Ware nederigheid van hart en valse, gewilde nederigheid

WARE NEDERIGHEID VAN HART EN VALSE, GEWILDE NEDERIGHEID 

Ootmoed of nederigheid

Het is goed om in de Bijbel te zien wat bedoeld wordt met de ware nederigheid, omdat er ook gewilde nederigheid[1], die vaak bestaat in maniertjes aan de buitenkant.

Wij verstaan dat ‘ootmoed’ het tegenovergestelde is van ‘hoogmoed.’ Het woord dat wij meestal gebruiken is nederigheid.

Merkwaardigerwijs staat deze goddelijke deugd niet in het rijtje van de vrucht van de Geest.[2] Iemand gaf als reden daarvoor eens kernachtig aan dat dit komt, omdat ootmoed of nederigheid de enige grond of bodem is waarin de vrucht van de heilige Geest kan groeien. Dat is een boeiende gedachte voor het praktische leven!

Ootmoedigen hebben er geen problemen mee als zij in het ootje worden genomen, want zij hebben geleerd wat het is om te buigen, in plaats van de typisch menselijke trek om zichzelf altijd te willen verdedigen, die zo dichtbij is, toe te passen. Zij hebben in de levenssituaties ondervinding wat het is, zoals een lied zegt: “De wateren des levens, zij vloeien naar benêe en wie vol Geest wil worden, moet in die richting mee.” Hebt u ooit water tegen een berg zien opgaan?

Met God kun je nooit afgaan, als je gewillig je kunt onderwerpen aan Zijn woord, dat zegt: “de nederigen geeft Hij genade.[3] Dit principe vinden we al terug in het oude verbond.[4] In de ‘laagvlakte’ van het elkaar onderdanig zijn in de vreze van Christus[5] en het je ALLEN omgorden met nederigheid jegens elkander[6] vind je des te grotere genade van God als hulp, om geestelijk op je hoogte in Christus in de hemelse gewesten[7]te gaan staan en te overwinnen.

Wie nederig geworden is, gaat niet op jacht naar eigen ‘strepen’ in het zoeken van eer. Het hebben of halen van eigen gelijk door het laatste woord te willen spreken vindt men niet bij hen die in de levensschool van de Geest geleerd hebben wat ootmoed werkelijk in de praktijk is. In de ervaringen van elke dag hebben zij geleerd van het is om de ‘onderste weg’ op aarde te gaan en dat kan vaak zwijgen en stil-zijn betekenen.

Natuurlijk gaat dit niet zonder de strijd aan te binden met bijvoorbeeld de verzoekingen tot hoogmoedige gedachten bij jezelf of de menselijke zucht naar rivaliteit in de gemeente. Trots is vaak de oorzaak van scheuringen in gemeenten en de geest van rebellie en weerspannigheid begint met ontevredenheid over de eigen positie. Denk maar aan de voorbeelden in het Oude Testament van bijv. Korach ten opzichte van Mozes en van Absalom tegenover David.

“In ootmoedigheid achte de een de ander uitnemender (belangrijker, NBV) dan zichzelf”[8] is zo typerend op de weg van Jezus. De weg van Jezus, zoals die subliem is geschetst[9], is nu juist de weg naar beneden, die daarna naar omhoog voert. Het is de weg van vernedering naar verhoging.[10] Dit is een goddelijke wetmatigheid! “Wie nu zichzelf gering zal achten als dit kind, die is de grootste in het Koninkrijk der hemelen.”[11]

Als het gaat om de gaven en bedieningen die Hij aan de mensen geeft, dan worden deze gegeven door Hem, die (eerst) is NEDERGEDAALD, Hij is het (daarna) ook, die is opgevaren ver boven alle hemelen, om alles tot volheid te brengen.[12] Hoogmoedigen weerstaat Hij, die kan Hij niet gebruiken. Ootmoed gaat VOORAF aan de eer.[13]

De tegengestelde weg leidt tot verderf

De antichrist en wie (gaan) behoren tot zijn geestesrichting volgen de omgekeerde route. Zij proberen eerst omhoog te gaan in zelfverheffing en zullen daarna ten diepste vernederd worden! Deze mens van de wetteloosheid of zoon van het verderf is de tegenstander, die zich verheft tegen al wat God, of voorwerp van verering heet, zodat hij zich in de tempel Gods (=beeld van de individuele mens en beeld van de gemeente) zet, om aan zich te laten zien dat hij een god is.[14] Het einde of de afgang van de antichrist is dat hij gegrepen wordt en in de poel van vuur geworpen.[15]

De weg naar omhoog via de weg omlaag op aarde

Een weg, die nog veel verder omhoog voert, is de weg van de liefde in combinatie met de gaven.[16] Ook in dit verband loopt de weg naar omhoog de hemelen door via de weg van nederigheid: het op aarde de onderste weg leren gaan! We noemen een paar uitdrukkingen uit 1 Kor. 13: “de liefde zoekt zichzelf niet, de liefde praalt niet, zij is niet opgeblazen”, enzovoort.[17] Ootmoed of nederigheid gaat gepaard met zelfverloochening en dat is een bijbels begrip dat haaks staat op de geest van deze tijd.

Waar men het ‘ZELF’ zo sterk profileert, ook in christelijke kringen, mogelijk uit reactie tegen de geest van verwerping en afwijzing met zijn “je bent niets”, “je bent minderwaardig” en “je bent waardeloos”, kan men zich afvragen of het gaat om het mogen zijn van een vernieuwde persoonlijkheid in Christus, of dat de ‘ego-gerichtheid’ langs een achterdeur weer binnenkomt. Wij mogen ons hoeden voor de ‘sloten’ aan twee zijden: van zelfverwerping enerzijds en zelfverheffing anderzijds. We willen noch in de ‘laagmoed’, noch in de hoogmoed zijn!

De ‘gewilde nederigheid’[18], in houding, vormen, uiterlijkheden of maniertjes, mag overboord gegooid en vervangen worden door een gezonde nederigheid van hart.[19] Een zodanig hart is zacht, ontvankelijk, soepel en buigzaam gemaakt onder Gods hand.

“Mijn genade is u genoeg” en valse nederigheid

Een zich nederig voordoen vindt nogal eens plaats door het misbruiken van de tekst “Mijn genade is u genoeg”[20], waarin men dan de strekking legt, dat Paulus en wij maar zondaars zijn en moeten blijven tot de dood, maar dat Gods genade gelukkig genoeg is, om die zonden te bedekken. Dat is valse genade op grond van een interpretatie van een halve tekst en daarmee ook valse nederigheid die niet leidt tot gehoorzaamheid en overwinningsleven. Deze valse, gewilde nederigheid zien we ook in opmerkingen die ongepast zijn voor de mens in Christus als: “ik ben maar een vliegje, een sprinkhaan of een worm, een stofje aan de weegschaal en een druppel aan de emmer.” Zulke gedachten koestert God niet over ons, want zo gaat Hij niet om met Zijn vrijgekochte kinderen.

Het bewuste vers in 2 Kor. 12 werd door de Heer tegen Paulus in een specifieke situatie gezegd, toen een engel van satan hem met vuisten sloeg en God hem verzekerde: “Mijn genade is u genoeg, want de kracht openbaart zich eerst ten volle in zwakheid.”[21] Dat houdt in dat de genade voldoende en toereikend is, om deze situatie aan te kunnen! Het was geen genade van God om zijn zogenaamde ‘voortdurende zondigen’ te bedekken of weg te poetsen, maar genade als een krachtige hulp van God, om deze omstandigheden te doorstaan EN te overwinnen! Deze kracht van Christus kwam over Paulus, terwijl hij in zijn zwakheden roemde! Als hij zwak was – naar de mens, naar het vlees, in de natuurlijke wereld gesproken – dan was hij machtig. Door Gods kracht kon hij in de geestelijke wereld dan zijn geest verheffen![22] Paulus en zijn metgezel Silas (Silvanus) konden uit ervaring bemoedigen en betuigen dat – zoals Petrus schrijft – dit de ware genade is; daarin moet gij vaststaan.[23]

Nederig van hart zijn 

Met mensen, die waarachtig nederig van harte zijn, kan God Zijn gemeente bouwen! Zij koesteren geen gedachten hoger dan die hen voegen, maar gedachten tot bedachtzaamheid.[24] Zulke mensen hebben er geen moeite mee, om een ‘beweging naar beneden’ te maken (al kunnen zij wellicht slechts 10% aan fouten bij zichzelf vinden en ligt de oorzaak misschien wel voor 90% bij de ander), om het hart van die ander te kunnen winnen. Wijsheid is immers bij de ootmoedigen.[25]

Paulus schrijft over het wandelen in ALLE ootmoed[26]en hij sprak uit ruime eigen ondervinding en ervaring.[27] De sleutel van de weg omlaag te gaan op aarde, leidt er immers toe dat de weg omhoog voert in de hemelen. Met God ga je uiteindelijk alleen maar op! Immers: “Hij KROONT de ootmoedigen met heil.”[28]

Om eenheid in de gemeente te bewaren is de gezindheid van nederigheid en het weerstaan van het op aarde ‘omhooggaan’ (door bijvoorbeeld competitiedrang, eerzucht, jaloezie op andermans zegen) een onmisbare zaak. Als je gepasseerd wordt, of niet gevraagd voor een taak, dan kun je nederigheid van God tonen, of vallen in verwijt naar die ander, enz. Nederigheid moet geen gewilde nederigheid of kruiperigheid worden, maar is de in je hart afhankelijke houding naar God toe.

“Verneder u dan onder de machtige hand van God…”[29]

Onze Meester Jezus was zachtmoedig en nederig van hart[30]en als wij Hem willen volgen, zullen wij diezelfde instelling en gezindheid hebben. Jezus sprak immers: “Leert van Mij…”

Dat betekent dat wij niet uit moeten zijn op gewilde maniertjes van nederigheid in uiterlijk vertoon door bijv. ons hoofd te laten hangen of sentimenteel op het gevoelsvlak nederigheid te demonstreren door een verootmoediging aan de buitenkant, in de vorm. De Bijbel waarschuwt voor “gewilde nederigheid”[31], die wel vroom oogt, maar zonder oprechte godsvrucht is. De apostel gebruikt de uitdrukking “eigendunkelijke godsdienst met zijn nederigheid en kastijding van het lichaam en beschouwt dat als zonder waarde en het dient slechts tot bevrediging van het (religieuze) vlees.[32]

Vrome geesten beschuldigen vaak van zonde, zoals de geest die optrad via Elifaz tegen Job met fluisterende stem zei: “Zou een sterveling rechtvaardig zijn tegenover God, of een man rein tegenover Zijn Maker?”[33] Boze geesten tasten altijd de belijdenis “ik ben een rechtvaardige” aan en komen met vage beschuldigingen, bijvoorbeeld over zaken die je hebt nagelaten en verzuimd. Job getuigde echter: “Aan mijn gerechtigheid houd ik vast en ik geef haar niet op; mijn hart veroordeelt niet een mijner dagen.”[34]

Laten wij ons door religieuze uitingen en zinsneden niet onze rechtvaardigheid in Christus laten ontnemen en ons met een minderwaardigheidscomplex laten opzadelen. Dat komt allemaal van de duivel, de aanklager van de broeders. Onze Voorspraak is Jezus die voor ons bidt en pleit! Dus weigeren we te luisteren naar de tegenspraak van satan.

Collectieve schuld en collectieve verootmoediging? 

Er wordt in sommige kringen veel gesproken over verootmoediging, nederigheid en boetedoening. In het nieuwe verbond vinden we geen aanwijzingen voor een collectieve schuld, waarvoor een collectieve verootmoediging nodig is.

In Ezech. 18 ligt de nadruk op onze individuele, persoonlijke verantwoordelijkheid: “de ziel die zondigt, zal sterven.”[35] Hij schrijft daarna: “Een zoon zal niet mede de ongerechtigheid van de vader dragen, en een vader zal niet mede de ongerechtigheid van de zoon dragen.”[36]

In het nieuwe testament gaat het eveneens om persoonlijke verantwoordelijkheid: “Zo zal dan nu ieder van ons voor zichzelf rekenschap geven aan God.”[37]

Waar gaat het wel om bij ware nederigheid?

De grondhouding van ons hart – dat wil zeggen: onze inwendige mens – zal nederig zijn. Dat betekent dat we ons afhankelijk zullen opstellen naar onze Heere, want “zonder Hem kunnen wij niets doen.”[38] Het besef: ik kan het niet als mens en ik kan het zeker niet alléén doordringt ons daarbij, omdat we ons realiseren dat we het helemaal van Gods genade en Gods kracht moeten hebben. Onze intentie zal zijn dat wij onszelf niet stellen boven onze medebroeders, maar “in ootmoedigheid achtte de een de ander uitnemender dan zichzelf en ieder lette niet slechts op zijn eigen belang, maar ieder lette ook op dat van anderen. Laat die gezindheid bij u zijn, welke ook in Christus Jezus was.”[39] Alleen in de bodem van nederigheid kan de vrucht van de Geest opgroeien.

Zelfverloochening past uitstekend bij de christen, al staat die christelijke deugd ook haaks op de geest van deze tijd die het omgekeerde beweert. Een kind van God die zichzelf verloochent en in de dagelijkse situaties zijn eigen wil opgeeft (buigt, verloochent), weet wat het is om Zich door de Heere te laten vormen en buigen in de omstandigheden van het leven, om Zijn wil te doen en zijn medemens te dienen en te helpen.

We willen ons stellen onder Gods machtige hand. Wat houdt dat in? De hand van God is in de Bijbel het beeld van de heilige Geest. Wij stellen ons als christenen graag onder de leiding van de Geest van God en onder Zijn werkzame kracht. Door de kracht van de heilige Geest kunnen wij de zonde uit ons leven weren en zijn wij gewapend tegenover de duivel. De geestelijke wapenrusting vangt niet voor iets aan met: “voorts wees krachtig in de Heere en in de sterkte van Zijn macht.”[40] Zoals een kind zich onder het gezag van zijn ouders stelt, zo zullen wij als christenen ons voegen onder de leiding van de heilige Geest. “Wie zichzelf gering zal achten (zich vernedert) als dit kind, die is de grootste in het Koninkrijk der hemelen.”[41]

Voor hoogmoed is er in het waarachtige christenleven geen plaats of ruimte. Hoogmoedige en trotse mensen willen zich niet onderwerpen aan de wil van God, maar trekken hun eigen pad. We lezen: “Omgordt u allen jegens elkander met nederigheid, want God wederstaat de hoogmoedige, maar de nederige geeft Hij genade.”[42] Nederige mensen leven in het besef van de afhankelijkheid van Gods genade, want alles wat God ons in Zijn liefde heeft gegeven is genade. In Jakobus vinden we hetzelfde principe: “Daarom heet het: God wederstaat de hoogmoedigen, maar de nederigen geeft Hij genade. Onderwerpt u dus aan God, maar biedt weerstand aan de duivel en hij zal van u vlieden.”[43]

Als wij ons vernederen, dan willen wij dat uitsluitend doen onder Gods machtige hand, dat is de Geest die ons leidt tot de volle waarheid. Daarachter: “opdat Hij ons verhoge te Zijner tijd.”[44] Hij wijst ons de weg die nog veel verder omhoog voert.[45] De onderste weg op aarde gaan en in de verzoekingen de minste willen zijn, betekent anderzijds de hoge weg door de hemelse gewesten te gaan en daar te heersen over de machten van de duisternis die van plan zijn je te knechten. Dat geeft de juiste balans.

Jildert de Boer

© Verdieping en Aansporing 2019

[1] Kol. 2:18

[2] Gal. 5:22

[3] Jak. 4:6b; 1 Petr. 5:5b

[4] Spreuk. 3:34

[5] Ef. 5:21

[6] 1 Petr. 5:5a

[7] Ef. 2:6

[8] Fil. 2:3, NBG-vert.

[9] Zie Fil. 2:1-8

[10] Matth. 23:12; Luk. 14:11; Luk. 18:14

[11] Matth. 18:4

[12] Ef. 4:9-11

[13] Spreuk. 15:33; Spreuk. 18:12

[14] 2 Thess. 2:3-4

[15] Openb. 19:20

[16] 1 Kor. 12:31; 1 Kor. 13; 1 Kor. 14

[17] 1 Kor. 13:4-7

[18] Kol. 2:18

[19] Matth. 11:29

[20] 2 Kor. 12:9a

[21] 2 Kor. 12:9, NBG-vert.

[22] 2 Kor. 12:7-10, NBG-vert.

[23] 1 Petr. 5:12, NBG-vert.

[24] Rom. 12:3, NBG-vert.

[25] Spreuk. 11:2, NBG-vert.

[26] Ef. 4:2, NBG-vert.

[27] Hand. 20:19

[28] Ps. 149:4, NBG-vert.

[29] 1 Petr. 5:6a, NBG-vert.

[30] Matth. 11:29

[31] Kol. 2:18, NBG-vert.

[32] Kol. 2:23, NBG-vert.

[33] Job 4:12-16, NBG-vert.

[34] Job 27:6, NBG-vert.

[35] Ezech. 18:4

[36] Ezech. 18:20

[37] Rom. 14:12

[38] Joh. 15:5b

[39] Fil. 2:3-5

[40] Ef. 6:10

[41] Matth. 18:4

[42] 1 Petr. 5:5, NBG-vert.

[43] Jak. 4:6-7, NBG-vert.

[44] 1 Petr. 5:6b, NBG-vert.

[45][45] 1 Kor. 12:31, NBG-vert.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *