Gemeente des Heeren – een kort overzicht

Een kort overzicht van deze onafhankelijke gemeente

Historie

Deze zelfstandige gemeente is in Nederland ontstaan tussen 1920-1925. De stichter heet Johannes Orsel. De voorheen anarchistische veenarbeider Johannes Orsel uit Nieuwe Pekela (Oost-Groningen) komt tot geloof rond 1912 bij het Leger des Heils. In 1919 wordt hij op wonderlijke wijze genezen van pleuritus door goddelijk ingrijpen op het gebed. Waarschijnlijk beschouwt hij dit tevens als zijn eigenlijke wedergeboorte of in elk geval als een verdieping van zijn geloof. Begin twintiger jaren komt hij in Oost-Groningen in aanraking met de Pinksterbeweging (in Nederland gestart in 1907 in Amsterdam) van Gerrit Roelof Polman en wordt beïnvloed door haar boodschap.

Johannes Orsel gaat al spoedig zijn eigen weg, omdat hij Polman te gematigd vindt en hij predikt genezing op geloof en gebed zonder gebruikmaking van een arts en medicijnen. Ook ziet hij de ontwikkeling van de gewone Pinkstergemeenten als te wereldgelijkvormig, niet radicaal genoeg naar de Bijbel.

Via de prediking van Orsel, die daarbij gebruik maakt van een Bijbelwagen, komen er een aantal schippersgezinnen tot geloof. Drie schippers, Snippe, Eleveld en Troost, stellen hun vrachtschepen ter beschikking van Orsel. Eleveld verkoopt zijn schip en koopt met de opbrengst een ander schip. Er is een evangelisatieschip met een ruim dat plek biedt voor samenkomsten tot ongeveer 100 personen. De andere twee schepen worden na de nodige ombouw ingericht als voorziening om te wonen en voor de keuken.

 

Evangelisatie door middel van schepen

Op grond van een zinnebeeldige interpretatie van Ezech. 30:9 (St. Vert.) “Te dien dage zullen er boden van voor Mijn aangezicht uitvaren, om het zorgelooze Moorenland te verschrikken, want zie het komt aan” vaart het Bijbelschip ‘Immanuël’ met twee woonschepen vanaf 1927 door grote delen van Nederland. Door enkele frappante genezingen komt Orsel in het nieuws en wordt hij opgezocht door de journalisten van het blad ‘Het Leven’, die een groot interview publiceren. Dit geeft mede aanleiding tot vele krantenberichten in die periode over het Bijbelschip ‘Immanuël’, Johannes Orsel en de Gemeente des Heeren. Onderweg wordt door middel van colportage, openluchtprediking en samenkomsten aan boord het evangelie verkondigd. Op diverse plaatsen in het land worden onderweg Gemeenten des Heeren gesticht, in totaal ongeveer 16.

In 1928 scheidt Johannes Orsel officieel van zijn vrouw Janna Dol. Aan boord leeft hij – merkwaardig genoeg – nauw samen met Rika Homan-Reinders, die als gehuwde vrouw met twee van haar kinderen sinds 1927 op de ‘Immanuël’ woont en al spoedig als profetes van de beweging optreedt. In het midden van 1936 zal Riek Reinders zich uit de Gemeente des Heeren terugtrekken.

Medio 1928 leggen de schepen aan in Rhenen waar Albert Otten, vader van het Bestedelingenhuis daar, tot bekering komt. Hij en zijn vrouw reizen mee met de evangelisatievloot naar Haarlem. In 1931 keert Albert Otten terug naar Drenthe, waar hij een evangelisatiewerk in Elim begint, aanvankelijk in het open veld en in huisbijeenkomsten. Zijn gloedvolle prediking over persoonlijke wedergeboorte en een spoedige wederkomst van Jezus vindt gehoor onder de arme veenarbeiders, die hij een hart onder de riem weet te steken in hun ellendige omstandigheden. Elim zal van lieverlee het landelijk centrum van de Gemeente des Heeren worden.

Vanaf 1935 worden de schepen in Halfweg stilgelegd. Als reden daarvoor is aangegeven dat men zich wil gaan wijden aan de opbouw van de ontstane gemeenten in plaats van te blijven evangeliseren. Een andere lezing is dat dit gebeurd is op aanwijzing in een profetie. Dit voert tot een langzamerhand naar binnen gericht bestaan van de Gemeente des Heeren, hoewel openluchtsamenkomsten nog tot in de jaren vijftig worden voortgezet. De Gemeente des Heeren komt in een isolement dat tot op zekere hoogte tot vandaag de dag voortduurt.

 

Voortgang en perikelen

In 1947 komt Orsel in Haarlem in opspraak vanwege seksuele onregelmatigheden die tot zijn afzetting leiden. Hij sterft ongeveer twee jaar later te Rotterdam in het jaar 1949.

Twee jaar later komt Albert Otten – na Orsel hoofdvoorganger – te Elim in verkeerd daglicht te staan vanwege zijn verhouding tot het andere geslacht. Een deel van de gemeente scheidt zich onder slager Piet Kleine af en hij vormt samen met zijn schoonzoon Zwier Hilberink de Gemeenschap van Christenen. De anderen vergeven Otten’s misstap en blijven hem als hun voorganger aanvaarden.

Vanaf 1950 wordt een Stichting voor het Gebouwenbeheer Gemeenten des Heeren in het leven geroepen.

Na de oorlog wordt alleen in Gelsenkirchen-Buer (D) nog een gemeente gesticht.

Van de ongeveer zestien oorspronkelijke gemeenten in Nederland in de bloeitijd van de dertiger jaren, toen zeker 1500 mensen in de beweging betrokken waren, blijven er acht tot de dag van vandaag over met plusminus 800 leden in totaal.

In 1970 scheurt de gemeente in Elim, omdat Albert Otten vanwege zijn gedrag op seksueel gebied niet meer te handhaven is als voorganger. Een aan Otten trouwe rest vormt een groep in de zogenaamde ‘kleine zaal.’ Albert Otten overlijdt in 1971. Anno 2014 is de ‘kleine zaal’-groep op enkelen na praktisch uitgestorven, zodat men sinds eind 2012 geen reguliere samenkomsten meer heeft.

Tammo Koekoek wordt naast voorganger in Elim ook de landelijke hoofdvoorganger (1970-1984).

In 1971 komt de Gemeente des Heeren in de pers vanwege het overlijden van een zesjarig jongentje, omdat hem geen medicijnen worden toegediend.

 

Specifieke kenmerken

In 1984 wordt Gerrit Arends de hoofdvoorganger en na hem vanaf 1997 Werner Disberg te Apeldoorn, een markante persoonlijkheid. De kwestie van wel of geen dokter roepen bij ziekte wordt meer en meer aan het eigen geweten overgelaten. Men gelooft in genezing door de Heere, maar het is niet meer verkeerd om een dokter te raadplegen. Specifieke leerpunten heeft de Gemeente des Heeren niet echt in vergelijking met de oorspronkelijke Pinkstergemeente onder Polman.

Wel heeft men vanaf het begin het standpunt ingenomen dat een christen geen wapens dient te dragen en dus niet in militaire dienst moet gaan.

Profetie is een belangrijk element in de samenkomsten. Soms wordt profetie voorafgegaan door het spreken in talen met daarna de uitleg. Op deze wijze worden er boodschappen van de Heere doorgegeven aan het volk. Op grond van profetie en de bevestiging daarvan door de Heere in hun eigen hart zijn ook de voorgangers geroepen. Na het overlijden van Fokje Withaar, de laatste profetes – rond het jaar 2000 – is profetie niet uitgestorven, maar wel schaars geworden in de Gemeente des Heeren. Dit ervaart men als een nood, waarin de Heere zal voorzien.

De laatste jaren na het overlijden van Werner Disberg in 2005 is er geen hoofdvoorganger.

 

Laatste ontwikkelingen

In 2011 ontstaan er interne moeilijkheden, die in 2013 leiden tot een scheiding in de drie noordelijke gemeenten: Elim, Klazienaveen en Vroomshoop.

Jan Kroesen uit Klazienaveen heeft onder andere geprofeteerd over het hoofdvoorgangerschap van Lambert Kroezen, de voorganger van Elim. De andere voorgangers van de Gemeenten des Heeren kunnen noch de opgestane profeet Jan Kroesen en zijn profetieën noch Lambert Kroezen als hoofdvoorganger aanvaarden. De scheiding veroorzaakt veel onrust in verscheidene andere gemeenten en loopt dwars door vele persoonlijke en familiebanden.

De noordelijke groep telt ongeveer 250 leden en de andere groep bestaat uit plusminus 450 mensen. Ogenschijnlijk is er niet veel verschil, hooguit heeft de noordelijke groep een meer conservatieve inslag. In Klazienaveen en Vroomshoop maken beide groepen tot nu toe op afzonderlijke tijden gebruik van de zalen van samenkomst.

De groep, die in Elim Lambert Kroezen niet meer volgt, gaat grotendeels naar de samenkomsten van de andere groep in Klazienaveen. Anderen blijven wel sommige samenkomsten in Elim bezoeken, maar voelen zich in hun hart bij de andere groepering thuis en bezoeken ook regelmatig daar de diensten.

 
Persoonlijke beleving, zang en muziek, bidstonden, getuigenissen en conferenties

De Gemeente des Heeren heeft een eenvoudig geloof dat sterk is gericht op de persoonlijke beleving van de omgang met God. De bevindelijke ervaringen met de Heere komen naar voren in de getuigenissen die de broeders en zusters in de zalen van samenkomst geven. Er is in de diensten grote vrijheid en veel ruimte om geloofsgetuigenissen te delen met de anderen.

In de samenkomsten nemen ook prediking en muziek en zang een ruime plaats in. In het najaar van 2013 wordt een vernieuwde bundel in gebruik genomen met daarin naast Johannes de Heer en Glorieklokken de overige liederen, waaronder liederen die ontstaan zijn in de Gemeente des Heeren. In de diensten vinden vrijmoedige gebeden plaats en door de weeks zijn er bidstondavonden die trouw worden bezocht door de leden. Het bidden gaat soms met de nodige emotie gepaard. De zusters dragen hoofdbedekking en getuigen en bidden volop mee. In elke samenkomst is er gelegenheid om met een nood naar voren te gaan en zich te buigen op het platform. De voorganger bidt onder handoplegging met zulke mensen. Soms komen er ook mensen naar voren om zich te buigen tot bekering.

Eens per jaar vindt er een grote conferentiedag plaats, die jarenlang met Pinksteren gezamenlijk in Hoogeveen gehouden is. Sinds de scheiding belegt de noordelijke groep een conferentie in Elim en de anderen organiseren hun conferentie in Lunteren, beide met Pasen.

 

Typering en positionering

De Gemeente des Heeren ziet zichzelf als een unieke gemeente in Nederland die een geheel eigen sfeer van beleving en gevoelens ademt door de Geest. Men is van oudsher van mening dat ware christenen of oprechte zoekers in ons land door de Heere naar de Gemeente des Heeren worden geleid. Hier en daar beginnen sommige gemeenteleden daar wat genuanceerder over te denken en komen langzamerhand tot het oordeel dat er meer christenen zijn dan alleen in de Gemeente des Heeren. Er is bij een deel van de mensen een voorzichtige openheid te bespeuren.

Over christenen in het buitenland worden weinig uitspraken gedaan, maar men gelooft wel dat ze er zijn. Op de website lezen we over de Gemeente des Heeren, die verspreid is over de vier winden der aarde. Evangelisatie- en zendingswerk wordt niet verricht. Wel getuigen individuele gemeenteleden van hun geloof en belevenissen met de Heere.

 

Jildert de Boer
©Verdieping en Aansporing 2015.

Laat een antwoord achter aan Franc Polman Antwoord annuleren

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *