Op weg naar vaderschap

Het is nuttig na te denken over het thema “kinderen, jongelingen, vaders”  met als uitgangspunt dat wat de eerste Johannesbrief daarover vermeldt (1 Joh.2:12-14). Daar lezen we als volgt:

“Ik schrijf u, kinderkens, want de zonden zijn u vergeven, om Zijns Naams wil. Ik schrijf u, vaders, want gij kent Hem, die van den beginne is. Ik schrijf u, jongelingen, want gij hebt de boze overwonnen. Ik heb u geschreven, kinderen, want gij kent de Vader. Ik heb u geschreven, vaders, want gij kent Hem, die van den beginne is. Ik heb u geschreven, jongelingen, want gij zijt sterk en het woord Gods blijft in u en gij hebt de boze overwonnen”.

Wij gaan er daarbij vanuit dat deze aanduidingen primair betrokken dienen te worden op geestelijke ontwikkelingsstadia. De NBV heeft vertaald met “kinderen, jongeren en ouderen” en dat lijkt voornamelijk te slaan op de natuurlijke leeftijd, die onzes inziens hier niet in de eerste plaats in het geding is.

Wat typeert vaders?

Vaders kennen Hem, die van den beginne is! Zij kennen Gods wezen en Zijn (innerlijke, geestelijke) wegen. Kinderen kunnen Gods (uiterlijke) daden zien in de zichtbare wereld (Ps.103:7). Zij missen, net als Gods volk onder het Oude Verbond, nog begrip en inzicht (Deut.32:28). Vaders echter zien de “lange lijnen” van Gods plan lopen en laten zich niet meer uit hun evenwicht brengen vanwege hun rotsvaste kennen van en vertrouwen op Hem.

Vaders zijn ook verwekkers die hun kinderen goed de kost geven, voor hen zorgen en met hen uit wandelen gaan. Zij trekken zo met hun kinderen op, dat zij zich aan de vaders kunnen optrekken.

Vaders zijn erop uit om te geven, in plaats van te ontvangen. Zij zijn medearbeiders van God en geven goede leiding in het geloof.

Kinderen zijn ingesteld op ontvangen. Vaders zijn uit op vermenigvuldiging.

Vaders zijn dragers (zuilen) en steunpilaren. Vaders vangen een kind op dat een val maakt en kunnen troosten, zoals ze zelf door de hemelse Vader getroost zijn. Vaders nemen een klein kind vaak op schoot en omarmen het.

Vaders hebben in Gods geestelijke huis – de gemeente – het meeste inhoudelijk te vertellen, maar zien niet graag dat hun kleine (geestelijke) kinderen alleen maar stil zitten te luisteren in de “kleuterklas”. Zij verheugen zich om te beginnen al in hun “amen”, maar bij het opgroeien naar zonen zijn zij vervolgens meer en meer blij met hun inbreng in reactie en interactie, die voortdurend toeneemt tot zij komen op hetzelfde volwassen niveau.

Vaders in Christus houden overzicht in de wisselende omstandigheden. Kinderen hebben dat overzicht nog niet en hebben ook nog niet het vermogen de dingen in hun juiste verhoudingen te zien.

Vaders in het geloof durven verantwoordelijkheid te nemen en kunnen dat gezag ook aan om de goede koers te geven en te onderscheiden waarop het aan komt.

Jammergenoeg blijven vele christenen hangen in de kinderfase. Natuurlijk is het geweldig fijn dat de kinderen in het geloof zeker weten dat ze vergeving van zonden hebben gekregen om Jezus’ wil. Dat is de basis, het fundament! Maar als het erop lijkt dat zij het kinderstadium niet willen ontgroeien en weinig verdere interesse tonen in de Bijbel, dan is er van ontwikkeling nauwelijks sprake. Jongelingen zijn zelf bezig met het gebruiken van het Woord en zij hebben geleerd om te strijden en de boze te overwinnen. Hun getuigenis is krachtig! Der jongelingen sieraad is hun kracht! (Spreuken 20:29a).

Vaders in Christus zijn veel meer uitgebalanceerd in deze dingen en niet zo gemakkelijk uit de rust en vrede van God te halen. Gods verlangen is ons te leiden naar de mannelijke rijpheid, de maat van de wasdom van de volheid in Christus (Efeze 4:13). Laten we daarom afleggen wat kinderlijk is! (1 Kor.13:11).

Het verschil tussen opvoeders en vaders

“Want al had gij duizenden opvoeders in Christus, gij hebt NIET VELE VADERS. Immers, ik heb u in Christus Jezus door het evangelie verwekt”(1 Kor.4:15). Paulus had hen als vader door het zaad van het evangeliewoord verwekt en koesterde belangstellende gevoelens voor het welzijn van zijn geestelijke kinderen. Hij had die harteband met hen en dat is iets wat allerlei opvoeders of tuchtmeesters nu net niet bezitten. Opvoeders kunnen over veel kennis beschikken en met goede bedoelingen veel recht proberen te zetten, maar de gerijpte, liefderijke gezindheid van een vader ontbreekt hen. Vaders in Christus verstaan hun verantwoordelijkheid in de zorg voor hun geestelijke kinderen en kunnen zeggen: volg mijn voorbeeld! (1 Kor.4:16). Als die duizenden opvoeders of leermeesters zoiets zouden durven zeggen, dan zou dit overkomen als hoogmoed of aanmatiging.

Opvoeders willen anderen iets leren en hen overtuigen van de waarheid. Dat is op zichzelf genomen zeker niet verkeerd, maar vaders zoeken het hart te winnen en leven allereerst het leven in Christus voor!

Kinderlijke en kinderachtige dingen

We kunnen merken dat we nog heel wat hebben af te leggen wat kinderlijk is, of – als we eerlijk zijn – dat we ons zelfs soms nog druk kunnen maken over “kinderachtige dingen”, die de moeite niet waard zijn voor een meer volwassen christen, die geleerd heeft om over “stekeligheden” hee te stappen. Kleine kinderen besteden daar veel aandacht aan en roepen  bij het minste of geringste “au”.

Soms ervaren we dat we ons nog gefixeerd bezig hebben gehouden met iets waarvan de heilige Geest naderhand (nog niet van te voren: dat zal in onze verdere ontwikkeling op de smalle en hoge weg vaker het geval worden!) getuigt: dat behoort tot de kinderlijke reactie. Bijvoorbeeld: mopperen over iets onbenulligs, iets waaarvan je nadien zelf constateert: “wat kinderachtig eigenlijk, dat ik me daarover NOG zo opwond”. Jammer dat er nog wat “streepjes” van machten der duisternis doorheen liepen die het vlees prikkelden, maar de volgende keer mag ik in heilige Geest alert zijn, om er niet nog eens in te tuinen. Op die manier komen we vooruit in het geestelijke groeiproces, want er vindt een doorlopende reiniging plaats. Het woordje “nog” biedt hoop, dat het zo niet zal blijven!

Kinderen in het geloof rekenen vaak het kwade nog toe en praten er voortdurend over met anderen. Vaders in Christus hebben geleerd over de moeilijke dingen te zwijgen en dat waarmee ze worstelen over te geven aan Hem die rechtvaardig oordeelt, precies zoals hun Meester dees (1 Petr.2:21-23). Zij hebben hun zielen (met alles wat zich daarin roert aan redeneringen en gevoelens) overgegeven aan de getrouwe Schepper, STEEDS HET GOEDE DOENDE (1 Petr.4:19).

Gelukkig ken ik een paar geestelijke vaders die “liefhebbers” van mij bleven, ook als ik nog wel eens goedbedoelde, maar “kinderlijke streken” uithaalde en die mij ook durfden te corrigeren, om mij voor uitglijders te behoeden.

Sterke jongelingen

Naar de tijd gerekend had ik zelf al beter moeten weten, maar hoe mooi is het dan als vaders je kunnen blijven (ver)dragen en intussen het geloof blijven behouden, dat er ook uit jou iets prachtigs van Hem mag en zal ontwikkelen. Zij werken met geduld, ook aan die sterke jongelingen, dat zij God beter, dieper en vollediger zullen leren kennen. De valkuil voor jongelingen is dat zij in hun sterkte verzadigd en rijk worden (1 Kor.4:8). Paulus wil als vader – in alle nederigheid – genoegen nemen met de laatste en laagste plaats (als aller voetveeg) in aardse situaties (1 Kor.4:9-13). Tussen jongelingschap en vaderschap ligt een louterings- en heiligingsproces, waarin gaandeweg meer wijsheid van God wordt geleerd.

Verlangen naar vaderschap

Het is van groot belang te verlangen naar de mannelijke of vaderlijke rijpheid (Efeze 4:13). Volgens Efeze 4:11-16 komt deze volheid tot stand via de toerusting van de bedieningen, door het dienstbetoon van (alle) heiligen en wanneer elk lid toegroeit naar hem, die het hoofd is. Zo verlangen en wensen we dit in de gemeente van de levende God en dit zal kunnen leiden tot een steeds grotere volheid!

Als wij bezig zijn met gemeentebouw, dan mogen wij wandelen op de plaats en in de ruimte die God ons heeft gegeven met hoogachting voor ieder die meedient (1 Kor.16:16) en zonder minachting van hen die misschien nog kinderen zijn (Rom.14:10). Mettertijd zullen zij door volhardende trouw in het verborgene uitgroeien via het stadium van jongeling tot het vaderschap in hun geestelijke ontwikkeling. Ga maar in die ruimte staan, die God je vergunt, om simpelweg te dienen, je tijd goed te benutten en leven van God meer en meer tevoorschijn te laten komen.

In de wereld “likt men naar boven” en “trapt men naar beneden”, maar in de levende gemeente van God zal het zo niet zijn. Daar kun je niet afgaan, maar enkel opgaan! In de gemeente van de levende God heerst respect voor de Heer, voor het Woord en voor elk-ander! Daar is respect en ontzag voor de voorgangers, dat zijn de vaders die voor-gaan. Op hun beurt houden de vaders van elk kind, verheugen zich in geestelijke groei die zij waarnemen naar jongelingschap en stimuleren graag tot volwassenheid.

Kleine, maar zwakke kinderen, die weten van zondenvergeving en de Vader hebben leren kennen kunnen van die sterke jongelingen worden, die het Woord in zich hebben en de boze overwinnen. Jongelingen ervaren reeds een overwinningsleven door de kracht van de Geest. Een belangrijk verschil met de vaders in Christus, dat deze tevens de nodige wijsheid van God hebben opgedaan, die de jongelingen nog missen. Deze vaders kunnen in de natuurlijke wereld zwak lijken. Ook vaders blijven afhankelijk van God, maar kennen tegelijkertijd een vaste, stabiele gang met en in Hem.

Met de gemeente naar een meer volwassen stadium

Het is van groot belang geloof te hebben dat de gemeente uit de “bewaarschoolsfeer” komt en aan de (te) kleine maat “kinderschoenen” ontgroeien kan, zodat de leden zich ontwikkelen kunnen. Veel gemeenten blijven ook in de structuur van de “kinderjas” steken. God roept ons op: ga nu eens recht op je voeten staan en vorm een groot, machtig leger tegen de vijand, die hoont en kleineert en ons als “nietswaardigen” beschouwt. De boze is bezig met zijn grootvorsten de mensen in veel kringen (en om de onze gaat hij niet heen!) onmondig en ondermaats te houden, zodat ze vooral niet zien dat de Vader hen in Christus ALLES IN HANDEN gegeven heeft (Joh.13:3; Kol.2:10). Dat is dat we onze hoge status in Christus in de hemelse gewesten zien en van daaruit op aarde gaan dienen!

Jildert de Boer

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *