Drie visies op de hel of poel van vuur: welke is juist? (deel 1)

DRIE VISIES OP DE HEL OF POEL VAN VUUR: WELKE IS JUIST?

Deel 1

  • Een uitwerking van eeuwig verderf, vernietiging of alverzoening
  • Meer over de ultra-bedelingenleer , waar de laatste twee worden geleerd
  • Een beter begrip van een aantal aanverwante onderwerpen zoals dodenrijk, toorn
    van God en zuiver Godsbeeld

Inleiding

In dit epistel werk ik de drie belangrijkste visies uit die een interpretatie geven van het bijbelse begrip ‘hel’, ook wel aangeduid als ‘tweede dood’, ‘poel van vuur’ en ‘buitenste duisternis.’

Daarbij gaat het dan over:

1. Het eeuwige of altijddurende verderf, de klassieke visie. In zijn in 2015 verschenen boek‘Exit’ Een andere kijk op het hiernamaals noemt Henk Rothuizen (Stichter van de evangelische Rafaëlgemeenten) dit de stroming van het infernalisme (in dat woord zit inferno. Dit is een mijtheologisch onbekende term die ik ook op Google niet terug kon vinden).

Daarbinnen is verschil tussen hen die alle daarvoor gebruikte beelden letterlijk nemen (zo bijv. David Pawson in ‘Op weg naar de hel’), dan wel hen die een symbolische betekenis geven aan bijvoorbeeld een begrip als ‘vuur’ (zelf meen ik ook dat er sprake is van een geestelijk beeld of metafoor, niet van letterlijk vuur).2.

2. Het annihilationisme of de vernietigingsgedachte, waarbij de straf bestaat uit de eenmalige vernietiging van alle demonen en mensen die het evangelie van Jezus Christus niet wilden aanvaarden. Deze gedachtegang is de laatste decennia populairder geworden, ook onder evangelische christenen als John Stott en Tom Wright.

3. De alverzoening of het universalisme dat gelooft dat eenmaal alle mensen gered zullen worden en zelfs alle demonen, de duivel incluis, uit de duisternis in Gods licht zullen komen. Dat wil niet zeggen dat dit automatisch verloopt, want er zijn wel tijdelijke oordelen en zelfs langdurige louteringsprocessen van de ongelovigen en de demonen voor nodig. Ook deze leer is onder christenen sterk in opmars en zij doet daarbij een sterk appèl op het verstand en het gevoel van de mens en op de liefde van God.

 Achtergrond

De context waarbinnen ik stuitte op de leringen genoemd onder B en C waren de diverse schakeringen van de ultra-bedelingenleer die ik bestudeerde, omdat in twee gewone Baptistengemeenten in ons land (Harderwijk en Nieuw-Buinen) deze leer opdook, verwarring zaaide en scheuringen veroorzaakte.

Daarmee werd ik in 1999 in eigen woonplaats van nabij geconfronteerd. Ik gaf daarom daarover in 2000 een brochure uit en werkte die in 2007 om tot het boek ‘De Schrift recht snijden? Over de ultrabedelingenleer.’

In dit boek schreef ik tegen de achtergrond van de ultra-bedelingenleer een hoofdstuk over ‘Eeuwige straf, vernietiging of alverzoening.’ Ik heb vanuit dit oorspronkelijke artikel anno 2018 een flinke update gemaakt met diverse aanvullingen, omdat het vraagstuk van de hel velen blijft bezighouden. Dit levert hier en daar veel verwarring op. Het annihilationisme (= vernietiging) en het universalisme (=alverzoening) wordt door een groeiend aantal christenen omarmd. Ook op de klassieke visie valt ook nog wel het een en ander af te dingen en zullen we eerlijk moeten overwegen of daar bijstellingen op nodig zijn. De kernvraag waarnaar we op zoek gaan, blijft natuurlijk: wat zegt de Bijbel zelf? Daarbij bespreken we vooral de alverzoeningsleer uitvoerig.

In het boek ‘Exit’, een andere kijk op het hiernamaals (Ark Media 2015) van Henk Rothuizen bespreekt hij de drie hoofdzienswijzen. Hij schrijft ontwapenend en eerlijk, maar maakt geen keuze voor één visie en laat de drie gezichtspunten naast elkaar staan. In Appendix 1 somt hij alle teksten over de hel op (in de SV, de HSV en de NBV) en het is interessant dat hij in Appendix 2 in drie kolommen de Bijbelteksten weergeeft waar de vertegenwoordigers van de drie stromingen (infernalisten, annihilationisten en universalisten) zich op beroepen. Deze tabellen geven een duidelijk overzicht. Voor zover ik het versta, kan echter maar één van de drie visies bijbels correct zijn. Daarom moeten we met open Bijbel trachten na te gaan welke van de drie juist is. Ze kunnen niet alle drie tegelijk waar zijn.

Hoewel ik niet alle vragen binnen dit moeilijke thema kan oplossen, geloof ik dat dit uitgebreide artikel anderen kan aanzetten tot nadenken en bezinning rondom dit heikele thema.

We ontkomen er ook niet aan iets meer te zeggen over het bijbelse begrip van de toorn van God en een zuiver Godbeeld, zoals God Zich in Christus heeft geopenbaard en getoond (in deel 2 komt dit aan bod).

Voor mijzelf heeft het geholpen dat ik – mede dankzij anderen – een beter inzicht heb gekregen van het begrip dodenrijk (dit komt in deel 3 aan de orde, maar zie vooral een andere serie van 4 artikelen Licht over het dodenrijk). Dit is belangrijk voor het verstaan van de hel of poel van vuur (zie deel 4). Voor sommigen zal deze benadering nieuw zijn, misschien wat moeten wennen en in elk geval is het van belang beslist aan het Woord te toetsen wat ik schrijf. Ik schrijf naar het licht dat ik heb en wat ik van anderen heb kunnen leren over het bijbelse vraagstuk van de hel. Nieuw licht en zicht op teksten moet nooit bij voorbaat verworpen, maar zeker wel beoordeeld worden naar het Woord.

In dit artikel maken we gebruik van de NBG-vertaling van 1951, omdat de SV en HSV regelmatig verwarrend vertalen als het om het begrip ‘hel’ gaat. We komen daar nog op.

De ultrabedelingenleer en haar kenmerken

De gewone bedelingenleer (afkomstig van J.N. Darby/C.I. Scofield vanuit de Broederbeweging of de Vergadering van Gelovigen van ca. 1830) gaat uit van 7 bedelingen of dispensaties (de bedeling van onschuld, van het geweten, van menselijke regering, van de belofte, van de wet, van de genade en van het Koninkrijk) (Het voert binnen dit bestek te ver om in te gaan op de klassieke bedelingenleer. Ik ben daar op ingegaan in mijn artikelen ‘Wordt de gemeente voor de grote verdrukking opgenomen?’ en ‘Kritische kanttekeningen bij de bedelingenleer’).

Daarentegen gaat de ultra-bedelingenleer vaak uit van 12, 16 of 18 heilsdispenstaties. Het betekent kort samengevat dat deze leer:

  • Het Woord der waarheid uit elkaar knipt door 12 (A.E. Knoch) tot 18 bedelingen (Ch. Welch) te onderscheiden.
  • Stelt dat de duivel de volgorde van de Bijbelboeken, vooral van de brieven van de apostelen door elkaar gegooid heeft (zij ijvert voor de rangschikking op juiste volgorde van het ontstaan van de brieven).
  • De apostel Paulus plaatst boven de andere apostelen.
  • De gemeente niet op de Pinksterdag van Hand. 2, maar pas na Hand. 28:28 laat beginnen.
  • De brieven van Paulus verdeelt in een vroege bediening (vóór Hand. 28:28 geschreven in
    gecorrigeerde tijdsvolgorde: Galaten, 1-2 Thessalonicenzen, Hebreeën, 1-2 Korinthiërs en
    Romeinen) en een late bediening (na Handelingen 28:28 geschreven in volgorde qua tijd: Efeze,  Kolossenzen, Filemon, Filippenzen, 1 Timotheüs, Titus en 2 Timotheüs).
  • Alleen de zeven late brieven van Paulus voor de huidige gemeente van het geheimenis (of de verborgenheid of het genadetijdperk) als expliciet bestemd voor ons ziet (er zijn er zelfs die nog maar drie of vier brieven overhouden). Twintig van de 27 boeken van het Nieuwe Testament zijn  niet direct voor ons, al zijn ze wel leerzaam voor ons, maar worden als Joodse geschriften beschouwd.
  • Doop en avondmaal meestal niet letterlijk toepast, omdat ze slechts voorkomen in de zeven vroege brieven van Paulus en daarom niet voor ons zijn.
  • Poneert dat de gaven van de Geest bij Paulus alleen in het eerste deel van zijn bediening
    voorkwamen en niet meer in het tweede deel van zijn bediening en dat deze gaven daarom ook niet voor ons zijn.
  • De letterlijke lezing van de Bijbel alle voorkeur geniet, evenals een concordante
    vertaling(eensluidende vertaling van de grondtekst door steeds hetzelfde Nederlandse woord te kiezen).

Het ultra-bedelingensysteem wordt als het ware als een raster over de Bijbel gelegd en dat bepaalt de Schriftuitleg. Uiteraard kan dit eveneens gebeuren met bijvoorbeeld een uitverkiezingsstelsel of een verbondssysteem, waardoor het bemoeilijkt wordt Gods Woord onbevangen te lezen en te gelovenzonder die expliciete kaders. De ultra-bedelingenleer is een ingewikkeld en theoretisch stelsel waarbij de christen zich voortdurend af moet vragen: “is dat nog wel voor mij?”

De leer van het annihilationisme of de vernietiging wordt in sommige ultra-bedelingenkringen gepredikt, vooral door het blad Amen dat onder leiding staat van de Bijbelleraren Peter en Hoite Slagter. Zie: https://www.amen.nl .

De alverzoeningsleer wordt in andere ultra-bedelingenkringen gepredikt door de gemeente Eben Haëzer te Rotterdam: http://www.ebenhaezer.nl/ , http://www.hetbestenieuws.nl van Wim Janse en

Bijbelleraar André Piet die door middel van zijn website http://goedbericht.nl/ en spreekbeurten met grote nadruk en veel ijver deze visie verkondigt. Hij is lang niet de enige. Het wemelt zelfs in ons taalgebied van de alverzoening-promotende websites die allemaal naar elkaar linken.

Ook de zichzelf ‘evangelisch universalist’ noemende Wim Hoogendijk van Stichting In Perspectief is een fervent ijveraar van de alverzoeningsidee getuige zijn website http://www.inperspectief.com . Wie naar zijn toespraken luistert, wordt overspoeld met vage suggesties en niet bewezen aannames, waarmee hij het ‘evangelisch universalisme’ enig houvast tracht te geven, al klemt hij zich regelmatig vast aan strohalmen. Hooguit lijken die enig bijbels gehalte te hebben in plaats van zonneklaar de bijbelse boodschap te verkondigen.

Vernietigingsvisie of annihilationisme

De bekende grondlegger van de ultra-bedelingenleer en auteur van de Companion Bible dr. E.W. Bullinger (1837-1913) in de Verenigde Staten van Amerika zweeg over de uiteindelijke staat van de verlorenen.

Een andere pionier van deze hyper-bedelingenvisie als Charles Welch (1880-1967) in Engeland was aanhanger van het zogenaamde annihilationisme, de leer van de vernietiging of verdelging.

Hun navolgers in onze contreien G.J. Pauptit (1889-1962) en S. van Mierlo (1888-1962) met hun blad ‘Uit de Schriften’ die slechts vier brieven van Paulus overhielden voor de hedendaagse ‘gemeente der verborgenheid’, neigden ook in die richting.

Ook anderen als de Jehovah’s Getuigen en de Zevende Dags Adventisten en bijvoorbeeld Wim Verwoerd van ‘Weg uit Babylon’ gaan uit van de vernietiging van de ongelovigen in plaats van de eeuwige verlorenheid voor de machten der duisternis en de ongelovigen.

Het is bijbels gezien onmogelijk teksten met “eeuwig verderf” (2 Thess. 1:9) of “eeuwig afgrijzen” (Dan. 12:2) om te buigen naar vernietiging. Het woord voor “verderven” kan wel verliezen of verloren gaan betekenen, maar nergens een ophouden te bestaan.

Deze leer noemt men ook wel conditionalisme, dat is voorwaardelijke onsterfelijkheid. Niet allen worden behouden, maar de ongelovigen worden tot “niets” in deze kijk op de zaak. Wie niet in Jezus gelooft, blijft dus “nergens.” De Boeddhist ziet het opgelost worden in het “hemelse nirwana”, het grote eeuwige “niets”, nou juist als het mooiste ideaal. Het annihilationisme (= tot niets worden, het woord nihil zit erin) zal hem niet bepaald bewegen om christen te worden!

De hel, in het Grieks gehenna, is afgeleid van het schaduwbeeld: het dal van Hinnom, dat was de afvalplaats of vuilstort en de plaats waar lijken werden verbrand bij Jeruzalem. Gehenna zou bij het annihilationisme betekenen een vernietiging, verdelging, vertering of uitroeiing en dat is in contrast met teksten als Openb. 14:10-11 en Openb. 20:10, die spreken over pijniging en met diverse Schriftplaatsen, waar Jezus Zelf het heeft over “het geween en het tandengeknars” (Matth. 8:12; Matth. 13:42,50; Matth. 22:13; Matth. 24:51; Matth. 25:30; Luk. 13:28).

Het woord ‘hel’ komt van helen oftewel verbergen, vergelijk het spreekwoord ‘de heler is zo goed als de steler.’ De hel of poel van vuur bestaat nu nog niet, maar is straks een situatie in de verborgenheid van de onzichtbare wereld. Over de donkerste duisternis, die voor eeuwig voor sommigen is weggelegd, spreken ook Jud. 13 en 2 Petr. 2:17.

Deze leer van het zogenaamde annihilationisme (= zielvernietiging) wordt vooral openlijk beleden in de ultrabedelingen-richting waar men het ‘zeven brieven-model’ onderwijst. Dat wil zeggen dat alleen de laatste zeven brieven van Paulus geldig zouden zijn voor de huidige gemeente. Wijlen bijbelleraar Denijs van Zuijlekom (in 2010 heengegaan) beweerde in het blad “Amen” dat de poel des vuurs langzamerhand vanzelf opbrandt en verteert wat erin zit en dat het vuur uit is als de dag Gods met de nieuwe hemel en aarde aanbreekt. Deze gedachtegang stemt niet overeen met de uitdrukkingen van de Schrift over het onuitblusbare vuur (Matth. 3:12; Luk. 3:17). Gods Woord zegt dat het vuur niet wordt uitgeblust of uitgedoofd (Mark. 9:38; Jes. 66:24). In Jes. 66:24 gaat het niet slechts om het beeld van de vuilnisbelt in het dal van Hinnom onder Jeruzalem, maar om de werkelijkheid van het definitieve oordeel en het afgrijzen (Dan. 12:2) over hen die van God afvallig zijn geworden.

Alverzoening of universalisme

De gedachte aan alverzoening is niet nieuw. De alverzoeningsgedachte of het universalisme is al bekend van Origenes, die leefde van 185-254 na Christus.

Alverzoening is lang niet altijd verbonden met de ultra-bedelingenleer. We denken bijvoorbeeld in ons land aan de boeken van de gereformeerde predikant J. Bonda “Het heil van de velen” en “Gods ene doel”, die een lans proberen te breken voor de alverzoeningstheorie. Een paar jaar geleden verscheen “Kom niet aan de hel” geschreven door Bart Repko. Dat is de man die oudtestamentische verzen proclamerend op de muren van Jeruzalem loopt. De wens zal bij hem wel de vader van de gedachte zijn, namelijk dat alle Joden worden behouden.

Veel opschudding bracht een aantal jaren terug het boek van Rob Bell “En de meeste van deze is…LIEFDE” (‘Love wins’) en daarop verschenen de meer bijbelse tegenhangers “God overwint” van Mark Galli en “Bestaat de hel?” door Francis Chan. Vervolgens verscheen weer het alverzoening uitademende boek “De onweerstaanbare liefde van God” van Thomas Talbott.

In de ultra-dispensationalistische stromingen zijn het vooral A.E. Knoch (1874-1965) in de USA en in Nederland A. Oosterhuis, A. Lukkien, M.A. Manussen en H.W. den Haring geweest, die de alverzoeningsleer propageerden. Sommige van hun publicaties zijn op internet te vinden.

Adolph Ernst Knoch (een Duitse Amerikaan) was ook een pionier wat betreft de Concordante Bijbelvertaling. Dit houdt in dat elk woord overal waar het voorkomt steeds hetzelfde woord in de grondtaal weergeeft. Het gaat om een eensluidende vertaling. De woordenschat van de grondtekst moet in de vertaling zoveel mogelijk intact blijven door consistent te vertalen. Dit ideaal is begrijpelijk, maar je kunt er gemakkelijk te kort mee de bocht doorgaan, bijv. het Griekse woord ‘aionen’ altijd als tijdperken op te vatten en daarmee de realiteit van de poel van vuur ombuigen richting alverzoening. Er zijn in het Duits en het Engels en tegenwoordig zelfs ook o.a. in het Nederlands zulke concordante vertalingen.

Zie hiervoor de websites http://www.schriftwoord.nl en http://www.geschriften.nl .

Uitgangspunt van denken in de alverzoeningsleer of het universalisme zijn de teksten over “de wederoprichting aller dingen” (Hand. 3:21), de slotsom “opdat God zij alles in allen” (1 Kor. 15:28) en het parool “alle dingen weder met Zich te verzoenen, door Hem, hetzij wat op de aarde, hetzij wat in de hemelen is “ (Kol. 1:20).

Is God de auteur van het kwade en is satan een knecht van God?

In deze sector van de ultra-bedelingenbeweging is het niet zo verwonderlijk dat de alverzoeningsleer populair werd. Deze stroming (vanuit A.E. Knoch/ A. Lukkien: 1862-1941) stelde namelijk dat God satan als tegenstander heeft gemaakt (met een verwijzing naar Jes. 45:7) en dat deze niet is gevallen.

Dit brengt met zich mee dat de passages over de morgenster in Jes. 14 en de beschuttende cherub in Ezech. 28 dan een verwrongen uitleg krijgen, want men meent dat satan niet gevallen is, maar van meet af aan tegenstander was. Men leert dan nota bene dat de Vader der lichten, die niemand in verzoeking kan brengen (Jak. 1:13,17), de Schepper zou kunnen zijn van het kwaad. Het is in volledige tegenspraak met 1 Joh. 1:5, waar we lezen: “God is licht en in Hem is IN HET GEHEEL geen duisternis.”

Er is een flagrante contradictie met alleen al deze twee Schriftplaatsen en een dergelijke leer stamt uit de koker van satan, de vader der leugen, zelf. Hij ontkent daarmee namelijk zijn eigen val en de zonde waar de duivel zelf de oorsprong van is (1 Joh. 3:8), schrijft hij aan God toe, die de Bron van alle goed is.

Naast Jezus Christus, die in Jesaja meerdere malen Knecht des Heren wordt genoemd, kent deze leer een tweede “knecht des Heren”, namelijk satan. Kan God gemeenschap hebben met het kwade? Werkt God samen met het kwade? Is God een collaborateur met de vijand? God is heilig, dat is: afgezonderd van de boze! God staat volkomen los van de boze en heeft geen enkel aandeel in diens werken!

Als God de satan alleen maar voor Zijn eigen doeleinden als knecht zou gebruiken, zoals de Duitse Amerikaan A.E. Knoch stelde, dan is het – volgens deze visie – logisch dat Hij het uiteindelijk aan satan verplicht is zelfs deze te behouden. Hij zou in dit scenario uit de poel van vuur (Openb. 20:10) komen tot redding. Dit wordt nergens in de Bijbel geleerd, ook niet helemaal achterin na de poel van vuur, want Openbaring 23 bestaat nu eenmaal niet. Met deze universalistische zienswijze op de zaak maakt men van het oordeel een kortere of langere louteringstijd, maar ten slotte heeft iedereen – met of zonder geloof in Jezus Christus in dit leven – een behouden aankomst bij God.

Evangelisatie en zending onnodig, want iedereen zou uiteindelijk behouden aankomen…

De opdracht tot zending en evangelisatie wordt ondergesneeuwd als iedereen – hoe dan ook – per slot van rekening toch gered wordt. De alverzoeningsgedachte verlamt de noodzaak tot zending en evangelisatie, want in deze visie wordt iedereen, hetzij vroeger, hetzij later, toch wel behouden. Op basis van “God zoekt het verlorene totdat Hij het vindt” (Luk. 15:4) proberen alverzoeners te bewijzen dat alle mensen uiteindelijk gered zullen worden. Er staat echter in de context bij: “Ik zeg u dat er alzo blijdschap zal zijn in de hemel over één zondaar, die zich bekeert, meer dan over 99 rechtvaardigen, die geen bekering nodig hebben” (Luk. 15:7). In de alverzoeningsleer is die bekering feitelijk onnodig en zo mist men dus de clou waar het om draait. Er staat glashelder: “Dat in Zijn naam moest gepredikt worden bekering tot vergeving der zonden aan ALLE volken, te beginnen bij Jeruzalem” (Luk. 24:47).

Alverzoening kan een rustplaats worden voor alle mensen die in zonde (blijven) leven (want het komt uiteindelijk toch wel goed) en zo staan zij onder invloed van de duivel die hen deze valse voorstelling van zaken heeft voorgespiegeld.

 Allen: hoe lees je dat?

Vaak worden voor alverzoening teksten aangehaald als: “want evenals in Adam allen sterven, zo zullen ook in Christus allen levend gemaakt worden” (1 Kor. 15:22) en “derhalve, gelijk het door één daad van overtreding voor alle mensen tot veroordeling gekomen is, zo komt het ook door één daad van gerechtigheid voor alle mensen tot rechtvaardiging ten leven” (Rom. 5:18). De woorden “allen” en “alle” worden dan gelezen als allen zonder uitzondering, in absolute zin dus. “Allen” betekent in de Bijbel vaak allen zonder onderscheid. De uitdrukking “geheel Israël” (Rom. 11:26) betekent ook niet ‘allen’ in de zin van hoofd voor hoofd, alsof alle Joden, bijvoorbeeld Achab, Judas Iskarioth en Karl Marx incluis, gered zouden worden.

Daarbij houdt men geen rekening met de context. In het verband van Romeinen 5 gaat het al vanaf het eerste vers om geloof en voorts om het verschil tussen het ‘in Adam zijn’ en het ‘in Christus zijn.’ Allen die geloven in Christus worden gerechtvaardigd en gaan ten leven in. Dit is geen automatische zaak, maar het blijft: “want alzo lief heeft God de wereld gehad, opdat een ieder, die in Hem gelooft, niet verloren ga, maar het eeuwige leven hebbe. Want God heeft Zijn Zoon niet in de wereld gezonden, opdat Hij de wereld veroordele, maar opdat de wereld door Hem behouden worde. Wie in Hem gelooft, wordt niet veroordeeld; wie niet gelooft, is reeds veroordeeld, omdat hij niet heeft geloofd in de naam van de eniggeboren Zoon van God” (Joh. 3:16-18). Van Jezus lezen we in Joh. 1:11-12: “Hij kwam tot het zijne, en de zijnen hebben Hem niet aangenomen. Doch ALLEN die Hem aangenomen hebben, hun heeft Hij macht gegeven om kinderen Gods te worden, hun, die in Zijn naam geloven.

Rom. 1:16 noemt het evangelie “een kracht Gods tot behoud voor een ieder die gelooft, eerst voor de Jood, maar ook voor de Griek”. Ook Joden worden dus niet vanzelfsprekend ALLEN gered voor de eeuwigheid, zoals men Rom. 11:32 wel wil uitleggen. Daar staat: “Want God heeft hen allen onder de ongehoorzaamheid besloten, om zich over hen allen te ontfermen”. Blijkens Rom. 11:31 werkt dat niet vanzelfsprekend, maar “opdat door de u betoonde ontferming ook zij ontferming zouden vinden.” Israël kan in het nieuwe verbond buiten Christus om geen volk van God zijn, maar “ook zij zullen, wanneer zij niet bij hun ongeloof blijven weder geënt worden; God is immers bij machte hen opnieuw te enten” (Rom. 11:23). Dat gebeurt niet automatisch, maar is mogelijk bij het individueel tot geloof in Christus komen.

Het geloof in Christus is fundamenteel tot redding

Een pionier van de alverzoeningsgedachte in ons land als Albert Lukkien meende dat bij de rechtvaardiging ons geloof in Christus niet van belang is, maar dat het gaat om het geloof van Christus. Dat is een halve waarheid. Het ontvangen van de gave van gerechtigheid geschiedt op basis van geloof! (Rom. 3:21-22; Rom. 5:17).

In 1 Korinthe 15 gaat het er eveneens om niet te lezen los van het tekstverband. Daar gaat het over degenen die “in Christus zijn” (1 Kor. 15:18-20,23). Het betreft de opstanding van in Christus gelovige mensen!

Andere bij voorkeur aangehaalde teksten als Fil. 2:10-11; Rom. 14:11 en Openb. 5:13 spreken niet over de verlossing van allen, maar over de erkenning van allen. Het woord ‘belijden’ in Fil. 2:11 zou belijden ‘van binnenuit’ zijn volgens de ‘wishful thinking’-aanhangers van de alverzoening, maar de Griekse tekst geeft daar, voor zover ik heb kunnen nagaan, geen bewijs toe. Ook Gods vijanden zullen Hem veinzend hulde brengen (Deut. 33:29, Ps. 66:3; Ps. 81:16). Ieder schepsel zal Hem moeten erkennen. De uitdrukking “onder de aarde” in Fil. 2:10-11 en Openb. 5:13 wijst op mensen en demonen in de duistere zijde van het dodenrijk, waarvoor geen verlossing is.

Verzoening van alle dingen, hetzij op de aarde, hetzij in de hemelen

“En door Hem, vrede gemaakt hebbende door het bloed zijns kruises, alle dingen weder met Zich te verzoenen, door Hem, hetzij wat op de aarde, hetzij wat in de hemelen is” (Kol. 1:20). Merk op dat in deze kroontekst van de alverzoeningsleer het begrip “onder de aarde” niet genoemd wordt, omdat de verzoening zich daartoe namelijk niet uitstrekt.

Ik geef nu het commentaar van de Studiebijbel van het Centrum voor Bijbelonderzoek weer bij deze tekst: “Dit vers heeft aanleiding gegeven tot veel uiteenlopende interpretaties. ‘Alle dingen’, het gehele universum, zowel de materiële als de geestelijke aspecten daarvan, zijn door de zonde aangetast en van God vervreemd (vergelijk Kol. 1:21). Maar door het lijden van Christus aan het kruis worden ‘alle dingen’ ook weer met God verzoend. De macht van de zonde is daar verbroken, de heerschappij van de duivel is daar te niet gedaan. De disharmonie en de vijandschap, die als gevolg van de zonde tussen God en de geschapen wereld zijn ontstaan, zijn daar in principe reeds weggedaan. De volledige uitwerking van deze verzoening al echter pas gestalte krijgen in de nieuwe hemel en de nieuwe aarde. Dan zal de schepping bevrijd worden van de ‘vergankelijkheid’ (Rom. 8:20), waaraan zij als gevolg van de zonde is onderworpen. Niet alleen de aardse schepping, maar ook de engelen zullen delen in deze nieuwe harmonie. Sommigen hebben in deze tekst (Kol. 1:20) een verkondiging van de alverzoening gelezen, waarbij ook de ongelovige mensen en de duivel met zijn engelen vrede met God vinden. Veeleer moeten we echter denken aan een situatie waarbij alles wat tegen God heeft gerebelleerd, wordt onderworpen en de heerschappij van Christus moet erkennen (Fil. 2:10).”

Geen reddingsplan voor gevallen engelen

Over engelen ontfermt Hij Zich niet (Hebr. 2:16): goede engelen hebben geen verlossing nodig en gevallen engelen staan buiten Gods verlossingsplan. Hij ontfermt Zich over het nageslacht van Abraham! Dat zijn de gelovigen in Christus (Gal. 3:29; Rom. 4:11-12).

Zoals we zagen is er geen verzoening voor dat wat “onder de aarde” is (Fil. 2:10; Openb. 5:13). Deze uitdrukking wijst op de ‘onderwereld’, de duistere zijde van het dodenrijk (hades in het Grieks), dat in de zogenaamde tussenstaat voor mensen het voorportaal is van de hel of de poel van vuur. De duistere zijde van de hades wordt ook afgrond (abyssos), zie Openb. 9 en 2 Petr. 2:4 (tartarus) genoemd waar de verderfengelen onder leiding van de engel van de afgrond, Apollyon (Openb. 9:11) zijn opgesloten. De afgrond is ook de situatie waarin straks de duivel duizend jaar in de gevangenis zit (Openb. 20:1-3,9), om na zijn laatste opstand daarna in de poel van vuur te worden geworpen (Openb. 20:7-10). Het koninkrijk van satan gaat ten slotte ten gronde aan zichzelf.

Als hulp voor ons in de praktijk, kwam iemand met deze rake spreuk: “Als satan ons herinnert aan ons verleden, laten wij hem dan herinneren aan zijn toekomst!”

In Luk. 8:31 smeekten de demonen dat Jezus hen niet gelasten zou in de afgrond te varen. Hun angst was: “Zijt Gij hier gekomen om ons vóór de tijd te pijnigen?” (Matth. 8:29). In de afgrond of de gevangenis zijn de boze geesten gedoemd tot inactiviteit en dit ervaren zij als een pijniging. Hun doel is te parasiteren op of het liefst in mensen en desnoods in dieren, zoals de kudde van tweeduizend zwijnen in het land der Gerasenen die zich naar beneden stortten in de zee (en verdronken, terwijl de demonen alsnog in de geestelijke zee, de afgrond, terecht kwamen).

Het is ernstig om in dit leven Christus te aanvaarden als Redder en Heer

De leer van de alverzoening haalt de ernst uit het evangelie, zoals Jezus naar de Farizeeën, die het zo goed wisten, vlijmscherp stelde: “want indien u niet gelooft, dat Ik het ben, zult u in uw zonden sterven” (Joh. 8:24). Zondigen is geen onschuldig spelletje! Deze tekst klopt niet met de idee van alverzoening.

Van de Zoon van God staat dat Hij de gerechtigheid liefgehad heeft en de ongerechtigheid GEHAAT heeft (Hebr. 1:9) en in Zijn navolging geldt dat ook voor ons. Hoe zullen wij ontkomen als we geen ERNST maken met zulk een heil (Hebr. 2:3)? Wij zullen moeten instemmen met Gods heilsplan door geloof, door Gods aanbod in Christus persoonlijk te aanvaarden en als gevolg daarvan ons leven serieus in gehoorzaamheid naar Gods Woord in te richten.

Oppervlakkige, onbijbelse kijk op redding

De vertegenwoordigers van de leer van de alverzoening doen Gods krachtige oproep tot bekering NU(2 Kor. 6:2), in deze tijd tekort, omdat ze er ten onrechte bij voorbaat van uitgaan dat allen later behouden zullen worden. Zoals Wim Janse van http://www.hetbestenieuws.nl zegt, evenals de Gemeente Eben Haëzer in Rotterdam: “De boodschap van de Bijbel is niet HOE u gered kunt worden, maar DAT u gered wordt!”

Dat is een oppervlakkig en onbijbels credo. De Bijbel plaatst in het kader van verzoening de oproep: “In de naam van Christus vragen wij u: laat u met God verzoenen” (2 Kor. 5:20b) en op de Pinksterdag: “Wat moeten wij doen om behouden te worden? Bekeert u, een ieder van u late zich dopen op de naam van Jezus Christus tot vergeving van uw zonden en gij zult de gave des Heiligen Geestes ontvangen…” (Hand. 2:37-38) en in het geval van de gevangenbewaarder van Filippi: “Heren, wat moet ik doen om behouden te worden? En zij zeiden: Stel uw vertrouwen op de Here Jezus en gij zult behouden worden, gij en uw huis?” (Hand. 16:30-31). Eigenlijk zegt de gangbare alverzoeningsleer: het is niet nodig te weten hoe u gered wordt en wat u te doen staat, want dat u gered bent is duidelijk en dat wordt vroeger of later in de tijd uw deel. De Bijbel leert zonneklaar dat de route naar redding verloopt  door middel van bekering tot God en geloof in de Here Jezus Christus.

Jildert de Boer

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *