Zullen wij zondigen? Volstrekt niet!

Romeinen 6:15

De natuurlijke mens

“Alle mensen zondaars”. Deze conclusie heeft men boven de perikoop Rom.3:9-20 gezet en niet ten onrechte. Zo is het geworden met de mens: “niemand is rechtvaardig, ook niet één; er is niemand die goed doet, zelfs niet één” (Rom.3:10-11). Het is een ontluisterende conclusie voor het mensdom: de gehele wereld is strafwaardig voor God (Rom.3:19). Van ons uit bezien een hopeloze toestand. “Allen hebben gezondigd en derven (=missen) de heerlijkheid van God” (Rom.3:23). “Het loon, dat de zonde geeft, is de dood” (Rom.6:23). Uitzichtloos en verloren, omdat het leven niet meer beantwoordt aan Gods oorspronkelijke plan met de mens. Geen perspectief, geen doel in het verschiet. Een leven in zonde, ogenschijnlijk misschien met plezier en vertier, maar in wezen van binnen leeg en hol. Godde-loos, dat is los van God, een vijand van God zelfs (Rom.5:6b en 10a). Triest, vlak bestaan, zonder hoop en zonder God in de wereld (Efeze 2:12).

De oorsprong van de zonde

Toch was zondigen voor de mens oorspronkelijk niet normaal, want hij was naar Gods beeld geschapen! (Gen.1:26-27). Via de verleiding door de oude slang, die genaamd wordt duivel en de satan, die de gehele wereld verleidt (Openb.12:9) tot ongehoorzaamheid aan God zijn allen afgeweken, tezamen onnut geworden en ontaard (Rom.3:12; Ps.14:3). In Jesaja 59:2 staat: “uw ongerechtigheden zijn het, die scheiding brengen tussen u en uw God, en uw zonden doen zijn aangezicht voor u verborgen zijn, zodat Hij niet hoort”. Daarna wordt er onder meer een vergelijking gemaakt tussen de zondedaden van de mensen en het uitbroeden van eieren van giftige slangen (Jes.59:4), een beeld van de bevruchting van de mens door boze geesten. In Ps.7:15 lezen we: “Zie, wie met ongerechtigheid bevrucht werd, is zwanger van onheil en baart leugen”.

In het Nieuwe Testament wordt de duivel de vader (=verwekker) van leugen genoemd (Joh.8:44). In Rom.3:13 (Naardense Bijbel) staat “gif van adders schuilt achter hun lippen” (Ps.140:4), waar de Statenvertaling spreekt van “slangenvenijn”. De oorsprong van de zonde van de mens ligt in het rijk der duisternis, zoals onomwonden wordt gesteld in 1 Joh.3:8a “Wie de zonde doet, is uit de duivel, want de duivel zondigt van den beginne”. Gelukkig wordt daarachter ook de oplossing aangereikt: “Hiertoe is de Zoon van God geopenbaard, opdat Hij de werken van de duivel verbreken zou” (1 Joh.3:8). Hij is gekomen tot redding, heling en herstel!

De vergeving van zonden

Maar God liet zijn mensheid niet in de steek, hoe al wat leeft zijn op de aarde ook verdorven had (Gen.6:12). Hij redde als overblijfsel van de mensheid Noach en zijn gezin in de ark dwars door de zondvloed heen. God kwam met een definitieve oplossing door Zijn Zoon te zenden en deze werd in het vlees geboren. Naar de geest was Hij heilig, maar Hij nam ons vlees aan, om daarin om onzentwille verlossing te bewerkstelligen en tenslotte ook de straf der zonde te dragen.

Nu nodigt God zondaars uit tot Christus te komen en om niet – gratis – vergeving te ontvangen door het geloof in Hem. Vergeving schenkt God ons als wij ons bekeren tot Hem en onze zonden naar Hem toe belijden. Wat een genade als wij op Gods roepstem en we dan gerechtvaardigd uit het geloof, vrede met God hebben door onze Here Jezus Christus (Rom.5:1). Zonder dit begin, dit fundament van rechtvaardiging zal verder bouwen niet  gaan. Dit is de vaste basis: staan op de Rots Christus, verzoend met God door Zijn dood van Zijn Zoon (Rom.5:10). Hem heeft God voorgesteld als zoenmiddel, door het geloof in Zijn bloed (Rom.3:25). Er valt een groot pak van ons hart, als onze zondeschuld wordt weggenomen!

Geen zondaar meer!

Heerlijke liefde van God dat Hij Zijn Zoon zond om mij te redden als zondaar van mijn verloren zijn. Geweldig dat wij door Zijn werk deel mogen krijgen aan vergeving, verzoening en rechtvaardiging!

Maar nu we de verzoening ontvangen hebben, zullen wij VEEL MEER BEHOUDEN worden, doordat Hij leeft (of: door Zijn leven, St.Vert.) (Rom.5:10-11). De verzoening is de startbasis voor de verdere bedoeling van God met ons leven: groei, ontwikkeling, innerlijke verandering! Rijping van de vrucht van de Geest, verkondiging en uitleving van de deugden (karaktertrekken of eigenschappen) van Christus, deel krijgen aan de goddelijke natuur (Gal.5:22; 1 Petr.2:9, St.Vert. ; 2 Petr.1:4). Als het nieuwe leven zich zo gezond en goed kan ontwikkelen, VAN HEERLIJKHEID TOT HEERLIJKHEID VERANDEREN NAAR HETZELFDE BEELD, dan is dit door de Here die Geest is (2 Kor.3:18). De richting, waarin de heilige Geest ons stuurt en stuwt, is die van het meer en meer (opnieuw) gaan beantwoorden aan het beeld van Zijn Zoon. Dat is ons doel, onze nieuwe bestemming: gelijkvormigheid aan Jezus’ beeld! (Rom.8:29).

Wanneer we dit grandioze geloofsdoel met kracht verkondigen is tegenstand ons deel. Het “onmogelijk” klinkt als een geluid van vele wateren! Wanneer de Bijbel ons het je gaan richten op de volkomenheid niet duidelijk verkondigde, dan zouden wij het menselijk bekeken ook geen haalbare zaak achten (bijv. Matth.5:48; Fil.3:12; Hebr.6:1; 2 Tim.3:17; Jak.1:4). Geloof in het Woord ziet niet op menselijke onmogelijkheden, maar op GODDELIJKE MOGELIJKHEDEN DOOR DE HEILIGE GEEST!

De tegenstand, om tot het voorgestelde doel van God met de mens te komen, wordt nog groter als we gaan spreken over de weg waarlangs met het doel kan bereiken. Dit is de weg van gehoorzaamheid en dat is een bijbels – ook een nieuw-testamentisch – woord, waar niet allen van houden. Het houdt onder andere in of wij bereid zijn korte metten met de zonde te maken, willen breken met alle ongerechtigheid en in onze gezindheid niet langer willen blijven doorgaan met (bewust) zondigen. God wil zo graag Zijn kracht verlenen, om met zonde doen te kappen.

“Ja”, zegt iemand, “dat klinkt wel mooi, maar we zijn en blijven toch allemaal zondaren”! NEE, Gods Woord zegt het anders: “God bewijst Zijn liefde jegens ons, doordat Christus, TOEN WIJ NOG ZONDAREN WAREN, voor ons gestorven is” (Rom.5:8). Het is ronduit wonderbaar dat Paulus hier de verleden tijd gebruikt: WAREN, dat wil zeggen: nu niet meer, NU géén zondaar meer! Het oude gezang “Verlosser, Vriend, o hoop, o lust” (Liedboek voor de kerken 452) bezingt dit zo mooi in de rake regel: “een zondaar, een verlost’ o Heer en nu geen zondaar meer”!

Wat NU dan? “Thans door Zijn bloed gerechtvaardigd” (Rom.5:9). Vroeger zondaar, nu rechtvaardige, is het niet eenvoudig? Dat is nu Gods nieuwe werk en dat is nog maar het begin: een heel nieuw uitgangspunt! “Zo is dan wie in Christus is, een nieuwe schepping: het oude is voorbijgegaan, ZIE, het nieuwe is gekomen. EN DIT ALLES IS UIT GOD…” (2 Kor.5:17).

Hoe jammer is het dan, dat velen redeneren over “zondaar en rechtvaardige tegelijk zijn”, of “ja, maar ik blijf toch een zondaar hoor, alleen in Christus houdt God mij voor een rechtvaardige” en soortgelijke uitdrukkingen meer. Alsof “zondaar blijven tot je dood” enige eer zou geven aan de genade en kracht van God!

Een rechtvaardige door het geloof

Hier moeten vooropgezette meningen wijken voor het heldere Schriftwoord: “Kinderkens, laat niemand u misleiden. Wie de rechtvaardigheid DOET, IS rechtvaardig, gelijk Hij rechtvaardig is” (1 Joh.3:7). De rechtvaardige doet de zonde niet, wil vanuit zijn nieuwe levensprincipe niet zondigen. Een zondaar doet de zonde. “Wie de zonde doet, is uit de duivel, want de duivel zondigt van den beginne” (1 Joh.3:8). “Wij weten dat een ieder die uit God geboren is, NIET zondigt” (1 Joh.5:18). Wat machtig, om niet alleen rechtvaardig gemaakt en verklaard te zijn door de verdienste van Jezus Christus (2 Kor.5:21), maar nu vervolgens ook als een rechtvaardige te gaan leven en te wandelen door de Geest. Daarbij mag diep beseft worden: ik ben, Gode zij dank, geen zondaar meer, maar Zijn maaksel, in Christus Jezus geschapen om goede werken te doen, die God tevoren bereid heeft, opdat wij daarin zouden wandelen”(Efeze 2:10).

Opdat gij niet tot zonde komt!

We hebben een kostbaar woord in de eerste Johannesbrief, waarvan we wel kunnen zeggen dat het de kern is van zijn schrijven: “Mijn kinderkens, DIT SCHRIJF IK U, OPDAT GIJ NIET TOT ZONDE KOMT” (1 Joh.2:1a). De Willibrord-veratling geeft weer met: “Ik schrijf u met de bedoeling dat gij niet zoudt zondigen”. Meerdere vertalingen luiden eenvoudig en niet mis te verstaan: “opdat gij niet zondigt”! De christen hoeft niet meer en hij hoort niet meer te zondigen. Zijn nieuwe gezindheid is: niet zondigen! Dat is het normale!

De apostel vervolgt met: “En ALS iemand gezondigd heeft…”. Feitelijk behoort dit tot de categorie abnormaal gedrag, helemaal niet meer passend in het christenleven. Maar als het nou toch nog eens voorkomt, WANNEER het mis gaat, INDIEN een christen nog tot zonde komt, wat dan? Is er dan reden tot wanhopen, of krampachtig gaan doen? Welnee, wij hebben een Voorspraak bij de Vader, Jezus Christus, de Rechtvaardige (1 Joh.2:1b). “En wanneer iemand toch zondigt….” (Vertaling Brouwer). “Maar ook al zou iemand zonden bedrijven” (Willibr. Vert.), dan is er dus nog geen reden voor paniek, maar wij verstaan dat dit niet de bedoeling is van God. Hij helpt ons zo graag met kracht VOORDAT we tot zonde komen! Maar als het eens zo slecht mocht gaan, dan helpt Hij ons ook met vergeving ACHTERAF! Zo liefdevol is God, maar Hij is geen “beroepsvergever”, alsof het aan de lopende band vergeving schenken voor Hem het állerheerlijkste werk is. Dat wil Hij óók geven, maar veel liever ziet Hij dat we niet langer tot zonde komen! Dat het woordje “ALS” (iemand gezondigd heeft) meer en meer uitzondering wordt in ons leven.

Helaas beschouwen velen het zondigen en het altijd door om vergeving vragen als iets vanzelfsprekends. Sommigen belijden voortdurend te zondigen in gedachten, woorden en werken. Anderen spreken over zonden van bedrijf en verzuim.

Natuurlijk willen we niet bagatelliseren en als wij bijv. verzuimen onze bevroren autoruit voldoende schoon te maken, waardoor we in het verkeer iemand van de sokken rijden, dan hebben wij een zonde van nalatigheid gedaan. Het gaat er zeker niet om lichtvaardig met het begrip “zonde” om te gaan! Soms kunnen we teleurgesteld zijn, als we als christen nog regelmatig miskleunen en dan schamen we onszelf, dat we niet waakzaam genoeg waren. Het is goed dat te erkennen en te beseffen in onze groei als christen. We zijn nog in ontwikkeling en dat is een moedgevende en hoopvolle leer- en vormingsschool!

Wat de Geest van God is ons bewerkt

Onze vraag is: heeft Gods Geest dan niets in ons uitgewerkt en tot stand gebracht in de loop der tijd van ons christenleven? Is de macht van God niet overweldigend groot? Moet het onvermijdelijk en onontkoombaar maar doorgaan met het zondigen, als we onderweg zijn geestelijke mensen te worden? Goddank nee, er is bij Hem kracht genoeg voorhanden, om overwinning te krijgen over bewuste zonden!

Natuurlijk wil dat niet zeggen dat er dan geen gebied meer over is, om in te nemen. Integendeel, er liggen nog grote gebieden braak, er is veel onverlicht terrein en veel onbewuste zonde, waar de heilige Geest nog verder op gaat wijzen, opdat wij ook door de Geest deze werkingen des lichaams kunnen doden (Rom.8:13). Dit is een proces naarmate we wandelen in het licht, gelijk Hij in het licht is en het bloed van Jezus, Gods Zoon, reinigt ons van alle zonde (1 Joh.1:7). Zijn licht brengt stukje bij beetje oordeel (=scheiding tussen licht en duisternis) en openbaring aan en Zijn ontginningswerk in ons binnenste wil voortgang maken en meer ruimte scheppen voor de Geest van God.

Hoe kunnen we echter voor dit heiligmakingsproces geloof grijpen, als we niet eerst geloof krijgen, dat we op zullen en kunnen houden met bewust zondigen door de kracht van de heilige Geest? De meesten zeggen hierbij al: “kan niet”, “lukt nooit”, of vromer: “rust maar in Golgotha’s werk” en loochenen daarmee alle heerlijkheden, die God in een mens kan en wil doen.

Wandelen en overwinnen als Hij!

Laten we Gods Woord naar de HOOGSTE MAATSTAF nemen, zoals 1 Johannes 2 onder andere vervolgt met: “Wie zegt (beweert), dat Hij in Hem blijft, behoort ook zelf zó te WANDELEN, ALS HIJ gewandeld heeft” (1 Joh.2:6). Wij willen Gods Woord niet afzwakken! Dat Jezus nooit heeft gezondigd in Zijn wandel hier op aarde, daarover zijn vrijwel allen het wel eens. Nu mogen wij in Zijn voetstappen treden, DIE GEEN ZONDE GEDAAN HEEFT… (1 Petr.2:21-22). Hier hebben we werkelijk genade op genade van God voor nodig en Zijn volheid stelt Hij ons beschikbaar! Wij zullen veranderen en de heerlijkheid des Heren (gaan) weerspiegelen! Geloof je dat voor dit leven? Zondigen wordt iets abnormaals, iets afschuwelijks, iets om te haten (Ps.36:3), zoals God de zonde haat en ons oproept te jagen naar de volmaaktheid (Fil.3:12).

Wat een ernst, wat een strijd en wat een vreugde! Lof en dank voor Gods werkingen: het wordt allengs heerlijker met ons! Van heerlijkheid tot heerlijkheid (2 Kor.3:18) zal het gaan! Heb geloof in God, gehoorzaam Hem van harte en het zal u geschieden, wis en waarachtig! “Wie overwint, hem zal Ik geven met Mij te zitten op mijn troon, GELIJK ook Ik heb overwonnen en gezeten ben met mijn Vader op zijn troon” (Openb.3:21).

Jildert de Boer

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *