Heeft de kinderdoop bijbelse grond?

Ingezonden opinieartikel Ref. Dagblad 22-10-2014

(niet in deze vorm geplaatst)

Prof. A. Baars en ds. R. van Kooten voerden in het RD een pleidooi voor de handhaving van de kinderdoop. Laten we uit de ‘loopgravenoorlog’ komen: de ene kant spreekt over “de dwaling der wederdopers” en de andere zijde heeft wel beweerd “de kinderdoop is uit de duivel.” Met dergelijke stevige taal vindt afwegen van argumenten nauwelijks plaats. Hier geldt: onderzoekt de Schriften of deze dingen alzo zijn!

De Bijbel geeft nergens een concrete, duidelijke richtlijn tot het dopen van zuigelingen. De ‘huisteksten’ zijn strohalmen om aan te grijpen bij gebrek aan een betere, bijbelse onderbouwing. Er moet geredeneerd worden vanuit vooronderstellingen. Merk op: het huisgezin van Stefanas (1 Kor. 1:16) heeft zichzelf ten dienst van de heiligen geschikt (1 Kor. 16:15). En: het huis van Lydia (Hand. 16:14-15) wordt omschreven met “de broeders” (Hand. 16:40).

Heel het boek Handelingen gaat uit van de volgorde: geloof en daarna doop. In Efeze 4:5 is de volgorde: “Eén Heere, één geloof, één doop” (Ef. 4:5). Gods initiatief gaat voorop: Hij heeft ons eerst liefgehad (1 Joh. 4:10,16,19). In Hand. 8:10-12 hingen de mensen van Samaria aan Simon de tovenaar van de kleine tot de grote. Maar toen zij Filippus geloofden, die het Evangelie van het Koninkrijk Gods en van de Naam van Jezus Christus verkondigde lieten beiden, mannen en vrouwen, zich dopen. Kinderen worden expliciet genoemd als ze erbij zijn (Hand. 21:5).

De kinderdoop is volgens de gereformeerde leer in de plaats gekomen van de (uiterlijke, vleselijke) besnijdenis op de achtste dag. In Kol. 2:11-12 wordt echter alleen de besnijdenis zonder handen in de uittrekking van het lichaam der zonden des vleses, door de besnijdenis van Christus, gekoppeld aan het zichtbare, uiterlijke tonen in de doop met Hem begraven en opgewekt zijnde. De doop is een getuigenis of belijdenis van het werken van de Heere in de besnijdenis van ons hart. De doop is een begraven worden met Christus in Zijn dood en een met Hem opstaan in een nieuw leven door de kracht van de Geest (Rom. 6:3-4). ‘Begraven’ en ‘opstaan’ kan alleen duidelijk uitgebeeld worden door onderdompeling. De doop is een tegenbeeld van de zondvloed – veel water dus – en een babydoop kan geen vraag zijn van een goed geweten tot God, door de opstanding van Jezus Christus (1 Petr. 3:20-21). Johannes doopte te Enon bij Salim, omdat aldaar vele wateren waren (Joh. 3:23). Wij hebben van de voetzool af tot het hoofd gezondigd (Jes. 1:6) en daar past alleen een symbolisch begraven worden door onderdompeling: radicaal, van top tot teen!

In het nieuwe testament worden alleen mensen gedoopt die door Gods genade kinderen van God geworden zijn. De doop is geen besprenging na natuurlijke geboorte, maar een bad der wedergeboorte (Tit. 3:5).

Het verbond met Abraham heeft een natuurlijk zaad (het aardse volk Israël), maar bovenal een geestelijk zaad (Christus, Gal. 3:16) en allen die (bewust) uit het geloof in Christus zijn (Gal. 3:7,9,14,29). Het nieuwe verbond is geen gelijkwaardige voortzetting van het oude verbond, maar het ligt in Christus op een hoger, d.w.z. hemels niveau. In de Hebr. brief wordt 14x het woordje ‘beter’ gebruikt. In het nieuwe testament komen de woorden ‘doop’ en ‘verbond’ niet samen voor.

“Voorwaar, Ik zeg u, onder degenen die van vrouwen geboren zijn, is niemand opgestaan meerder dan Johannes de Doper; doch die de minste is in het Koninkrijk der hemelen ismeerder dan hij” (Matth. 11:11). In het Koninkrijk der hemelen (het nieuwe verbond) gaat het niet om het vanuit vrouwen geboren worden, maar om het van boven geboren worden, uit God. Het Koninkrijk der hemelen houdt met aardse afstamming en bloedbanden geen rekening: het gaat om discipelen van Christus uit alle volken.

In Hand. 2:39 staat: “Want u komt de belofte toe en uw kinderen…” Deze belofte is niet de kinderdoop, maar de Heilige Geest (Hand. 2:33,38). De kinderen zijn het nageslacht (Hand. 13:32). Het zijn de zonen en dochteren die profeteren (Hand. 2:17).

Horen de natuurlijke kinderen van gelovige ouders er niet bij? Jazeker wel! Jezus doopte hen niet, maar liet hen tot Zich komen, omving hen met Zijn armen en hen de handen opleggende zegende Hij hen (Mark. 10:13-16). In 1 Kor. 7:12-14 zien wij dat de kinderen van de gelovige ouder(s) niet onrein zijn, maar heilig. Heilig wil zeggen: apart gesteld of afgezonderd in de gelovige ouder(s) en daardoor in de invloedssfeer van het Koninkrijk van God. Dit vers heeft geen betrekking op een kinderdoop. Kinderen uit reformatorische en uit evangelische ouders staan in Gods ogen volkomen gelijk.

In het zendingsbevel gaat het niet erom dat alle volken gedoopt worden, maar degenen die discipelen van Jezus Christus worden uit die volken. Daarom: terug naar de bijbelse doop van gelovigen door onderdompeling. De doop is geoorloofd, indien gij van ganser harte gelooft (Hand. 8:37).

 

De auteur geeft leiding aan een evangelische gemeente te Harderwijk.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.