Opname voor de grote verdrukking? deel 1

Kan Jezus vannacht al komen?

De gangbare bedelingenleer

Ongetwijfeld hebt u wel eens gehoord van de bedelingenleer, of hebt u mensen ontmoet die deze visie op de Bijbel aanhangen. De gewone, gematigde bedelingenleer, die doorgaans zeven heilsdispensaties onderscheidt, is in ons land met veel verve verdedigd door de broeders van de Vergadering van Gelovigen, zoals H.C. Voorhoeve en niet in het minst door de Maranatha-beweging, vooral via het blad “Het Zoeklicht” van Johannes de Heer (wiens zangbundel destijds ook de harten van velen in de traditionele kerken veroverde).

Zo spreekt men achtereenvolgens over:

  1. De bedeling van het geweten.
  2. De bedeling van menselijke regering.
  3. De bedeling van de belofte.
  4. De bedeling van de wet.
  5. De bedeling van de genade.
  6. De bedeling van het Koninkrijk.

Opname voor de grote verdrukking: Hal Lindsey en Jenkins/La Haye

Een grote vlucht heeft deze visie gekregen door de populaire Hal Lindsey-boeken, die vanaf de zeventiger jaren miljoenenoplagen haalden. Ondanks een onzes inziens in menig opzicht verkeerd, en een nu ook in menig opzicht door de tijd achterhaald, inzicht brachten deze boeken wel veel mensen tot nadenken en kwamen er velen door tot bekering. De (tover)sleutel, die zijn boeken beheerst, is de leer van de opname VOOR de grote verdrukking. De Heer zou Zijn gemeente zeer onverwacht als bij toverslag weghalen van de aarde.

Dezelfde leer is aan de orde bij de op het ogenblik uiterst populaire romanserie “De laatste bazuin” van Jenkins en La Haye, die helemaal geënt is op de gedachtengang van een opname van de gemeente VOOR de grote verdrukking. Vooral door jonge mensen worden deze dramatische romanseries als “zoete koek” geslikt, waarbij miljoenen christenen opeens op spectaculaire wijze verdwenen zouden zijn van de aardbodem. Er zou sprake zijn van een “geheime opname”.

Nadien zijn La Haye en Jenkins begonnen met een serie voor kinderen onder de titel “De laatste dagen”, waarin zij opnieuw hun fel gekleurde eindtijdscenario in fictievorm verspreiden. Ook deze boeken gaan als “zoete broodjes” over de toonbank. Bedenkelijk is dat het evangelie van de angst en dreiging een grote plaats krijgt in dit soort boeken en dat het evangelie van de ontwikkeling naar het positieve doel van God veel te weinig aan bod komt. Deze roept ons immers door Zijn heerlijkheid en macht (2 Petr.1:3). Het boekje “Verdwenen” gewaagt van enorme kettingbotsingen, neergestorte vliegtuigen en aan de grond gelopen schepen, omdat er dan plotseling mensen “weg” zijn van de aarde, terwijl hun kleren achterbleven. Arme kinderen die dergelijke eindtijdtaferelen ter lezing krijgen aangeboden, waarbij de levende hoop van het evangelie niet uit de verf komt.

Escape-theorie

De opname-idee VOOR de grote verdrukking is een ontsnappingstheorie, die de gemeente niet aanmoedigt te jagen naar het doel, de prijs der roeping Gods. Zij predikt veeleer dat als het echt moeilijk wordt in de strijd, dat de Heer dan Zijn gemeente aan de aarde ontrukt en wegvoert in de lucht ten hemel. Men meent hiervoor steun te vinden in 1 Thess. 4:13-18 en in 1 Kor. 15:50-54. De laatste bazuin in 1 Cor. 15:52 moet echter wel de zevende bazuin zijn die Johannes in Openb. 11:15-19 noemt. Het probleem is evenwel dat men reeds bij het “klimt hierheen op…” (Openb. 4:1) de opname van de gemeente erin leest.

De verdwijning of de verschijning van de gemeente?!

Wij geloven evenwel dat de gemeente in haar heiligingsproces (1 Thess. 4:1-8) en trouwe volharding dwars door de goede strijd des geloofs heen (1 Tim. 6:12) tot Gods doel zal komen.
Hoe machtig is het woord: “En Hij, de God des vredes, heilige u GEHEEL EN AL, en geheel uw geest, ziel en lichaam moge bij de komst van onze Here Jezus Christus blijken IN ALLEN DELE onberispelijk bewaard te zijn. Die u roept, is getrouw; HIJ ZAL HET OOK DOEN” (1 Thess. 5:23-24).
De strijd in onze eigen levenssituaties tussen Geest en vlees plus de oorlog van de gemeente samen met de heilige engelen tegen de boze geesten in de hemelse gewesten maken haar sterk, gelouterd en onberispelijk!
Kort gezegd geloven wij veeleer in de verschijning van de gemeente in plaats van haar verdwijning. In de gemeente van de eindtijd zullen langs de weg van een gestaag, innerlijk groeiproces uiteindelijk volgroeide, volwassen zonen Gods tevoorschijn gaan komen, waarnaar de ganse zuchtende schepping met opgestoken hoofde uitziet (Rom. 8:19, St. Vert.). Wanneer Christus verschijnt, DIE ONS LEVEN IS, zult ook gij met Hem verschijnen in heerlijkheid (Kol. 3:4). Hij wordt verheerlijkt IN Zijn heiligen en dit zal MET VERBAZING aanschouwd worden (2 Thess. 1:10). De zonen Gods worden onthuld! Het beeld van Christus in hen komt openbaar!

Overname van Vergadering-en Maranatha-visie in de oud(ere) Pinksterbeweging

Merkwaardigerwijs werden -over het algemeen genomen- allerlei gangbare eindtijdopvattingen van de bovengenoemde evangelische kringen ook in de oud-Pinksterbeweging in Nederland gemeengoed. Ze werden doorgaans overgenomen en vonden wijde verspreiding alom. Zuster M.A. Alt (bekend van de Glorieklokkenbundel) nam deze visie mee in haar trouwens leerzame boek “Bijbelstudie voor zelfonderricht”. Ook denken we bijvoorbeeld aan de respectabele boeken “Geen uitstel meer” (over de Openbaring aan Johannes) en “Daniël, een visie op de toekomst” van J.W. Embregts, een vertegenwoordiger van de Broederschap van Pinkstergemeenten (later V.P.E.), die erg veel gedachtegoed van de Maranatha-beweging overnam, waaronder de opname VOOR de grote verdrukking.

Sidney Wilson: één zwaluw maakt nog geen zomer…

Een der eersten in Nederland die de medaille helemaal van de andere kant belichtte was de uit open-Vergaderingkringen afkomstige bijbelleraar Sidney Wilson (overleden in 1986). Hij is de geestelijke vader van onder meer Henk Binnendijk. Rond 1963 publiceerde hij een lange serie “De komende wereldcrisis” in het tijdschrift “Kracht van Omhoog” met als hoofdthema: “Gaat de gemeente door de grote verdrukking”? (Zijn vrouw heeft het als boek gepubliceerd onder deze naam). Zijn onomwonden en met vele argumenten onderbouwde antwoord luidde: “ja”! Overigens was het Sidney niet te doen om een gevecht over leerstellingen, maar hij had het inzicht dat een fnuikende leer van grote invloed was op het praktische christenleven. Daarom was hij levensgericht bezig en heeft hij in vormingskampen en “Verdieping en Activering” ’s weekeinden vooral talloze jongeren aangespoord tot een restloze overgave aan God en verkondigde hij een intense toewijding tot de dienst aan God . Het gebedsleven en de weg van God via de zeven stappen in de tabernakel van Israël kregen bij hem grote aandacht. Sidney Wilson verkondigde  de gehoorzaamheid van het geloof en de discipline die bij een discipel hoort. Hij had een aversie tegen een slap en week christendom, dat niet in de geestelijke strijd sterk wilde worden en alles maar met de genade toedekte. Hij stelde: “door de hele Bijbel heen valt het accent op wat God kan. Het accent is echter helemaal verlegd naar wat wij niet kunnen. Er is veel meer gesproken over onze zondigheid, dan over Gods kracht tot heiliging; veel meer over onze nederlagen, dan over Gods overwinningen”. De nadruk viel doorgaans veel meer op onze onmogelijkheden, dan op Gods mogelijkheden! Hij maakt ook Gods toekomst groot en de enorme taak die ons wacht in het 1000-jarig rijk, de toekomende eeuw! Die gaat verre uit boven de gebruikelijke natuurlijke voorstellingen, dat wij in de eeuwigheid alleen maar bezig zouden zijn met het zitten op tronen, het zwaaien met palmtakken en het spelen op gouden harpen. Hoeveel heerlijker wordt het als wij er enig begrip van gaan krijgen dat wij dan in het bijzonder Gods medearbeiders mogen zijn, om te dienen en te bevrijden en samen met onze Heer een hele zuchtende schepping te herstellen! (Rom. 8:19-22).

 

Kentering in volle evangeliekringen
Ook anderen zagen in dat de midden in de pinkster- en volle-evangeliebeweging neergestreken leer van de wegname van de gemeente voor de grote verdrukking in wezen geen bijbelse basis bezit.
In de tweede helft van de zestiger jaren schreef evangelist Jan van Gijs dat Pinksteren geen luxe is, maar noodzaak, om door de kracht van de heilige Geest bestand te zijn tegen de grote verdrukking en de gehele satanische legermacht. Hij hekelde het ellendige “mooi weer”-christendom en het goedkoop maken van de opname door deze als ontsnappingsroute in te bouwen.

Corrie ten Boom zei: “God maakt geen leger klaar om dat weg te nemen als de echte strijd begint”. Zij gaf “Marsorders voor de eindstrijd”, zoals de titel van één van haar vele boeken luidt. Anne van der Bijl toonde de nood van de lijdende kerk en riep vaak op ons ook hier geestelijk voor te bereiden en te wapenen op verdrukking en vervolging.

Elisabeth Hoekendijk-La Rivière van “Stromen van Kracht” was geporteerd van een natuurlijk inzicht betreffende Israël, maar ging in een drietal boekjes (“Ja, Ik kom spoedig”, “Het Koninkrijk komt”! en “Leven in de eindtijd”) stellig ervan uit dat de gemeente door de grote verdrukking heen zou gaan. Via “Stromen van Kracht” kwam de Pinksterbeweging in ons land derhalve in contact met een andere benadering dan die van de oudere pinksterkringen, waarvan de Broederschap van Pinkstergemeenten, tegenwoordig de V.P.E. de belangrijkste exponent is.

Jan Pit schreef in het begin van de jaren tachtig zijn fascinerende boek “Als vervolging komt” en hoe we ons daarop kunnen voorbereiden. Daarop keerde hij zich krachtig tegen de zachte en  gezapige vorm van christendom.


Een geestelijke visie op de eindtijd

J.E. van den Brink en Peter Bronsveld bestreden in het blad “Kracht van Omhoog” de natuurlijk voorgestelde ruimtereis langs sterren en planeten, terwijl het gaat om de geestelijke wereld, waar de aardse dimensies van plaats en afstand geen rol spelen. Ze pakten de anti-Pinksteren lering in de “opname voor”-visie aan: met de gemeente zou immers ook de heilige Geest, die men als weerhouder typeerde (met een beroep op 2 Thess. 2:7), van de aarde verdwenen zijn. Ze waarschuwden tegen deze zienswijze, die de ontkoming leert aan de climax van de strijd tegen het demonische geweld in de eindtijd door middel van een opname van de gemeente. Zij inspireerden in boeken en artikelen de gemeente, in het bijzonder een behoorlijk deel van de volle evangeliebeweging, om te groeien en bestand te worden voor deze eindfase van de strijd in de hemelse gewesten, teneinde het doel van de openbaring van het volle zoonschap te bereiken! De ontvangen doop in de heilige Geest was immers het onderpand van de erfenis (Ef. 1:13-14).

En passant en expliciet wezen zij ook op het gevaar van een bovenmatig bezig-zijn met een natuurlijk, aards volk in het Midden-Oosten, dat niet gelooft in en gehoorzaamt aan Jezus Christus en Zijn woorden, hoewel zij Pinksteren ook aan natuurlijke Israëllieten gunden, wanneer(!) deze niet bij hun ongeloof zouden blijven (Rom. 11:23). De visie van de opname van de gemeente voor de grote verdrukking verfoeiden zij mede, omdat de vertegenwoordigers daarvan de gemeente slechts beschouwden als een tussenschakel, waarna Gods plan met het aardse Israël voortgezet zou worden in de Maranatha-optiek. In plaats van de “na ons de zondvloed”-idee hebben zij verkondigd dat de gemeente in de eindtijd dwars door de zondvloed van het demonische vuur heen zou gaan, maar daarin bewaard zou (kunnen) blijven, evenals een Noach en de zijnen in de voortijd, of de drie vrienden met de engel in de brandende oven (Daniël 3).

J.E. van den Brink (overleden in 1989) verkondigde zijn visie scherp en onversneden in boeken als “De Openbaring van Jezus Christus” en “De Olijfbergrede”. Hij benadrukte het geestelijk over kunnen zetten van de natuurlijke beelden. Bijv. “De Zoon des mensen komt met de wolken des hemels” wil zeggen dat de Heer met de wolk van getuigen, dat is de gemeente (Hebr. 12:1), wederkomt. De wolk is het beeld van de positie van de gelovigen in de hemelse gewesten (Ef. 2:6).

Peter Bronsveld (heengegaan in 1995) poogde in mildheid, onder meer door artikelen, open brieven en brochures, de Maranatha-vrienden en andere Pinksterbroeders te winnen voor een meer geestelijk inzicht, waarbij het Israël geestelijk gezien werd als de gemeente van  het Nieuwe Verbond. Peter Bronsveld schreef o.a. een artikel in Kracht van Omhoog met de titel “Wegname of wederkomst”, waarin hij betoogde dat de gemeente door de grote verdrukking heen moest gaan.
Jildert de Boer
© Verdieping en Aansporing

Laat een reactie achter op Albert-Jan Harkema Reactie annuleren

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *