de Bijbel letterlijk moeten nemen en zelfs dat we de Bijbel naast de krant moeten leggen. De krant brengt bij uitstek nieuws uit de natuurlijke, zichtbare wereld. De Bijbel zegt echter in 2 Kor. 4:18: “het zichtbare is tijdelijk, maar het onzichtbare is eeuwig.” In de Bijbel gaat het primair over de geestelijke wereld. Daarbij gaat het niet om het nieuws uit de krant, maar om: “Wie oren heeft, laat hij horen wat de Geest tegen de gemeenten zegt.”

De roep “lees wat er staat” kan niet zonder meer of zomaar aan de Bijbel worden opgedrongen. Filippus vroeg aan de kamerheer in het gedeelte Handelingen 8:26-40 “verstaat u of begrijpt u wat u leest?” Hij las over iemand die als een schaap naar de slachting werd geleid en zoals een lam stemmeloos is voor zijn scheerders, zo doet Hij Zijn mond niet open. Uitgaande van dat Schriftwoord uit Jesaja verkondigde Filippus Hem Jezus, het Lam dat de zonde der wereld, ook die van deze Ehiopiër, wegnam. Men moet de beelden in de Bijbel geestelijk leren verstaan, zoals in dit voorbeeld de betekenis van het beeld ‘Lam.’

Het nieuwe verbond is een beter verbond, op een hoger of hemels niveau

Het nieuwe verbond heeft geen voorkeur voor ras, bloed of bodem. Er is geen bevoorrecht ras, geen enkele bloedlijn die nog een privilege heeft en geen aardse grond meer die heilig is. Het Koninkrijk der hemelen houdt met aardse afstamming geen rekening. Jezus rekende met zijn geestelijke familie: “Want wie de wil van Mijn Vader doet, Die in de hemelen is, die is Mijn broeder en zuster en moeder” (Matth. 12:50). Het gaat daarin om een van boven geboren worden, een wedergeboorte uit God, die een heel nieuw leven in de praktijk inhoudt. Er is geen heilig land in het nieuwe verbond. Er zijn geen aardse gebedshuizen meer nodig. God zoekt hen die Hem aanbidden in geest en in waarheid, vertelt Johannes 4:20-24 ons.

Door Zijn Geest is de Heere bezig met de opbouw van de tempel in de Geest, een geestelijk huis, dat bestaat uit levende stenen (Ef. 2:21-22; 1 Petr. 2:5). Zij worden gebouwd op de hoeksteen Christus die voor velen een rots van ergernis was en is. De gelovigen kennen God als Vader en weten dat het Jeruzalem dat boven is, vrij is en dat is de moeder van ons allen, vervolgt Galaten 4:26. Zij zijn volgens Hebreeën 12:22 genaderd tot de (geestelijke) berg Sion (zie ook Openb. 14:1) en tot de stad van de levende God, tot het hemelse Jeruzalem. Zij groeien door de heilige Geest in hun geloof. Zij gaan op weg om door de kracht van de Geest aan Jezus Christus gelijkvormig worden. Daarbij gaan zij uit van de bijbelse aansporing uit de Hebreeënbrief, hoofdstuk 6:1, om ons te richten op het volkomene. Dat dit mogelijk is, zeggen ons vele teksten in de brieven van de apostelen in het nieuwe verbond.

Uit de hemel op de aarde vallen

De instelling van christenen in het nieuwe verbond is de dingen te bedenken die boven zijn, waar Christus is, zoals Kolossenzen 3:1-2. De kinderen van God hebben een plaats of positie gekregen in de hemelse gewesten in Christus Jezus naar Efeziërs 2:6. De overmatige aandacht voor een natuurlijk Joods volk leidt de gelovigen af van hun hemelse roeping. Dat kan ertoe leiden dat zij van hun hemelse hoogte op aarde vallen, zoals we lezen in Openbaring 2:4-5, en hun eerste liefde voor Jezus op het tweede plan komt te staan. Voor velen draait het toekomstperspectief vooral om het natuurlijke Israël en de aandacht van de gelovigen wordt gefixeerd naar de aarde, het zichtbare en het natuurlijke en een letterlijk lezen van de Bijbelse profetie.

Waken voor vermenging van het oude en het nieuwe verbond

Het is duidelijk dat de apostelen, Paulus voorop, oudtestamentische teksten overzetten of transponeren naar een geestelijke toepassing voor de gemeente uit Jood en heiden in het nieuwe verbond. Daar is niets mis mee. Zij die in Christus zijn, vormen immers de gemeente. Laten we waakzaam zijn dat we het nieuwe verbond niet oudtestamentisch inkleuren, waardoor er vermenging optreedt en een aards en natuurlijk volk weer de hoofdrol gaat spelen in een nieuw verbond. Dat is immers bedoeld voor geestelijke mensen in Christus die al hemels willen leren wandelen op aarde.

Vervangingsleer?

Als je de nadruk op de Gemeente van het nieuwe verbond legt, waartoe ook de in Christus gelovende Joden behoren, kun je snel het etiket ‘vervangingstheologie’ opgeplakt krijgen. Dat wordt vanuit de natuurlijke Israëlleer haast als een scheldwoord gebruikt en het ergste dat je kan overkomen, zoiets als ‘vloeken in de kerk.’ Toegegeven: het is verre van fraai wat mensen als Luther en andere belangrijke mannen uit de kerkgeschiedenis aan kwalijks hebben geroepen over het aardse volk Israël. De periode van de Kruistochten vormt een afschuwelijke manier van omgaan met het Joodse volk. Geweld staat haaks op het christenleven onder het nieuwe verbond dat alleen een strijd in de hemelse gewesten kent en nooit tegen vlees en bloed (Ef. 6:12).

We lezen echter dat Jezus sprak: “Daarom zeg Ik u dat het Koninkrijk van u weggenomen zal worden en aan een volk gegeven dat de vruchten ervan opbrengt” (Matth. 21:43). Dat is het volk uit Jood en heiden dat in Christus is onder het nieuwe verbond in Zijn bloed. Het is de ene olijfboom uit Romeinen 11, waarvan Christus de wortel is, die bestaat uit de gelovige rest natuurlijke Joodse takken (de ongelovige takken zijn afgehouwen) en de daartussen geënte wilde loten van de gelovige heidenen. “En ook zij zullen, als zij niet in het ongeloof blijven, geënt worden, want God is machtig hen opnieuw te enten” (Rom. 11:23).

Ons niet laten afleiden van het doel van de gemeente

Het gaat er nu niet meer om dat Jezus een Jood was. Dat klopt naar het vlees, maar wij kennen Hem nu niet meer naar het vlees zegt 2 Korinthe 5:16, maar naar de geest, als de verheerlijkte Heer! De Israëlleer leidt ons af van het geestelijke doel van de gemeente. Dat doel is dat zij door de heilige Geest zonen van God zal gaan voortbrengen die naar Romeinen 8:19-22 samen met Jezus Christus de zuchtende schepping zullen gaan bevrijden! Als u dat doel najaagt, zult u straks met Hem ingezet worden voor een grootse taak om te herstellen en mee te regeren.

Jildert de Boer

© Verdieping en Aansporing, 2019.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.