Natuurlijke of geestelijke sabbat

NATUURLIJKE OF GEESTELIJKE SABBAT?

Er blijft dus een sabbatsrust over voor het volk van God (Hebr. 4:9)

Inleiding

In onze tijd zien wij een sterke ‘verjoodsing’ van het evangelie om ons heen. Veelvuldig klinkt de roep dat wij moeten terugkeren tot onze ‘Joodse wortels.’ In dit verband zien wij sommigen terugkeren naar de spijswetten, zoals die onder het Oude Verbond golden. De roep om naar de viering van de sabbat terug te gaan wint in steeds meer christelijke groeperingen aan populariteit. In de Messiasbelijdende gemeente Beth-Yeshua te Amsterdam laten zelfs heidenen zich besnijden uit solidariteit met het Joodse volk.

Al een flink aantal jaren terug loofde de Sabbatstichting 10.000 gulden uit voor wie uit de Bijbel kon aantonen dat christenen de zondag moeten vieren. Uiteraard was niemand daartoe in staat en wisten de mensen achter deze Stichting al op voorhand dat zij deze prijs toch niet hoefden uit te keren. De bedoeling was dat er een bezinning op gang zou komen over dit onderwerp. Immers: in de kerken van de Gereformeerde gezindte houdt men de zondag in ere en vooral in de zogenaamde Reformatorische kerken (de rechterflank) is men er stipt in.

Paulus en de sabbat

De apostel Paulus heeft het over “mijn vroegere wandel in het Jodendom” (Gal. 1:13) en hij merkt daarbij op: “in het Jodendom heb ik het verder gebracht dan vele van (mijn) tijdgenoten onder mijn volk, als hartstochtelijk ijveraar voor mijn voorvaderlijke overleveringen” (Gal. 1:14). Dat de geestelijke navelstreng met zijn moederkoek bij hem doorgesneden is, blijkt uit het vervolg: “Maar toen het Hem, die mij van de schoot mijner moeder (=het Jodendom) afgezonderd en door zijn genade geroepen heeft, behaagd had zijn Zoon in mij te openbaren, opdat ik Hem onder de heidenen verkondigen zou, ben ik geen ogenblik te rade gegaan met vlees en bloed…” (Gal. 1:15).

Daarmee werd Paulus absoluut geen anti-semitist, maar wel een anti-judaïst. Vooral in de Galatenbrief bestreed hij de Judaïsten die aan de Joodse voorvaderlijke overleveringen, waaronder de besnijdenis, vast wilden houden. Paulus was de apostel van het wetsvrije evangelie! Hoewel hij tevens aangeeft: “ik sta onder de wet van Christus” (1 Kor. 9:21) en in de tot vrijheid oproepende Galatenbrief ook waarschuwt om die vrijheid niet als een aanleiding voor het vlees te gebruiken” (Gal. 5:13).

De Galatenbrief werd geschreven met als hoofddoel om te waken dat wij niet van de genade in de Heere Jezus Christus terugkeren naar de werken der wet. Wij zien in onze dagen dat sommige christenen weer terugkeren tot de wet van Mozes. Kenmerkend voor al deze leringen is, dat de christen weer terug gevoerd wordt naar het uiterlijke ritueel en naar een evangelie van de aarde. Wij willen echter leven door de Geest van binnenuit en ‘opwieken’ naar het hemelse, “want het Koninkrijk Gods bestaat niet in eten en drinken, maar in rechtvaardigheid, vrede en blijdschap door de heilige Geest” (Rom. 14:17).

We willen in dit schrijven nader ingaan op de kwestie van de zondagsheiliging en/of de sabbatsviering en daarbij bezien wat de Bijbel ons hierover leert.

 Zondagsheiliging?

Velen die zich christenen noemen, menen dat zij op bijbelse gronden de zondag moeten heiligen. De zondagsrust wil men graag bevorderen en er is zelfs een bijzondere vereniging voor opgericht. Vanuit praktisch oogpunt is hier wel het een en ander voor te zeggen, want wij zijn ook niet blij met de 24 uurs-economie in onze jachtige maatschappij., die nota bene speciale ‘onthaastingsweekenden’ kent. De zaak is dat men denkt op te komen voor een bijbels recht. En daar zit ‘m nu de kneep. Over het algemeen ziet men de zondag als christelijke sabbat. Men leest de tien geboden voor, inclusief “Gedenkt de sabbatdag, dat gij die heiligt…”, maar stelt daar de zondag voor in de plaats.

De zogenaamde Zevende Dags Adventisten en andere Sabbattisten, waaronder de zogenaamde Messiaanse gemeenten hebben niet ten onrechte gewezen op deze vreemde inconsequentie. Sommigen van hen zijn echter weer zo ver gegaan dat zij de zondagsviering bij uitstek zien als het teken van het beest!

Dat de zondag de sabbat heeft opgevolgd of ingevuld dient te worden als sabbat, daarover zegt de Bijbel NIETS! Zelfs het woord ‘zondag’ ontbreekt in de Schrift. Wie de Schriftplaatsen over de “eerste dag der week” nagaat, zal eerlijk moeten erkennen, dat er geen zweem in ligt van een overgehevelde sabbat! Men noemt de zondag wel de ‘dag des Heeren’, maar het beroep daarbij op Openb. 1:10 klopt niet, aangezien het daar duidt op het tijdperk van herstel in en door de gemeente. De ‘dag des Heeren’ doelt in de Bijbel ook op de oordelen in de eindtijd. Het gaat er hier niet om dat Johannes op zondag in vervoering des Geestes raakte, maar dat hij in de geest op de dag des Heeren raakte, dus verplaatst werd naar de toekomst.

Opstandingsdag

In de eerste gemeente kwam men in het begin elke dag samen: “En voortdurend waren zij elke dag eendrachtig in de tempel, braken het brood aan huis en gebruikten hun maaltijden met blijdschap en eenvoud des harten” (Hand. 2:46).

Christenen zijn op de ‘eerste dag der week’ gaan samenkomen (Hand. 20:7; 1 Kor.16:2), omdat zij de opstandingsdag van Christus wilden vieren (Joh. 20:1,19,26). We moeten echter wel bedenken dat volgens de Joodse kalender de eerste dag der week al op onze zaterdagavond na zonsondergang begon. Het bewijs van de genoemde teksten voor een zondagsheiliging is dan ook flinterdun. In Hand. 20:7 gaat het duidelijk over een bijeenkomst op de eerste dag der week, waarbij het brood breken (avondmaal) plaatsvond op de zaterdagavond. Immers omdat Paulus de volgende dag wilde vertrekken liet hij zijn toespraak voortduren tot middernacht. Typerend staat erbij: “En er waren veel lampen in de bovenzaal waar zij bijeenwaren” (Hand. 20:8).

Het is echter belangrijk het heilsfeit van de opstanding van de Heere te gedenken, zoals we lezen in 2 Tim. 2:8: “Gedenkt dat Jezus Christus uit de doden is opgestaan uit het geslacht van David”. “Hij is gedood naar het vlees, maar levend gemaakt naar de geest” en “Hij is opgewekt om onze rechtvaardiging” (1 Petr. 3:18c; Rom. 4:25). Hij wil ons redden van onze zondedood (die komt als we naar het vlees leven, Rom. 8:13a) en onze geest levend maken met Hem, opdat wij in nieuwheid des levens zouden wandelen (Rom. 6:4). Daarbij passen niet slechts plechtige, maar vooral ook feestelijke samenkomsten (vergelijk Hebr. 12:23). Kortom: in de samenkomsten van christenen gaat het om ernst en blijdschap samen.

Zondagschristendom

Zullen wij alleen op zondag speciale dingen nalaten, of bijzondere zaken dan juist doen? Vele christenen denken zo en leggen elkaar allerlei menselijke zondagwetten op, kennelijk met sabbatsverboden in het achterhoofd, maar wezensvreemd aan het Nieuwe Testament. We noemen enkele uitspraken: ‘zondags werk is niet sterk’, ‘een zondagse steek houdt geen week’, ‘wie op zondag gaat schaatsen, zakt door het ijs’ en ‘wie op zondag huiswerk maakt, haalt een onvoldoende.’ Het wonderlijke is wel dat men vele dingen op zondag niet mag, waar men op de andere dagen van de week geen enkele moeite mee heeft. De scheiding, die men weet aan te brengen tussen de zondag en de andere dagen, is frappant, alsof God slechts een zevende deel van onze tijd vraagt. Zo bestaat het dat sommigen op zondag geen t.v. willen kijken, maar dat men op andere dagen zich ‘rustig’ allerhande programma’s laat voorschotelen. Alsof dan wel geoorloofd zou zijn, wat op zondag niet mag. Inconsequent is ook dat men kinderen in Reformatorische gezinnen verplicht om op zaterdagavond – al dan niet doorgebracht in de kroeg – om 12 uur thuis te zijn, omdat dan de zondag begint. Immers de bijbelse eerste dag der week begon op zaterdagavond als de zon onderging.

Hier wreekt zich een zich laten leiden door wetten, voorschriften en ingeburgerde gewoonten, in plaats van zich te laten leiden door de heilige Geest van binnenuit (Gal. 5:18). Velen leven op zondag netjes en fatsoenlijk, maar zijn op de andere dagen van de week soms gemakkelijk en weinig nauwgezet in hun levenswandel. Bijvoorbeeld: op zondags niet breien, want dat zou ‘werken’ heten, maar op maandag ‘rusten’ voor de buis bij een film die ontsierd wordt door vloeken, om nog maar niet te spreken van films vol geweld en waarin huwelijksontrouw wordt gedemonstreerd. Zulke dingen zijn wel in flagrante tegenspraak met elkaar. Als er eventueel sprake is dat ‘oude schrijvers’ en het veelvuldige gebruik van ‘jonge klare’ samen kunnen gaan, dan voelen wij wel dat de lucht dan niet vrij is van ‘vrome’, religieuze geesten.

Traditionele gewoonten

De zondagse kerkgang hoort bij het traditionele patroon van menig kerkmens. Onder hen zijn er velen die ernstig en oprecht God willen. Wanneer men de gang naar de kerk slechts maakt, omdat men nu eenmaal zo is opgevoed of vanwege de sociale controle, dan is er sprake van een lege vorm. Na de kerk volgt nog de koffie bij de familie en een gesprek over de bekende koetjes en kalfjes en verder is het een dag waarop men zich de gewone geneugten van het leven enigermate ontzegt. Bijvoorbeeld: men zwemt niet op zondag, men koopt op zondag, ook bij warm weer, geen ijsje en men tankt op die dag geen benzine. Je laat dan immers anderen werken op de rustdag en dat hoort niet, want dat doorkruist de zogenaamde christelijke sabbat.

Discussies zijn er ook in gemeenteraden over de zogenaamde ‘koopzondagen.’ Orthodox christelijke partijen als de SGP en de CU stellen zich daar tegenop. Dat is weliswaar begrijpelijk, omdat de 24 uurs economie de tijd van rust en bezinning van de mensen steelt. Ook is het te volgen daar waar de christelijke samenkomsten op die dag in het gedrang komen. Principieel kan een christen echter niet volhouden dat je niet mag werken op zondag met het argument van een aardse, natuurlijke, lichamelijke sabbatsrust die van het Oude Verbond naar het Nieuwe Verbond van dag zou zijn verplaatst, terwijl je dat in de Bijbel zo niet tegenkomt.

Heel wat ruzies tussen ouders en kinderen ontstonden over wat wel of niet mocht op zondag. Zondag is dan een heel aparte dag, waarop godsdienst een veel grotere rol speelt dan op de andere dagen van de week. Door de week doet men dingen die men zich op zondag niet in het hoofd zal halen, want dan leeft men onder de wet. Welke wet? Men meent de wet van God, maar we hebben al gezien dat de Bijbel nergens aangeeft dat de zondag de plaats heeft ingenomen van de sabbat. Evenmin dat de sabbatsgeboden van het Oude Verbond in het Nieuwe Testament verhuizen naar de zondag.

Toch hebben wij wel gezien bij mensen, die principieel op zondag weigerden te werken, dat God deze keuze zegende volgens de maatstaf “u geschiede naar uw geloof.” Zij deden dit immers oprecht naar hun geweten ter wille van de Heere.

Het traditionele christendom heeft echter wat de zondag betreft menselijke wetten toegevoegd. Wij denken onder andere aan het vroeger geldende ‘gij zult niet fietsen’, of wat later ‘gij zult op de dag des Heeren uw auto laten staan.’ De voorgangers/gastsprekers  reisden toen op zaterdag af en keerden pas op maandagmorgen terug in hun woonplaats.

De prediking in de zware orthodoxie had en heeft vaak de teneur dat de mens zich niet kan bekeren, maar dat God dit zou moeten doen met een sterke beklemtoning van de trieste uitverkiezingsleer die de wil van mensen blokkeert om vrede met God te vinden. Boze geesten kapselen de menselijke wil zo in dat deze wordt verlamd om het heil door het geloof in het werk van Christus voor ons aan te nemen. Ondertussen blies en blaast menigeen na de dienst weer de rook van sigaretten en sigaren de lucht in… Wel een grote tegenstrijdigheid!

Velen van ons zijn opgevoed in de gereformeerde leer. Er was in de kerken zonder meer ook oprechtheid te vinden naast huichelarij. Sommigen hebben echter ervaren dat de stringente, uitwendige regels op zondag nauwelijks verweven waren in een totale christelijke leefwijze alle dagen door. Door de weeks golden soms hele andere maatstaven. Bij niet weinigen was/is er sprake van een dubbelleven of van een star wetticisme.

Gelukkig waren er ook ouders die hun kinderen het christelijk geloof in oprechtheid voorleefden naar het licht dat zij hadden. De Heere ziet zulke oprechten aan! Sommigen hebben de zondagsviering niet als klemmend ervaren, omdat het een dag was van niet alleen twee keer naar de kerk gaan. Er was ook een tijd van rust, tijd om geloofsopbouwende boeken te lezen en van ruimte voor spelletjes in het gezin en visites uit de gemeente of van familie. Maar bij anderen lag er een bedekking over die dag, wanneer Mozes voorgelezen werd (vergelijk 2 Kor. 3:15-16). Zij hebben het als drukkend ervaren, totdat zij in Christus tot vrijheid kwamen van die manier van het houden van geboden en verboden op de zondag. In hun herinnering was de zondag een dag waarop vrijwel niets mocht.

Sabbat vieren?

Zij die de Schriften naar de letter lezen, trekken daaruit de conclusie dat christenen op aarde de sabbat moeten vieren. Sommigen onder hen noemen zich zelfs Zevende Dags Adventisten of Zevende Dags Baptisten. Zij halen daarmee deze zaak naar voren alsof deze ‘dagkwestie’ de allerbelangrijkste zou zijn. Sommige sabbatgroepen gaan zover dat ze ook alle oudtestamentische feesten van Israël opnieuw invoeren, in plaats van de geestelijke realiteit ervan te gaan verstaan en beléven. Onder het Nieuwe Verbond is er geen enkele opdracht te vinden om de feesten van Leviticus 23 te vieren. Onder hen die de sabbat en de Joodse feesten vieren, bevinden zich zeker serieuze christenen, maar het is merkwaardig hoezeer ze zich op het Oude Testament baseren, ook bijvoorbeeld met betrekking tot de spijswetten. Daarbij hebben ze zo weinig oog voor de vervulling van de schaduw van de sabbat naar de werkelijkheid van Christus in het Nieuwe Verbond (Kol. 2:16-17).

Overigens moeten we ook over de overgeleverde christelijke feesten, het kerstfeest voorop, opmerken dat heidense invloed duidelijk aanwezig is en reden is dat we hier evenmin van gecharmeerd zijn. Wie de geboorte van Christus wil gedenken – geen duidelijk bijbels gebod – moet er scherp op letten dat Christus in het middelpunt staat en niet de commercie die de wereld ervan heeft gemaakt.

Overigens kunnen we wel iets leren van de gezonde leefwijze van de Zevende Dags Adventisten. Statistisch is namelijk aangetoond dat ze gemiddeld negen jaar ouder worden dan de rest van de wereldbevolking. Wij zullen echter ervoor zorgen dat het hart zijn vastheid vindt in genade en niet in spijzen: wie het hierin zochten, hebben er geen baat bij gevonden (Hebr. 13:9). Dat wil zeggen: wij moeten goed zien dat deze dingen ons in de geestelijke wereld niet verder helpen. Daarom moeten wij onze aandacht niet fixeren op de natuurlijke dingen en ons niet laten meeslepen door allerlei vreemde leringen, die onze blik op het zichtbare-aardse concentreren met bijvoorbeeld een complete voedingsleer, waar je moe van wordt. Onze focus zal hemels moeten zijn en niet aardsgericht zijn, terwijl nadenken over gezonde voeding op zijn tijd een goede zaak is als we God willen verheerlijken, ook met ons lichaam (1 Kor. 6:19-20). Dat is de tempel van de heilige Geest.

Het vierde gebod uit de wet van Mozes “Gedenk de sabbatdag dat gij die heiligt” (Ex. 20:8, vergelijk Ex. 31:12-17; Deut. 5:12-15) is gegeven aan het volk Israël. Er is in het Nieuwe Verbond geen enkele tekst die aanmoedigt, aanbeveelt of gebiedt om de sabbatdag te vieren. In Handelingen 15 waar enkele basisregels voor de heidenen gegeven worden, ontbreekt de sabbat. Ook in alle brieven van de vijf apostelen die de brieven geschreven hebben, ontbreekt het bevel om de sabbat op aardse wijze naar de wet te volbrengen. Bij de herschepping van de nieuwe mens en het leven naar het Nieuwe Verbond ontbreekt het principe van de zevende dag waarop God bij de schepping rustte van Zijn werk dat Hij voltooid had (Gen. 2:2). Waar daar aan het einde van de week in de schepping en in het Oude Verbond gerust wordt, begint de eerste dag der week – ofwel de achtste dag – met de opstanding van Christus in een nieuw leven door de geestelijke rust en vrede die Hij aanbrengt in het hart van hen die Hem toebehoren. Dat is de wezenlijke betekenis van Hebreeën 4.

Er zijn mensen die stellen dat Jezus de sabbat vierde en dat Paulus ook de sabbat hield. Natuurlijk ging Jezus naar zijn gewoonte op de dag van sabbat naar de synagoge (Luk. 4:16). Hij vervulde in Zijn leven de wet. Paulus sloot zich in het bijbelboek Handelingen aan bij wat in de wet van Mozes gebruikelijk was. Hij had de opdracht om eerst voor de Jood, maar ook voor de Griek het evangelie te verkondigen (Rom. 1:16; Rom. 2:9). Daarom ging hij in elke plaats waar hij kwam het eerst naar de synagoge op sabbat om daar de boodschap van het evangelie van Jezus Christus te brengen (Hand. 13:14,42,44; Hand. 17:2 en Hand. 18:4, vergelijk Hand. 16:13 en Hand. 14:1).

Als de Joden het woord van God verstootten en zich het evangelie niet waardig keurden, wendde hij zich tot de heidenen (Hand. 13:46). Bijna overal was de tegenstand van de Joden tastbaar. Wanneer er geen ingang meer was onder de Joden, dan wendde hij zich tot te heidenen en begon desnoods naast de synagoge (Hand. 18:6-8). In Efeze ging hij na drie maanden van vrijmoedig optreden in de synagoge om hen door besprekingen te overtuigen aangaande het Koninkrijk van God door hun verharding en ongehoorzaamheid en kwaad spreken van de weg ertoe over zich van hen los te maken en zijn discipelen af te zonderen, terwijl hij dagelijks besprekingen hield in de gehoorzaal van Tyrannus (Hand. 19:8-10).

Er is geen bewijs dat hij zichzelf strikt aan de sabbat hield en in elk geval hield hij de sabbat niet aan anderen voor. Tenzij men zegt dat sabbat wel een vanzelfsprekendheid moet zijn, maar dat is hetzelfde argument waarmee men tracht aan te tonen dat de kinderen in het bijbelboek Handelingen automatisch en vanzelfsprekend gedoopt zijn zonder dat dit concreet te bewijzen valt.

Het onderstrepen van de sabbat in het Oude Verbond

In het Oude Testament vinden wij enkele gedeelten die het sabbatgebod krachtig onderstrepen. Ik denk aan Ezechiël 20 waar de zonden van Israël sinds de uittocht benadrukt worden en de sabbatten vijf keer beklemtoond worden (verzen 12, 16, 20, 21 en 24).

In Nehemia 13:15-22 gaat het bij de terugkeer in Jeruzalem na de ballingschap over de sabbat. Benadrukt wordt dat er niet gewerkt, niet gekocht of verkocht mocht worden en er mocht geen last door de poorten binnenkomen op de sabbat (vergelijk Neh. 10:31).

Verder valt Jesaja 56:1-8 op. Daar wordt een accent gelegd op het in acht nemen van de sabbat niet alleen voor Israël, maar ook voor de vreemdelingen die zich bij de Heere voegen (vergelijk ook Jes. 58:13).

Sabbatsregels: geen hout sprokkelen en geen vuur ontsteken in Israël

In Num. 15:32 lezen we dat iemand betrapt werd die op sabbat aan het houtsprokkelen was die gebracht werd tot Mozes en Aäron en de gehele vergadering. Het resultaat was dat hij ter dood gebracht moest worden door hem buiten de legerplaats te stenigen. Hoe gaan mensen die nu menen de sabbat te moeten vieren met deze tekst om?

Exodus 35:3 zegt: “Gij zult in geen van uw woningen vuur ontsteken op de sabbatdag.” Daarbij gevoegd kan worden: “Toen zeide hij tot hen: Dit is wat de Heere gezegd heeft: een rustdag, een heilige sabbat is het morgen voor de Heere; bakt wat gij bakken wilt en kookt wat gij koken wilt; laat al wat overblijft liggen om het tot de volgende morgen te bewaren” (Ex. 16:23). De vraagt rijst nu: mogen mensen die de zondag willen heiligen koken of bakken op zondag of moeten zij dat eten de dag ervoor al klaarmaken? Of beter: wat doen sabbatvierende christenen met deze tekst? Is die nog steeds geldig of niet?

Niet hoeven vluchten in de winter of op een sabbat

In Matth. 24:20 vinden we een apart vers: “Bid, dat uw vlucht niet in de winter valle en niet op een sabbat.” In dit verband gaat het over de profetie uit Daniël 9:27 over de gruwel der verwoesting. Een voorvulling is Antiochus Epifanes die in 168 voor Christus een afgodsbeeld in plaats van het brandofferaltaar in de tempel zette. Vervolgens doelt Jezus op een verdere vervulling door de ontwijding van de tempel bij de verwoesting van Jeruzalem door de Romeinen in het jaar 70 na Christus en tenslotte kunnen we deze betrekken op de antichrist die zich in de eindtijd in de tempel van God zet, om aan zich te laten zien dat hij een god is (2 Thess. 2:4). Het dringende advies van Jezus is: “laten dan wie in Judea zijn, vluchten naar de bergen.” Deze waarschuwing werd gegeven, omdat het onheil over Jeruzalem aanstaande was. Tijdens de Joodse opstand in 67 na Chr. ging deze profetie van Jezus in vervulling toen de christenen vluchtten naar de bergen van naar Pella, een stadje in het Overjordaanse, toen de Romeinse legers naar Jeruzalem optrokken. De Joodse christenen wilden niet meedoen aan de gewelddadige opstand. “Allen die naar het zwaard grijpen, zullen door het zwaard omkomen” (Matth. 26:52). Omstandigheden als de winter of op een sabbatdag zouden de vlucht bemoeilijkt hebben. Het laatste mogelijk ook door de tegenstand van orthodoxe Joden die de vlucht zouden kunnen vertragen door gesloten stadspoorten en gebrek aan vervoermiddelen (aldus de Studiebijbel). In elk geval geeft dit vers geen enkele aanwijzing dat heidenen in de eerste christengemeenten vielen onder het sabbatsgebod.

Van uiterlijke naar innerlijke sabbat

Zoals we gezien hebben gaat het in het Oude Verbond om een natuurlijke, lichamelijke sabbatdag. In het Nieuwe Verbond dat beter is dan het Oude Verbond (volgens de Hebreeënbrief die 14x het woord ‘beter’ gebruikt) gaat het steeds om de geestelijke sabbatsrust.

In Jer. 17:21- dus niet in de wet van Mozes – lezen we: “Hoedt u ervoor dat gij op de sabbatdag geen last draagt” (vergelijk Neh. 13:19), maar Jezus zei: “Sta op, neem uw matras op en wandel. En terstond werd de man gezond en nam zijn matras op en ging zijns weegs. Nu was het sabbat op die dag” (Joh. 5:8-9). “De Joden dan zeiden tot de genezene: Het is sabbat en dan moogt ge uw matras niet dragen” (Joh. 5:10). Jezus was Heer over de sabbat en deed wel op deze dag tot genezing van de mensen en onder luid protest van de Farizeeën met hun gedram: “Op sabbat mag u niet…”. Hij leerde dat de sabbat is gemaakt om de mens en niet de mens om de sabbat (Marc. 2:27). De repliek waar Jezus de Joden mee diende, luidde: “Mijn Vader werkt tot nu toe en Ik werk ook” (Joh. 5:17). Dat zei Hij nota bene op sabbat! Op sabbat is het geoorloofd om wel te doen (Matth. 12:12).

Het Nieuwe Verbond trekt alle aandacht naar Christus en de gemeente en daarmee naar het herstel van de mens van een zondaar tot een zoon van God. Het biedt een roeping naar de inwendige mens tot een besnijdenis van het hart en tot een ingaan in de geestelijke sabbatsrust. Christus is de grote Rustaanbrenger. Hij sprak: “Komt allen tot Mij die vermoeid en belast zijt (door een leven onder de wet!) en Ik zal u RUST geven” (Matth. 11:28). Zijn last is licht en zijn juk is zacht! (Matth. 11:29-30). Let wel, dit gedeelte staat pal voor Matth. 12:1-8 over het aren plukken van de discipelen op sabbat met de uitspraak dat de Zoon des mensen Heer is over de sabbat. Zijn zachte juk en Zijn lichte last waren geheel in tegenstelling tot het juk der Farizeeën die zware lasten bijeen bonden en die op de schouders der mensen, maar zelf wilden zij ze met hun vinger niet verroeren (Matth. 23:4).

Vanuit Hebreeën 4 kunnen we verstaan wat de sabbat betekent voor het innerlijke leven. Het gaat erom dat de oude mens – het oude, onrustige, door de boze opgejutte leven – afgelegd wordt met zijn praktijken en het nieuwe leven van vrede met God door Jezus Christus een aanvang neemt (Rom. 5:1). Dan gaat men rusten van zijn boze werken, om voortaan werken in God verricht te doen (Joh. 3:21).

Jezus vervulde tevens de sabbat door lichamelijk in het graf te liggen op die dag! Hij volbracht Zijn verlossingswerk, waaraan wij – zonder inbreng van onze eigen werken – deel kunnen krijgen uit genade door het geloof (Rom. 3:24,28). Na de opstanding lag de zweetdoek van inspanning onder de wet opgerold! (Joh. 20:7). Wat een geestelijke rust geeft dat!

Van aardse naar hemelse sabbat

Jezus en de apostelen namen de sabbat en tilden deze uit de schaduw op aarde naar de werkelijkheid in Christus (Kol. 2:16-17) in de hemelse gewesten, van het uiterlijk rusten en adem scheppen op een speciale dag (Ex. 31:16-17) naar het ingaan in de innerlijke rust door het geloof in Jezus Christus (Hebr. 4:3,10). Elke dag is dan een:  HEDEN indien gij zijn stem hoort! (Hebr. 4:7). Immers, NU is het de dag des heils, NU is het de dag des welbehagens (2 Kor. 6:2).

Helaas lezen we wel bij overlijdensadvertenties of zien we in grafopschriften dat mensen “tot de rust zijn ingegaan”, waarmee men de rust in God louter naar het hiernamaals verschuift. De bedoeling is dat wij nu reeds gekruisigd zijn met Christus en ons bewust worden wat het men Christus zijn gestorven inhoudt! (Gal. 2:20; Rom. 6:7). Dan begint Gods rust nu al volop in ons leven te functioneren!

Deze geestelijke, hemelse sabbat gaat dus veel dieper dan alleen maar een zevende deel van je tijd geen werk te verrichten, uiterlijke rust te genieten en God op die dag extra, heel specifiek te dienen. In de Galatenbrief noemt Paulus in het bijzonder het gevaar terug te keren naar de wet van Mozes en opnieuw daaraan dienstbaar te worden. In dit verband zegt hij: “Dagen, maanden, vaste tijden en jaren neemt gij waar. Ik vrees dat ik mij wellicht tevergeefs voor u ingespannen heb” (Gal. 4:10-11). Toch verwachtten sommigen hier gerechtigheid door. Dat deden ze in die tijd ook met de besnijdenis. Paulus wist wat werkelijk van betekenis was: of men een nieuwe schepping is en Gods geboden onderhoudt (Gal. 6:15; 1 Kor. 7:19). Hij zegt: “Maar ik moge ervoor bewaard blijven te roemen anders dan ik het kruis van onze Heere Jezus Christus, door wie de wereld mij gekruisigd is en ik der wereld” (Gal. 6:14).

Wat helpt het dan voor ons leven – hoe consequent ook – de zaterdag als sabbat te vieren, terwijl men zich de andere dagen van de week zo wereldgelijkvormig gedraagt? Hetzelfde geldt uiteraard voor de tegenstelling bij anderen tussen het leven op zondag en het leven door de week.

De geestelijke besnijdenis en de geestelijke sabbat

Waar het wezenlijk om gaat, is of ik geestelijk besneden ben en of de uitwerking van de geestelijke sabbat in mij gestalte krijgt. Vrede MET God te krijgen is daarvan het begin (Rom. 5:1), maar vrede IN God te ervaren in alle omstandigheden is het heerlijke vervolg. Er is sprake van de vrede Gods (= de vrede van God), die alle verstand te boven gaat, die onze harten en onze gedachten zal behoeden in Christus Jezus (Fil. 4:7). Elders lezen we: “De vrede van Christus REGERE in uw harten” (Kol. 3:15) en dit maakt ons tot een overwinnaar. Elke dag sabbat te vieren is mogelijk in het Nieuwe Verbond, zoals blijkt uit de fascinerende tekst: “En Hij, de Heere des vredes, geve u de vrede, VOORTDUREND, IN ELK OPZICHT” (2 Thess. 3:16). Wat een machtig doel om ons naar uit te strekken!

Het (sabbats)klimaat van het Koninkrijk Gods bestaat immers in gerechtigheid, vrede en blijdschap door de heilige Geest (naar Rom. 14:17). Daar waar de onrust zich verheft in mijn leven – Job had er ook zo’n last van (Job 3:26) – mogen wij leren de sabbatsvrede van de Heer van de sabbat te ontdekken en aan te nemen en onszelf te reinigen van opgewondenheid, impulsieve oprispingen, of wat dan ook.

Het heeft geen zin ons uiterlijk goed voor te doen (Gal. 6:12) en besneden zijn of niet besneden zijn betekent niets, maar of men een nieuwe schepping is (Gal. 6:15) door wedergeboorte. Het gaat niet langer om een besnijdenis naar het vlees, die met handen geschiedt. Wezenlijk is de besnijdenis van het hart, die naar de Geest is, die onzichtbaar is en zonder mensenhanden plaatsgrijpt (Rom. 2:28-29; Fil. 3:3). Dat is de innerlijke besnijdenis van Christus, die in het Nieuwe Verbond overblijft en die uitgebeeld wordt door de waterdoop! (Kol. 2:11-12).

Wat werkelijk zin heeft, is dat mijn hele leven op iedere dag van de week geheiligd wordt, zodat ik door Gods genade en rust leef tot Zijn eer! Het Nieuwe Testament spreekt niet van een verplichte, uiterlijke viering van de sabbatdag. Noch Jezus, noch de apostelen hebben iets dergelijks bevolen. Wij zijn hier vrij, maar niet om naar het vlees te leven.

Het houden van de sabbatsdag kan ons dus niet worden opgelegd, evenmin als het houden van de zondagsrust. Wie echter een bepaalde dag wil houden, omdat hij daaraan hecht en hij doet het om de Heere, die zij voor zijn eigen besef ten volle overtuigd (Rom. 14:5-6). Als wij gewetensvol leven naar het licht dat wij hebben, dan kunnen we niet gemakkelijk of losjes met deze dingen omgaan. Wie een bepaalde dag van rust voor de Heere wil afzonderen is daarin vrij.

Geen valse vrijheid en geen wetticisme

Wij hebben in het voorgaande geschreven over een wettisch vieren van zondag of sabbat. Sommige mensen uit de traditionele  kerken zullen over ons denken: wat jullie allemaal op zondag doen, dat gaat wel erg gemakkelijk. Zo mag het echter onder ons niet zijn, ook al hebben wij volgens ons geweten een bepaalde vrijheid. Al laten wij ons niet door wetten van buitenaf leiden, wij willen graag leven volgens de wet van de Geest in ons binnenste (Rom. 8:2). De wetten van de Geest worden in onze harten en ons verstand geschreven (Hebr. 8:10; Hebr. 10:16).

Een gevolg kan bijvoorbeeld zijn, dat wij – vanwege het geweten van de buren die de zondag heiligen – wellicht onze was niet buiten hangen en evenmin op die dag zo nodig in de tuin gaan werken. Wij hoeven niet met onze vrijheid in Christus tot aanstoot van onze broeder te zijn, maar rekening te houden met het geweten van de ander (1 Kor. 8:13; Rom. 14:15,21). Daarbij gaat het om zaken als eten (vlees of enkel plantaardig), drinken (wel of geen wijn) of het houden van een bepaalde dag (sabbat of zondag) of niet. Persoonlijk kies ik ervoor geen varkensvlees te gebruiken en drink ik geen wijn, maar ik breng deze dingen niet als een leer in de gemeente waar ik toe behoor. Het is mijn persoonlijke voorkeur, maar geen wet die ik aan anderen wil opleggen.

Wij zijn blij dat we in vrijheid naar de samenkomsten kunnen gaan die voor ons een feest zijn! “Opdat wij waarlijk vrij zouden zijn, heeft Christus ons vrijgemaakt. Houdt dus stand en laat u niet weer een slavenjuk opleggen” (Gal. 5:1). Onze vrijheid geeft echter geen vrijbrief tot een slordig, gemakzuchtig leven, zoals er ook staat: ”Want gij zijt geroepen, broeders, om vrij te zijn, gebruik echter die vrijheid niet als een aanleiding voor het vlees” (Gal. 5:13). Wij willen wandelen op de smalle, hoge weg van Jezus en daarbij niet in de ene sloot van wetticisme vallen, maar evenmin uit reactie de andere sloot van valse vrijheid kiezen. Laten wij daarom onze samenkomsten niet lichtvaardig verzuimen of onze bijbel vergeten, maar serieus met Gods Woord omspringen. Gods Geest spoort ons van binnenuit aan, om opbouw en gemeenschap te zoeken in en na de samenkomsten. Het is wel een zegen daar op zondag ruim de tijd voor te krijgen!

In de praktijk

Het heeft niet onze voorkeur dat wij vanwege ons werk de (zondagse) samenkomsten regelmatig zouden moeten missen, al zijn er beroepen waarbij dit noodzakelijk is. Als wij onze kinderen opvoeden en ze sporten graag, dan is het zoeken naar wijsheid hoe daarmee om te gaan. Vaak zullen wij dan eerder voor sport op zaterdag kiezen. Bijbaantjes naast het schoolleven zoeken we niet onder samenkomsttijd, of onder de jeugdbijeenkomsten van de gemeente. We denken ook aan de invulling van de zaterdagavond. Als het erg laat wordt, dan geeft dat geen frisse instelling op zondagmorgen. Grenzen, afspraken en regels bieden veiligheid en bewaring, al zal elk ouderpaar naar wijsheid van God en flexibiliteit in de omgang met (oudere) kinderen moeten zoeken. Als wij voor hen bidden, dan komt de goede engelenwereld ons te hulp waar onze armen te kort zijn om een kind direct te bereiken en kunnen wetteloze machten niet zomaar met een van onze kinderen doen wat zij maar wensen.

Vroeger heb ik wel eens gedacht dat wij als ouders tot de rust zouden ingaan als de kinderen naar bed zijn. Het tegendeel is waar: wij mogen te midden van een gezin met kinderen leren de rust en vrede van God in alle omstandigheden te ervaren.  Middenin de drukte waarin de kinderen zich roeren is het mogelijk van binnen de rust van God in te gaan en niet vanuit het vlees te reageren.  Zo kunnen we deelkrijgen aan de kostbare en zeer grote belofte van de goddelijke natuur (2 Petr. 1:4), dat is: altijd in Zijn rust zijn, zoals Hij in de rust is. Wij begrijpen dat dit een weg, een groeiproces is in die richting te midden van het woelige leven in allerlei omstandigheden.

Een klimaat van geborgenheid thuis en een sfeer van bescherming, vriendschappen en veilige voorbeelden in de gemeente geven sterke, goddelijke impulsen, dat kinderen in vrijheid hun keuze kunnen maken voor het goede en voor de Heere! Laten wij als ouders leren zonder krampachtigheid in de rust en ontspanning van de Heere te zijn in onze houding naar en bijsturing van de kinderen. In stilheid en vertrouwen zal uw sterkte zijn, ook in dit opzicht (Jes. 30:15).

Alle dagen gelijk gesteld

In Romeinen 14 lezen we over zwakken en sterken. Daarbij komt ook het al of niet houden van dagen aan de orde. Paulus schrijft: “Deze immers stelt de ene dag BOVEN de andere, gene stelt ze alle GELIJK” (Rom. 14:5). Dit probleem kwam naar voren bij een uit Joden en heidenen gevormde gemeente. Met het oog op het alles eten of alleen plantaardig voedsel en ten aanzien van het hechten aan een bepaalde dag (zondag of sabbat), of het alle dagen gelijk achten, pleit Paulus voor verdraagzaamheid. Wie het naar zijn geweten om de Heere doet om een bepaalde dag boven de andere te stellen, die late men vrij, maar zij worden door Paulus tot de zwakken gerekend, evenals degene die gelooft dat men alleen plantaardig voedsel mag eten. Hij schrijft: “Wij, die sterk zijn, moeten de gevoeligheden der zwakken verdragen en niet onszelf behagen” (Rom. 15:1).

Paulus heeft begrip voor de zwakken en hij oordeelt niet, maar rekent zichzelf tot de sterken die alles eten en alle dagen GELIJK achten! Hij waarschuwt in Romeinen 14 voor minachting, oordelen, aanstoot geven, de ander grieven. Hij roept op het geweten van de ander te respecteren en na te jagen hetgeen de vrede en de onderlinge opbouwing bevordert  (Rom. 14:19).

In Paulus’ spoor mogen wij er ernst mee maken om alle dagen van ons leven tot Gods rust in te gaan. Dan komen wij weg van de onrust die de zonde geeft en de plagerijen van de onruststokende geesten in de hemelse gewesten. Ook al sloeg een engel van satan hem met vuisten, voor Paulus was Gods genade genoeg, dat wil zeggen: toereikend om er tegen opgewassen te zijn en de kracht van Christus te ervaren (2 Kor. 12:7-9). Je moet toch wel in de rust van God zijn, om te kunnen uiten: “als ik zwak ben (in de natuurlijke wereld), dan ben ik machtig” (in de geestelijke wereld) (2 Kor. 12:10). Hij leefde overgegeven in Gods hand en wil en hij had geleerd met de omstandigheden, waarin hij verkeerde, genoegen te nemen (Fil. 4:11). Zo kreeg hij in toenemende mate deel aan de goddelijke natuur (2 Petr. 1:4).

Er blijft dus een sabbatsrust over voor het volk van God (Hebr. 4:9). De rust in Kanaän, waarin Jozua het ‘aardse Israël’ via strijd tegen bloed en vlees gebracht had, was slechts een schaduw van de rust van binnen bij het ‘geestelijk Israël’ (de Gemeente uit Jood en heiden), dat vanuit de geestelijke rust in Christus de strijd voert tegen de boze geesten in de hemelse gewesten. Moet een christen nu rusten of strijden? Het bijbelse antwoord is: allebei! Moet hij rusten of werken? Allebei. De werken van het vlees zullen we afleggen om goede werken in God verricht te doen, werken die vanuit Zijn rust gebeuren. Dus niet vanuit een opgejaagd bezig zijn, maar in de rust van God en het veilige geborgen zijn in Christus.

De volle vervulling van de sabbat zullen wij nog beléven in de zevende dag van de wereldgeschiedenis: het zogenaamde duizendjarig vrederijk! Wellicht doelt daar ook de tekst in Jes. 66:23 op waar we lezen: “En het zal geschieden van nieuwe maan tot nieuwe maan en van sabbat tot sabbat, dat al wat leeft zal komen om zich voor Mijn aangezicht neer te buigen , zegt de Heere.”

Het begin van een weg

Er komt al een vrede en rust over ons door de vergeving van zonden bij het aanvaarden van Jezus Christus als Heere en Heiland. Dit is echter slechts het begin van een weg. Wij hebben dan nog lang niet alle vrede en rust VAN God, al is het mooi dat we reeds vrede MET God hebben. Om het met een oudtestamentisch schaduwbeeld te zeggen: de ware, diepe, innerlijke rust ligt achter het voorhangsel -symbool van Jezus’ vlees (Hebr. 10:20) – in het heilige der heiligen van de tabernakel, waar God troont, Hij die altijd volkomen in de rust is. Hoe de machten der duisternis ook woedden, God raakt nooit in paniek, maar Hij is de Rust Zelve! Denk eens in dat wij een geloofsstrijd te voeren hebben met de boze, maar dat het ook in ons binnenste bladstil kan worden. De Psalmist getuigde reeds: “Ik ben EEN EN AL VREDE, maar als ik spreek, dan zijn zij uit op de strijd” (Ps. 120:7). Of met een ander voorbeeld: als wij vanuit de ‘brandende vuuroven’ komen (zoals destijds de vrienden van Daniël), dat men dan aan ons geen ‘brandlucht’ ruikt (Dan. 3:27), dat wij het in onze geestelijke strijd zo moeilijk hebben gehad. Een dergelijke rust en vrede is goddelijk en hemels! Die valt met de beste menselijk wil ter wereld niet op te brengen! Mijn omgeving kan nog wel eens een ‘brandlucht’ bij mij merken na een strijd of worsteling in mijn leven. Wij verstaan dat er een ontwikkeling van goddelijk leven in onszelf nodig is, opdat we vrij komen van alle uitwas (restanten) van boosheid (naar Jak. 1:21).

Zo komen we op de weg van God, die we in de kracht van de heilige Geest mogen gaan, onze geestelijke vijanden tegen, die aanzetten tot bijvoorbeeld bezorgdheid, stress, ongeduld, mopperen en irritatie. Wij hebben een levende hoop dat – ondanks alle ‘stoorzenders’ in de lucht – in plaats daarvan vrede, ontspannenheid, geduld, dankbaarheid en zelfbeheersing opstaan in ons nieuwe leven als vrucht van de Geest (denk aan de bloeiende staf van Aäron in de ark in het heilige der heiligen in de tabernakel). In de rust van God leren we wat het is Zijn stem te verstaan in de levenssituaties. Vele mensen leven bijna altijd in het lawaai om zich heen van bijvoorbeeld de radio, maar wij nemen onze ‘stille tijd’ – ons sabbatsuurtje – met de Heere en hebben de dag door onze ‘onderonsjes’ met Hem, in eerbied gesproken. Wat een verademing in ons drukke leven! Dat gebeurt soms zomaar in de auto, op de fiets, wandelend in de natuur, of zelfs op de W.C.

Laten wij er – ook tijdens ons werken – ernst mee maken tot Gods rust in te gaan! (Hebr. 4:11). Die ernst, waartoe opgewekt wordt, heeft alles te maken met gehoorzaamheid aan de woorden van de Heere! Dan leidt Hij ons binnen in de werken, die Hij van te voren bereid heeft (Ef. 2:10).

Gods rust heeft niets te maken met enerzijds traagheid, of anderzijds afmatting. Wij mogen als Zijn navolgers de werken van God doen, in plaats van bezig te blijven met dode werken. Oppervlakkigheid en gezapigheid zijn vormen van valse rust, waarbij een afstomping plaatsvindt van het scherpe zwaard van het alles doordringende Woord van God (Hebr. 4:12).

Nieuw, hemels inzicht

Het duurt meestal een behoorlijke tijd om begrip te krijgen van Gods Woord, om menselijke overleveringen uitsluitend daaraan te toetsen en zo nodig overboord te gooien. Dat geldt ook voor een aards, natuurlijk sabbatsinzicht of een wettische zondagsvisie, als wij inzien dat Paulus alle dagen gelijk achtte.

Verliezen wij daarmee vertrouwde en dierbare zaken? Dat kan in het begin zo lijken, maar de hoofdzaak is dat alles gestoeld zal zijn op de leer en het leven van Jezus en de apostelen, zodat we een kostbaar verlangen krijgen, om zeven dagen per week (24×7) Gods wil te doen! Wij zijn niet slechts geroepen om de sabbat te heiligen, maar de heilige God spreekt tot ons: “wordt zo ook gijzelf heilig in AL uw wandel” (1 Petr. 1:15). Dit gaat op voor alle zeven dagen van de week zonder onderscheid! Ons intense verlangen is met Zacharias: “Dat de Heere ons zou geven, uit de hand der vijanden verlost, Hem te dienen in heiligheid en gerechtigheid voor Zijn aangezicht AL ONZE DAGEN”! (Luk. 1:74-75). Hoe heerlijk is het om zo met Hem te mogen leven en elke dag Zijn sabbat in ons binnenste te beleven!

Jildert de Boer

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.