Onderwerping aan God en aan mensen.

“Zullen wij ons dan niet NOG VEEL MEER onderwerpen aan de Vader der geesten, en leven”? (Hebr. 12:9b).

Gods behandeling en vorming
God wil ons behandelen als zonen (dat geldt voor broeders en zusters) en Hij voedt ons daarom op en corrigeert ons (Hebr.12:7-11). Dit doet Hij niet om ons te plagen, of om ons het leven zuur te maken. Zo is onze God niet! Hij wil ons verder helpen in onze groei.
De vraag is, of ik Gods snoeimes wil toelaten in mijn leven! God wil heel graag dat wij deel krijgen aan Zijn heiligheid en dus tot meer vruchtdragen komen. Wil ik mij aan Gods behandeling volledig overgeven, of spartel ik nog van weerspannigheid in de levenssituaties? Heb ik geleerd om te buigen voor Zijn troon, voor de heerschappij van de Here der heren? Dan is Zijn Woord het einde van al mijn tegenspraak!
Hoe goed is het als wij ons nog veel meer onderwerpen aan alles wat God de Vader van onze geesten voor ons op Zijn hart heeft. Zijn wil zal ons nieuwe leven beheersen! De sleutel is een totale overgave in mijn gezindheid aan Hem, die mij behandelen en vormen wil. Hij zoekt een 100% toewijding van jouw en mijn hart tot volledige gehoorzaamheid. Dat kan door de kracht van de Heilige Geest!

Vrijwillige onderwerping
De Bijbel spreekt ook over onderwerping aan mensen. Omdat deze levenswetten van God vaak met voeten getreden worden, zien we dat de geest die in deze wereld heerst Gods richtlijnen opzij heeft geschoven, omdat men deze hopeloos ouderwets vindt.
God weet echter wat het beste voor ons is en daarom kunnen we er veilig vrijwillig voor kiezen ons te onderwerpen:

Kinderen aan hun ouders, in de Here (Efeze 6:1; Kol.3:20).

De vrouw aan haar man in alles (Efeze 5:22; Kol.3:18; 1 Petr.3:1; Tit.2:5).

De man aan Christus in alle opzichten (1 Kor.11:3).

Christus aan God (1 Kor.11:3; 1 Kor.15:28).

De gemeente aan Christus (Efeze 5:24).

Jongeren aan de oudsten (1 Petr.5:5).

Gemeenteleden aan hun voorgangers (Hebr.13:17).

Werknemers aan hun werkgevers (Efeze 6:5; Kol.3:22; 1 Petr.2:18; Tit.2:9).

Iedere onderdaan aan de overheid (Rom.13:1,5; 1 Petr.2:13; Tit.3:1).

Allen jegens elkander (1 Petr.5:5; Efeze 5:21; Fil.2:3).

Het gaat niet vanzelf om je plaats en taak te vinden
Onderwerping is eenvoudig, zolang wij het eens zijn met de overheid, met onze werkgever, met onze ouders als kinderen, met onze oudsten, enz. Als er echter een beslissing genomen wordt, die anders uitvalt dan jezelf dacht en die je niet begrijpt, dan komt het erop aan of je buigzaam kunt zijn.
Zodra zich een situatie voordoet, dat je het als vrouw beter denkt te weten dan je domme man, dan is de verzoeking daar om buiten deze goddelijke orde om op eigen houtje te gaan handelen. Natuurlijk mag de vrouw in zachtmoedigheid en met respect haar kijk op de zaak geven en de eindbeslissing aan haar man overlaten. Voor de vrouw geldt in haar verhouding tot haar eigen man de vergelijking: “gelijk de gemeente onderdanig is aan Christus” (Efeze 5:24).
De man kan zijn taak als hoofd misbruiken door te willen domineren. De opdracht is: “mannen hebt uw vrouw lief EVENALS(!) Christus de gemeente heeft liefgehad (Efeze 5:25). In 1 Petr.3:7 lezen we de aansporing om als met broos vaatwerk om te gaan met onze vrouwen en hen eer te bewijzen. Aan deze hoge opdrachten hebben we als mannen onze handen vol. Nergens lezen we zoiets akeligs als: “mannen, houd je vrouw er danig onder”!
Mannen moeten niet de teksten, die God aan vrouwen gegeven heeft aan hen dicteren. Evenmin zullen vrouwen niet de woorden die God aan de man gericht heeft hem voorhouden. Ieder zie toe dat hij of zij gehoorzaam is aan die woorden van God, die aan hem of aan haar gericht zijn.
Leidinggevenden in de gemeente moeten zich hoeden voor elke vorm van manipulatie en controle. Zij zullen de kudde van God hoeden… uit vrije beweging, naar de wil van God…uit bereidwilligheid, niet als heerschappij voerend over hetgeen hen ten deel is gevallen, maar als voorbeelden van de kudde (1 Petr.5:2,3). Paulus schrijft: “Niet, dat wij heerschappij voeren over uw geloof; neen, wij zijn medewerkers aan uw blijdschap, want door het geloof staat gij vast” (2 Kor.1:24).

Openstaan je te voegen en te laten corrigeren
Gemeenteleden dienen waakzaam te zijn, dat zij niet de geest van rebellie of van anarchie (”ieder doet wat goed is in eigen ogen”, zonder regels en normen) post laten vatten in denken, spreken en doen.
Sommige mensen roepen: “ik ga mijn eigen weg alleen met God” als motief om zich niet hoeven te voegen naar degenen die de Heer heeft aangesteld als leiding in de gemeente. Dat wijst op individualisme en ongebondenheid en het klinkt vroom, maar zulke mensen hebben er vaak problemen mee zich te geven aan een gemeente en open te staan voor correctie door de gemeente.
De gemeente is een levend organisme of lichaam met Christus als hoofd en met een gezamenlijk bewustzijn voor het geheel. Er zijn echter mensen die solistisch willen blijven en zich niet willen (ver)binden, maar als losse christen denken te kunnen leven zonder verplichtingen en medeverantwoordelijkheid in het lichaam.
Jonge mensen kunnen gemakkelijk eigenwijs of brutaal zijn tegenover hun ouders of ongezeggelijk worden t.o.v. leidinggevenden, in plaats van bereid te zijn zich gewillig te laten voegen.
Als je werkgever onredelijk is, dan komt het misschien op om te zoeken naar een andere baan, terwijl het ook mogelijk is de genade te vinden om onrecht te lijden en je te onderschikken (1 Petr.2:18,19).
Wanneer de overheid een minder populaire loonmaatregel invoert, dan gebeurt het in de maatschappij dat vakbonden ertoe oproepen te gaan staken. Een christen zal niet gemakkelijk meegaan in dit verzet, maar veel meer dankbaar zijn voor wat hij heeft, ook als hij wel eens ‘slikken’ moet, om het overheidsbeleid te accepteren als onderdaan(!).

Hoe misbruik van onderwerping voorkomen kan worden
Er zijn twee’veiligheidskleppen’ door God ingebouwd, die elk misbruik van onderwerping tegengaan, zodat wij niet tegen ons geweten in macht door mensen op ons uit laten oefenen:

Weest geen slaven van mensen (1 Kor.7:23).

Wij moeten God MEER gehoorzamen dan de mensen (Hand.5:29).

God heeft voorzien in deze ‘ontsnappingsclausules’, zodat wij niet ten prooi hoeven te vallen aan de heerszucht en onderdrukking van mensen.

Leven binnen Gods gezagsverhoudingen
Voor de rest kunnen wij in alle levensverbanden ons oefenen in vrijwillige onderwerping. Verzet tegen onderwerping komt immers voort uit hoogmoed en weerspannigheid. Het vlees zal altijd hiertegen steigeren en wordt door wereldse maatstaven hierin gesteund. De boze is voortdurend in de oppositie, om het erkennen van gezag op welk terrein ook te ondermijnen, of juist het gezag om te buigen naar macht en dictatuur.
Als volk van God hebben we de roeping om ‘een en al gewilligheid’ te worden (Ps.110:3). Het kan alleen maar goed gaan, als wij ons vernederen en onderwerpen onder de machtige hand van God, die juist zulke mensen des te grotere genade geeft (1 Petr.5:5,6; Jak.4:6,7). Gods hand, dat is Zijn goede Geest, is ook daar waar wij ons leren te onderwerpen aan hen die God in een gezagspositie over ons gesteld heeft! De engelen volgen nauwkeurig mee hoe wij onze plaats innemen in de gezagsverhoudingen, die God gegeven heeft (1 Kor.11:10). De goede engelen zijn dienende geesten, die hen bijstaan die het heil zullen beërven (Hebr.1:14). Maar bijvoorbeeld door het feminisme dat Gods gezagsorde van zich afwerpt, krijgen de boze engelen macht.
Laten we daarom allemaal op onze plaats functioneren en dienen met de hulp, die God geeft door onderwerping. Om zo onze geestelijke ‘buigoefeningen’ in de praktijk om te zetten in leven.
Niet omdat het moet, maar vrijwillig als aan de Here! Door elkaar onderdanig te zijn, geeft God ons de mogelijkheid om elk ‘hard tegen hard’ te vermijden. Hij heeft het bedacht voor een heilzaam met elkaar samenleven tot lof van Zijn heerlijkheid! Allereerst thuis en in de gemeente van de levende God.

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *